Vrijdag 03/12/2021

Het vergeten CIA-verleden van de dalai lama

Tibet is dat mysterieuze, spirituele land. Verhalen over duistere CIA-operaties en gewapende monniken verstoren het droomimago van die brave, immer glimlachende lieden

De Amerikaanse geheime dienst CIA speelt een belangrijke rol achter de schermen bij de demonstraties in Tibet tegen het centrale Chinese gezag, zo meldt Asia Times deze week. Verbazing hoeft dat niet te wekken, want de Amerikaanse overheid steunt al meer dan vijftig jaar de activiteiten van de Tibetaanse regering in ballingschap. Sterker: de dalai lama zelf stond op de loonlijst van de CIA.

Door Georges Timmerman

De opstand in Lhasa, die begon op 14 maart, was "op voorhand voorbereid en goed georkestreerd", stelt de Indiase columnist en voormalige inlichtingenofficier B. Raman. "Interessant is dat het eerste nieuws over de demonstraties in Lhasa in primeur werd gemeld door Radio Free Asia, het door de CIA gefinancierde radiostation." De VS beschouwen China als de grootste militaire en economische bedreiging, niet alleen in Azië maar ook in Afrika en Zuid-Amerika. De CIA vindt voorts dat China te weinig inspanningen doet in de wereldwijde war on terror en niets doet om de stroom van wapens en rekruten te stoppen die vanuit moslimgebieden in het westen van China naar islamistische bewegingen in Afghanistan vloeit.

"Velen in Washington zien het Tibetaanse protest in de aanloop naar de Olympische Spelen als een ideale gelegenheid om hun belangrijkste rivaal een beentje te lichten en te destabiliseren", stelt Asia Times. "De CIA zal er ongetwijfeld voor zorgen dat haar vingerafdrukken op de Tibetaanse revolte niet gevonden kunnen worden. Ze kan daarbij rekenen op aanzienlijke steun van diverse veiligheidsdiensten in Nepal en India en kan de verzetsbeweging moeiteloos voorzien van advies, geld en vooral publiciteit." Volgens de krant werden er de voorbije dertig jaar ook grote hoeveelheden wapens en explosieven, afkomstig uit het voormalige Oostblok, naar Tibet gesmokkeld. "Maar die wapens blijven voorlopig veilig verborgen, tot het juiste moment zich voordoet. Pas op het moment dat het oproer uitgroeit tot een openlijke en massale revolte tegen Peking mogen de wapens tevoorschijn komen."

Het CIA-verleden van het Tibetaanse verzet is een episode uit de Koude Oorlog waaraan de huidige activisten liever geen herinneringen ophalen. Die oude geschiedenis verstoort immers de zorgvuldig gecultiveerde beeldvorming over Tibet, dat in Kuifjesalbums, reisverhalen en films als Kundun en Seven Years in Tibet bij voorkeur wordt voorgesteld als een mysterieus, spiritueel, bovenaards land, bewoond door wijze en vredelievende monniken. Verhalen over CIA-operaties en gewapende monniken verstoren het romantische en sprookjesachtige imago van lieve, brave, glimlachende lieden met rinkelende belletjes, daarboven in Shangri-La.

Toch blijkt uit openbaar gemaakte documenten dat de CIA al meer dan vijftig jaar actief is in Tibet. "Vanaf 1956 begon de CIA met een grootschalige geheime campagne tegen de communistische machthebbers in Tibet", schrijft Asia Times. "Die leidde tot de rampzalige en bloedige opstand van 1959, waarbij tienduizenden doden vielen aan Tibetaanse kant, terwijl de dalai lama en ongeveer 100.000 van zijn volgelingen werden gedwongen om via de bergpassen in de Himalaya naar India en Nepal te vluchten." Die vlucht van de dalai lama, naar verluidt vergezeld van een goudschat van 60 ton, was in feite een geslaagde exfiltratie, georganiseerd door de CIA. Hoofdverantwoordelijke voor de operatie was de beruchte CIA-agent en Koreaveteraan Anthony Poshepny, alias Tony Poe, die later in Laos en Cambodja nog van zich zou laten horen.

In de daaropvolgende jaren werden geheime opleidingskampen voor de contra's van de dalai lama opgericht in de Amerikaanse militaire basissen van Okinawa, Guam én in Camp Hale in Leadville, in de Rocky Mountains van de Amerikaanse staat Colorado. Honderden Tibetaanse strijders, gerekruteerd in de vluchtelingkampen in India en Nepal, onder wie een aantal lijfwachten van de dalai lama, kregen daar een training voor sabotageacties tegen het communistische regime in China. Ze voerden vanuit Taiwan of elders raids uit in Tibet, in sommige gevallen geleid door CIA-huurlingen en ondersteund door CIA-vliegtuigen. Officieel werd het kamp in Colorado in 1961 gesloten, maar de activiteiten van het Tibetaanse guerrillaleger gingen ook daarna nog vijftien jaar lang onverminderd door.

Gyalo Thondup, een broer van de dalai lama, was destijds de centrale verbindingsman en coördinator tussen de CIA en het Tibetaanse gewapende verzet. Een andere broer van de dalai lama, Thubtan Norbu, was actief in de American Society for a Free Asia, een mantelorganisatie van de CIA. In de jaren zestig en zeventig betaalde de CIA jaarlijks 1,7 miljoen dollar, later teruggebracht tot 1,2 miljoen dollar, via de dalai lama en zijn organisatie, aan het Tibetaanse verzet. De veertiende dalai lama Tenzin Gyatso kreeg van de CIA een bedrag van 186.000 dollar per jaar. Het geld werd gebruikt om kantoren van de regering in ballingschap te openen in Genève en New York.

Vanaf het midden van de jaren zestig stopte de CIA met het droppen per parachute van verzetsstrijders en geheime agenten in Tibet. In plaats daarvan werd een guerrillalegertje van zowat tweeduizend man op de been gebracht, de Chusi Gangdruk, bestaande uit etnische Khambastrijders. Ze beschikten over diverse basissen, onder andere in het Nepalese Mustang. Onder zware druk van Peking werd die basis in 1974 door de Nepalese regering gesloten. Vanaf 1968 werd de Amerikaanse steun voor het Tibetaanse verzet teruggeschroefd. Aan de periode van officiële steun voor de Tibetaanse zaak kwam finaal een einde in 1972, toen de Amerikaanse president Richard Nixon en zijn minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger de relaties met Peking normaliseerden.

Toch werd de Tibetaanse regering in ballingschap ook daarna niet aan haar lot overgelaten. De talrijke pro-Tibetaanse organisaties konden voortaan rekenen op royale financiële steun van de National Endowment for Democracy (NED), een Amerikaanse overheidsinstelling die begin de jaren tachtig werd opgericht. Vanwege de aanzwellende kritiek op de betwistbare wapenfeiten van de CIA besloot toenmalig president Ronald Reagan politieke activiteiten in het buitenland die daarvoor heimelijk werden gedaan door de CIA voortaan openlijk te doen via het NED.

Een studie van Global Research komt tot de conclusie dat het NED met Amerikaans overheidsgeld als sponsor optreedt voor zowat alle belangrijke pro-Tibetaanse organisaties. Dat is zeker het geval voor International Campaign for Tibet (ICT), de koepelorganisatie die ook in Brussel een kantoor heeft en die verantwoordelijk was voor de internationale acties tegen Chinese ambassades van de laatste weken. Maar ook het Tibet Fund, het Tibetan Center for Human Rights and Democracy, de Tibetan Literary Society, het Tibet Multimedia Center, de Tibetan Review Trust Society, het radiostation Voice of Tibet, het Tibet Justice Center en het Tibet Museum kunnen rekenen op aanzienlijke financiële steun van het NED.

De dalai lama werd in het verleden al vaker door China beschuldigd van het smeden van een complot, samen met de CIA, tegen de communistische staat. Maar dergelijke beschuldigingen aan het adres van de charismatische spirituele leider, laureaat van de Nobelprijs voor de Vrede, klinken weinig geloofwaardig. Volgens de pro-Tibetaanse groepen is de stelling dat de Tibetaanse onafhankelijkheid door de CIA zou worden georganiseerd, niet meer dan een taaie en onbewezen mythe.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234