Dinsdag 10/12/2019

Het verleden temmen, terwijl het heden verwildert

Hoe gaan landen om met een pijnlijk verleden? Luc Huyse schreef er een rijk en wijs boek over. Het maakte David Van Reybrouck niettemin nostalgisch. Naar de jaren negentig, nog wel.

door David Van Reybrouck

Een van de weinige voordelen van de honderddertig burgeroorlogen die de wereld sinds 1945 gekend heeft, is dat ze mensen gedwongen hebben om grondig na te denken over hoe om te gaan met de erfenis van een pijnlijk, verscheurd en verzweerd verleden. Burgeroorlogen stoppen immers niet met het einde van de (para)militaire vijandelijkheden, maar kunnen jaren later nog voor wrok en haat zorgen. Het prille politieke herstel kan dan nog altijd uit evenwicht geraken. Precies om dat latente gevaar in te dijken heeft men er in het verleden dikwijls voor gepleit om niet al te hardhandig om te springen met de oorlogsmisdadigers van het pas afgelopen conflict. In Spanje koos men er na de dood van Franco in 1975 heel bewust voor om de schendingen van mensenrechten tijdens de dictatuur met de mantel der liefde te bedekken. Dat gebeurde met het oog op een spoedig herstel van de democratische rechtsstaat. Ook in Chili en Argentinië had men de duistere pagina's van het verleden liever onder de mat dan op tafel - pas de laatste jaren lijkt daar een verandering in gekomen. Dat soort vormen van amnestie, geloofde men, zou de wonde helen door er niet naar te kijken (inmiddels weten we beter), maar net zo goed kwam het voormalige machthebbers goed uit om voor zichzelf immuniteit te bepleiten. Regimewissels gingen vaak gepaard met onderhandelingen waarin aftredende leiders een vrijgeleide vroegen in ruil voor de macht. Zo probeerde in Zuid-Afrika de top van het apartheidsbestel immuniteit te verwerven door het met het ANC op een akkoordje te gooien - het ANC hapte niet toe. Want de rust die men misschien won, zou ten koste gegaan zijn van een zeer dierbaar goed: gerechtigheid.

Het alternatief voor straffeloosheid is de laatste decennia aan een enorme ontwikkeling bezig: hier gaat het om het opsporen, vervolgen en bestraffen van al wie zich aan schendingen van de mensenrechten schuldig heeft gemaakt. Het is de aanpak die zijn wortels vindt in de Neurenbergprocessen. Na '14-'18 kreeg Duitsland zware herstelbetalingen opgelegd, maar geen enkele individuele oorlogsmisdadiger werd gestraft. Na '40-'45 gebeurde dat wel. In Neurenberg knoopten de geallieerden de top van het naziregime op, maar eventuele oorlogsmisdadigers aan de kant van de overwinnaars gingen vrijuit. Dat Churchill zelf bijvoorbeeld, die door het bombarderen van nagenoeg alle Duitse steden onrechtstreeks toch het bevel gaf om drie miljoen burgers te doden, daar verantwoording voor moest afleggen zou absurd geleken hebben. Maar Neurenberg was wel een eerste stap om humanitaire rechtspraak veel internationaler te gaan bekijken. In 1948 stemden de VN een conventie aangaande genocide, in 1949 ontstonden de Conventies van Genève. Wereldwijd groeide het besef dat voor misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en grove schendingen van de mensenrechten geen straffeloosheid kon bestaan. In de jaren negentig - dat complexe maar zeldzaam morele decennium - kwam het denken daarover in een stroomversnelling. Na de oorlogen in Joegoslavië en Rwanda besloten de VN, voor het eerst in hun geschiedenis, over te gaan tot de oprichting van tribunalen, respectievelijk in Den Haag en in Arusha. Inmiddels experimenteerde België een tijdje met zijn interessante maar fel belaagde genocidewet. Het was een voorzichtige maar wat onhandige poging tot internationale jurisprudentie, naderhand vakkundig weggeblaft door Amerika. Maar datzelfde Amerika heeft niet kunnen verhinderen dat in Den Haag vanaf 2002 het Internationaal Strafhof van start is gegaan.

Amnestie of vervolging: lang leken dat de enige opties om met de herinnering aan oorlogsleed om te gaan. Maar ook vervolging is problematisch, vooral omdat het de vrede niet noodzakelijk dichterbij brengt. Wat men wint aan bestraffing, verliest men meteen weer aan verzoening. Strafrecht is bovendien ook nog eens duur, traag en voornamelijk gericht op de daders. Voor vele oorlogslanden die hun wonden likken is dat geen haalbare kaart. Bovendien blijft het leed van de slachtoffers dan onbenoemd.

Sinds de jaren negentig kwam er echter een derde, belangrijke tussenweg: die van de waarheids- en verzoeningscommissies, waarvan de Zuid-Afrikaanse veruit de bekendste is. Hier poogt men een evenwicht te vinden tussen de eis van gerechtigheid (vervolging) en verzoening. In Zuid-Afrika hanteerde men daarbij een (fel omstreden) notie van voorwaardelijke amnestie: misdadigers konden vrijuit gaan indien ze de volledige waarheid vertelden over de politieke overtredingen waarbij ze betrokken waren tijdens de apartheidsjaren. Slechts een op de zeven kwam in aanmerking voor amnestie, de anderen wachten nu nog altijd op een reguliere strafzaak. Het procédé slaagde er wel in een boel waarheid aan het licht te brengen en de sociale wonde te verzorgen in plaats van te verwaarlozen. Daarnaast konden meer dan twintigduizend slachtoffers hun gruwelverhalen over martelingen, ontvoerde partners, vermoorde kinderen en andere vormen van politiek geweld laten optekenen. Velen onder hen kwamen in aanmerking voor een bescheiden schadeloosstelling door de staat. De Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie was noch een heksenjacht noch een doofpotoperatie maar een integere poging tot zorgvuldige omgang met een pijnlijk en hardnekkig verleden. Tot vandaag blijft het als moreel monument een van de grootste juridische verwezenlijkingen van de afgelopen eeuw.

Het is over die veelzijdige, stormachtige ontwikkelingen, dat kluwen van strafhoven, tribunalen, internationale conventies, waarheidscommissies, amnestiemodellen, internationaal humanitair recht en universele jurisprudentie dat Luc Huyse een belangwekkend en glashelder boek heeft geschreven. Huyse, socioloog en emeritus-hoogleraar aan de Leuvense rechtenfaculteit, heeft al een leven lang aandacht voor wat hij noemt "de naweeën van oorlog". Zelf verklaart hij die belangstelling door te verwijzen naar die dag in september 1944 toen hij als kind de plunderingen zag van de huizen van collaborateurs in het pas bevrijde Kortrijk. Vijftien jaar geleden publiceerde hij een forse studie over repressie en collaboratie in België; in 2003 was hij coauteur van Reconciliation after violent conflict, een internationaal handboek voor beleidsmakers in post-conflictgebieden (een feit dat hij merkwaardig genoeg nergens vermeldt, uit bescheidenheid allicht). Die bifocale blik op België en de rest van de wereld is uniek en een ware verademing in tijden waarin myopie voor de lokale zaak hoe langer hoe minder internationale verziendheid met zich meebrengt. Huyse spreekt net zo vlot en nauwkeurig over Vukovar en Srebrenica als over de dwaze moeders van de Plaza de Mayo, de killingfields van Pol Pot, de wandaden van Mugabe en ja, de Vlaamse naoorlogse frustratie. Hij etaleert zijn eruditie nooit, maar ze resoneert mee op elke pagina van dit nieuwe boek. Net zoals zijn stijl trouwens. Luc Huyse beheerst als geen ander de kunst om complexe materie te behandelen zonder jargon. Liever lanceert hij een strakke metafoor. "Op pijn staat geen vervaldatum", schrijft hij mooi. Pinochet leek "gevaccineerd tegen vervolging". En regimes die zichzelf beoordelen, doen aan "straffen in eigen beheer". Korte, geserreerde zinnen schrijft hij, waarin nooit een passieve vorm voorkomt. In die stijl argumenteert hij en vertelt hij. Want zijn inzichten ontleent hij niet alleen aan het vele lezen, maar ook aan het vele reizen, voornamelijk in Afrika: Ethiopië, Zuid-Afrika, Zimbabwe, Burundi. Het meest hilarische reisverhaal komt echter uit het koninklijk paleis in Brussel. Huyse moest er bij Boudewijn komen, die piekerde over de vraag waarom men de collaboratie en het gedrag van zijn eigen vader tijdens de oorlog maar niet kon vergeven en vergeten. Huyse vroeg zich hardop af of men wel kon of mocht vergeten, waarop de vorst aanminnelijk opmerkte: "En u zijt professor aan de katholieke universiteit?" Het staat op pagina 137.

In essentie leest Niets gaat voorbij, behalve het verleden (een titel om verschrikkelijk jaloers op te zijn) als één lang pleidooi om met dat verleden in het reine te komen, om het te "temmen", zoals hij het ergens noemt, en dan bij voorkeur volgens de nieuwste opvattingen over transitional justice. Blanco amnestie is voor hem onaanvaardbaar, maar hardhandige vervolging is al even problematisch: "Oog om oog laat de wereld blind achter", zegt hij laconiek. Zuid-Afrika dient andermaal als startpunt voor een alternatief. Tegenover de figuur van Baltasar Garzón, de Spaanse onderzoeksrechter die als een nieuwe Elie Wiesel jaagt op alles wat bloed aan zijn handen heeft (van Pinochet tot de Spaanse overheid), plaatst Huyse de alhier minder bekende Alex Boraine, nochtans het ware juridische brein achter de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie en inmiddels een van de belangrijkste theoretici over alternatieve gerechtigheid in de wereld.

Nochtans gaat Huyse heel omzichtig te werk. Na een lange aanloop wordt pas halverwege het boek duidelijk waar hij naartoe wil. Die schroom is even sierlijk als overbodig: tien jaar na de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie, na duizenden essays pro en contra, na de voortreffelijke, ook in het Nederlands verkrijgbare boeken van Antjie Krog en Desmond Tutu (te midden van honderden anderen) was het misschien niet langer nodig om alle argumenten nog eens op een rijtje te zetten - al komt het de volledigheid ten goede.

Echt spannend wordt het wanneer hij kijkt naar het succes van waarheidscommissies buiten Zuid-Afrika. Sinds 1982 vonden er een dertigtal plaats, van Bolivië tot Liberia. Een tiental daarvan staat 'als hele of halve mislukkingen bekend', vaak door de onwil van de oude machthebbers. Maar overal elders hielp die instelling om het aantal leugens over historische gruwelen te decimeren, om de slachtoffers een stem te geven en om een proces van nationaal herstel te bewerkstelligen. Huyse is nuchter genoeg om te beseffen dat het Zuid-Afrikaanse succes ook te wijten was aan een redelijke economie, een stevig middenveld, het charisma van Tutu en Mandela, de kracht van de kerken en de enorme internationale steun: allemaal factoren die niet noodzakelijk elders ook aanwezig zijn. Maar hij is niet cynisch genoeg om te besluiten dat het dan maar een maat voor niks is. Alleen pleit hij ervoor om rekening te houden met de lokale situaties, om realistisch te blijven, om alternatieven uit te proberen: een deel voorwaardelijke amnestie, een deel vervolging, een deel traditionele rechtspraak (zoals in Rwanda), een deel plaatselijke rituelen. Hij heeft geen wondermiddelen, enkel afwegingen.

Een van de frappantste afwegingen is zijn slotpleidooi tegen de 'juridische fundamentalisten' van Amnesty International, Human Rights Watch en het Internationale Strafhof. Onvoorwaardelijk en onmiddellijk vervolgen brengt niet altijd verzoening, zo stelt hij. In Spanje begint men pas na dertig jaar te graven in de historische verantwoordelijkheden: intussen is in het land een democratische cultuur kunnen groeien. Soms kan het zinvoller zijn om tribunalen wat later van start te laten gaan, eerst nadat de rust enigszins is teruggekeerd. Terecht waarschuwt hij voor het gevaar van een juridisch kolonialisme waarbij westerse instellingen eenzijdig dicteren wat verpauperde landen, vaak in de derde wereld, moeten ondernemen. Jammer genoeg wijdt hij daarbij weinig woorden aan de verhouding tussen Servië en Den Haag, terwijl nergens de grenzen van het internationale strafrecht duidelijker blijken dan in het groeiende isolement van Servië.

Luc Huyse erkent zijn "uitgesproken vooruitgangsgeloof" als hij terugblikt op de inderdaad spectaculaire ontwikkelingen van het internationaal humanitair recht en de zogenaamde overgangsjustitie. Misschien komt het daardoor dat hij volstrekt geen aandacht heeft voor de recente maar enorme gevaren die die precaire verworvenheden bedreigen. De herziening van de veiligheidsdiensten overal in het Westen, de CIA-vluchten en -gevangenissen, de gedetineerden van Guantánamo Bay (hoe lang zitten ze er nou al? En hoeveel advocaten of aanklachten hebben ze inmiddels gezien?), de pas gestemde Amerikaanse wet die martelen toestaat, het schaamteloos opvragen van betalingsgegevens wereldwijd, het rammelen aan de Conventies van Genève, het afdreigen van landen die het Internationaal Strafhof in Den Haag erkennen en bovenal het desastreuze imiteren van die nieuwbakken morele code buiten Amerika, dat alles bedreigt de subtiele rechtsvoorstellen van de afgelopen decennia méér dan de diehards van Amnesty International en Human Rights Watch. De VS kunnen niet langer een moreel gezag claimen, maar gaan niettemin lustig door de planeet te verzieken, terwijl de VN op apegapen liggen, de EU er niet in slaagt een vuist te maken en nieuwe machtsblokken zich uitsluitend economisch profileren. Hoe vrijwaren we de prachtige verworvenheden van de jaren negentig voor de toekomst? Wat is de waarde van post-conflict reconciliation als de wereld naar een pre-conflictsituatie evolueert? En wat leren we uit die regionale traumaverwerking nu er een nieuw mondiaal trauma dreigt? Het is jammer dat Huyse aan die nieuwe maar wezenlijke wending geen reflecties wijdt, en dat terwijl we zijn luciditeit vandaag zo nodig hebben. Alles gaat voorbij, behalve het verleden is een wijs boek dat bewijst dat mildheid geen belemmering hoeft te zijn voor scherpzinnigheid. Maar het heden doet vrezen dat alles voorbij gaat, zélfs dat recente verleden waar dit boek zo trots over bericht. De titel maakt niet alleen jaloers maar ook nostalgisch.

'Een verleden lang', met Luc Huyse, Marguerite 'Maggy' Barankitse, Antjie Krog en Ingrid Vander Veken, op zondag 15 oktober om 16 uur in de Grote Zaal.

> Luc Huyse was tot 2000 professor sociologie aan de KU Leuven. Hij schreef verscheidene boeken die tot het klassieke politieke patrimonium van België horen.

> Bij Kritak verschenen van hem onder meer:

De gewapende vrede (1980)

De verzuiling voorbij (1987)

Onverwerkt verleden (1991)

De politiek voorbij (1994)

> Bij Van Halewyck verschenen van hem onder meer:

De lange weg naar Neufchâteau (1996)

De opmars van de Calimero's. Over verantwoordelijkheid in de politiek (1999)

Gullivers probleem. Essay over de toekomst van de politiek (2002)

Over politiek (2003)

> Antjie Krog: De kleur van je hart (Mets en Schilt, 2000). Een persoonlijk verslag van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie door de dichteres en radiojournaliste.

> Desmond Tutu: Geen toekomst zonder verzoening (Bezige Bij, 1999). Indrukwekkend verslag van de voorzitter van de Commissie.

> Samantha Power: Een probleem uit de hel: Amerika, het Westen en het tijdperk van de genocide (Contact, 2003). Won een Pulitzer voor non-fictie. Rijk gedocumenteerd en krachtig geschreven.

Amnestie of vervolging: lang leken dat de enige opties om met de herinnering aan oorlogsleed om te gaan. Sinds de jaren negentig kwam er echter een derde, belangrijke tussenweg: die van de waarheids- en verzoeningscommissies

Huyse spreekt net zo vlot en nauwkeurig over Vukovar en Srebrenica als over de dwaze moeders van de Plaza de Mayo, de killingfields van Pol Pot, de wandaden van Mugabe en ja, de Vlaamse naoorlogse frustratie. Hij etaleert zijn eruditie nooit, maar ze resoneert mee op elke pagina van dit nieuwe boekIn essentie leest 'Niets gaat voorbij, behalve het verleden' als één lang pleidooi om met ons verleden in het reine te komen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234