Zondag 27/09/2020

Het verlangen naar niet weten

Hoe komt het dat de politieke denkbeelden van de naoorlogse Franse filosofen, ondanks hun radicaliteit, zo contra- productief op het functioneren van de samenleving hebben ingewerkt? Ja, in feite zelfs zijn uitgelopen op een poging om de politiek te vermoorden? Op die vragen poogt de jonge Nederlandse filosoof (°1973) Luuk Van Middelaar een antwoord te geven in zijn spraakmakende boek Politicide. De moord op de politiek in de Frans filosofie. 'De grote mythe van de filosofie is een samenleving waarin alle mensen harmonisch met elkaar kunnen leven.'

door Piet de Moor

Luuk van Middelaar

Van Gennep, Amsterdam, 253 p., 798 frank.

De naoorlogse generaties Franse filosofen die u beschrijft, van Sartre en Merleau-Ponty tot Foucault en Deleuze, hebben allemaal gemeen dat ze radicale denkers zijn. Waar komt dat extremisme vandaan?

Van Middelaar: "Vermoedelijk uit een afkeer van de parlementaire democratie, een samenlevingsmodel dat een beetje schimmig is omdat er compromissen met de werkelijkheid gesloten moeten worden. In de praktijk kun je de dingen immers maar zelden zo regelen als je zou willen. Maar als je gaat denken zonder met de realiteit rekening te houden, kom je bij radicale denkbeelden uit. Bovendien, als je, in navolging van Jean-Jacques Rousseau, machtsuitoefening altijd veroordeelt als machtsmisbruik, kun je geen kritiek meer uiten op de macht en niet meer onderscheiden welke vorm van macht rechtmatig is en welke niet. Zo sla je jezelf je filosofische wapens uit handen, want de politici gaan je verwijten dat je leeft in een wereld van abstracte Spielerei."

Jean-Paul Sartre is in dit verband waarschijnlijk het bekendste voorbeeld.

"Ja, de twee sleutelbegrippen bij Sartre zijn de revolutie en de bevrijding. Hij haalde zijn inspiratie uit de Franse Revolutie. Sartre kon helaas maar niet begrijpen dat niet elke revolutie tot bevrijding leidt, hoewel de ontwikkeling na de Russische Revolutie dat toch overtuigend had aangetoond. Die was uitgelopen op een totale, onmenselijke ontkenning van vrijheid en gelijkheid.

"Voor Sartre is de mens een project, leeg en vrij. Hij kan op elk moment beslissen wat hij wil zijn en hoeft geen rekening te houden met zijn sociale omstandigheden of zijn psychologie. Dat sprak destijds ontzettend aan, want in Frankrijk wou men in 1945 een directe breuk met het verleden, met Vichy en Auschwitz. Sartre veroordeelt mensen die zich verschuilen achter allerlei omstandigheden om te zeggen dat ze niet vrij zijn. Dat je arm was of een moeilijk jeugd had gehad was voor hem geen argument. Wie met zo'n smoes voor de dag kwam, was 'te kwader trouw'. Sartre wees elke vaste moraal af. Het nieuwe is altijd goed, want het brengt bevrijding."

Sartre legt ook de loodzware plicht van totale verantwoordelijkheid op.

"Zijn idee van absolute verantwoordelijkheid komt voort uit het feit dat de wereld voor hem alleen uit mensen en dingen bestaat. Het gaat om een absoluut en keihard dualisme. Elk individu is verwikkeld in een strijd met andere individuen. Bij Hegel is dat de dialectiek van meester en knecht. De mensen zijn kleine gevechtseenheden die met elkaar strijden. Tussen de mensen onderling ontstaat geen enkele vorm van gedeelde identiteit, geschiedenis, betekenis of taal. Dat betekent dat het individu in zijn eentje verantwoordelijk is voor alles wat gebeurt. Dat leverde een megalomane getuigenispolitiek op die maakte dat je in elke petitie in Le Monde op de naam van Sartre stuitte, voor wat voor goede zaak ook, waar ook ter wereld."

Er was wel kritiek op Sartre, maar die werd niet gehoord in het publieke debat?

"Nauwelijks. Denkers als Albert Camus en Raymond Aron kritiseerden het bestaan van de Sovjetkampen. Maar dat werd afgedaan als Amerikaanse propaganda en leugens van rancuneuze emigranten. Sartre heeft in 1950 samen met Maurice Merleau-Ponty een lang stuk gepubliceerd in het tijdschrift Les Temps Modernes waarin beide auteurs erkennen dat in de Sovjetkampen waarschijnlijk tien miljoen mensen werden vastgehouden. Maar toch zagen ze daar geen reden in om van mening te veranderen. Alle argumenten die je tegen die praktijk kon inbrengen, werden van tafel geveegd. Dat is werkelijk ongelooflijk, ik las dat met verbijstering. Ik vind juist dat je ook moet nagaan of ideeën iets opleveren, en wat dan wel."

De rode draad in uw betoog is de invloed van de wereld-beschouwing van de geëmigreerde Rus Alexandre Kojève.

"Misschien is hij voor het grote publiek de grote onbekende, maar Kojèves rol werd al onmiddellijk na 1945 erkend. Tot in de jaren dertig was Hegel een volslagen onbekende in Frankrijk, maar dat veranderde abrupt na 1945, toen was hij plotseling erg in de mode. Iedereen sprak over dialectiek, de marxisten voorop. Die grote omslag is in de eerste plaats het gevolg geweest van de colleges over Hegel die Kojève van 1933 tot 1939 heeft gegeven aan de Ecole des Hautes Etudes in Parijs.

"Van Hegels Phänomenologie des Geistes, een van de moeilijkste en taaiste geschriften uit de geschiedenis van de filosofie - een boek dat ogenschijnlijk over kentheorie ging - maakte Kojève een wervelende wereldgeschiedenis vol bloed en strijd. Daarmee wist hij zijn leerlingen als Merleau-Ponty, Aron, Bataille en Lacan enorm te fascineren. Die studenten namen na de oorlog sleutelposities in het Franse intellectuele leven in. Kojève moet een charismatisch genie zijn geweest. Ik heb een aantal memoires gelezen van filosofen die allemaal beweren dat Kojève de intelligentste en briljantste mens was die ze in hun hele leven hadden ontmoet.

"Juist omdat Kojèves theorie door haar radicaliteit zo vreselijk was, was ze zo betoverend. Zijn basisidee was dat mensen pas waarlijk mens worden door een strijd op leven en dood, een strijd om de strijd, een strijd om het prestige, een strijd om niets dus. Volgens Kojève werd je pas echt mens als je de dood in de ogen had gezien. Dat had hij aan Heidegger ontleend. De politiek was de arena waarin de strijd plaatsvond. Elke revolutie is bloedig, want anders telt ze niet, vond hij. Daarom was Mei '68 voor Kojève geen echte revolutie, want er vielen niet eens doden."

Waar kunnen we Kojève historisch plaatsen?

"Kojève had zich in de gevangenis onder het oog van zijn communistische bewakers tot het communisme bekeerd. Toch was hij in 1920, hij was toen achttien, uit Moskou gevlucht, omdat hij voorvoelde dat er jaren vol terreur zouden volgen. Stalin zou hem gelijk geven. Van Berlijn ging hij naar Parijs. De opbrengsten van zijn beleggingen in de kazen van 'La vache qui rit' werden tijdens de beurskrach van 1929 gedecimeerd. Toen moest hij wel een baantje zoeken. In de zomer van 1933 heeft hij in een soort trance vier keer Hegels Phänomenologie des Geistes gelezen om zich voor te bereiden op zijn colleges. Volgens Kojève ging Hegels werk over Napoleon, ook al komt Napoleon er nergens in voor."

De gekte bereikte een hoogtepunt toen hij in 1959 het Japanse snobisme als een alternatief voor the American way ging propageren.

"Dat was een niet-destructieve vorm om het bestaande te ontkennen. Het was een keuze voor het lege ritueel, het no-theater, het plegen van harakiri, het bloemschikken en de theeceremonies. Kojève had een reis naar Japan gemaakt en was afschuwelijk verliefd geworden op een Japans meisje waar hij een korte relatie mee had gehad. Waarschijnlijk was hij daar erg door aangeslagen.

"Kojève was een bureaucraat. Hij was na de oorlog tot de conclusie gekomen dat de geschiedenis afgelopen was en dat er niets meer te doen en te denken viel. Daaruit trok hij zijn consequenties en hield op een academisch filosoof te zijn. Hij besloot om de laatste praktische problemen uit de weg te helpen ruimen en werd ambtenaar bij Economische Zaken. Door sommigen werd hij ten tijde van De Gaulle beschouwd als de enige belangrijke man in heel Frankrijk. Door zijn grote intelligentie had hij een enorm gezag en iedereen was onder de indruk van hem. Zelf schreef hij daarover: 'De Gaulle beslist over de force de frappe en over de relaties met Rusland, en ik, Kojève, beslis over de rest.' Hij was een rechtse marxist."

U valt terug op het idee van de verscheurdheid van individu en samenleving om al die harmonieuze modellen die uitlopen op totalitarisme van u af te schudden.

"De grote mythe van de filosofie is een samenleving waarin alle mensen harmonisch met elkaar kunnen leven. Dat is het Utopia van Thomas More, de eeuwige vrede van Immanuel Kant, de klassenloze maatschappij van de marxisten. De marxisten zochten het in de economische ontwikkeling en de kantianen in een morele perfectionering of in het ideaal van de mensenrechten. Ze dachten dat daardoor een einde kon komen aan alle conflicten en dus aan de geschiedenis tout court. Maar dat moet nu juist niet. Er zitten allerhande conflicten in de mens zelf. Dat heeft inderdaad te maken met de individuele zowel als de maatschappelijke verscheurdheid. Als je doet alsof die verscheurdheid niet bestaat, kan dat leiden tot een vorm van terreur die het resultaat is van de oplegging van dat ene ideaal."

Wat is de stand van onze democratie?

"Ze is teer aan het worden. Ik zou niet zeggen dat het er goed mee gaat. Het heeft nog het meest te maken met de dominantie van het geld in de politiek. Het politiek debat wordt gedomineerd door de geldverdeling, ook als er begrotingsoverschotten zijn. Op die manier slaagt de politiek er niet meer in de noodzakelijke afstand te behouden tot de maatschappij. Als de politici erkennen dat ze machteloos staan tegenover de macht van het geld, de globalisering, de internationale wisselkoersen en tal van andere marktmechanismen, is het normaal dat de burgers gaan denken dat de politiek net zo goed afgeschaft kan worden. Als de politiek volledig samenvalt met de economie - wat in steeds grotere mate het geval is -, dan wordt de democratie uitgehold.

"Er wordt gesproken over de BV Nederland en de NV België. Maar dat is natuurlijk een krankzinnige gedachte, het gebruik van dat soort metaforen wijst op de totale economisering van de politiek. Wie is de baas van de NV België? Guy Verhofstadt? Zijn de Belgen alleen nog aandeelhouders of consumenten van de producten die de NV België levert? Kan deze NV België fuseren met de BV Nederland als dat de aandeelhouders beter uitkomt? Dat is absurd, omdat een natie ook een historische gemeenschap is, waar je niet naar willekeur uit kunt stappen. Bovendien worden in dat geldperspectief alle andere belangrijke maatschappelijke vragen buiten beschouwing gelaten."

Zoals?

"Neem het rechtendebat. Politieke dilemma's worden vertaald in rechten die je aan iedereen geeft. Tijdens de filediscussie wou iemand van de Nederlandse liberale VVD het probleem oplossen door de mensen het recht op mobiliteit te geven. Dat is belachelijk. Als de ene partij het recht op mobiliteit claimt, dan gaat de andere het recht op een schoon milieu opeisen, terwijl de bezorgde moeders het recht opeisen om veilig de straat over te kunnen steken. Ook als al die verschillende verlangens zich hebben getransformeerd in rechten, staan ze nog net zozeer tegenover elkaar als toen het alleen nog maar verlangens waren. Daarmee is dus helemaal niets opgelost. Over het rechtendebat zou eens goed nagedacht moeten worden, want zo kan het niet verder."

De theoreticus van de democratie als het maatschappelijk systeem dat de grootste vrijheid kan garanderen is de filosoof Claude Lefort. Waarom is hij zo belangrijk? Hij beschrijft toch alleen maar de mechanismen van het democratisch systeem dat hij aanprijst?

"Maar dat is al heel wat. De meeste Franse filosofen hebben zich daar nooit druk over gemaakt. Ze hadden er geen moeite mee om de democratie gelijk te schakelen met totalitaire regimes. Sartre schreef in 1952 dat de Russische arbeider zijn land niet mocht verlaten en dat de Franse arbeider geen geld had om in het buitenland op vakantie te gaan. Hij weigerde daar onderscheid in te maken. 'Elections, piège à cons', 'verkiezingen, een valstrik voor sukkels' was zijn adagium.

Lefort maakt dat principiële onderscheid wel en toont aan dat de democratie expliciet laat zien dat ze niet weet wat het beste is. Dat noemt hij de leegte in het hart van de democratie, wat gesymboliseerd wordt door het feit dat we om de vier jaar naar de stembus gaan om nieuwe politieke leiders te kiezen.

"De politiek mag niet wegzakken in de samenleving. Als de politiek allerlei vitale overheidstaken privatiseert, krijg je meer strijd tussen sterken en zwakken. Als er door de staat niet bemiddeld wordt, winnen de sterken altijd. Op den duur blijft er niets meer over voor de politiek en belanden we in een natuurstaat van allen tegen allen. Dan scheppen we een nieuwe kapitalistische barbarij zoals in Rusland, waar de staat bestaat uit elkaar beconcurrerende maffiose clans.

"Maar de scheiding tussen politiek en maatschappij betekent ook dat de staat zich niet met alles moet bemoeien en niet voortdurend betuttelend moet ingrijpen in het leven van de burgers, die toch bijvoorbeeld zelf moeten weten of ze willen roken of niet. Ik ben ook tegen de invoering van het referendum, omdat het de mythe in het leven roept dat het volk één wil zou hebben en dat de staat die wil moet uitvoeren."

In tegenstelling tot de meeste moderne denkers gelooft Lefort niet dat de mens alleen uit is op zelfhandhaving. Waarom niet?

"Hoe kun je anders verklaren dat de mensen zich gedurende de hele geschiedenis massaal in oorlogen hebben gestort? Als je de zelfhandhaving als het enige basisprincipe hanteert, mis je iets heel belangrijks. Lefort zegt dat behalve het verlangen naar zelfhandhaving ook het verlangen niet te weten een rol speelt. Mensen blijken bereid voor hun koning of hun staat te sterven omdat die 'goed' voor hen is; ze hebben helemaal geen zin alle kwade kanten, misdaden zelfs soms, te bekijken, omdat ze het ideaal zuiver willen houden. Daarom grijpen de mensen zo vaak naar de mythe van de 'slechte' raadgever die de 'goede' leider verkeerde adviezen geeft. Als je zo tegen de wereldgeschiedenis aankijkt, kun je misschien een heleboel afschuwelijke en op het eerste gezicht onbevattelijke werkelijkheden alsnog begrijpen."

'Als de politici erkennen dat ze machteloos staan tegenover de macht van het geld, is het normaal dat de burgers gaan denken dat de politiek net zo goed afgeschaft kan worden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234