Dinsdag 11/05/2021

Het verschil tussen Rembrandt en Van Meegeren

Michael Cunningham. 'De uren': Virginia Woolf gefictionaliseerd

Jos Borré

Virginia Woolfs roman Mrs. Dalloway (1925) zou oorspronkelijk The Hours heten, wellicht omdat hij de vorderende uren beschrijft, per halfuur afgemeten aan de slagen van Big Ben, in de loop van één dag uit het leven van de hoofdfiguur, Clarissa Dalloway. Zij geeft 's avonds een feest voor een deftig gezelschap. 's Ochtends krijgt ze nog het bezoek van een oude aanbidder, nadien gaat ze de deur uit voor boodschappen. Onderweg in Londen wordt ze opgenomen in een soort bewustzijn van het al, een totaliteit van waarnemingen en ervaringen die zich gelijktijdig voordoen.

Niet alleen Mrs. Dalloway registreert die. Het vertelperspectief komt van haar los, de waarnemende instantie verplaatst zich vrij in de ruimte of vestigt zich tijdelijk in een 'toevallig' personage, een zekere Septimus Warren Smith, die langzaam naar de krankzinnigheid afglijdt, omdat hij de complexiteit van de indrukken die hij opdoet niet kan verwerken. Voor Mrs. Dalloway is hij een volkomen vreemde, maar toch zullen hun beider levens elkaar heel toevallig kruisen als zijn dokter te laat op haar feest arriveert doordat Smith zelfmoord heeft gepleegd. Ze stelt zich voor hoe Smith zijn laatste seconden moet hebben beleefd - hij is uit een raam gesprongen en doorboord door de roestige spijlen van een tuinhek. Ze beseft dat het ook haar had kunnen overkomen overweldigd te worden door haar angst, als ze niet vrijwillig de rol op zich had genomen van ideale gastvrouw, met haar sterke man naast zich. "Zij was ontsnapt, maar die jongeman had zichzelf omgebracht." In een woord vooraf bij de Modern Library-uitgave (1928) van Mrs. Dalloway schrijft Woolf overigens dat ze er oorspronkelijk aan gedacht had Clarissa en niet Smith zelfmoord te laten plegen.

De Amerikaanse auteur Michael Cunningham (°1952) las Mrs. Dalloway als puber en was er erg van onder de indruk. Zijn derde roman, De uren, recentelijk bekroond met de Pulitzerprijs voor fictie, is helemaal op Woolfs roman geënt. Nu is imitatie altijd een vorm van bewondering en ik wil best geloven dat je dit boek ook als een hommage aan Woolf moet lezen, maar om een meesterwerk genoemd te kunnen worden zou de imitatie het origineel moeten overtreffen. En dat lukt Cunningham niet. Hij actualiseert Woolf, maar werpt zelf geen schaduw, doordat hij volledig opgenomen is in de hare.

Bij hem treden beurtelings drie min of meer verwante persoonlijkheden naar voren tijdens één dag in hun leven, drie vrouwen wier levens op een bepaald ogenblik met elkaar verbonden worden. De eerste is Virginia Woolf zelf. Cunningham volgt haar in Hogarth House in Richmond, op een dag in 1923 als ze voort wil werken aan haar roman, maar afgeleid wordt door haar knorrige man Leonard en het bezoek van haar zus Vanessa en de kinderen. Ze denkt veel na over de ontwikkeling van de plot, of en hoe ze Clarissa Dalloway zelfmoord zal laten plegen. Woolf heeft zelf een inzinking met een zelfmoordpoging achter de rug, ze zijn trouwens in Richmond komen wonen en met de Hogarth Press begonnen om haar rust en afleiding te bezorgen. Maar zij wil algauw terug naar de sociaal-intellectuele drukte van Londen.

Natuurlijk zie ik wel hoe Cunningham op zijn beurt probeert zich háár laatste ogenblikken voor te stellen, als hij in het begin van het boek haar verdrinkingsdood, jaren later, reconstrueert vanuit haar gezichtspunt. Hoe Woolfs hier belichte latente krankzinnigheid een rol kan speelt in deze roman die ook over waanzin en werkelijkheid gaat. Dat Cunningham een hoop authentieke biografische feitjes in het relaas van die dag uit haar leven verwerkt. Maar ik heb het er wat moeilijk mee dat hij haar als personage opvoert, speculeert over wat er werkelijk in haar zou zijn omgegaan, vooral ook omdat hij zich, om haar te typeren, gemakshalve uitsluitend van de clichés over haar (en die over Leonard) bedient: haar warhoofdigheid, haar slonzige kleren, haar obsessieve concentratie op haar werk. Alleen de werkelijkheid, voorzover die te kennen valt, zou hier beschreven mogen worden, en dat is de taak van de biograaf.

De tweede vrouw is Laura Brown. Kort na de Tweede Wereldoorlog woont ze in Californië, ze is getrouwd en zwanger van haar tweede kind. Ze wil onophoudelijk Mrs. Dalloway lezen. Haar man is jarig en ze wil een taart voor hem bakken, maar daar is ze niet zo goed in. Ze is niet gelukkig in de rol van echtgenote en moeder die van haar verwacht wordt. In de loop van de dag brengt ze haar zoontje naar de oppas om in een motel in haar boek te kunnen gaan lezen en tot zichzelf te komen. Het brengt haar wankele persoonlijkheid natuurlijk niet in evenwicht.

Laura Brown meent dat ze 'the angel in the house' moet zijn, de zorgzame, allesbestierende, zelfopofferende moeder, zoals Mrs. Ramsay in Woolfs roman To the Lighthouse. In een van haar essays schreef Woolf dat "we must kill the angel in the house" om de hunker van de vrouw naar een volwaardiger bestaan een kans te geven. Laura Brown probeert dat wel, maar lijkt er niet in te slagen. Zelfmoord pleegt ze overigens niet; dat wordt overgelaten aan een personage van wie je dat veel minder zou verwachten. Hoe Laura Brown tientallen jaren later in het leven van Clarissa Vaughan in Manhattan opduikt, mag ik niet verklappen.

Clarissa heeft haar bijnaam, Mrs. Dalloway, jaren geleden van haar vriend Richard gekregen. Op een junidag aan het einde van de twintigste eeuw gaat ze de deur uit om bloemen te kopen voor Richard, die aan aids lijdt en zich nauwelijks nog ergens vertoont. Hij is een dichter en heeft net een belangrijke prijs gekregen, en Clarissa geeft 's avonds een feestje om dat te vieren. En dan verschijnt er ook nog een oude geliefde ten tonele.

Het is gauw duidelijk hoeveel parallellen er tussen beide boeken aan te wijzen zijn. Feitelijke, structurele, en vooral thematische. De tijd die zeer langzaam maalt en ongemerkt verglijdt, het bewustzijn van de dingen in de realiteit, geestelijk balanceren tussen dreigende krankzinnigheid en maar net bezworen angst en ontreddering. Voor Woolf school de werkelijkheid achter de dagelijkse dingen, en ook Cunningham slaagt erin om iets zo banaals als het bakken van een taart op te laden tot een poging van Laura Brown om haar leven in handen te nemen. Het verlangen naar de vervulling van diepe hunkering, de pogingen de eigen identiteit te omschrijven, gevat in een maatschappelijke rol en gevangen in de voortschrijdende tijd - nog meer dan voor Clarissa Dalloway zijn deze dingen voor de drie vrouwen in De uren aan de orde. De onzekerheid, beweeglijk en onhandelbaar als een massa water, en zoals bij Woolf in een vloeiende stijl onder woorden gebracht, doet hen dan hierheen, dan daarheen wankelen.

Het lijkt allemaal verschrikkelijk goed op Virginia Woolf, en toch is er iets mee. Wat ontbreekt is dat onbeschrijfbare dat de meeste boeken van Woolf onderscheidt, een sfeer, een grote samenhang of sterker nog: een soort aaneenklitting van alles dat wordt waargenomen, een totaalconcept van de psychische ervaringswereld. In To the Lighthouse werkt de artieste Lily Briscoe een hele tijd aan een schilderij van een landschap dat maar niet af raakt. Pas in de laatste regels van het boek ziet ze wat er ontbreekt. "Met een plotselinge intensiteit, alsof ze het een seconde lang duidelijk voor zich zag, trok ze een lijn, daar in het midden. Het was gebeurd; het was volbracht. Ja, dacht ze, terwijl ze uitgeput haar penseel neerlegde, ik heb mijn visioen verwezenlijkt." Zoiets. Ik kan het verschil tussen een Rembrandt en een Van Meegeren, zijn begaafde vervalser, niet aanwijzen, maar de eerste heet een groot kunstenaar te zijn en de tweede een getalenteerd ambachtsman.

Michael Cunningham, De uren, Bert Bakker, Amsterdam, 215 p., 695 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234