Zaterdag 16/01/2021

Het verschil tussen wet en recht

Samenleven doet lijden in matige historische roman van A.B. Yehoshua

door Frans Roggen

A.B. Yehoshua

Uit het Hebreeuws vertaald door Ruben Verhasselt, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 365 p., 990 frank.

De Israëlische schrijver A.B. Yehoshua behoort tot de soort der geëngageerde auteurs. Hij bekijkt de Israëlische realiteit en identiteit kritisch, uit een overtuigd en militant vredesactivisme, èn een even overtuigd zionisme. Joods-zijn betekent voor hem kort en goed het Israëlische staatsburgerschap hebben en in Israël wonen. De joden die anno nu nog in de diaspora leven zijn voor hem alleen maar jood uit hobby, ook al zijn ze nog zo gehecht aan hun tradities. De joodse geschiedenis wordt nu gemaakt in Israël, en nergens anders. Joden moeten er maar aan wennen dat ze een volk als een ander zijn, dat ze binnen grenzen wonen en dat ze zich daaraan moeten aanpassen, ook al legt hun dat beperkingen op, beperkingen tegenover hun (Arabische) buren, in wier voor- en achtertuinen je geen nederzetting gaat vestigen, maar ook - en niet het minst - in hun godsdienstige beleving. Door binnen grenzen te wonen tussen andere joden, van allerlei gezindte, zijn de kinderen Israëls wel gedwongen zich de waarachtige tolerantie eigen te maken: ongelovigen moeten met orthodoxen van een onmogelijk aantal strekkingen zien samen te leven; mensen uit de westerse ideeënsfeer overeenkomen met Levantijnen en Afrikanen. Op het eerste gezicht verloopt dat weliswaar met succes, maar spanningen zijn niet te vermijden, nu, op de rand van de éénentwintigste eeuw. Dat waren ze duizend jaar geleden ook al niet, en naar die periode neemt Yehoshua de lezer mee in Reis naar het einde van het millennium. In Europa is het Karolingisch-Frankische rijk net uit elkaar gevallen; de invallen van de Vikings zijn een goede 80 jaar geleden. Aan de kim gloort het jaar duizend, de grote chiliastische angsten steken de kop op. De duistere kerken vullen zich met gelovig volk, dat de spoedige terugkeer van Christus beidt. Maar aan de zuidelijke grenzen, in Spanje en Sicilië, heerst de Islam. Noord-Afrika is een oase van culturele verfijning. Jeruzalem is vast in handen van de superieure Arabieren. Het jodendom, ondertussen, is verdeeld in twee grote strekkingen, elk met haar eigen accenten en haar eigen liturgie. Het contact tussen beide groepen verloopt nogal stroef.

In dat turbulente tijdsgewricht voert Yehoshua zijn hoofdpersonages op: Ben-Atar uit Tangier, zijn neef Aboelafia en hun Arabische, "Ismaëlitische", compagnon Aboe Loefti, die Noord-Afrikaanse luxeproducten verhandelen in Italië en Frankrijk. Aboelafia, de avonturier van het drietal, doet het Noorden. Vaak verkleed als bedelaar of leproos om rovers op afstand te houden, steekt hij met zijn waren de Pyreneeën over. De zaken floreren, en hij heeft nog een beeldschone vrouw ook. Maar de vrucht van hun huwelijk, een dochtertje, is 'anders'. Helaas - ook in het beschaafde Zuiden beschouwt men kinderen die anders zijn als behekst. Zijn vrouw lijdt daar verschrikkelijk onder, zozeer dat ze ten slotte zelfmoord pleegt. Aboelafia vergaat van de schuldgevoelens. Dan krijgt oom Ben-Atar een goddelijke ingeving: hij trouwt voor de tweede keer. Hij is immers rijk genoeg om twee vrouwen te onderhouden en, al is hij de veertig gepasseerd, ook nog krachtig genoeg om twee vrouwen te bekennen, zonder een van hen te kort te doen. De jonge weduwnaar Aboelafia van zijn kant ontmoet Esther-Mina, een kinderloze joodse weduwe uit Worms, die bereid is voor zijn achterlijke dochtertje te zorgen. Ze trouwen - aan het huwelijk zit echter een voorwaarde vast: Aboelafia moet zijn zakelijke betrekkingen met zijn oom verbreken. Esther-Mina neemt namelijk aanstoot aan Ben-Atars bigamie. Aboelafia voldoet aan haar wens; het paar gaat in Parijs wonen.

Ben-Atar laat het daar echter niet bij. Hij koopt een boot en vertrekt met zijn twee vrouwen en zijn Arabische compagnon naar Parijs. Onderweg haalt hij een geleerde rabbijn uit Sevilla met diens zoon aan boord. Hij wil er een heus proces van maken. In Parijs wordt een rechtbank ingesteld, waarbij het lot zes vrouwen en een koopman met Palestijnse connecties als rechter aanwijst. Ben-Atar klaagt de contractbreuk van zijn neef aan. De Spaanse rabbijn raadpleegt de Thora, waaruit duidelijk blijkt dat elke man gerust twee vrouwen mag hebben als hij maar goed voor ze zorgt. Dat de joodse gemeenschappen langs de Rijn nieuwe verordeningen hebben uitgevaardigd tegen veelwijverij vermag de rechters niet te overtuigen en Ben-Atar wint het pleit. Maar Esther-Mina heeft het zo niet begrepen; de wet mag gesproken hebben, recht is daarmee in haar ogen niet geschied. Zij wil nu zelfs van Aboelafia scheiden. Dus stelt de Spaanse rabbijn voor om het proces nog eens over te doen in Worms. Maar daar loopt het pas grondig mis. De jongere van Ben-Atars beide vrouwen pleit er voor haar man, maar ze pleit ook voor háár recht op twee mannen! Dat gaat te ver voor de brave rechter en hij spreekt een banvloek uit over de eiser. De terugreis van het verslagen gezelschap verloopt rampspoedig: de jongere vrouw sterft onderweg. En al mag het compagnonschap dan hersteld worden, Ben-Atar is een gebroken man.

Yehoshua kan een verhaal vertellen, hij weet op zijn tijd te boeien en te emotioneren, en er staat heel wat interessants in deze roman. Toch zijn er twee bezwaren. Als geheel is Reis naar het einde van het millennium, ondanks de net genoemde kwaliteiten, nogal langdradig, en bovendien is de tiende eeuw zoals Yehoshua die beschrijft gewoon ongeloofwaardig. Hij noemt het geslacht Kalonymos, waartoe Esther-Mina door haar eerste huwelijk behoorde en dat een van de grote wijzen van het middeleeuwse jodendom heeft voortgebracht, strooit wat herinneringen aan de Vikings door het verhaal heen, laat de Fransen Frankisch spreken en de Duitsers Teutoons - en klaar. Een decor van wapperende doeken, dat niet stoort als je er maar niet te veel op let. Wat Yehoshua zelf, die er juist soms de aandacht op vestigt, je echter verhindert. Misschien is het pietluttig van mij om gestoord te worden door die Ben-Atar die van de ene slaapkamer naar de andere verdwijnt om zijn twee vrouwen te bevredigen, terwijl bij mijn weten het verschijnsel slaapkamer pas rond de twaalfde eeuw bij de hoofse adel zijn intrede doet, maar goed. En natuurlijk lopen tiende-eeuwse soldaten in dit boek in harnassen rond en zitten de mensen rond gemetselde haarden en hangt er geen rook onder het dak. Allemaal niet zó erg, maar het is tekenend voor dit boek, waarin wat te veel woorden staan die niet echt op hun plaats vallen.

A.B. Yehoshua spreekt op zondag 1 oktober om 14 uur in de Stadsfeestzaal (Podium 1).

Yehoshua kan een verhaal vertellen, maar deze roman bevat te veel woorden die niet echt op hun plaats vallen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234