Zaterdag 15/08/2020

Crash vlucht MH17

Het verhaal van Alexander Hug, een van de eerste hulpverleners bij MH17

Een brokstuk van vlucht MH17.Beeld REUTERS

Alexander Hug is in Kiev, Oekraïne als op 17 juli 2014 vlucht MH17 uit de lucht wordt geschoten. Met zijn mensenrechtenteam vertrekt hij meteen naar het rampgebied. Hun doel: in de chaos 298 lichamen bergen. Dit is zijn verhaal, bijna een jaar na het drama.

"Ik zag kapotte lichamen liggen op een grasveld, in de hitte. Uit het niets waren ze daar terechtgekomen, uit de lucht geschoten en in een conflictgebied beland. Samen met hun laptops, reisgidsen en het speelgoed van hun kinderen. De spullen zouden zo opnieuw kunnen worden gebruikt. De mensen daarentegen waren uiteengevallen, net als het nog nasmeulende vliegtuig. Hun levens waren definitief geëindigd op dit veld in het oosten van Oekraïne.

"Het is vreemd te beseffen hoe kwetsbaar de mens is, vergeleken met zijn materiële bezit.

"Voor me stond de lokale rebellenleider. Een grote, intimiderende man met een machinegeweer. Ik rook de geur van alcohol. Hij zei: 'Je mag niet verder. Ik legde uit wie we waren en dat we toegang wilden tot de rampplek. Ik liet onze documenten zien, toonde een kopie van ons mandaat. Maar wat ik ook probeerde, de man zei: 'Nee.'"

Een paar uur na de ramp op 17 juli 2014 met vlucht MH17 uit Amsterdam besloot de Zwitser Alexander Hug (43) samen met zijn team af te reizen naar de plek waar het vliegtuig met 298 inzittenden was neergestort. Namens de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) is hij verantwoordelijk voor het controleren van de mensenrechten in Oekraïne. De OVSE is een neutrale organisatie van 57 lidstaten. Haar ongewapende waarnemers observeren in onrustige gebieden, informeren de buitenwereld en proberen een dialoog op gang te brengen met strijdende partijen. Hug was degene die als eerste sprak met de lokale rebellen na de vliegtuigramp, en toegang tot het gebied organiseerde voor onder meer het Nederlandse onderzoeksteam.

"Donderdag 17 juli zat ik achter mijn bureau op het kantoor in Kiev. De weken ervoor was het conflict in Oekraïne opgelaaid. Het begon met demonstranten. Zij hadden stokken. Hun stokken maakten plaats voor lichte wapens. Pistolen veranderden in machinegeweren. En machinegeweren werden mortieren en raketsystemen.

"Het was laat in de middag toen een collega binnenkwam. Tot dat moment was het een normale dag. Mijn collega zei: 'Er is weer een vliegtuig neergeschoten.'

"In het begin leek het een routineklus. In de dagen ervoor waren meerdere militaire toestellen en helikopters neergeschoten en telkens maakten we daar melding van in onze dagelijkse publicaties.

"Al snel hoorden we dat het ditmaal om een burgervliegtuig ging. Ik stond op, liep naar het whiteboard en begon te schrijven: wat weten we? Wie zat er in het vliegtuig? Uit welke landen kwamen de passagiers? Waarom weet ik niet, maar opeens besloot ik: we gaan erheen. Mijn team was het met mij eens.

"Wij hadden veel contacten in dat gebied. Kort daarvoor waren acht van onze waarnemers ontvoerd, vlak bij de rampplek. In twee aparte groepen werden ze vastgehouden. Met de ene groep gegijzelden hadden we sporadisch telefonisch contact. Van de andere groep hoorden we drie weken niks. Geen enkel teken van leven. We hadden geen idee wat er met hen was gebeurd. Het meest zorgelijke was dat niemand de ontvoering opeiste. Had het een politieke achtergrond? Ging het om het geld?

"Ik was net begonnen met deze baan, een maand of twee eerder had ik mijn gezin in Den Haag achtergelaten om me bezig te houden met - wat ik toen dacht - een redelijk overzichtelijke mensenrechtenmissie. Alleen op de Krim was het destijds echt onrustig. Het zou een functie zijn voor een half jaar, eentje waarbij ik zo nu en dan in het weekend heen en weer kon pendelen tussen Kiev en Den Haag.

"Maar de situatie in Oekraïne verslechterde snel. Toen onze waarnemers werden ontvoerd, leerde ik het conflictgebied goed kennen. Welke groepen rebellen zijn er actief? Wie is de baas in welke regio?

"De wand van mijn kamer hing vol foto's. We trokken lijnen om duidelijk te maken hoe het netwerk in elkaar zat, wie met wie optrok en met wie niet. Dat was heel lastig. We probeerden bij alles en iedereen die de ontvoerders konden kennen, informatie los te krijgen: plaatselijke ngo's, bedrijven, universiteiten, de orthodoxe kerk.

"Uiteindelijk kwamen na een maand mijn waarnemers opeens vrij na ingrijpen van Alexander Borodaj, de toenmalige premier van de zelfverklaarde Volksrepubliek Donetsk. Volgens Borodaj was een onafhankelijke splintergroepering verantwoordelijk voor de ontvoering. Of dat klopt, weet ik niet.

"Na de ontvoeringen schroefden we onze werkzaamheden in het oosten van Oekraïne terug. Te gevaarlijk. Maar toen MH17 neerstortte, wisten we: we moeten erheen. Er was geen enkele andere organisatie die kon helpen. Dankzij de kennis en contacten die we hadden opgedaan door de ontvoeringen, zouden wij makkelijker kunnen doordringen in het gebied. Bovendien waren er ook al journalisten. Wat zouden de rebellen gaan doen? Ons neerschieten voor het oog van de camera? Ik achtte de gevaren voor mijn mensen minimaal."

"De nacht van 17 op 18 juli werkten we door. Ik formeerde een groep: iemand van ons operatieteam, iemand van ons waarnemingsteam, een van onze veiligheidsmensen, tolken en een mediawoordvoerder. Ik belde het helikopterbedrijf dat ons tijdens de ontvoeringen naar het rebellengebied had gevlogen, en zei dat we zo dicht mogelijk naar de rampplek moesten. Ze wilden ons gratis brengen. En we hadden materiaal nodig. Helmen. Kogelwerende vesten. Satelliettelefoons. EHBO-kisten.

"De volgende ochtend vlogen we naar het conflictgebied. Onze gepantserde auto's waren die nacht al vertrokken: zij pikten ons op in een open veld, op veilige afstand van de frontlinie. De reis begon traag, maar na het eerste checkpoint ging het soepeler. Onder begeleiding van een stuk of vijftien bewapende rebellenauto's werden we door het gebied geloodst.

Alexander Hug.Beeld rv

Alexander Hug

1972: geboren in Sankt Gallen, Zwitserland.
1987: studeert in Sursee.
1999: wordt voor de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) uitgezonden naar onder meer Kosovo en het Midden-Oosten.
2000: studeert af in rechten aan de universiteit van Fribourg.
2005: studeert af in strafrecht en mensenrechten aan King's College in Aberdeen.
2012: hoofd van de OVSE-sectie Nationale Minderheden in Den Haag.
2014: plaatsvervangend hoofd van de OVSE-missie in Oekraïne.

Boven: Hug kijkt toe hoe slachtoffers worden weggebracht. Die hebben dagenlang in de hitte gelegen, wat voor serieuze geurhinder zorgt (onder).Beeld AP
Beeld AP

35 graden

"Het moet zo'n vijf uur in de middag zijn geweest toen we ineens langs de weg een brokstuk van het vliegtuig zagen liggen. Even verderop lag de staart. Een groep journalisten stond op de weg, vlak bij hen stonden de plaatselijke rebellen. We parkeerden, ik stapte uit. Ik droeg een kogelvrij vest over mijn overhemd. Ik probeer er altijd deftig uit te zien, ongeacht de situatie. Wij zijn geen avonturenbedrijf, maar een officiële organisatie die orde probeert te scheppen in de chaos. Dat moeten we ook uitstralen.

"Maar het formele voorkomen werd steeds lastiger vast te houden: onder mijn kogelvrij vest zweette ik hevig door de hitte. Het was zo'n 35 graden.

"De grote intimiderende man - degene die later bekend werd omdat hij een knuffelbeest in de lucht hield - hield ons tegen. Hij was onvriendelijk, dronken. Ik wil hem niet verdedigen, maar waarschijnlijk wist hij ook niet wat hem overkwam. Al die media-aandacht. Hij had mogelijk slechts het bevel gekregen de orde te bewaren.

"Het was een zooitje: journalisten, strijders, de rebellen die ons naar de rampplek hadden begeleid en al die dode lichamen. Mijn belangrijkste zorg op dat moment was dat niemand anders gewond zou raken. De situatie was erg gespannen en de lokale rebellenbaas wilde niet naar me luisteren. Hij verbood iedereen het veld in te lopen. Toen een van de journalisten één stapje van de weg af zette, schoot hij meteen in de lucht met zijn machinegeweer. Na ruim een halfuur besloot ik dat het genoeg was voor de eerste dag."

"Die avond ontmoette ik de zelfverklaarde premier Alexander Borodaj opnieuw. Ditmaal in het Radisson-hotel in Donetsk, waar we verbleven. Hij kwam met zijn bodyguards, grote kerels. Borodaj droeg een pistool, zijn bodyguards hadden meerdere, zware wapens.

"De sfeer was gespannen. Ik klaagde dat de lokale rebellenleider ons had tegengehouden en zei dat ik daarover zou rapporteren. Ik legde Borodaj uit dat het in zijn belang was om ons toegang te verschaffen, omdat we alleen dan verslag zouden kunnen doen van hoe de rebellen omgingen met het vliegtuig en de slachtoffers. Het bleek te werken; de volgende dag was de lokale rebellenleider een stuk vriendelijker, de dag erop was hij verdwenen.

"De eerste week bleef onze bewegingsvrijheid echter beperkt. Telkens als we van de weg af wilden, de velden in waar het vliegtuig was neergekomen, werden we tegengehouden. Met de dag nam de geur van de dood toe. Ikzelf had daar geen problemen mee - het geheim is consequent door je mond te ademen. Anderen kostte dat zichtbaar meer moeite. We zagen de rampplek dagelijks veranderen. Lokale reddingswerkers hadden tenten opgezet en waren bezig met het bergen van de lichamen.

"Elke avond sprak ik met de rebellen, want elke dag opnieuw waren er problemen. Hoe kunnen de lichamen worden vervoerd? Waar gaan ze naartoe? Is de zwarte doos al gevonden? Wat doen we met de horde journalisten? Daarnaast probeerden we voor onder meer het Nederlandse onderzoeksteam toegang te regelen tot het gebied.

"Ik was vaak boos en gefrustreerd. Soms konden we niet naar de rampplek omdat we werden tegengehouden, en dat terwijl ik afspraken had gemaakt met de rebellenleiders. En soms moesten we terugkeren omdat er gevechten waren op de weg ernaartoe. De echte frontlinie was op dat moment nog een eind verderop, maar de gevechten kwamen steeds dichterbij. De situatie veranderde elke dag.

"Tijd voor reflectie en emotie was er die eerste dagen niet. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het me niet raakte. Maar ik ben niet snel emotioneel, ik heb een redelijk robuust karakter.

"De eerste keer dat ik me echt realiseerde wat er was gebeurd, was een week na de ramp. Ik was tijdelijk teruggevlogen naar Kiev. Mijn gezin was er al een week, speciaal om mij te zien. In het hotel waar ik al maanden woonde, wachtten ze op mijn komst. Die avond zat ik op bed en keek ik tv. Ik zag hoe de eerste lichamen in Nederland arriveerden, hoe een stoet rouwauto's begon te rijden langs een haag mensen. Toen brak ik.

"Normaal heb ik controle over mijn brein. Maar ineens flitsten de beelden van de afgelopen dagen voorbij. In de aangrenzende hotelkamer hoorde ik mijn kinderen spelen. Beelden van de dode kinderen in de velden flitsten door mijn hoofd. Ik zag het speelgoed van mijn kinderen en moest denken aan de knuffels op de rampplek.

"Ik besefte dat alles mogelijk is. Zelfs het zwartste scenario. Een van de aangrijpendste beelden op de rampplek was dat van een compleet gezin. Ze lagen vlak bij elkaar, nog vast gegespt in hun vliegtuigstoelen. Een journalist kwam me hun paspoorten overhandigen en vroeg of ik die aan de Nederlandse autoriteiten wilde geven. De documenten waren ongeschonden, de journalist - een flinke man - trilde en huilde toen hij ze me gaf.

"Ik kan mezelf redelijk beschermen tegen alles wat ik zie en meemaak. In ieder geval voor de korte termijn. Maar toen werd ook ik overweldigd door emoties. Sinds de ramp wil ik eigenlijk niet meer met mijn vrouw en drie kinderen in één vliegtuig."

Niemandsland

"Al snel keerde ik terug naar het rampgebied. We maakten lange dagen en korte nachten. We navigeerden tussen de journalisten - ik kon geen stap verzetten zonder dat iemand een microfoon in mijn gezicht duwde. Op de rampplek beschreven en fotografeerden we alles wat er gebeurde, we legden alle veranderingen vast.

"Ook hield ik mijn team in de gaten. Ik ben geen psychiater, maar door missies in eerdere conflictsituaties denk ik signalen te herkennen als het niet goed met iemand gaat. Een lijkbleek gezicht. Iemand die je niet aankijkt. Trillen. Heel snel praten. Of juist helemaal niks meer zeggen. Dat was gelukkig niet het geval. Althans, niet die eerste dagen.

"Uiteindelijk zijn we drie weken in het conflictgebied gebleven. Op 6 augustus zijn we samen met onder andere het Nederlandse onderzoeksteam vertrokken. De oorlog was heel dichtbij gekomen. Er werd niet gericht op ons geschoten, maar je kon de kogels horen vliegen.

"Later ondernamen we opnieuw pogingen, in de hoop toegang te organiseren tot het rampgebied voor het onderzoeksteam. Eén missie staat me nog helder voor de geest. Het was 14 september. We hadden poolshoogte genomen op de crashsite. Maar op de terugweg ging het mis.

'We waren met zes, in twee gepantserde auto's. Zowel aan de kant van de rebellen als aan de kant van het Oekraïense leger wisten ze dat we eraan kwamen. In de buurt van Torez passeerden we de Oekraïense controlepost. We verlieten het door hen gecontroleerde gebied en kwamen in 300 meter niemandsland terecht. Overal waren loopgraven en tanks. Er werd geschoten. Snel reden we naar de checkpoint van de rebellen. Een Tsjetsjeen hield ons tegen: 'Ik weet niks van jullie komst. Of we gooien nu een granaat in je auto en je sterft hier, of je keert om en sterft daar.'

"We vertrokken. Maar we konden ook niet terugkeren naar Oekraïense zijde: rond hun checkpoint, dat ons naar veiligheid zou leiden, werd te hard gevochten. We zagen een spoorlijn, met daarnaast een weggetje. Misschien kunnen we via deze weg ontkomen, dachten we. Op het allerlaatste moment, het scheelde bijna niks, zagen we op die weg een mijn liggen. Puur geluk.

"We konden geen kant op. In de tussentijd namen de gevechten toe. Een van onze auto's werd geraakt. Ik zag de gepantserde auto met mijn collega's in de lucht vliegen. Toen hun auto - een vijftonner - neerkwam, was er overal stof.

"Hun ruiten waren versplinterd, de banden plat. We konden geen contact met hen krijgen, overal waren soldaten. Maar ze leefden nog. Het lukte ons om hen in onze auto te krijgen. Het schieten bleef doorgaan, vijf uur lang.

"Wij belden iedereen die we konden verzinnen: rebellen, ambassades, overheden... 'Zorg dat we hieruit worden gehaald', vroegen we.

"Op een gegeven moment belde mijn vrouw. Ik zei: 'Ik kan nu niet met je praten', en drukte haar weg. Ik moest immers de hele wereld bellen en wilde haar niet ongerust maken.

"Het was al donker toen een groepje rebellen naar ons toe kwam. Ze stapten in onze auto, begeleidden ons uit de frontlinie en brachten ons naar een nabijgelegen dorp. We werden in een loopgraaf gezet. Boven ons zagen we Oekraïense gevangenen. Geblinddoekt en geknield.

"In 2004 ben ik gestopt met roken. Maar op dat moment griste ik een sigaret van een rebel die naast me in de loopgraaf zat te roken. Ik heb vijf sigaretten na elkaar gerookt. We hadden geen idee wat ze met ons wilden doen. Misschien willen ze ons wel gebruiken als menselijk schild.

"Al snel werden we weer meegenomen en overgedragen aan een andere groep rebellen. Zij brachten ons naar veilig gebied. Op de terugweg was iedereen stil. Ik probeerde mijn wederhelft te bellen, maar ze nam niet op. Ze was boos. Ik was te kortaf geweest. Ze drukte me weg. Ik vroeg een collega haar te bellen met zijn toestel. Ik hoorde hem zeggen: 'Alexander is oké, maar hij is weer beginnen te roken.' Na zijn uitleg besloot ze toch maar niet van me te scheiden...

"We zijn vaker in gevaar geweest, maar nooit zo lang. Alleen dankzij onze gepantserde auto's leven we nog."

Boven: een massa camera's en microfoons omringt Hug terwijl hij zijn werk probeert te doen. Ook de pro-Russische rebellen maken het hem niet makkelijk (onder).Beeld GETTY IMAGES / AFP
Beeld GETTY IMAGES / AFP

Papa iPad

"Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, dan voelt het alsof ik in een wasmachine zat. De ene keer draaide de wasmachine sneller, de andere keer langzamer. En nooit wist je welk kledingstuk nu weer op je hoofd zou vallen. Twee ontvoeringen, MH17, voortdurende escalatie van het conflict. We begonnen onze missie met honderd mensen, inmiddels heb ik achthonderd man onder me.

"De missie is onlangs met een jaar verlengd. Ik heb het afgelopen jaar twee dagen vrij gehad en heb mijn gezin een paar keer gezien. Ik probeer geregeld te skypen met mijn kinderen. Maar dat blijkt lastig, ze zijn nog zo jong. Mijn jongste noemt de iPad van zijn moeder inmiddels 'papa'.

"Ik heb in veel conflictgebieden gewerkt. In de Balkan. De Westelijke Jordaanoever. Het Midden-Oosten. Ik heb de dood vaak van nabij gezien. Maar de doden van de MH17 zijn met niets te vergelijken. In deze ramp zit geen logica. Als jurist probeer ik feiten te ordenen, gebeurtenissen in hokjes te plaatsen, zodat dingen begrijpelijk en verklaarbaar worden. Als een soldaat sterft, dan kun je dat begrijpen. Een burger die omkomt in een oorlog is tragisch en moeilijk te accepteren, maar de dode heeft dan wel een band met het gebied waarin hij sterft. Maar dit is niet te accepteren, niet uit te leggen, niet te categoriseren en niet op te lossen.

"Ik ben ervan overtuigd dat ooit wordt achterhaald wat er precies is gebeurd en wie dat heeft veroorzaakt. Ik ga niet speculeren over het antwoord. Maar wat de uitkomst ook wordt: het zal nooit bevredigend zijn, de slachtoffers komen er niet door terug.

"Ik ben niet goed met woorden voor mensen die rouwen. Niks wat ik zeg en doe kan dit beter maken. We hebben geprobeerd orde in de chaos te brengen, zo zie ik mijn taak. We waren behulpzaam bij het terugbrengen van de doden naar hun dierbaren. We zagen erop toe dat de lichamen met waardigheid werden behandeld. Maar uiteindelijk heb ik niks kunnen oplossen, ik kan niets doen wat hun families gelukkig maakt. De dood is onomkeerbaar. De slachtoffers zullen nooit meer opstaan."

Nederland wil VN-tribunaal voor MH17

De Nederlandse regering wil een VN-tribunaal voor de berechting van de daders verantwoordelijk voor het neerhalen van vlucht MH17. Het zal echter niet makkelijk zijn om ook Rusland mee te krijgen.

"We moeten kijken of er een draagvlak voor is", zegt premier Mark Rutte. Maar met een tribunaal heb je volgens zijn kabinet de beste garantie op medewerking van alle landen. "Dit geeft de grootste kans om de daders voor het gerecht te brengen", stelt Rutte. Bedoeling is het tribunaal op te richten met Maleisië, België, Australië en Oekraïne. Dat heeft Rutte meegedeeld in de VN-Veiligheidsraad. Voor de Nederlandse premier is dit een erezaak: hij heeft de nabestaanden van de slachtoffers beloofd dat hij niet zal rusten voordat de schuldigen zijn vervolgd.

Maar de vrees is dat Rusland zal tegenwerken. Vlucht MH17 stortte neer in Oekraïne, maar het is niet ondenkbaar dat het Russische leger wordt aangewezen als schuldige of medeplichtige.

Enkele strafrechtexperts reageren dat ze het een "heel slecht idee" vinden, dat veel tijd en geld zal kosten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234