Zaterdag 24/08/2019

Het verdronken eiland dat zichzelf weer op de kaart zette

Het is 26 december 2004. 217.000 mensen, onder wie tien Belgen, zijn in de golven van de tsunami omgekomen. 'De zee had het eiland vermalen tot mensenstort. De boten van de Thais stonk zo naar de lijken dat we een schip volgden. Het 'afval' is gestort in een garnalenkwekerij. Zand erover, klaar.' Als Nederlander Emiel Kok (43) op het Thaise eiland Koh Phi Phi strandt, heeft de regering het onbewoonbaar verklaard. Met de hulp van 3.000 rugzakreizigers zet Kok 'The Beach' weer op de kaart, zag Anne de Graaf.

Emiel Kok, tot in 1998 duikinstructeur op Phi Phi, ziet op tweede kerstdag de beelden op CNN in zijn woonkamer in het Nederlandse Gouda. Op nieuwjaarsdag zit hij op het vliegtuig naar Thailand, veertien uur later op een longtailboat naar Phi Phi. Zijn beste vriend La heeft hij al bereikt per gsm. "We zijn niet van de kaart geveegd, de ravage is groot", zegt die.

Als Kok aankomt, is hij in shock. De zee heeft het eiland vermalen tot mensen- en meubelstort. De lijkengeur is niet te harden, de zee is een poel vol huisraad, dobberende lichamen verhakkeld door golfplaat. "De tsunami had het hele eiland ingeslikt, op de heuvels na. Je kon van de ene baai naar de andere kijken. Ik mocht meteen de begrafenis van een vriend bijwonen. De mensen waren het noorden kwijt. Ze sloegen letterlijk met het hoofd tegen de muur."

Emiel Kok weet niet waar te beginnen, overrompeld door medelijden, boosheid - er zijn plunderingen zijn aan de gang. Terwijl anderen de doden zoeken, graaien vluchtende overlevenden - ook toeristen - de souvenirwinkeltjes leeg.

Kok zet in het 'epicentrum' een tafel neer waar 25 vrijwilligers, backpackers en locals, hun eerste noden op papier zetten. Ze werken dag en nacht, terwijl sommigen hun geliefde kwijt zijn. In de eerste dagen komen achthonderd mensen langs de tafel, radeloos, ontheemd, murw van verdriet. Aangezien het eiland volgens de Thais niet meer bestaat, komt er weinig hulp van officiële kant. De lokale gouverneur wil Kok helpen, maar wordt door Bangkok teruggefloten. Kok: "Hij had een te goed hart; Phuket, het bekendere paradijs, vlak aan de overkant, verdient meer aandacht."

"Allereerst diende een oplossing te worden gezocht voor de 104 wezen; ze moesten bij familie worden ondergebracht. De mensen waren door het dolle heen. De burgemeester had de handen vol, wist niet waar te beginnen en stond uiteindelijk liedjes te zingen voor de slachtoffers. Kok laat folders uithangen met een oproep tot vrijwilligers. In het backpackersmilieu gaat het nieuws over de ramp als een lopend vuurtje rond. In Banglamphu, de budgethotelwijk van hoofdstad Bangkok, plakken reisagenten folders op hun vensters. "Broke? Blut? Verleng je wereldreis en ga helpen op Phi Phi: kost en inwoon verzekerd, werk ook."

De flyers werken als een magneet. Drieduizend rugzakreizigers overrompelen het eiland: Engelsen, Australiërs, Fransen, Belgen, van 17 tot 78 jaar. Sommigen zijn op huwelijksreis, verlengen hun 'wittebroodsweken' onbetaald. Anderen nemen thuis direct ontslag. Diehardrugzakreizigers smeken hun ouders om van thuis uit geld over te maken.

De wereldpers focust op de grote hulporganisaties op het vasteland, maar de rugzakreizigers op Koh Phi Phi knokken verder. De vrijwilligers logeren bij families thuis, in hangmatten hoger op het eiland, waar de zee geen mensen achterliet, de lucht zuiver is. Kok: "Ik redeneerde: elk hulpgebaar is hier welkom, al sloeg er maar iemand een arm rond een van die wezen. Iedere vrijwilliger krijgt een T-shirt en een paar handschoenen als werktuig; de volgende dag zijn de meesten in de weer met spade en kruiwagen om puin te ruimen. Naarmate de werken vorderen, blijkt wie affiniteit heeft voor precisiewerk.

Sophie Gray (21), uit Surrey: "Ik had nog nooit een schroevendraaier van dichtbij gezien, maar na een week op pad te zijn geweest met een Thaise elektricien, kreeg ik de smaak te pakken. Ik kan nu zekeringkasten aansluiten, aardingen steken, bliksemafleiders aanleggen, contactdozen installeren. Ik heb een paar schokken gehad, maar dat geeft niet; het is niks in vergelijking met het leed van de mensen hier. Ik kan elektriciteit leggen en was keukenhulp in de Hi Phi Phikantine."

Lindsey Hewitt (25), uit Bristol: "Ik werkte in het begin als kruier, zoals iedereen. Tonnen puin hebben we weggewerkt, met maskers op, continu met de daver op het lijf een lijk te vinden. Op een dag had iedereen het geroken. Er was er een. We waren in het laatste huis bezig. Ik hoopte dat het niet waar was, maar toen zagen we haar: geplooid achter een koelkast, een meisje van een jaar of vier, het hoofd in de handjes geklemd. Ze droeg een schooluniform. Toen vond ik dat ik ook mocht 'solliciteren' voor een andere job. Ik ben toen met de Thaise metselaars op pad gegaan. Twee eenheden zand, een schep cement, een scheut water en en waterpas: moeilijker is metselen niet. In een dag zet je een halve muur neer."

Hi Phi Phi werkt. Het schooltje gaat weer open, het lokale voetbalteam krijgt nieuwe schoenen en uniformen van een Zweedse vrijwilligster en wordt prompt kampioen op vasteland Krabi. Er komt een kliniek waar meer dan 4.000 patiënten op consultatie komen. Verpleegster Laura (19) uit Londen: "Ik heb in Phi Phi mijn grenzen leren te verleggen. Vroeger had ik een hekel aan voeten, zelfs aan mijn eigen voeten. Een van de grootste problemen op Phi Phi was het schoon schrobben van het vlijmscherpe koraal, op zoek naar relicten van slachtoffers, maar ook om het te beschermen. Veel Thais en Hi Phi Phimedewerkers liepen daar snijwonden op. Nu denk ik dat ik alles kan verzorgen. Zulke schrammen zijn niets vergeleken bij de wonden die ik bij anderen zag. Mensen die met hun eigen vingers kwamen aandraven, of ik ze wilde hechten. Phi Phi heeft me leren omgaan met pijn." Iedereen komt met ideeën, maar er is nood aan structuur. Er zijn geen zeventien scholen nodig, er dienen lijken geborgen, geïdentificeerd, identiteitspapieren ingezameld: trouwringen, horloges, laptops, haarspeldjes. Snel, want het is snikheet op Phi Phi. Kok: "Het was verschrikkelijk in het begin. De Thais wilden met grote bulldozers de zaak schoon komen schrapen. Ik wilde dat niet: omdat in die graafbakken ook alle waardevolle papieren en andere herkenningstekens meeschepten, bewijsmateriaal. Ik was voor het blotehandenwerk. De Thais vervoerden puin per boot naar het vaste land. Die sloepen stonk zo naar de lijken dat we er een hebben we gevolgd. Het afval is gestort in een oude garnalenkwekerij. Zand erover, klaar. Daar zijn veel lichamen verdwenen. Er zijn nog altijd honderden mensen van Phi Phi vermist."

Koks aanpak sorteert effect: het fijne, tactiele zoekwerk leidt tot dramatische ontknopingen, soms tot euforisch weerzien met een overlevende, maar in elk geval tot zekerheid. Kok: "Ik had net een cursus trauma-aanpak achter de rug op de universiteit, maar moest wel vaak slikken. We kregen zo weinig hulp van buitenaf dat we stoffelijke overschotten in een zak moesten proppen voor identificatie op het vaste land. Later heeft een bevriende duiker, Andrew, de zaak overgenomen. In de eerste weken doorzochten gemiddeld tachtig duikers en snorkelaars de meest getroffen baai, op zoek naar mensenresten." Ze haalden van alles boven. Kinderen, volwassenen, menselijke resten, golfdaken, ansichtkaarten, kerstversieringen, bankstellen, avondjurken...

Intussen blijkt dat er niet alleen meer handenarbeid maar ook veel meer geld nodig is. Emiel Kok pompt zijn hele spaarpot (20.000 euro) in het project. Zijn partner Ralph Toll, communicatiemanager, zet thuis in Gouda een website op die vrij snel 30.000 hits per dag haalt. Hun systeem zit vernuftig in elkaar: bedrijven en particulieren die het werk willen sponsoren, zien online wat met hun geld of goederen gebeurt. Kok: "Ik kocht 400 kilogram fruit op de lokale markt, op de website konden de sponsors meteen zien waar het geld naartoe ging. Zo'n systeem trekt meteen weer nieuwe geldschieters aan."

Ook de 3.000 vrijwilligers op het eiland zoeken driftig naar inkomsten. Mariëlle Bastin, een Ukkelse medewerkster: "Via de website zagen onze ouders waar we mee bezig waren. Na verloop van tijd was de eerste bankautomaat hersteld. Zo kon ik met mijn Visakaart 100 euro afhalen. Naar Belgische normen weinig, maar op Phi Phi kon je daar een restaurantje mee van de grond doen komen. Ik had geholpen met het metselwerk. De lach, die avond, van de uitbater, ondanks het verlies van zijn twee zoons, blijft een van de mooiste herinneringen uit mijn leven."

Er blijven voorstellen komen, vooral omdat van de grote mondiale en ook Nederlandse inzamelingen bitter weinig op het eiland aankomt. Kok steekt al zijn spaarcenten in de wederopbouw, maar van overheidswege komt er slechts 14.800 euro in het laatje. Unicef en ook andere hulporganisaties zeggen Kok in zijn gezicht voorlopig geen hulp te kunnen bieden, zelfs geen melkpoeder.

De vrijwilligers laten zich niet kisten, op het onbestaande eiland. De sfeer zit erin. De solidariteit is groot. Een Australische zet op de pier een kraam op met een emmer en opgeviste kerstkaarten. 's Avonds is het emmertje vol en hebben andere backpackers haar stock aangevuld met eigen tekeningen, cartoons, kralenkettinkjes.

Doug, een vrijwilliger van het eiland Man, laat via internet weten dat hij een professionele clown is en of hij van 'psychologisch nut' kan zijn. Kok: "Ik heb hem onmiddellijk laten komen. Thais, moslim of boeddhist, laten hun gevoelens niet zien, ze lachen altijd, ook al zijn ze in- en intriest. Ik wist dat ik hen niet kon helpen. Gelukkig is Doug erin geslaagd velen weer te laten lachen, vooral de kinderen. Minuten of seconden, dat werk was goud waard."

De groep laat stoom af 's avonds bij een glas Mekongwhisky, bij de vergaderingen die dikwijls op fuiven uitdraaien. Kok lacht: "In zulke omstandigheden is het normaal dat zich ook koppeltjes vormen, ook met de Thaise jongeren. Sommigen willen niet meer weg. Op een avond hebben we handenvol geld opgehaald met het record chili eten. Een andere Brit heeft een hele dag het eiland in poolkledij doorkruist. Het zweet liep hem over de rug, maar iedereen zag hem. Hij is met een gigantische som bahts (lokale munteenheid, AdG) naar huis gekomen."

Het gaat op Phi Phi niet zo snel als in andere tropische paradijzen, maar het resultaat is identiek. Maar renovatie en destructie, leven en rouw blijven tot in juli nauw met elkaar verwant. Terwijl op de ene plek een nieuw zenmassagesalon open gaat, wordt bij de buren een lijk opgedolven. De weeë lucht herinnert de klanten bij de buren dat het werk nog niet af is. Meteen stroomt het salon leeg.

Duikster Ulrike: "De meeste vermisten liggen ofwel meters verder onder het zand, ofwel op de bodem van de zee. Er zijn op dit eiland wel plekken waar je meer kans maakt om menselijke resten van een bepaalde nationaliteit te vinden. Zo gingen de meeste Duitsers naar Long Bay, de Engelsen zaten dichter bij het centrum." (wijst naar verloren zwemvin tussen de rotsen) "De kleren en paspoorten zijn blijven hangen tussen de rotsen. Gruwelijk, maar zodra de desintegratie voltooid is, zinkt het skelet. Vandaar dat er elke dag op Phi Phi nog wel ergens een bot aanspoelt. In de kliniek, overgenomen door een Thaise dokter, zien ze direct of het om een kippenbotje gaat of een menselijk relict. Als we daarover zekerheid hebben, wordt de zaak gelabeld en vertrekt het naar het 'sorteercentrum' in Phuket. Na identificatie belandt het op de ambassades, die het aan de families overmaken."

"Het werk was af in augustus. Maar het was een leeg winkelcentrum in het begin" zegt Kok. In oktober kwam gelukkig de compensatie. Het weekblad Time riep ons uit tot Helden van Azië, en zie: Phi Phi stond weer op de kaart, ook in Bangkok. De toeristen kwamen terug. Maar eigenlijk zijn er 3.000 helden. "Op Phi Phi zag ik dat ontwikkelingswerk niet zo moeilijk hoeft te zijn. Je moet gewoon de handen uit je mouwen steken." Kok en zijn vriend Ralph krijgen overal de rode loper voor zich uitgerold. "Ik ben held, maar platzak. Ik stak 20.000 euro in de wederopbouw, terwijl er van officiële kant maar 14.800 euro kwam, van al die gemediatiseerde inzamelingen."

Ondertussen is op het gerenoveerde eiland de politieke machtsstrijd losgebroken. Heel wat percelen werden nooit officieel verkaveld en zijn inmiddels ingepikt, huisraad gejat; een tachtigtal families vecht om het centrum van Phi Phi. Ook de Thaise regering acht de inmenging van buitenstaanders niet echt meer nodig, op hun eiland dat plots weer bestaat.

Phi Phi verrijst. The Beach is, op wat wrakhout en begraven botten na, weer The Beach. Een smaragdgroen paradijs, de Halongbaai van Thailand, een tropische versie van het Normandische Etretat. Veel backpackers blijven hangen, werken vrijwillig in gerenoveerde hotels, maar logeren kan niet meer. De guesthouses hebben de prijzen vertienvoudigd. Maar zolang ze gratis kunnen blijven (werken) in hun nieuwe paradijs, is het de inspanning waard.

Helga (19) en Eric (22) uit Wiesbaden: "We hebben met elkaar vijf doden opgegraven. We werden verliefd in de hel. We willen daarvan genezen in het paradijs dat we zelf herstelden.

www.hiphiphi.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden