Dinsdag 21/09/2021

‘Het verdriet wil maar niet slijten’

eel rustiger dan in de Potputlei in Sint-Katelijne-Waver kan een mens niet wonen. Uit weilanden krinkelen nevelslierten op, het wordt een prachtige dag. René Verreth mag er niet aan denken: de kans bestaat dat dit alles teloorgaat. De hele wijk zou worden onteigend voor de uitbreiding van de Mechelse Veilingen. Als het ooit zover komt, zal Manu zich in zijn graf omdraaien. Meer dan veertig jaar hebben de broers hier naast elkaar gewoond. Twee open bebouwingen, met gedeelde tuin maar zonder gemene muur. Dat laatste mag een haast storend detail heten in de biografie van de eeneiige tweeling.

School, theater, televisie, alles deden ze samen, synchroonzwemmers voor het leven. Zelfs de liefde voor een vrouw kon hen niet uit elkaar drijven. René dist de anekdote maar al te graag op. Hoe ze zijn getrouwd, met tien dagen verschil. Liefst van al hadden ze samen voor het altaar gestaan, maar dat zagen de respectieve schoonfamilies niet zitten. “Ik ben dan maar eerst getrouwd”, zegt hij, met hoorbare voorpret. “Na het feest zijn we meteen op huwelijksreis getrokken: een weekje San Feliu de Guixols aan de Costa Brava. Mijn eerste keer op hotel, ik was zwaar onder de indruk van de luxe. Gingen we aan tafel, dan stond er een ober klaar om de stoel onder onze kont te schuiven. We waren natuurlijk op tijd thuis voor het trouwfeest van Manu. Ook hij is meteen op huwelijksreis vertrokken. Naar San Feliu, in hetzelfde hotel, in dezelfde suite met hetzelfde hemelbed. Bij de receptie hadden ze niet naar de voornaam gekeken, ze dachten dat ik het was die daar opnieuw stond. Onze Manu begreep er eerst niks van: wat zaten die obers en receptionisten vette knipogen te geven achter de rug van zijn vrouw? Op den duur is hij in zijn beste Spaans uitleg gaan vragen. ‘We begrijpen het wel’, zeiden ze sussend. ‘En wees gerust, we zullen niks laten merken.’ Onze Manu vond de situatie zo komisch dat hij de Spanjaarden de hele tijd in hun geloof heeft gelaten. Ze spreken daar wellicht nog altijd van die rare Belg die twee weken na zijn huwelijk al met een andere vrouw op de proppen kwam.”

Schoonste cadeau van Moeder Natuur

We installeren ons in de veranda, met koffie en koekjes. In een hoek staat het parkje van Jens, zijn eerste kleinkind. Eén jaar is het baasje, niets vermoedend van de buitenproportionele rol die hij in het leven van zijn opa speelt. Liefde en troost, uit gulle hand geschonken door Jens en andere dierbaren, zijn de reddingsboeien waar René zich sinds de dood van Manu aan vastklampt. “Ik had gehoopt dat de pijn zou slijten”, zegt hij. “Maar niets is minder waar. Na een jaar voel ik het gemis heviger dan ooit.” Hoe hij deze zondag gaat doorbrengen, dat weet hij op het moment van onze ontmoeting nog niet. “Onze verjaardag was al erg”, zegt hij. “We zijn op de 29ste februari geboren. Als er geen schrikkeldag was, vierden we het op 1 maart. Wat keken we er naar uit om samen zeventig te worden. Het was erg zwaar om dat moment zonder hem te beleven. Maar 31 oktober, de eerste sterfdag van Manu. Dat wordt nog veel moeilijker. Ik heb me al suf gepiekerd over een passende manier om hem te herdenken, maar ik ben er nog niet uit.”

Alweer die krop in zijn keel, het zal hem tijdens het gesprek meermaals overkomen. René Verreth pendelt tussen lach en traan. Een geboren acteur zou men overhaast concluderen, maar zijn emoties zijn niet gespeeld. “Het is zo oneerlijk”, zegt hij. “Onze Manu was zo’n goede mens. Hoeveel benefieten heeft hij in zijn leven niet gedaan? Hij was sociaal bewogen, altijd klaar om te helpen en zich voor de kar van een goed doel te laten spannen. De dood van mijn ouders kon ik nog plaatsen. Ze waren oud en versleten, hun tijd was gekomen. Maar onze Manu? Jongenslief, wat hield die nog zielsveel van het leven. Hij bleef maar plannen maken, zelfs toen hij al ziek was en hij zijn tijdshorizon steeds korter zag worden. Als ze mij nog twee jaar geven, verzuchtte hij op een keer, dan kunnen we samen nog zoveel doen. Ach, het heeft niet mogen zijn.”

In een reactie vlak na het overlijden omschreef hij het verlies als een amputatie. “Zo voel ik het nog altijd aan”, zegt hij. “Een tweelingbroer, dat kun je nergens mee vergelijken. Onze band was zo hecht, daar kwam geen speld tussen. Ik zeg altijd: Manu was het schoonste cadeau dat Moeder Natuur me kon geven. Van in de moederschoot mocht ik samenzijn met de allerbeste vriend die ik me kon dromen. Had één van ons beiden een probleem, dan stond de ander klaar. Eén belletje, en we lieten vallen wat we in onze handen hadden. Manu was de oudste, geboren met tien minuten voorsprong. Als kind nam hij mij in bescherming. Hij was altijd meer een doener, ik mocht dromen en me uitleven als artiest. Ik ben er zeker van: zonder hem had ik in mijn leven veel minder gerealiseerd. Maar dat geldt ook in de andere richting. Eén plus één is meer dan twee, dat is de wiskunde van een tweeling.”

Volkswagentje in de prak

Huize Verreth is geen museum, maar veel scheelt het niet. Foto’s, affiches en karikaturen getuigen van een leven in de schijnwerpers. Ook Georges heeft een plekje aan de muur gekregen. Het stuk over oudermishandeling, door René op maat van hoofdrolspeler Manu geschreven, raakt in Vlaanderen een gevoelige snaar. De voorbije drie jaar heeft Theater Waverland, door de broers Verreth zelf opgericht, Georges al tachtig keer op de planken gebracht. Ook vanmiddag in Herselt zal de cast op de geijkte manier worden aangekondigd. ‘Met René Verreth in de rol van Manu Verreth’. Hij speelt dus een dubbelrol, maar dan zonder deuren of andere verwisseltrucs.

“Voor mij zijn Georges en Manu in deze voorstelling één en dezelfde persoon”, zegt hij. “Zolang we dat stuk spelen, zal ik hem blijven aankondigen. Op die manier komt hij nog eens onder het volk. Ik merk trouwens aan de warme reacties dat ze hem nog niet vergeten zijn. Men begint altijd over Jomme Dockx, maar onze Manu heeft in zijn leven zoveel meer gedaan. Het Mechels Miniatuur Theater, waar hij dertig jaar directeur is geweest, dat was zijn echte levenswerk. Onder zijn leiding zijn we geëvolueerd van een stel amateurs naar een gereputeerd beroepsgezelschap. Stel je voor, we hebben seizoenen gekend met veertig voorstellingen in Nederland. Manu kon als geen ander mensen stimuleren, hij haalde het beste uit zijn acteurs.

“Zelf werkte hij zich uit de naad. Hij was niet alleen acteur en regisseur, maar ook manager en boekhouder. Op een keer heeft hij van pure vermoeidheid zijn auto in de prak gereden. We hadden die dag al twee voorstellingen in de Brusselse Beursschouwburg gespeeld, ’s avonds was er nog een voorstelling in Gent. En wie reed er nog diezelfde nacht met zijn Volkswagentje naar de andere kant van het land om het decor voor ’s anderendaags op te stellen? Onze Manu, met alle gevolgen van dien. Hij is van de baan gesukkeld, zijn auto is in brand gevlogen.”

Positieve draai

Hij haalt er een stapeltje foto’s bij. René en Manu op een bierviltje van Vieux Temps. ‘De kollega’s maken de brug’, luidt de slogan in progressieve spelling. We schrijven de jaren tachtig, het decennium van Jomme Dockx en Philemon Persez. De langspeelfilm uit 1988 was eigenlijk niet meer dan de nageboorte van De kollega’s, de sitcom die tussen 1978 en 1981 voor ongewone absentiepercentages op kaartavonden en Davidsfondsvergaderingen zorgde. Wie De kollega’s niet had gezien, kon ’s anderendaags op de trein of op kantoor niet meepraten. Zal hij zijn versie maar eens vertellen? De ware reden waarom de BRT al na de drie seizoenen een punt achter dit ongeëvenaarde kijkcijfersucces heeft gezet? “Een politieke beslissing”, betoogt hij. “De immense populariteit van Jomme Dockx zat sommigen dwars. Van de directie mocht er wel een nieuwe reeks komen, maar alleen als Jommes personage werd herschreven. Hij zou de lotto winnen en zich opwerken tot een succesrijke industrieel. Met andere woorden: Jomme moest veranderen van een volksjongen in een ondernemer, zeg maar een liberaal. Jan Matterne (regisseur van ‘De kollega’s’, ER) had groot gelijk dat hij daarvoor heeft bedankt.”

Stilaan rijpt er toch een idee voor de herdenking. “Misschien moet ik zijn beste vrienden maar optrommelen”, denkt hij hardop. “We zouden dan met zijn allen naar een montage kunnen kijken, een greep uit het leven en werk van Manu.” Uiteraard mag Jomme Dockx daarin niet ontbreken, tenslotte werd het ei van De kollega’s in deze woonkamer gelegd en uitgebroed. “Ook Jomme zelf werd hier geboren”, zegt René. “De naam Dockx hebben we trouwens van de buren geleend van wie we samen onze bouwgrond hadden gekocht. In het begin waren ze er niet mee opgezet, maar na een poosje konden ze ermee leven. Jomme is dan ook geen belachelijk personage, maar een icoon van de kleine, hardwerkende man. Ik weet het, onze Manu zal altijd met dat personage verbonden blijven. Maar in mijn ogen was de rol van zijn leven die van de brave soldaat Schweik, de kleine ordonnans die altijd naar zijn kop krijgt, maar nooit zijn waardigheid verliest. Zelfs als de officier hem een schop onder zijn achterste verkoopt, geeft hij daar een positieve draai aan. Het was geen manier om hem te vernederen. Integendeel, die schop was juist het bewijs dat de officier aandacht aan hem had besteed. Die weerbaarheid, dat talent om met humor en creativiteit het beste van het leven te maken, dat was ook onze Manu ten voeten uit.”

Tu quoque Brute

Nog meer foto’s uit de gloriejaren van het MMT. Manu altijd gladgeschoren, René even onveranderlijk met baard. “Iedereen denkt dat ik die aan Philemon Persez te danken heb”, zegt hij. “Maar ik heb die baard al zolang ik toneel speel. Pure noodzaak als je met je tweelingbroer op de planken staat. Zonder die baard was het publiek in de war geraakt. We leken echt heel sterk op elkaar, daar kon geen kostuum iets aan veranderen.” Het kingewas is intussen verdwenen, afgedankt als een overbodig geworden rekwisiet. Of er in de film van Manu’s leven ook een fragment van de Pak de poen show wordt opgenomen, het door de broers live gepresenteerde spelprogramma waarin alles verkeerd liep wat maar verkeerd kon lopen? Nog vooraleer de vraag is geformuleerd, besef ik mijn vergissing. Renés blik spreekt boekdelen, en één ervan draagt de titel Tu quoque Brute. “Is het niet godgeklaagd”, foetert hij. “Altijd weer beginnen jullie erover. Hoe is dat nu mogelijk? Je hebt zoveel moois gedaan in je leven, maar telkens weer word je op dat ene dieptepunt afgerekend.”

Zijn woede ebt gelukkig snel weg. Nu het onderwerp toch is aangesneden, kan hij net zo goed de puntjes op de i zetten. Waarom weigerde tijdens die rampzalige uitzending de telefoon hardnekkig dienst, waardoor een simpel belspelletje voor het oog van televisiekijkend Vlaanderen compleet de mist inging? Waarom vielen om de haverklap studiolichten uit en haperden de knoppen die de quizkandidaten verondersteld werden in te drukken? De fragmenten zijn populaire hits op YouTube, ze ontbreken in geen enkel overzicht van televisiebloopers. Tonnen leedvermaak op de rug van Manu en René Verreth, destijds voor het eerst en meteen ook voor het laatst gecast als televisiepresentatoren. “Terwijl wij daar helemaal niks aan konden doen”, zegt René. “We waren het slachtoffer van een syndicale actie. Dat hebben we jaren later zelf uit de mond van een studiomeester vernomen. Blijkbaar broeide er al langer onvrede onder het personeel en daarom hebben ze die avond de hele boel gesaboteerd. Het toppunt vond ik gerechtsdeurwaarder Van Backlé. ‘Wat scheelt er Jomme’, gooide hij op een bepaald moment in de uitzending. ‘Kunt ge nu al niet meer telefoneren ook?’ Kun je je dat voorstellen? Onze Manu stond daar helemaal niet als Jomme Dockx. En hij had er nog minder om gevraagd dat ze die telefoon zouden saboteren. Ik durf het gerust toegeven. Manu heeft daar erg onder geleden, en ik ook.”

Een aandoenlijk familiekiekje, formaat postzegel uit de Kaaimaneilanden, doet de zon weer doorbreken. Er staat een pronte mama op, twee identieke baby’s op de arm. Dat was dus Wiske, een volksvrouw over wie René alleen maar met de grootste genegenheid kan praten. Toen de oorlog uitbrak en haar man werd gemobiliseerd, is ze zwanger en wel met vier kinderen op de vlucht geslagen. “Na de oorlog zijn er nog twee bij gekomen”, vertelt René. “De zevende is eigenlijk een nakomertje, een cadeautje van de pastoor. Op een dag kwam hij bij ons moeder langs. ‘Awel Wiske,’ begon hij, ‘hoe oud is die jongste van jullie intussen? Al twee jaar? Zeg eens, wat is dat daar? Leven jullie nog wel?’ Na die hint was er geen houden meer aan. Vader mocht zeggen wat hij wilde, moeder wilde er nog een kindje bij. Dat is dus onze Ferdie geworden, een heel straffe gast overigens.”

Gebreide zwembroek

Aan pastoors en ander gerokt en gewijd volk was er in hun jeugd geen gebrek. René en Manu, opgegroeid in het volkse begijnhof in hartje Mechelen, zijn zowat groot geworden op wierook en wijwater. “Zondag gingen we drie keer naar de kerk”, zegt hij. “Onderwijs, dat was toen nog een zaak van nonnen, paters en broeders. Een schooldag begon altijd met de vroegmis. Voor, tijdens en na de les repeteerden we met het koor. Dat was geen corvee, we deden dat graag. Manu en ik zongen ook gregoriaans in de Sint-Romboutskathedraal. Op mij maakte dat een grote indruk, al die mannen in hun lange pijen. Je kunt wel stellen dat we stijfkatholiek zijn opgevoed, maar ik heb daar niet onder geleden. Achteraf ja, dan komen de vragen. Hoe ze het zondebesef er in hamerden. Dat je niet naar onderen mocht kijken wanneer je je gevoeg deed, kregen we op school te horen. Er is nu veel te doen over pedofilie in de kerk. Zelf kan ik niet zeggen dat ik er ooit last van heb gehad, maar ik heb wel jongens gekend die werden misbruikt. Dat van ‘kom eens naar mijn kamer’, dat was echt geen fabeltje.”

We moeten het er nu ook niet te dik opleggen. Behalve vroom was zijn kindertijd vooral warm en vrolijk. “Thuis was het de zoete inval”, zegt hij. “Vader, een eenvoudige meubelmaker, was de enige kostwinner. We hadden het niet breed, maar dat liet hij niet aan zijn hart komen. Een scheet in een fles is voldoende reden om te feesten, dat was zowat zijn levensmotto. Manu en ik waren zijn grote trots. Zondag ging hij met de tweeling paraderen op de Bruul. Dan werden we door ons moeder opgedirkt. Op feestjes was het de gewoonte dat elk van de kinderen een liedje of een sketch bracht. Manu en ik moesten altijd samen opkomen. ‘En nu is het aan de tweeling’, zei onze pa dan. Ik denk dat daar onze liefde voor het theater is geboren. In het vijfde studiejaar hebben we samen ons debuut gemaakt, in Sneeuwwitje, een musical. Ik weet het nog goed: we repeteerden op donderdagmiddag, dan hadden we vrij op school.”

Moderne ouders van eeneiige tweelingen worstelen met de vraag: moeten we de gelijkenissen in de verf zetten of juist de verschillen benadrukken? Er zijn al hele bibliotheken over geschreven, maar ma en pa Verreth hadden geen boek nodig. René: “Ze deden gewoon wat ze moesten doen, puur op intuïtie. Het was vanzelfsprekend dat we altijd dezelfde kleren droegen, ook toen we al groter waren en in de jeugdbeweging zaten. Ik heb daar nooit vragen bij gesteld.” Identieke kleren droegen ze ook tijdens hun allereerste uitstap naar zee. De anekdote is te kostelijk om verloren te laten gaan. Het idee kwam van nonkel Louis, kolenboer van beroep en trotse bezitter van een toen nog zeldzame vrachtwagen. “We waren met een hele bende, want zijn kinderen gingen natuurlijk ook mee”, zegt René. “Nonkel Louis had in school bij de nonnekes Zweedse banken geleend en in de laadbak gemonteerd, zodat we allemaal konden zitten. Ook moeder was bij de voorbereiding betrokken. Weken op voorhand is ze voor alle kinderen zwembroeken beginnen te breien. Ik zie ons daar nog staan in Westende. Met de voeten in de branding, en twee handen aan onze zwembroek om te beletten dat ze zou afzakken. Moeder had er niet bij stilgestaan dat een gebreide zwembroek niet tegen water kan. Het jeukte trouwens verschrikkelijk.”

Ietsisme

Het talent voor vriendschap en de hang naar gezelligheid zijn na al die jaren intact gebleven, maar zijn geloof heeft een forse knauw gekregen. “Ik hoop nog altijd dat er iets is,” zegt hij, “dat het leven hier niet ophoudt. Ik besef dat ik dat niet kan weten. Dat kan trouwens niemand, ik word boos als ik mensen het tegendeel hoor beweren. Zo’n pretentie heeft niks met geloof maar alles met macht te maken. Door zich in de plaats van God te stellen, proberen ze ons klein te houden. Precies daarom heb ik gebroken met de kerk als instituut. Dat is een proces van jaren, maar de dood van Manu heeft de zaken nog eens op scherp gesteld. Ik ben opgevoed in de overtuiging dat alles naar de wil van God geschiedt. Je kent die bordjes wel: ‘God ziet u, altijd en overal.’ Maar wat dan te denken van Manu? Waarom moest mijn broer zo afzien? De laatste weken in het ziekenhuis waren echt onmenselijk. Als God toch alles ziet, waarom laat Hij dan zoiets gebeuren?”

Noem hem maar een aanhanger van het ietsisme, de snelst groeiende religie in het seculiere Westen. Net als traditionele geloofssystemen biedt het hoop en troost. “Manu is nog ergens”, weet René. “Soms zie ik hem, dan zit hij hier in de veranda of in de tuin en dan praten we. Ooit zullen we weer echt samen zijn, maar vraag niet hoe of wanneer.” In afwachting gaat het leven verder. Er is geen haast mee gemoeid, maar sterven op de bühne zou een elegante manier zijn om te gaan. “Ik zal nooit met theater stoppen”, zegt hij. “Plannen zat. Ik wil nog een laatste keer op tournee met Adriaan Brouwer, de monoloog die ik tot in Duitsland en Zuid-Afrika heb opgevoerd. Als ik in mijn carrière één personage heb neergezet met wie ik me totaal kan vereenzelvigen, dan is het wel Adriaan Brouwer. Ook buiten het theater heb ik mijn handen vol. Ik zit in de gemeenteraad, verkozen op de CD&V-lijst met 580 voorkeurstemmen. Het is mijn eerste mandaat. Ik ben eigenlijk in de politiek gestapt met één programmapunt: Waver moet een cultureel centrum krijgen. Nu is het huilen met de pet op. We hebben alleen de parochiezaal, er zijn niet eens kleedkamers of douches. Geen wonder dat professionele theatergezelschappen Waver links laten liggen. Ik ijver al lang voor een adequate onthaalinfrastructuur, samen met onze Manu. Het dossier evolueert gunstig, ik heb er een goed oog in. Als dat nieuwe CC ooit wordt ingehuldigd, dan zal dat ook een mooi eerbetoon aan Manu zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234