Maandag 25/05/2020

Het verhaal van journalist David Simon, het meesterlijke non-fictieboek ‘Homicide’ en de baanbrekende televisiereeks ‘The Wire’De waarheid aan de k(r)ant

Uitgeverij Ambo had vast de beste wervende bedoelingen met de nieuwe ondertitel voor dit monument van 600 bladzijden: De rauwe werkelijkheid van de Amerikaanse misdaad. Zoals de onbetwiste helden van de Baltimore Police Department Homicide Section weleens doen om de verveling te doden, trapt hij echter een open deur in. Dat is precies wat Homicide niet deed toen het boek in 1991 verscheen. Het deelde wel rake klappen uit, schoot de mythe van de Amerikaanse detective aan flarden.

Bloed op straat

Uit een recensie in Entertainment Weekly van juli 1991: “Vergeet Kojak en Columbo. Vergeet ook Ed McBain en Joseph Wambaugh. De echte wereld van de stedelijke moordbrigade kent nauwelijks car chases of shoot-outs, geen slimme moordmethoden of celebrity killings. Van het bloed op straat tot de snedige gesprekken in de vergaderzaal van de brigade, van de etiquette bij een autopsie tot de intriges en het politieke gekonkel op het operationele centrum, biedt Simon ons de Eenheid Moord op ronde - een afschuwelijk, somber fascinerend, zuigend zwart gat - zoals die nog nooit tevoren is gezien.” Maar achttien jaar geleden zag de werkelijkheid er ingrijpend anders uit dan vandaag, en vandaag is die van de misdaad nooit nog écht Amerikaans. Wat valt er ons, die intussen heel wat horden van rauw realisme hebben genomen in film, op (reality) tv of pc, nog te vertellen? Is die rauwe werkelijkheid al niet doorbakken? Vierde de reality show COPS in 2007 niet zijn 20ste verjaardag? Is het aantal misdaden met geweld in de VS niet spectaculair gedaald?

Krant aan de kant, deel 1

Voor de schrijver van Homicide is vandaag de rauwe werkelijkheid zelf de misdaad geworden. Hij moet het destijds intuïtief hebben aangevoeld. Als een filosoof ging hij haast letterlijk met de lantaarn op zoek naar een mens, een wereld, een werkelijkheid die zijn honger kon stillen. In het licht van zijn huidige wereldfaam, is het erg bijzonder dat dit boek verschijnt, precies twintig jaar nadat hij als rasjournalist voor het eerst zijn huis van vertrouwen - de nieuwsredactie van The Baltimore Sun - vaarwel zei. “Ik was járen misdaadreporter in Baltimore”, vertelde hij ergens eind jaren ’90 op een jaarvergadering van een interstate persbond, “en ik had best wel een aantal sterke verhalen. Ze waren echter allemaal van één soort. Ze brachten allemaal de versie die de krant gaf van het verhaal, met mij in de rol van de afstandelijke waarnemer. Je weet het pas als het je met een dreun wakker slaat. Soms zijn mensen tevreden met de rechttoe rechtaan manier van verslag uitbrengen. Maar soms heeft iemand de indruk dat je met journalistiek niet diep genoeg kunt gaan. Ik denk graag dat onze geveinsde notie van objectiviteit ons verhindert tot de waarheid door te dringen. Er heerst heel wat snobisme op dat punt. Institutionele arrogantie. Die waarnemer is wat telt, wat van belang en dierbaar is voor de lezer. Ik ben de de facto verteller. Mijn gezichtspunt, mijn standpunt wint. I got the ink.”Misnoegd over de manier waarop dit standpunt steeds vaker werd gefocust op een statistische constructie - uiteindelijk bleek dat iedereen op de redactie voor de IT’er met 2,4 auto’s en 3,2 kinderen schreef - trok hij in 1987 zijn stoute schoenen aan om bij de commissaris van het Baltimore City Police Department aan te kloppen. Of die het goed vond dat hij eens mee trok on the beat van de Homicide Section? Tot zijn verbazing, tot verbijstering van het detectiveteam, kreeg de toen 28-jarige David Simon, zoon van Joodse ouders en echt gebóren voor het nieuws, prompt een badge van politiestagiair opgespeld die zijn leven voorgoed zou veranderen.

Notitieboekje

Hij mocht één jaar lang mee op de dagelijkse dodenronde van 18 detectives die ongeveer de helft van de 234 in dat jaar gepleegde moorden onderzochten. Als eerste reporter ooit, met volledige vrijheid van gaan en staan. Hij wapende zich overigens met hetzelfde tuig dat de speurders bijstond in hun moeizame reconstructie van banale doodslag en gruwelijke moord: een notitieboekje. Was de man een vakidioot of gewoon idioot? De knoopscamera die ons vandaag vanop de kijkhoogte van kinderen tot aan een toonbank brengt waar een aarzelende kassier letterlijk vertelt dat hij wel wat kinderporno kan versieren (maar niet van onder de toonbank, natuurlijk) bestond nog niet. Met een taperecorder achter de speurders aanhollen, op de REC-toets drukken en als ‘objectief waarnemer’ gadeslaan hoe een mogelijke verdachte in één oogopslag de zaak doorheeft en de wijk neemt, was geen optie. Bovendien impliceerde elke opname dat hij voortdurend met een soort tweedegeneratiebewijsmateriaal opgescheept zou zitten. Terwijl overal rondom hem nieuwe media er stilaan in zouden slagen om steeds dichter de werkelijkheid aan te raken, zou Simon met een pen en een boekje aan de meest verschrikkelijke en wanhopige kant van de samenleving een van de eerste bressen slaan in ons besef van werkelijkheid. Hij was niet alleen. Het is niet toevallig dat precies een jaar later, in 1989, de realityreeks COPS van start gaat. Simons persoonlijke kentering, die er uiteindelijk zou toe leiden dat hij in 1995 definitief de krant verliet, kwam op het juiste moment. Het was 1988, nog een jaar voor Public Enemy met Fight the Power en Spike Lee met Do the Right Thing aan een mainstream bewustwording binnen de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap timmerden. Nog een jaar voor in Berlijn de Muur zou worden verkocht. De VS stikten zowat in een lawine van cocaïne. De wereld hield de adem in, net voor een ongezien manoeuvre van openheid: Gorbatsjov lanceerde perestrojka, Bertolucci mocht in China in De Verboden Stad The Last Emperor draaien, Reagan kon nog net een wet ondertekenen die een snelle doodstraf voor moordende drugdealers regelde voor Iran-Contragate hem als een grandioos acteur, maar slechte leugenaar - of andersom? - ontmaskerde. Over die constellatie heen zong Ice Cube met NWA (Niggers With Attitude) ‘Fuck tha Police’: "Without a gun and a badge, what do you got/ A sucker in a uniform waiting to get shot/ By me, or another nigga/ And with a gat (handwapen, red.) it don't matter if he's smaller or bigger." Letterlijk en figuurlijk aan de zelfkant van zijn wereld, startte Simon zijn verovering van dé wereld. De rest van het verhaal is te mooi om waar te zijn, kent een kostbare traagheid van opbouw die met de hype rond The Wire dreigt te worden vergeten. Homicide was voor Simon een epifanie: “Het is niet ik die uit mijn eigen subjectiviteit glijd, neen, het is ik die bewust de subjectiviteit van mijn bronnenmateriaal omarm. Ik zeg: De wereld geeft geen moer om wat David Simon denkt. Er zijn op deze aardkloot hopen David Simons die de kranten vol schrijven.” Nauwelijks was Homicide uit of Simon trok al samen met Ed Burns, een Vietvet en voormalige BPD-officier die als onderwijzer in een public school Simons aangescherpte werkelijkheidsbesef deelde, naar de wereld van zijn tweede boek: de straathoek. The Corner: A Year in the Life of an Inner-City Neighborhood verscheen in 1997 en zou het duo de Edgar Award opleveren. Terwijl Simon in 1993 nog volop werkte aan deze snijdende kroniek van een kansarme familie die een voortdurende strijd met drugsverslaving levert, was een stadsgenoot bezig zijn toekomst uit te stippelen. Barry Levinson, een van Hollywoods schijnbaar onschuldige A-listregisseurs, die zijn loopbaan naar de televisie had verlegd (en met Oz een bom in het televisielandschap deed ontploffen), werkte samen met Paul Attanasio en Tom Fontana aan een project dat van Homicide een primetimereeks moest maken. Simon werd creative consultant, en Homicide: Life on the Street werd legendarische televisie, een ietwat miskende, resoluut experimenterende voorloper van The Wire die zich liet opmerken door als eerste zenuwachtig camerawerk en abrupte cuts aan te wenden, een stijl die vandaag eerder een stijldood is geworden. De bekroning van jaren hard werk kwam toen Simon, samen met David Mills en regisseur Charles S. Dutton voor HBO The Corner mocht vertalen naar een vijfdelige miniserie. Uitkomst: een verpletterend stuk ultraradicale guerrillatelevisie, dat zijn nigga’s ass veegde aan het cinema-voor-het-grote-publiek-virus waaraan hele generaties screenwriters en regisseurs bezwijken. Om het met een recente uitspraak op de BBC te zeggen die heel wat Britse kwaliteitstelevisiemakers buikloop bezorgde: “Fuck de gemiddelde kijker.” Het werk was geobsedeerd door de taal van zijn onderwerp, die in het Babel van Baltimore soms van hoek tot hoek verschilde en finaal zelfs compleet onverstaanbaar was. De kijker moest ‘vatten’ wat hij hoorde, een dwang die het effect van betrokkenheid de atmosfeer injoeg. Hij of zij moest ophouden waar de aan Frederic Wiseman herinnerende non-sequenties bruusk eindigden. Voor Simon was het geen verrassing toen The Corner in 2000 drie Emmy Awards won. Hetzelfde vertrouwen kenmerkte de als Aeschylische tragedie opgezette triomf, The Wire, een onthutsende parabel waarin Simon een literaire knoop legde met de beste misdaadschrijvers van het ogenblik die zijn sense of the social onderschreven: Dennis Lehane en George Pelecanos. Diametraal tegenovergesteld aan The Corner, trok de show alle registers van manipulatie open. Dankzij twee - onwaarschijnlijk genoeg Britse - mannelijke hoofdacteurs aan beide kanten van de wet (Dominic West als McNulty, Idris Elba als Stringer Bell) ontwikkelde Simon zelfs een amoreel sexappeal voor zijn superieure soap dat simply irresistible was.

Krant aan de kant, deel 2

Simon creëerde nadien nog de sublieme mini Generation Kill, een embedded geheel van journalistiek verslag, sombere oorlogskritiek en grijnzende humor over... een embedded journalist die in Irak een troep soldaten volgt. Hij verlegde de laatste twee jaar zijn actieterrein naar zijn tweede urbane liefde: New Orleans, waar hij met zijn kring van vertrouwelingen (onder wie ook George Pelecanos) Treme maakte. Het is een kroniek van een gemeenschap van muzikanten die na Katrina de draad weer oppikt en schijnt alle elementen van dagelijkse publieke oorlog en vrede te bezitten die de vorige werken hadden. Zijn blik verschoof echter ook van fictie die een nieuwe manier vond om op televisie reality betekenis te geven, naar de schokkende reality van de crisis, een op kolossale stukken fictie gebouwde scheur in het globale weefsel die op televisie wordt dichtgenaaid. Niet zonder een hint van schuldgevoel sprong Simon zijn roots - de krant, het nieuws, het verhaal - ter hulp. Via een paar imposante analyses en interventies in The Washington Post en Columbia Journalism Review zette hij in augustus nog even het mes op de keel van een verlamde oligarchie die liever berust in de aangekondigde dood van de gedrukte krant dan zijn eigen macht te gebruiken om te doen wat er moet worden gedaan. Wat dan, schudt u zichzelf wakker. De journalistiek redden, natuurlijk. Daarom was het Simon tenslotte toch te doen - in the first place. Ambo, 631 p., 24,95 euro.

Het lexicon van de BPD Homicide Section

The BoardEen schoolbord in de squad room (het verschijnt in Homicide en The Wire) dat per sectie in kolommen werd opgedeeld, waarboven telkens de naam van de Sergeant kwam te staan. Daaronder volgden de rechercheurs, met een letter die de ‘eerstaanvoerende’ van elke zaak weergaf. Open zaken stonden in het rood. Gesloten zaken in het zwart. Het Bord gaf oversten een snelle blik op de productiviteit van elke detective en werkte als incentive. Gesloten zaken van het voorgaande jaar stonden in blauwe inkt.Bunk/BunkyEen koosnaam (eigenlijk ‘bunkmate’) voor vrienden en collega’s, maar ook sarcastisch gebruikt bij verdachten. Het was Lt. Requer die bekend stond als ‘the Bunk’. Naar hem is in The Wire het door Wendell Pierce gespeelde personage van Det. William 'Bunk' Moreland genoemd. ToadEen scheldnaam voor zwarten, specifiek zwarten met een crimineel verleden. Normaal gesproken niet gebruikt voor zwarte politiemannen zoals Sgt. Nolan of Det. Requer, of voor zwarten met andere fatsoenlijke jobs. Als je een wettelijk salaris verdient en geen foto in het systeem hebt zitten, “then you are a black man”.Dunker/Stone WhodunitEen Dunker is een zaak die makkelijk is opgelost. De term komt uit het basketbal: slam dunk. Een voorbeeld uit het boek: een man die wordt gearresteerd terwijl hij onder het bloed zit en bij het lijk van zijn vrouw staat, en die de smerissen vertelt dat hij haar een kopje kleiner maakte en het meteen weer zou doen mocht hij de kans krijgen. Het tegenovergestelde geval is een Stone Whodunit, een moeilijke zaak, die maar niet wil openbreken.Ten Seventy-Eight Een 1078 is een door Det. McAllister verzonnen politieradiocode om te verwijzen naar “the average blowjob-in-progress interrupted by police gunfire”. Had tweemaal plaats in het jaar dat Simon politiestagiair was.De 10 geboden van de BPD Homicide SectionPaal en perk stellen aan schietpartijen met doodslag (die vaker voorkomen dan schietpartijen zonder) was steeds het nobele doel, maar nooit de verwezenlijking van Baltimores burgemeesters. De stad heeft 600-650.000 inwoners, maar het aantal moorden en verkrachtingen met geweld weigert halsstarrig te dalen (tegenover 234 in 1988 staan 282 moorden in 2007). Als lid van de Homicide Section moet je je 10 geboden perfect kennen:

Everyone lies. Murderers lie because they have to; witnesses and other participants lie because they think they have to; everyone else lies for the sheer joy of it, and to uphold a general principle that under no circumstances do you provide accurate information to a cop.

The victim is killed once, but a crime scene can be murdered a thousand times.

The initial 10 or 12 hours after a murder are the most critical to the success of an investigation.4.An innocent man left alone in an interrogation room will remain fully awake, rubbing his eyes, staring at the cubicle walls and scratching himself in the dark, forbidden places. A guilty man left alone in an interrogation room goes to sleep.

It's good to be good; it's better to be lucky.

When a suspect is immediately identified in an assault case, the victim is sure to live. When no suspect has been identified, the victim will surely die.

First, they're red. Then they're green. Then they're black. (Referring to the money that must be spent to investigate a case, and the colors in which open and solved murders are listed on the board)

In any case where there is no apparent suspect, the crime lab will produce no valuable evidence. In those cases where a suspect has already confessed and been identified by at least two eyewitnesses, the lab will give you print hits, fiber evidence, blood typings and a ballistic match.

To a jury, any doubt is reasonable; the better the case, the worse the jury; a good man is hard to find, but 12 of them, gathered together in one place, is a miracle. (Referring to jury trials)

There is too such a thing as a perfect murder.

De wereld geeft geen moer om wat David Simon denkt. Er zijn op deze aardkloot hopen David Simons die de kranten vol schrijvenTerwijl nieuwe media er stilaan in zouden slagen om steeds dichter de werkelijkheid aan te raken, zou Simon met een pen en een boekje aan de meest verschrikkelijke en wanhopige kant van de samenleving een van de eerste bressen slaan in ons besef van werkelijkheid

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234