Woensdag 21/10/2020

Het verdriet van België

Operahuis De Munt dreigt er na 2014 mee op te houden, zo dringend is de renovatie. Het Koninklijk Conservatorium staat op instorten en ook in andere federaal gebleven kunstinstellingen staat het water, soms letterlijk, aan de lippen. Wie redt de kroonjuwelen van België?

De Vlaamse minister van Cultuur is Joke Schauvliege (CD&V), maar wist u dat het federale België ook drie ministers en een staatssecretaris heeft die rechtstreeks of onrechtstreeks bevoegd zijn voor cultuur (en wetenschap). Laurette Onkelinx (PS) beheert de federale culturele instellingen (FCI's): De Munt, Het Nationaal Orkest van België en Bozar. Haar partijgenoot, staatssecretaris Philippe Courard, is sinds kort belast met wetenschapsbeleid. Daaronder ressorteren een hele reeks federale wetenschappelijke instellingen (FWI's) zoals de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, de Koninklijke Bibliotheek, de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, het Afrikamuseum, het Museum voor Natuurwetenschappen (de dino's!), maar ook kleinere zoals het Chinees paviljoen. Staatssecretaris Servais Verherstraeten (CD&V) is verantwoordelijk voor de Regie der Gebouwen, die 10 procent van zijn budget investeert in gebouwen van deze 'Belgische' instellingen.

In vergelijking met de collecties van de Vlaamse steken die van de Belgische musea er met kop en schouders bovenuit. Het is onmogelijk om er een waarde op te plakken, maar die loopt in de tientallen, zo niet honderden miljarden euro. Rubens, Bruegel, kostbare handschriften in de Koninklijke Bibliotheek, art nouveau, kostbare prenten en kaarten, Afrikaanse kunst, Magritte, Vlaamse primitieven. Alarmerend is dat er geen centraal inventaris is van de collecties van de federale instellingen. Niemand weet dus precies welke en hoe veel schatten België bezit.

Zorgenkinderen

Vreemd genoeg zijn de FWI's en FCI's al echte zorgenkinderen sinds 1980, toen de bevoegdheden cultuur en wetenschap grotendeels werden overgeheveld naar de gemeenschappen en zij verweesd achterbleven onder Belgische voogdij. Al in 1984 schreef de toenmalige kabinetschef van koning Boudewijn, Herman Libaers, een alarmerend verslag. Het werd afgeketst nog voor het werd gepubliceerd. Een witboek in 2001 legde een tweede keer de vinger op de wonde. Er kwamen wat noodmaatregelen, maar structureel veranderde er weinig.

Sindsdien blijft het klachten regenen van klokkenluiders en wetenschappers: het Jubelpark weet niet eens welke schatten het bezit, de depots staan er soms onder water. De Koninklijke Bibliotheek moest een noodprogramma uitvoeren om de kranten van verzuring te redden. Ook bestuurlijk loopt er veel mis. Belangrijke instellingen wachten al jaren op nieuwe directeurs. Procedures bij de Raad van State zorgen voor immobilisme aan de top én voor ontmoediging bij het personeel.

Opvallend is dat de federale politici lang weinig interesse vertoonden voor hun schatten. Dat gaf de opeenvolgende ministers, meestal van PS-signatuur, vrij spel om de instellingen als hun speeltuin te beschouwen. Kwalijk is dat de meeste instellingen niet eens een raad van bestuur hebben maar rechtstreeks door de POD Wetenschapsbeleid worden geleid. Daar staat Philippe Mettens, de rechterhand van PS-voorzitter Paul Magnette en burgemeester van Flobecq, aan het hoofd. Hij benoemde zijn vertrouweling Michel Draguet, die nu zowel het Museum voor Schone Kunsten als het Museum voor Kunst en Geschiedenis leidt (ad interim). Draguet is een flamboyante figuur die droomt van een doorgedreven rentabilisering van de collecties. Zo vroeg en kreeg hij geld voor een Magrittemuseum en broedt hij nu op een museum dat alle collecties over het fin-de-siècle (art nouveau!) moet samenbrengen. Waarnemers vinden dat eigenaardig, aangezien de bestaande musea amper het hoofd boven water kunnen houden en vaak bouwvallig zijn. Wetenschappers vrezen dat de aandacht voor toerismevriendelijke topstukken de wetenschappelijke rol zou ondermijnen.

Controversieel was de beslissing om het Museum voor Moderne Kunst tijdelijk te sluiten. Ook hier stuurt Draguet aan op een hergroepering van een aantal collecties in een nieuw museum. Daar is nu geen geld voor. Het Dexia Art Center, waar de grote collectie van Belfius is ondergebracht, is een tijdelijke optie.

In CD&V-kringen vermoedt men dat de PS, met Brussels burgemeester Thielemans op kop, droomt van een Brusselse Tate Modern op de Heizelvlakte. Dat museum zou dan kaderen in het Neo-project van de stad Brussel en zou een privaat-publieke samenwerking zijn waarin de topstukken uit de federale musea en de bankencollecties worden samengevoegd.

Wat willen de Franstaligen?

De Belgische schatkamers zitten in het oog van een communautaire storm. De meeste Vlaamse partijen willen van het splitsen van de collecties (zoals destijds met die van de KU Leuven gebeurde) niet weten, maar toch dringen ze erop aan dat de gemeenschappen nauwer betrokken worden bij het beheer. Dat is nu al het geval bij Bozar en Flagey, bijvoorbeeld.

Elk jaar pompt de Regie der Gebouwen 70 miljoen euro in de gebouwen van de FWI's. Dat is maar een fractie van de reële noden. Vreemd genoeg kan niemand becijferen hoe hoog die noden precies zijn. Veel directeurs, vooral Franstaligen, hebben nog steeds geen behoefteplan gemaakt. De Vlaamse directeurs, Karel Velle van het Rijksarchief en Guido Gryseels van het Afrikamuseum, deden dat wel. Gevolg is dat die twee instellingen in het recente verleden wél geld kregen om hun oude gebouwen op te knappen en de nieuwe te renoveren.

Achter de schermen heerst er grote onrust over de plannen van de Franstaligen met de Belgische kroonjuwelen. Velen zien in de pogingen van Draguet om nieuwe thematische musea op te richten een strategie om de lekkere brokken uit de verschillende collecties samen te brengen. Ze zouden dan niet langer in federale musea ondergebracht worden, maar in musea met een gemengd statuut zoals het Magrittemuseum.

De onderhandelaars van het Vlinderakkoord over de staatshervorming verbonden zich ertoe - op vraag van de PS - om culturele instellingen van 'gewestelijk belang' over te hevelen naar het Brussels Gewest. In een voetnoot werd daarbij verwezen naar de Zinnekeparade, maar tijdens de gesprekken viel ook het KunstenfestivaldesArts. De zaak is nog steeds niet uitgeklaard. Het zou wel eens de doos van Pandora kunnen zijn om de Belgische collecties te verbrusselen.

Aan Vlaamse kant is er na jaren radiostilte eindelijk wat tegengas. CD&V heeft al een tijdje een werkgroep met onder meer oud-justitieminister Stefaan De Clerck, Kamerlid Jef van den Bergh en Vlaamse Parlementslid Paul Delva. Die bracht de noden in kaart en probeert via vicepremier Pieter De Crem en Servais Verherstraeten schot in de zaak te krijgen. Ook senator Bert Anciaux (sp.a) is actief, maar wordt fel gewantrouwd door de PS. Zelfs Herman de Croo (Open Vld) stelde al vragen over de megalomane plannen van Draguet.

Op Vlaams niveau zijn Brusselaars Luckas Vander Taelen (Groen) en Yamilla Idrissi (sp.a) erg actief, vooral in het dossier van het Museum voor Moderne Kunst. Zij dringen aan op een nauwere samenwerking met de gemeenschappen. Iedereen is beducht voor een Plantentuin-scenario. Deze voormalige Belgische instelling werd in 1999 overgeheveld naar Vlaanderen, maar het duurde tot dit jaar voor er deftige afspraken waren met de federale en de Franstalige regering. Intussen is een van de mooiste plantentuinen ter wereld verworden tot een ruïne.

Voeg daarbij de besparingen, en de conclusie dringt zich op dat de kroonjuwelen van België meer dan ooit het verdriet van België zijn geworden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234