Zondag 25/08/2019

Het verlichte pessimisme van Tsai Ming-liang

Omdat het risico bestaat dat veel mensen tegen het einde van dit jaar echt 'ziek' zullen zijn van die hele 'millenniumkoorts'-toestand, had men bij de cultuurzender Arte het idee om niet al te lang te wachten met aangepaste programma's en er dus maar meteen aan te beginnen. Daarom werd onder de titel 2000 vu par... een thematische serie op stapel gezet, waarbij tien verschillende regisseurs de opdracht kregen een film te maken waarbij in het verhaal een verband moest worden gelegd met 31 december 1999. Een aantal van die tien films komt nu ook in roulatie in de bioscoop. Dat is bijvoorbeeld het geval met The Hole van regisseur Tsai Ming-liang uit Taiwan.

Een grootstad in Taiwan, slechts zeven dagen voor het jaar 2000. Het regent onophoudelijk en de stad wordt belaagd door een vreemde epidemie, zodat iedereen met aandrang gevraagd wordt de stad te verlaten. Maar sommigen weigeren weg te gaan, ook al wordt het vuilnis niet langer opgehaald en zal de watertoevoer eerstdaags afgesloten worden. In een flatgebouw komt een loodgieter aankloppen bij een man om de leidingen te controleren, want zijn benedenbuurvrouw klaagt over een lek. De loodgieter kapt een gat (vandaar de titel), vindt geen lek en verdwijnt. Het gat blijft. Tussen man en vrouw ontstaat iets wat misschien wel op een begin van communicatie lijkt...

De regen is in al uw films aanwezig...

"Taiwan is een erg natte, vochtige plaats, het regent er heel vaak, vooral in de winter; je riskeert er altijd een verkoudheid. Niet alleen voor mij is de regen iets erg depressiefs, maar voor iedereen. Vooral sinds 1997, toen een tyfoon een torengebouw volledig deed instorten waarbij veel mensen omkwamen. De regen boezemt dus niet alleen mij schrik in, maar is gevaarlijk voor iedereen in Taiwan."

Uw films zijn ook altijd gesitueerd in Taipeh.

"Taipeh is niet alleen het economische zenuwcentrum van Taiwan, maar ook het culturele. Het is voor mij dan ook vanzelfsprekend om mijn verhalen daar neer te zetten, zoals het ook vanzelfsprekend is dat alle Taiwanese jongeren ervan dromen naar Taipeh te trekken, er te leven om ervaringen op te doen. De eerste generatie van de nieuwe Taiwanese cinema, met de leidende figuren Hou Hsiao-hsien en Edward Yang, begon na de afschaffing van de krijgswet in 1987 films te maken die zich concentreren op de geschiedenis van Taiwan van de voorbije vijftig jaar. In hun films kan men de steeds grotere ontwikkeling van Taipeh volgen doorheen de geschiedenis. Ik behoor tot een jongere generatie die daarop volgt; wij zijn meer bezig met hetgeen er nu gebeurt zonder daarbij achterom te kijken en de dieperliggende achtergrond te gaan zoeken. En veel zaken gebeuren precies in Taipeh en zijn directe omgeving. Ikzelf ben overigens geboren in Maleisië, niet in Taiwan. Vandaar dat ik allicht niet zo'n diepe betrokkenheid voel bij de geschiedenis van Taiwan. Ik bekijk de dingen een beetje van buitenaf en analyseer hetgeen ik zie."

U hebt doorgaans wel een sombere kijk op het leven.

"Alle personages van mijn films dragen een grote droefheid in zich, ondervinden grote moeilijkheden om het leven aan te gaan. Ze worden geconfronteerd met een veeleer vijandelijke omgeving die vertegenwoordigd wordt door de moderne Taiwanese grootstad. Het is een milieu waarin het moeilijk leven is en om te gaan met de andere. Ze komen alleen buiten om te gaan werken, om hun dagelijks leven te verdienen. Terug thuis schermen ze zich af van de buitenwereld, grendelen hun deuren af en willen door niemand gestoord worden. Ze willen alleen gelaten worden met hun onmogelijkheid tot communicatie en met hun droefheid. In deze film vormt de regen een externe factor die de mensen nog meer dwingt te vluchten in een gesloten milieu. Maar het is niet alleen dat. De regen verspreidt in dit geval ook ziekten, maakt het milieu waarin de mensen leven ongezond, herleidt hen tot kakkerlakken die leven in het duister en de vochtigheid. Maar het is ook zo dat het element dat de twee mensen aanzet tot communicatie een glas water is. De kern van de film gaat erover dat, dankzij het gat dat zich toevallig opent in het plafond, een persoon er zich rekenschap van geeft dat er rondom hem menselijke wezens zijn met wie hij misschien in contact kan komen. Want diep in het hart van iedereen leeft de hoop dat ze iemand kunnen binnenlaten, dat ze een deur kunnen openen. De deur is een eenvoudig en duidelijk symbool van het hart van de mens, van de psychologie van de mens."

Ondanks de realistische tekening heeft The Hole dus een metaforische ondertoon?

"Ook al gaat het om metaforen, toch denk ik dat ik - ook in al mijn andere films - het echte leven heb getekend in Taipeh. Veel westerlingen die mijn films hebben gezien zijn vrij geschrokken omdat ze zich niet kunnen inbeelden hoe de situatie er in Aziatische grootsteden uitziet. Andere Chinese films - Chinees in de zin van Taiwan, Hongkong of de Volksrepubliek - tonen dat China vaak nog als een landbouwstaat waar zich gebeurtenissen voordoen die dicht bij de landbouwcultuur staan, bij kleine archaïsche leefwerelden. Maar Azië heeft echter in een snel tempo enorme veranderingen meegemaakt, zeker Taiwan. De economische boom, met alle propaganda inzake de ongelooflijke economische ontwikkeling die er de jongste jaren is geweest en die nieuwe rijken heeft voortgebracht, heeft in werkelijkheid niks anders gedaan dan de lagere sociale lagen van de bevolking of de boerenbevolking nog meer verdrukt. Daardoor is die in een volledige en absoluut ondergeschikte positie beland ten opzichte van de stadsbevolking."

De finale van The Hole - waarin de protagonist bijna lijkt af te dalen uit de hemel - wijst echter op een optimistischere houding dan in uw vorige films.

"Ik heb niet noodzakelijkerwijze mijn houding veranderd om naar de dingen te kijken; die blijft nog altijd vrij pessimistisch: ik zie de realiteit veeleer donker in. Dat neemt echter niet weg dat, zoals gezegd, de hoop bestaat iets beters te vinden of te zoeken. En de inlassingen in de film, die geïnspireerd zijn op de muzikale films van Hongkong uit de jaren '50, begin jaren '60 en die veel van mijn favoriete liedjes bevatten die ook mijn kindertijd hebben begeleid, heb ik ingevoegd als contrast tussen de sombere hedendaagse realiteit enerzijds en anderzijds een atmosfeer, een menselijke warmte, een communicatievermogen dat in de jaren '50-'60 bestond en dat ik nu niet meer terugvind."

U lijkt wel affiniteit te hebben met Robert Bresson.

"Ik houd veel van de cinema van Bresson, ik heb er altijd van gehouden. En het kan dus best zijn dat die me op een of andere manier heeft beïnvloed. Wat me het meest aanstaat bij Bresson is zijn zachte, begripvolle manier waarop hij de mens bekijkt. Ook ik probeer diezelfde blik te gebruiken bij mijn personages. Ik zou zelfs zeggen dat ik die personages creëer en toon precies omdat ik van hen houd, van wie dan ook: een straatventer die zijn zaakjes afhandelt, een kruimeldief die over straat loopt of iemand die naar zijn werk gaat..."

Waarom speelt de film zich af op de drempel van het jaar 2000?

"Dat is een overblijfsel van het originele project. De cultuurzender Arte had mij gevraagd voor een episode van een reeks tv-films over het komende millennium. Ik heb die opdracht niet aanvaard omdat ik geen tv-werk meer wilde doen, wel films. Maar ik vond dat uitgangspunt wel interessant van het aankomende jaar 2000 dat niet veraf meer is. Ik moest dus geen vreemde dingen uitvinden die ver afstaan van hetgeen we nu meemaken. Kijk naar de geforceerde economische ontwikkeling van Azië: die brengt volgens mij ook veranderingen teweeg in het leefmilieu waarvoor het Westen goed moet opletten omdat ik die erg gevaarlijk acht. In Indonesië, dat één van de landen met de snelste economische ontwikkeling van de jongste jaren is, worden wouden nu afgestookt in plaats van uitgekapt. De rookwolken bereikten ook het Maleisische grensdorp waar mijn moeder woont. Als gevolg daarvan moesten ze daar 24 uur op 24 uur een masker dragen. Ook viel de plaatselijke fabriek stil, omdat men het dorp van buitenuit niet meer kon bereiken; het was alsof er een quarantaine was. Ik denk dus niet dat ik erg overdrijf in de tekening van de leefomstandigheden. Wanneer ik naar het Westen kom, maak ik van de gelegenheid gebruik om daarover te praten omdat je met een film slechts één zaak kunt behandelen, terwijl ik het in gesprekken ook over andere zaken kan hebben."

Marcel Meeus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden