Zaterdag 16/11/2019

Het verschil tussen herinnering en geschiedenis

Met de geschiedenis lijkt het goed te gaan. Het publiek heeft er veel belangstelling voor en ook de politieke wereld steekt zijn interesse niet onder stoelen of banken. Maar nu vraagt een groep historici aan de politieke overheden dat ze hun essentiële taken zouden vervullen. Want ze noemen de mogelijkheid om eigen vragen aan het verleden te stellen een van hun belangrijkste vrijheden, die ze niet willen verliezen.

Federale en gemeenschapsministers, volksvertegenwoordigers en senatoren vermenigvuldigen de initiatieven met historische inslag, meestal met de 'herinneringsplicht' als argument. Hier volgen enkele recente voorbeelden van die interesse: het onderzoek dat werd ingesteld door de Senaat betreffende de verantwoordelijkheid van de Belgische overheden in de jodenvervolging, de parlementaire onderzoekscommissies om de Belgische verantwoordelijkheden in de moord op Patrice Lumumba te bepalen of om de oorzaken van het failliet van Sabena te onderzoeken, de parlementaire debatten over de Armeense genocide en de strafbaarheid van haar ontkenning, de plannen van de Vlaamse regering voor de oprichting van een 'museum, archief- en onderzoekscentrum over de schendingen van de mensenrechten' in Mechelen, de financiering van een toekomstig Museum van Europa in Brussel en ten slotte het programma Scholen voor de democratie. Daarbij zullen honderden Belgische schoolkinderen op het einde van deze maand per militair vliegtuig Auschwitz bezoeken. Al die initiatieven moeten de Belgische historici toch verheugen, of niet?

Historici verwerpen dergelijke initiatieven niet a priori. Een dergelijke houding zou getuigen van wetenschappelijk purisme en misprijzen voor de maatschappelijke behoeften. Velen onder ons werken trouwens, op vraag van de politieke wereld, mee aan die projecten en dragen dus ten volle de verantwoordelijkheid die voortvloeit uit ons statuut van vorsers en docenten betaald door belastinggeld. Toch kunnen we ons niet ontdoen van enig scepticisme en soms zelfs van enige vrees. Het officiële enthousiasme sorteert wel mediatieke effecten, maar helpt het historisch onderzoek uiteindelijk niet vooruit. Die evolutie houdt zelfs een gevaar in, want ze zet een stap in de richting van een herinneringsplicht.

Welke rol moet de overheid spelen in de 'overlevering van de herinnering aan het verleden' vooropgesteld door de lopende projecten? Laat het duidelijk zijn: de officiële herdenking, die de herinnering organiseert om politieke redenen, is een heel legitieme activiteit van de staat, van een gemeenschap of van een gemeente. Ze mag echter niet verward worden met de ondersteuning van het historisch onderzoek. De geschiedschrijving is een wetenschappelijke activiteit, ze staat los van het politieke gebruik van de herinnering. Er bestaat uiteraard een band tussen herinnering en geschiedenis, maar beide demarches beantwoorden aan verschillende vereisten. Herinnering is geen toegangspoort tot kennis, ze mobiliseert het verleden voor een actueel politiek of maatschappelijk project. De geschiedschrijving eist dan weer het statuut van wetenschap op. Ze staat niet ten dienste van de politiek, ze heeft niets te zien met emotie. Ze aanvaardt geen dogma's en kan ingaan tegen gemeenplaatsen. Ze houdt rekening met het geheugen maar beperkt zich daar niet toe. Liever dan voor de vaak aangehaalde herinneringsplicht, willen we dus een lans breken voor de historische onderzoeks- of kennisplicht.

De recente initiatieven die genomen werden om in dit land de herinnering aan historische gebeurtenissen te vermenigvuldigen en te diversifiëren, zijn uiteraard lovenswaardig. Maar laten we realistisch blijven. We moeten niet geloven dat leerlingen omgetoverd zullen worden tot tolerante en antiracistische burgers door ze heen en weer te vliegen naar Auschwitz. Deze demarche is nuttig en verdienstelijk, maar ze heeft slechts waarde indien ze verankerd is in historische kennis die de emoties, ontstaan door de confrontatie met de gruwel, overstijgt. Neen, geschiedenis is niet de nieuwe catechismus van de multiculturaliteit, een tovermiddel om extreem rechts en xenofobie te bestrijden, om de democratie, de Europese gedachte of de wereldsolidariteit te promoten. Een uitsluitend 'negatief' geheugen, bestaande uit de opsomming van de Grote Tragedies van de geschiedenis, draagt weinig bij tot de vorming van een kritische reflectie. Ze kan zelfs een gevoelen van morele zelfgenoegzaamheid doen ontstaan: het 'zorgeloze' heden staat dan immers in contrast met een verleden vol geweld en brutaliteiten.

Moeten het parlement en de regering instaan voor de opstelling van een lijst van maatschappelijke catastrofen? Voor een steeds groeiende inventaris, vertrekkende van de genocide van de Joden, de zigeuners en Armeniërs, over de slachtoffers van het kolonialisme, van de Rwandese genocide, tot de huidige conflicten in Bosnië en Darfur? Het toenemende 'strafbaarheidsgehalte' van het historische debat vormt een bedreiging voor de vrijheid van mening en onderzoek. Een dergelijke evolutie houdt perverse effecten in, waaruit enkel de leugenaars en de haatzaaiers voordeel halen.

Historici zullen natuurlijk de laatsten zijn om te klagen wanneer de overheid getuigt van openheid, zelfkritiek en doorzichtigheid, meer bepaald in het kader van de onderzoekscommissies die worden opgericht om licht te werpen op troebele episodes van het verleden. Die enquêtes hebben ongetwijfeld bijgedragen tot een betere kennis van die drama's; ze hebben op ondubbelzinnige wijze de vinger gelegd op politieke verantwoordelijkheden en hebben daarbij twijfels en polemieken uit de wereld geholpen. Het is een goede zaak dat historici, indien nodig, worden opgeroepen als experts, op voorwaarde dat hierdoor geen nieuwe officiële geschiedenis ontstaat en dat de archieven toegankelijk blijven voor de hele wetenschappelijke gemeenschap. Die demarche wordt echter problematisch als enkele zorgvuldig geselecteerde onderzoekers een exclusieve toegang krijgen tot archieven die nadien weer hermetisch dichtgaan. Heel wat nuttig onderzoek, dat niet kan rekenen op officiële steun of dat niet strookt met de gangbare politieke prioriteiten, zou in de verdrukking kunnen komen. Mogelijk wordt de geschiedschrijving dan de speelbal van modefenomenen. Historici kunnen dan ook een van hun belangrijkste vrijheden verliezen: die om hun eigen vragen aan het verleden te stellen. Laten we niet vergeten dat er geen parlementaire onderzoekscommissies nodig waren om hete hangijzers van de recente Belgische politiek aan te pakken, zoals bewezen wordt door de studies over Leopold III of over de moord op Julien Lahaut.

Kortom, we vragen aan de politieke overheden niet aan overacting te doen; we wensen enkel dat ze hun essentiële taken zouden vervullen. Eén daarvan is de historici in staat stellen hun werk naar behoren te vervullen. We wijzen daarbij graag op volgende paradox. Enerzijds nemen politici tal van symbolisch geladen historische initiatieven, maar anderzijds laten ze de archiefwet van 1955 voortbestaan, die hopeloos verouderd is in vergelijking met de wetgevingen van onze Europese partners. Eerder dan allerlei commissies te vermenigvuldigen, is het dringend nodig dat de politieke verantwoordelijken de toegang tot de archieven garanderen voor alle onderzoekers en burgers en dat ze aan de bevoegde archiefdiensten de nodige middelen geven om die archieven op te sporen, te ordenen en te inventariseren. De toegangsmogelijkheden verstrekt aan de onderzoekscommissies moeten de regel worden, en mogen niet de uitzondering blijven. Indien de geschiedenis en de geschiedschrijving zo belangrijk zijn, dan moet onze wetgeving ook worden aangepast aan de vereisten van een moderne democratie. Zo moeten de raadplegingstermijnen teruggebracht worden van 100 (!) naar 30 of zelfs 20 jaar. En er moet ook beter gezorgd worden voor ons archivalisch patrimonium. We steunen trouwens volop de demarches die het Algemeen Rijksarchief en andere openbare archiefinstellingen hiertoe al gedaan hebben.

Het is ook urgent te sleutelen aan de wet op de bescherming van de privacy, die zeer nuttig is voor documenten of databanken betreffende levende personen, maar zeer hinderlijk voor het historisch onderzoek. Dat laatste zou er zelfs helemaal door verlamd worden indien de bestaande wetgeving overal en altijd toegepast zou worden. De toegenomen belangstelling voor het behoud van het mondiale, nationale, regionale of lokale geheugen moet uitmonden in een efficiënte politiek van doorzichtigheid, van toegang tot de archieven en van respect voor de zelfstandigheid en vrijheid van de onderzoekers. Het is op die gebieden dat de politieke gezagsdragers hun verantwoordelijkheid moeten opnemen.

Auteurs: Jan Art (UGent), Francis Balace (ULG), Herman Balthazar (UGent), Gil Bartholeyns (ULB/EHESS), Lamya Ben Djaffar (CARHOP), Bruno Benvido (ULB), Bruno Bernard (ULB), Luis Angel Bernardo y Garcia (Staatsarchief), Kenneth Bertrams (FNRS/ULB), Benoît Beyer de Ryke (ULB), Marnix Beyen (UA), Franz Bierlaire (ULG), Claire Billen (ULB), Marc Boone (UGent), Eric Bousmar (FUSL), Erik Buyst (KU Leuven), Jean-Marie Caprasse (onderzoeker), Marie-Thérèse Charlier (ULB), Alain Colignon (CEGES), Els Conix (KU Leuven, leraar SO), Hannelore Coulembier (leraar SO), Luc Courtois (UCL), Piet Creve (Amsab), Bruno De Baenst (UGent), Antoon De Baets (universiteit Groningen), Raf De Bont (KU Leuven), Joris De Bremme (leraar SO), Harald Deceulaer (ARA), Georges Declercq (VUB), Odette Decombele (leraar SO, Vlaamse Vereniging Leerkrachten Geschiedenis), Gerd De Coster (SOMA), Thérèse De Hemptinne (UGent), Jan De Maeyer (KU Leuven, Kadoc), Machteld De Metsenaere (VUB), Gita Deneckere (UGent), Hilde De Ridder-Symoens (UGent), Bruno De Wever (UGent), Gauthier de Villers (MRAC), Virginie Devillez (MRBA), Michel de Waha (ULB), Stephane Demeter (Monuments et Sites Bruxelles Capitale), Rolande Depoortere (Staatsarchief), Claude Desama (ULG), Philippe Destatte (Instituut J. Destrée, UMH), Didier Devriese (ULB), Sophie De Zutter (UGent), Brigitte D'Hainaut-Zveny (ULB), Marc D'Hoore (Koninklijke Bibliotheek), Irène Di Jorio (ULB), Denis Diagre (ULB), Ann Diels (KBR), Alain Dierkens (ULB), Michel Dumoulin (UCL), Jean-Marie Duvosquel (ULB), Annette Felix (CNHS), Michèle Galand (ULB), Pierre-M. Gason (ULG), Helmut Gaus (UGent), Lieve Gevers (KU Leuven), Noël Geirnaert (archivaris Stad Brugge), Florence Gillet (CEGES), Thomas Glesener (ULG), Gorik Goris (KU Leuven), José Gotovitch (ULB), Werner Goegebeur (VUB), Eliane Gubin (ULB), Nicole Haesenne-Peremans (ULG), Hervé Hasquin (ULB), Dirk Heirbaut (UGent), Bart Hellinck (licentiaat geschiedenis), Catherine Henin (AGR), Madeleine Jacquemin (AGR), Catherine Jacques (ULB), Serge Jaumain (ULB), Lissia Jeurissen (CEDEM/ULG), Chantal Kesteloot (CEGES), Ginette Kurgan (ULB), David Kusman (ULB), Pieter-Jan Lachaert (stadsarchivaris Oudenaarde), Pieter Lagrou (ULB), Emiel Lamberts (KU Leuven), Catherine Lanneau (ULG), Jan Laplasse (SOMA), Eric Laureys (CEGES), Rina Lis (VUB), Aurèle Looman (UGent), Dirk Luyten (SOMA/UGent), Julie Maeck (FNRS/ULB), Fabrice Maerten (CEGES), Griet Marechal (ARA), Dirk Martin (SOMA), Georges Martyn (UGent), Natacha Massar (ULB), Natacha Massar (ULB), Ruben Missinne (UGent), Anne Morelli (ULB), Philippe Moureaux (ULB), Jean-Pierre Nandrin (FUSL/ULB), Liesbet Nys (KU Leuven), Carmélia Opsomer (ULG), Rik Opsommer (stadsarchivaris Ieper), Isabelle Parmentier (FUNDP), Patrick Pasture (KU Leuven), Luc Peiren (Amsab), Jack Philips (leraar SO), Valérie Piette (ULB/FUSL), Hendrik Pinxten (UGent), René Plisnier (UMH), Flore Plisnier (AGR), Véronique Pouillard (FNRS/ULB), Jean Puissant (ULB), Guy Putseys (KU Leuven), Xavier Rousseaux (UCL), Caroline Sägesser (CRISP), Jean-Marie Sansterre (ULB), Jacob Schmutz (ULB), Koen Schoutteten (licentiaat geschiedenis), Jean-Philippe Schreiber (ULB), Isabelle Sirjacobs (AGR), Hugo Soly (VUB), Wouter Steenhaut (Amsab), Jacques Stiennon (ULG), Pierre-Alain Tallier (AGR), Axel Tixhon (FUNDP), Jo Tollebeek (KU Leuven), Nathalie Tousignant (FUSL), Michel Trigalet (AGR), Kurt Vandaele (UGent), Gie Van den Berghe (UGent), Jeroen Van den Borre (archeoloog), Geert Vandercruys (leraar SO), Cécile Vanderpelen (FNRS/ULB), Eric Vanhaute (UGent), Herman Van Goethem (UA), Daniël Vangroenweghe (UGent), Leen Van Molle (KU Leuven), Guy Vanthemsche (VUB), Paule Verbruggen (Amsab), Juul Verhelst (ARA), Etienne Verhoeyen (SOMA), Martine Vermandere (Amsab), Bregt Vermeulen (student geschiedenis UGent), Louis Vos (KU Leuven), Sofie Vrielynck (Amsab), Geneviève Warland (FUSL), Monique Weis (FNRS/ULB), Alexis Wilkin (FNRS/ULG), Kaat Wils (KU Leuven), Els Witte (VUB), Jacques Wynants (Société Verviétoise d'Histoire), Paul Wynants (FUNDP)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234