Donderdag 06/05/2021

Tsarendochter

Het verhaal van Ramses Shaffy's flamboyante moeder: slinkse oplichtster of tsarendochter?

De flamboyante moeder van Ramses Shaffy: de vrouw die eigenlijk een tsarendochter wilde zijn. Beeld DM
De flamboyante moeder van Ramses Shaffy: de vrouw die eigenlijk een tsarendochter wilde zijn.Beeld DM

Eén van de vrouwen die beweerden een dochter van tsaar Nicolaas II te zijn, was Ramses Shaffy's moeder, Alexandra Thérèse de Wysocka. Ze verkeerde in de Europese jetset, maar van haar zoontje Ramses deed ze in 1939 afstand. Over de in 2009 overleden zanger hebben altijd de wildste verhalen de ronde gedaan. De werkelijkheid was vaak nog spectaculairder dan gedacht.

Hoe bijzonder de vrouw was, bleek nog maar eens toen uitgeverij Prometheus, die in 2011 zijn biografie publiceerde, werd benaderd door een advocatenkantoor. Er was daar een koffertje opgedoken dat decennia eerder in bewaring was gegeven. Het bleek vol brieven en andere persoonlijke papieren te zitten van Shaffy's moeder. Ze zou een gravin van Pools-Russische afkomst zijn geweest, maar ze beweerde in werkelijkheid niemand minder te zijn dan groothertogin Olga Romanov, oudste dochter van de laatste tsaar.

Shaffy had gelukkige herinneringen aan zijn vroegste jeugd, toen hij met zijn moeder in hotels aan de Franse Côte d'Azur woonde. Hij beleefde er avonturen op het strand, reed in een luxe trap-autootje over de boulevard en zong de Russische liedjes die zijn moeder hem geleerd had. Vlak voor de oorlog stuurde ze haar zesjarige zoontje naar familie in Nederland en liet daarna jarenlang niks van zich horen. Pas in 1946 kwam ze hem halen, maar de jonge Ramses bleef bij het Leidse pleeggezin dat hem liefdevol had opgenomen. Hij zou haar nog sporadisch opzoeken in Brussel, waar ze was gaan wonen.

De Wysocka zwierf in de Belgische hoofdstad van adres naar adres, zo blijkt uit de brieven in het koffertje, die grotendeels dateren uit de periode 1947-1954. Ze woonde in chique pensions en wekenlang logeerde ze zelfs in het prestigieuze hotel Astoria. De directeur daar vroeg haar in een beleefd briefje of ze bereid was voor de gasten te musiceren. Ze moet een uitstekende pianiste zijn geweest, gespecialiseerd in het werk van Franz Liszt. Daarvan getuigen ook andere brieven, onder meer van de Utrechtse burgemeester De Ranitz, een groot liefhebber van die componist.

In haar correspondentie gaat het vooral over allerlei duistere intriges. Zo probeerde ze te bewijzen dat er een kostbare parelcollier van haar gestolen was. Iemand was bereid te verklaren dat hij haar die had zien dragen op recepties. Voorts deed ze vruchteloze pogingen om een visum voor Frankrijk te krijgen. Door de tussenkomst van een jaloerse vrouw zou ze er volgens haar ten onrechte tot ongewenste vreemdeling verklaard zijn. Bovenal werd ze in beslag genomen door haar 'ware' identiteit, die ze verborgen zei te willen houden uit angst voor de Russische geheime dienst. Als Olga Romanov schreef ze ministers aan, om aandacht te vragen voor haar precaire situatie, ze stuurde zelfs telegrammen naar de Amerikaanse president, vol politieke adviezen. En niet te vergeten: ze probeerde bij buitenlandse banken enorme tegoeden los te krijgen.

Een gekkin, zou je denken. Zoon Ramses heeft haar ook zo genoemd in een van zijn liedjes: 'Ver van onze wereld, ver van ons verdriet, ver van ons dagelijks leven, en daarom is gek zijn, zo gek nog niet.'

Hoe labiel ze waarschijnlijk ook was, De Wysocka slaagde er wel in zich te omringen met gerenommeerde advocaten, zoals Henri Rolin, de voorzitter van de Belgische Senaat. Zelfs de gouverneur van de Belgische Centrale Bank werd door haar ingeschakeld. Die kende ze persoonlijk, getuige een handgeschreven briefje van hem.

Dat ze een dochter van de tsaar was, lijkt uitgesloten. Vrijwel alle historici gaan ervan uit dat Nicolaas II met zijn gehele gezin door de bolsjewisten is vermoord in de vroege ochtend van 17 juli 1918. De stoffelijke resten die na de val van de Sovjet-Unie in de buurt van hun verbanningsoord Jekaterinenburg werden gevonden zijn jaren geleden al na DNA-onderzoek geïdentificeerd. Omdat de Russisch-orthodoxe kerk toch nog niet overtuigd was, werd dit najaar een nieuw onderzoek gestart, waarvoor onlangs de overblijfselen van Nicolaas' vader, tsaar Alexander III, zijn opgegraven.

Lange tijd deden geruchten de ronde dat één of meerdere leden van het gezin het bloedbad hadden overleefd. Her en der doken na 1918 tsarendochters op.

null Beeld PRIVE ARCHIEF
Beeld PRIVE ARCHIEF

Over Alexandra de Wysocka is weinig terug te vinden in de krantenarchieven. Wel werd haar naam op 15 maart 1929 vermeld in Le Figaro en een aantal kleinere Franse kranten. De gravin was door een Syrische advocaat voor het gerecht gedaagd. Ze zou hebben beweerd groothertogin Olga te zijn, om hem grote bedragen af te troggelen met als onderpand Russische kroonjuwelen. Gravin De Wysocka ontkende echter zich ooit voor Olga te hebben uitgegeven en spande op haar beurt een proces aan tegen de Syriër, wegens misbruik van vertrouwen en verduistering van haar erfenis. De kranten melden niet hoe die zaak is afgelopen.

Meer duidelijkheid verschaft een dik dossier dat de Belgische Vreemdelingendienst bijhield over de gravin. Het leest als een charmante schelmenroman. De eerste berichten dateren uit 1924, De Wysocka woonde toen in Egypte en probeerde familiejuwelen in te voeren zonder invoerrechten te betalen. Ze leende grote bedragen om ze te verzekeren, zonder ooit iets terug te betalen. Een jaar later werd ze gesignaleerd door de politie in Frankrijk, waar ze eveneens grote bedragen had geleend, met als onderpand juwelen uit de schatkist van de tsaar, die vals bleken te zijn.

Ondertussen leefde ze er vrolijk op los, een spoor van openstaande rekeningen en ongedekte cheques achterlatend. De Franse politie noemde haar 'zeer doortrapt'.

Egyptische consul

Begin jaren dertig wist ze de Egyptische consul in Parijs aan de haak te slaan: Ramsès Chaffey Bey. In 1933 werd hun zoon Ramses junior geboren. De Egyptische autoriteiten dwongen de consul te kiezen tussen zijn carrière en zijn vrouw, die hem voortdurend in opspraak bracht. Hij verstootte De Wysocka, die in 1934 Frankrijk werd uitgezet.

Ze vestigde zich met haar zoontje in Brussel, waar ze een bediende en een kindermeisje in dienst nam en een half jaar later alweer dik in de schulden zat. Ze ontving geheimzinnige bezoekers, onder wie een Bulgaarse minister, fluisterde men, en er werden vaak aangetekende stukken en telegrammen bij haar bezorgd. 'Ze zou een spion kunnen zijn', schreef een rechercheur in zijn rapport. En in ieder geval een oplichtster: ze leende grote bedragen voor een rechtszaak die haar veel geld zou opleveren, beweerde ze, maar de procedurestukken die ze ten bewijze had getoond, zouden vervalsingen zijn geweest.

Eind 1935 werd De Wysocka met haar zoontje door de Belgische autoriteiten bij Moeskroen de grens overgezet, terug naar het land waar ze al tot ongewenste vreemdeling was verklaard. Een maand later werd ze in Brussel bij verstek veroordeeld tot twee jaar cel vanwege onder meer oplichting en ongedekte cheques.

In Frankrijk wist ze nog een aantal jaren haar avontuurlijke leven voort te zetten, maar vlak voor de oorlog keerde haar geluk. In oktober 1939 veroordeelde de rechtbank van het Zuid-Franse Grasse haar tot drie jaar. Aanklacht: schending van het uitwijzingsbevel uit 1934 en gebruikmaken van een valse identiteit. Dit keer moest ze echt naar de gevangenis.

null Beeld Privé archief
Beeld Privé archief

Tranen op het perron

Niemand vertelde de jonge Ramses waarom zijn moeder hem in het najaar van 1939 naar haar zus in het koude Nederland stuurde. Over het voor hem zo traumatische afscheid zou hij later een aangrijpend lied schrijven, De trein naar het Noorden (1972): 'Ze stond onbeweeglijk, in tranen op het perron, toen ik klein was, in de trein naar het Noorden.'

Het grote raadsel in de biografie van Shaffy is dankzij het Belgische Vreemdelingendossier nu opgelost: waarom zijn moeder hem in de steek liet. Pas in juli 1946 kwam ze uit de gevangenis, waarna ze onmiddellijk een visum aanvroeg voor Nederland, om haar zoon op te halen. Toen ze haar straf in Frankrijk had uitgezeten, was de gravin eind 1942 naar België overgebracht, waar ze eerder bij verstek was veroordeeld. Pas na aankomst bleek die straf te zijn verjaard, maar vrijgelaten werd ze niet. Afwisselend verbleef ze in de gevangenis van Vorst, het Interneringscentrum voor vreemdelingen in Brugge en een instelling voor gedetineerden met psychische problemen. In 1943 werd een psychose vastgesteld, later luidde de diagnose dat ze verminderd toerekeningsvatbaar was, maar geen duidelijke stoornis had.

Ook tijdens haar detentie bleek ze in staat te zijn goede contacten op te doen. Onder meer met een aalmoezenier van goede komaf, bij wiens familie ze na de oorlog regelmatig zou logeren. Verder ontfermde Louis Braffort zich over haar, deken van de Belgische orde van advocaten en verzetsstrijder. Hij werd echter kort voor het einde van de oorlog vermoord. Een andere advocaat verklaarde later dat de deken interessante stukken bezat over de afkomst van De Wysocka, maar die zijn nooit opgedoken.

Na haar vrijlating hernam ze in Brussel haar oude leventje, al benadrukte ze meer en meer dat ze eigenlijk Olga Romanov was. Medewerkers van justitie konden hun frustratie nauwelijks verbergen over die zogenaamde tsarendochter, die op hun vragen willekeurige antwoorden gaf, alle regels aan haar laars lapte en schermde met haar goede contacten. 'Deze vrouw heeft beschermers, zoals alle grote schoften', staat in een kattebelletje. Toen ze in 1955 opnieuw veroordeeld werd, tot vijf jaar dit keer, kwam ze na ruim een jaar weer vrij, tot ergernis van de chef van de Vreemdelingen-politie.

null Beeld Privé archief
Beeld Privé archief

Rijke verbeelding

Misschien was De Wysocka een geraffineerde oplichtster, maar je krijgt de indruk dat ze vooral het slachtoffer was van haar eigen verbeelding. Senaatsvoorzitter Rolin omschreef haar in een brief aan burgemeester De Ranitz als eerlijk, maar extreem romantisch, een vrouw die overal mysterieuze samenzweringen zag. Hij voegde daaraan toe dat ze belangrijke bezittingen in het buitenland leek te hebben.

In de jaren zestig kwam de gravin in rustiger vaarwater. Ze was inmiddels erkend als politiek vluchteling, verbleef lange tijd in Zwitserland en woonde daarna jarenlang in de Résidence Diplomate, een statig appartementengebouw in de Brusselse gemeente Sint-Gillis. Haar advocaat bekostigde de huur en haar levensonderhoud. Medio 1968 gaf ze aan naar Nederland te zullen vertrekken, waarna ieder spoor ontbreekt. De meeste Vreemdelingendossiers van voor 1973 zijn hier vernietigd.

Zoon Ramses heeft ooit verteld dat zijn moeder gestorven is in een tehuis, goed verzorgd. Verder heeft hij nooit veel over haar losgelaten. Behalve dan dat ze een groot talent had om gelukkig te zijn en prachtig kon pianospelen.

Sylvester Hoogmoed schreef een biografie over Ramses Shaffy en werkt nu aan een boek over diens moeder.

undefined

null Beeld Privé archief
Beeld Privé archief
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234