Dinsdag 26/05/2020

Het verdriet van Turnhout

Gestript. Dit weekend opende 's lands grootste stripfestival zijn deuren. Het festival en zijn werking lijden al een tijd aan bloedarmoede. Sorteert het bovenhalen van de euthanasiespuit niet meer effect dan het steeds maar aanrukken van verse zakjes bloed?

Eerst dit: in december 2005 was ik zelf curator en medeorganisator van dit festival. Mijn exit stond in de sterren geschreven. Toen bleek dat we konden rekenen op subsidies van zowel de stad Turnhout als van de Antwerpse Provincie en de Vlaamse Gemeenschap, samen zo'n 375.000 euro, maar pas op te nemen twee weken ná het festival, vanaf 1 januari 2006, veranderde alles. Dat verleden bracht me in een oncomfortabele situatie. Elke kritiek van mijnentwege zou meteen afgedaan worden als een zure oprisping van een verongelijkt individu dat niet door kan met zijn leven. Je kijkt het dus allemaal net even langer aan dan je gevoelsmatig zou willen.

Maar nu ben ik het zat. Van deze editie viel mijn mond open. Waar was het volk? Waarom is het festival herleid tot slechts één dag? Waarom midden in de blok?

Het begon al bij de aankomst. Nix stond er met zijn Kinky & Cosy Experience, een interactieve expo die begin dit jaar in Angoulême pers en publiek nog laaiend enthousiast kreeg. Op het plein voor Cultureel Centrum De Warande was die expo tot pakweg een achtste gedecimeerd en ondergebracht in een kleine container. Als je dan al een bestaande expo krijgt aangeboden krijgt, waarom dan zo'n lightversie? Het werd niet veel beter, nadien. Het was zoeken naar de expo van Serge Baeken die zijn nieuwe strip Het verdriet van Turnhout op een 'panoramische' manier tentoonstelde. Zonder zijn uitgeefster had ik de expo niet eens opgemerkt. Ze stond langs het voetpad naar De Warande. Ik was lang niet de enige die dacht dat het om een hoge schutting was, bedoeld als klimrek voor planten. Pijnlijk. Nergens stond een bordje met tekst en uitleg, iets waar Baeken zelf zaterdag wel naar vroeg, maar niet kreeg.

Zonder woorden

Het festival pakte uit met een retrospectieve van Brusselaar Laurent Durieux, wiens eigen affiches van filmtoppers als Jaws of The Godfather een onderkomen vonden bij een Amerikaanse uitgever. Fantastische expo. Dat de connectie met strips eerder veraf leek, mag niet deren. Moderne festivals mogen en moeten de grenzen opzoeken. Tenminste, als je voorts voor evenwicht zorgt in je programma, door bijvoorbeeld een grote, bij voorkeur internationale auteursnaam.

Helaas. De tweede grote expo was die van Bronzen Adhemar-laureaat Luc Cromheecke. Die was identiek aan die van de vorige winnaar in 2013, Marc Legendre, met dezelfde vitrines en dezelfde opmaak.Toen werd topdesigner Stefan Schöning als curator aangesteld. Fijn, maar zowel toen als nu kon er geen woordje uitleg af. Wie niets wist van Cromheecke of zijn reeksen, wist ook niets meer. Vreemd was ook de groepsexpo rond Jan Van der Veken, Ever Meulen en Joost Swarte in een architectenhuis, twintig minuten fietsen verderop. Nergens stond een promobord of duidelijke signalisatie, en er werd ook niet voor vervoer gezorgd. De expo was overigens maar één dag te bezichtigen. Om 17 uur werd ze afgebouwd.

Cijfers

Er zijn ook voordelen aan mijn voormalige curatorschap: je weet hoe het werkt en kunt vergelijken. In 2005 waren er zestien expo's groot en klein, zo'n 130 signerende auteurs, iets meer dan 15.000 bezoekers, lezingen en een grote beurs. De mediarespons was enorm. Veel van de (weinige) auteurs die ik nu zag waren onbekend, op enkele uitzonderingen na werd er geen moeite gedaan om buitenlandse auteurs aan te trekken.

Er was amper mediarespons, er was sprake van vijf expo's (inclusief Baekens klimrek) en de beurs vond plaats in alle hoeken van het gebouw. Bij de vorige editie werden de standhouders samengetroept in een onverwarmde kelder waar op vele plaatsen geen licht voorzien was. Steen en been werd er geklaagd. Dat was nu niet anders. De ene had amper licht, de andere zat weggedrukt in een verloren hoekje.

Maar nog meer meer werd er geklaagd over een gebrek aan volk. De ruimste schattingen hadden het over 2.000 bezoekers voor de hele dag. Een halfjaar geleden liet toenmalig directeur Koen Van Rompaey - met tegenzin - het cijfer 7.000 à 8.000 vallen. Een ruwe schatting, wist hij, "want we tellen niet omdat het een gratis festival is". In hun jaarrapport wordt echter 5.000 tot 8.000 vermeld, maar dat lijkt ook gebaseerd op de volledige expoduur van de grote expo's, die weken daarna nog loopt. Niettemin: een geteld aantal met 3.000 bezoekers verschil is vrij uniek en lekker vaag.

De cijfers van de afgelopen twintig jaar dan: In 2005 daagden er iets meer dan 15.000 bezoekers op. Volgens een van de vorige organisatoren, Ad Hendrickx, lag het hoogtepunt begin jaren 90 op 20.000 en zakte dat aantal vanaf 1995 bij elke editie. In 2013 schatten de standhouders het bezoekersaantal op 1.500 tot 2.000. Toen ging het nog om een weekend. Auw!

Dominantie

De Stripgids-organisatie domineert het volledige striplandschap. Hun inkomen (voor 2013 was dat zo'n 315.000 euro), waarvan ze voor 90,5 procent afhankelijk zijn van subsidies, behelst onder meer nog het publiceren van het eerder drie-, nu viermaandelijks blad Stripgids. Goed gemaakt, maar of dat het in hun jaarrapport aangehaalde hoge honorarium van de hoofdredacteur wettigt?

En wat met het Vlaams documentatiecentrum voor de Strip in Turnhout, dat eind 2013 werd opgericht met hulp van Het Fonds voor de Letteren (FvdL) en de Provincie Antwerpen (via het Provinciaal Bibliotheekcentrum). Een voorbeeld van geïntegreerd letterenbeleid, klonk het trots. Het doel: Vlaanderens grootste stripdocumentatiecentrum worden. Je hoort er werkelijk niets van.

Ook bij andere projecten wringt het. Hun inbreng bij de afgelopen Boekenbeurs was een farce, hun Willy Vandersteenprijs gezapig, hun présence tegenover de pers ondermaats en het feit dat ze met subsidiegeld boeken zonder meerwaarde doordrukken (zoals Vlaamse reuzen, bestaande uit stokoude interviews van Vlaamse auteurs) doet ook bij het FvdL wenkbrauwen fronsen. Niet dat ze niets kunnen, daar in Turnhout. In het bekomen van subsidies zijn ze steengoed.

Stripgids Festival heeft zichzelf overbodig gemaakt. De teleurstelling die in 2013 nog voelbaar was, maakte afgelopen zaterdag plaats voor hardere woorden bij zowel uitgevers, standhouders als auteurs. Of zoals een standhouder het kort maar bondig samenvatte: "Dit festival was al gedaan om vijf na tien."

Afgelopen zaterdag was een dag vol plaatsvervangende schaamte. De stripscène heeft het idee dat, als het misloopt, niemand nog subsidie zal krijgen. Als het FvdL, dat sinds enkele jaren een oogje in het zeil moet houden met betrekking tot deze organisatie, iets wilt doen voor de Vlaamse strip, mag het op zijn minst kritischer berichten over deze organisatie. En zij niet alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234