Zaterdag 24/10/2020

‘Het verdomhoekje is mijn favoriete plek’

rasserie Canal omschrijft zichzelf met Antwerpse bescheidenheid als de ultieme place m’as-tu vu van ’t Stad. Zou het kunnen dat Stany Crets (46) toch eerder door de kwaliteit van de keuken dan door het blingblinggehalte naar deze nering werd gelokt? Aan exhibitionisme of publieke herkenning heeft hij als overbekende Vlaming al lang geen behoefte meer, maar een soep van de dag gaat er op deze woensdagmiddag vlot in. Buiten, op de stoep van de winderige Leopold de Waelplaats, staat de Vespa. Was het niet van die wielen en benzinedampen, je zou er het beroemde paard Rocinant in herkennen. Trouw als geen ander, steeds bereid zijn doldrieste berijder te vergezellen op diens avonturen. Anders dan bij Don Quichot en zijn knol echter, draaien de avonturen van Stany en zijn Vespa doorgaans op klinkende successen uit.

2011 belooft alweer een grand-crujaar te worden. Bijna twee miljoen Vlamingen zagen hem in de finale van De slimste mens op de tweede plaats eindigen. Afgelopen zondag dan weer beleefde in de Antwerpse Stadschouwburg de musical Spamalot, geënt op Monty Python and the Holy Grail, een triomfantelijke première. Heel bekend Vlaanderen kwam kijken, de aanwezige recensenten plunderden na afloop hun arsenaal aan superlatieven en zwaaiden regisseur Stany Crets niets dan lof en wierook toe. Intussen gaat de buzz steeds luider door televisieland: Debby en Nancy keren terug! De twee hard geschminkte, hoog gehakte en vooral grof gebekte gastvrouwen hebben het stof van hun sacoche en boa geblazen. Hun legendarische talkshow, met Stany Crets als de rondborstige Nancy en zijn bloedbroeder Peter Van den Begin als de bonenstakerige Debby, zou volgend televisieseizoen op vtm te zien zijn.

Proficiat met de première. Stonden de zenuwen gespannen?

Stany Crets: “Dat viel mee. Natuurlijk is zo’n première speciaal. Iedereen loopt dan op de toppen van zijn tenen, maar het zelfvertrouwen was groot. De echte vuurdoop hadden we al achter de rug, dat was de algemene repetitie voor een onbevangen publiek. We hebben de zaal meteen ingepakt, de mensen hebben zich kostelijk geamuseerd. Dit kan niet stuk, dacht ik, toen ik ze hoorde gieren van het lachen. Zo verrassend was dat enthousiasme nu ook weer niet. Ik ben niet de schrijver, dus ik kan het in alle objectiviteit stellen: Spamalot is gewoon entertainment van de bovenste plank. Toen ik de show twee jaar geleden in Londen zag, was ik meteen verkocht. Een musical die de draak steekt met zichzelf, dat vond ik geweldig”.

Het is niet je eerste musical, eerder regisseerde je al The Musical Songbook en Pippi zet de boel op stelten. Wat heb je met het genre?

“Ik doe er alleszins niet neerbuigend over, zoals het bon ton was toen ik van de Studio Herman Teirlinck kwam. Het was de periode van Blauwe Maandag Compagnie en De Tijd, vernieuwende gezelschappen die de bakens in de theaterwereld verzetten. De repertoiregezelschappen van de stadsschouwburgen hadden afgedaan, alles wat naar populariteit zweemde, werd met een scheef oog aangekeken. Ook musicals waren erg fout, het hele genre werd naar het verdomhoekje van de slechte smaak verbannen. (grinnikt) Dat is voor mij al reden genoeg om me er in te verdiepen. Niks fijner dan in verdomhoekjes kruipen, je vindt er altijd wel iets om mee aan de slag te gaan. Intussen is de tijdgeest alweer veranderd, de jongste tien jaar is musical zelfs hot in Vlaanderen. Ik ben er zelf niet vies van, maar dat betekent niet dat ik een onvoorwaardelijke fan ben. In feite interesseert musical me alleen als het echt goed is gedaan, met een stevige scheut comedy en zelfrelativerende humor. Zoals The Rocky Horror Picture Show, een van mijn eeuwige favorieten. Of zoals Spamalot, al vraag ik me af of die voorstelling nog onder het genre musical valt. In feite is het een uit de hand gelopen revue”.

Er is veel lof voor de casting. Met Koen Van Impe, Walter Baele, Jonas van Geel en Jan Van Looveren koos je niet voor geschoolde stemmen maar voor bekende acteurs. In feite is alleen Ann van den Broeck een echte zangeres. Een gouden greep van de regisseur?

“Laten we bescheiden blijven, het was haast onmogelijk om bekende acteurs te passeren. Want ook daaruit blijkt de populariteit van musical: acteurs staan tegenwoordig zelf in de rij om mee te doen. In de Angelsaksische wereld zie je dat al veel langer, het is daar de gewoonste zaak dat grote filmsterren gaan zingen en dansen in een musical. Maar de casting weerspiegelt ook mijn visie op musical: ik ben niet geïnteresseerd in perfecte stemmen. Mijn acteurs moeten niet alleen kunnen zingen en dansen. Ze moeten een sketch kunnen neerzetten, gevoel voor timing aan de dag leggen en comedy in de vingers hebben. Het een sluit het ander natuurlijk niet uit, mijn acteurs kunnen allemaal een aardig stukje zingen. Ook het omgekeerde is waar: Anne Van den Broeck is een echte zangeres, maar ze kan ook een scène maken”.

Had je niet liever zelf op de bühne gestaan?

“Nee, dat wil ik het publiek echt niet aandoen. Geloof me, ik heb op de Studio meer gezongen en gedanst dan me lief is. Alleszins genoeg om dit besluit te trekken: zingen en dansen zijn aan deze jongen niet besteed”.

De recensenten hebben moeite moeten doen om een kritische kanttekening te maken. Wat dacht u van deze? Het vanzelfsprekende succes van Spamalot bewijst dat de humor van Monty Python niet langer subversief is maar gemeengoed…

“Natuurlijk is die humor niet meer subversief. Wat hadden ze dan gedacht? We leven niet meer in de jaren zeventig, toen de Pythons alle regels van televisie en comedy aan hun laars lapten. Maar intussen is er zo veel veranderd, ik zie echt niet in wat je nog kunt verzinnen om de goegemeente te shockeren. Sommige theatermakers proberen het nog wel, door bijvoorbeeld om de twee minuten een lading schuttingwoorden in de zaal te slingeren. Maar is dat subversief? Volgens mij is dat vooral boring. Ik las zo-even in jullie krant over de nieuwe Vandekeybus. De helft van het publiek is tijdens de voorstelling opgestapt. Je kunt dat als een bewijs van subversiviteit beschouwen, maar zelf zie ik dat anders. Als er zoveel mensen weglopen, dan moet het daar wel een erg saaie bedoening zijn geweest”.

Je hebt Spamalot zelf omschreven als goed gebrachte zever in pakskes. Is dat niet de rode draad in je carrière? Stany Crets, hofleverancier van superieure zever in pakskes…

“Dat is wat kort door de bocht, ik heb ook al ernstige rollen gespeeld. Maar ik zal het niet ontkennen: ik zie mezelf als een entertainer. Theater moet een feest zijn, ik wil dat het publiek zich amuseert. Op de bühne grote boodschappen verkondigen, daar geloof ik niet in. Misschien werkte dat in de tijd van de Internationale Nieuwe Scène, maar vandaag is dat passé. Voor diepere inzichten in de wereld lees ik wel de krant of kijk ik televisie. Het is trouwens eeuwen geleden dat ik nog als acteur in een productie stond die ik niet zelf heb geschreven of geregisseerd. Dat heeft met de aard van het beestje te maken, in mijn diepste binnenste ben ik een zware controlefreak. Maar het heeft ook met mijn visie op acteren te maken. Ik huiver voor regisseurs die denken dat ze de definitieve versie van een klassieker gaan neerzetten. Als dat maar goed afloopt, denk ik dan, terwijl ik me uit de voeten maak.”

Je zat nog op de kleuterschool toen Monty Python in 1969 furore maakte. Wanneer heb je John Cleese en co. leren kennen?

“Heel jong, ik moet een jaar of tien zijn geweest. Ik kom uit een eenvoudige arbeidersfamilie. Comedy op de televisie, dat waren Gaston en Leo, of André van Duin. Volks, maar goed gebracht, ik kan daar geen kwaad woord van vertellen. Maar ineens was er Monty Python, ik vermoed dat ik ze voor het eerst op de VPRO heb gezien. Absurde humor, sketches die alle kanten opgaan, grappen zonder pointe, mannen die zich als vrouw verkleden. Ik wist niet wat ik zag, maar het was een openbaring”.

Behalve regisseur ben je ook de vertaler van Spamalot. Hoe lastig was het om de taal en trouvailles van schrijver en ex-Python Eric Idle naar het Vlaams over te zetten?

“Ik heb me rot geamuseerd, vooral met de scheldwoorden die de French taunter met kwistige hand rondstrooit. Ik speel met Vlaamse dialecten, net zoals Idle die in zijn oorspronkelijke versie Schots, Iers, Cockney en alle varianten van het Engels serveert. Als regisseur en vertaler had ik de vrije hand, maar al bij al ben ik vrij dicht bij het originele script gebleven. Waarom een recept veranderen dat wereldwijd zijn succes heeft bewezen? Sommige vondsten vielen natuurlijk niet te redden. Waaraan kun je zien dat Arthur een koning is? Omdat hij als enige niet onder de stront zit, luidt het in de oorspronkelijke tekst. In het Engels is dat een catch phrase die de hele zaal plat krijgt, maar bij ons valt dat op een koude steen. Dan moet je creatief zijn. Koning Arthur herken je aan de formateur die hem overal vergezelt. Dat is dus Patsy, tevens de man met de kokosnoten die de paardenhoeven laat weerklinken. Mijn acteurs vonden het maar niks. Een geut Belgische politiek in een stuk over de Engelse middeleeuwen, dat zou nooit pakken. Maar op zo’n moment kan ik erg koppig zijn. We doen het toch, heb ik gezegd, en het bleek nog te werken ook. Behalve regisseur en vertaler ben ik vooral acteur met twintig jaar podiumervaring. Ik weet ondertussen perfect wanneer een vondst of een zin pakt bij het publiek”.

Opper-Python John Cleese betaalt zijn alimentatieverplichtingen met dure lezingen over de kunst van het creatief zijn. Dat zou jij ook wel kunnen, al heb je geen alimentatieverplichtingen. Altijd al een creatief baasje geweest?

“Ik kom uit Turnhout. In de zomer voerden we met de kinderen van de buurt revues op. Ik deed de scenario’s en de regie, ook toen al. Creativiteit is een talent, je hebt het of je hebt het niet”.

Heeft je moeder zich intussen al verzoend met je beroepskeuze?

“Ja, maar dat heeft lang geduurd. Ik mocht van haar geen acteur worden, ze wilde dat ik een serieus diploma ging halen. Na mijn graduaat psychologie ben ik alsnog naar de Studio getrokken, tot afgrijzen van mijn moeder. Intussen is ze erg trots op mij, ze mist geen enkel première. Toch maakt ze zich nog altijd zorgen. Wat na de première? Je zult toch niet zonder werk vallen zeker? Is dat niet aandoenlijk? Ik draai intussen al zolang mee, dat ik stilaan aan mijn pensioen kan gaan denken”.

Vorig jaar had je moeder reden tot bezorgdheid. Jij en Peter zouden boegbeelden worden van Exqi Plus, de met veel toeters en bellen aangekondigde familiezender van Alfacam-baas Gabriël Fehervari. Het vertrouwen was zo groot dat jullie zelfs jullie eigen productiehuis Elisabeth deels aan Alfacam verkochten. Exqi Plus flopte evenwel en werd al na vijf maanden van de kabel gehaald. Een dure vergissing?

“Ik noem het geen vergissing, we hebben bij Exqi Plus een paar erg intense en leerrijke maanden beleefd. Op papier zag het er trouwens goed uit, maar Fehervari kon de ambities van zijn business plannen niet waarmaken. Gelukkig hadden we snel in de gaten dat het de verkeerde kant opging. In deze omstandigheden kunnen we geen programma’s maken, beseften we maar al te goed. Al bij al zijn we er relatief ongeschonden uitgekomen, we hebben Elisabeth kunnen terugkopen. We zijn echt niet naïef geweest”.

Fehervari was wel naïef, of hoe noem je anders iemand die vtm en Eén wil beconcurreren met een startkapitaal van 8,7 miljoen euro. Moeten we die man bewonderen voor zijn vermetelheid en ondernemingszin of misprijzen voor zijn holle grootsprakerigheid?

“Mijn sympathie gaat sowieso uit naar durvers, naar mensen die risico’s nemen en hun ambities nastreven. Fehervari had ook pech met de timing. Niemand weet hoe het met Exqi Plus zou gelopen zijn moest er geen financiële crisis zijn uitgebroken. Maar meer wil ik er echt niet over kwijt, dit is interne keuken”.

Ander onderwerp. Hoe zeker is de terugkeer van Debby en Nancy?

“Over het principe zijn we het al eens: Debby en Nancy keren terug naar vtm. Maar we hebben nog geen contract getekend, er moeten eerst nog enkele niet onbelangrijke details worden geregeld. Het budget en de productiekosten, om maar iets te zeggen. Debby en Nancy zijn dure tantes, ze gebruiken veel schmink”.

Debby en Nancy zijn ook overspelige tantes. Ze debuteren bij vtm, maken een paar jaar later een comeback bij de VRT, nu staan ze weer klaar om met hun hele uitzet naar Vilvoorde te verkassen. Intussen werd Kiekens, de sitcom die jullie als Peter en Stany bij Exqi Plus draaiden, aan de VRT gesleten. Komen jullie daar gemakkelijk mee weg in televisieland waar programmadirecteurs graag met exclusiviteitscontracten staan te wapperen?

“Ja, geen probleem. Om het ronduit te zeggen: wij gaan waar het geld zit. De VRT is nu eenmaal platzak, er is zelfs geen geld meer voor een vrijdagavondshow. Dus gaan we naar vtm waar ze ons met open armen ontvangen. Als programmamakers willen we tenslotte maar één ding: de vrijheid en de middelen om in optimale omstandigheden ons ei te leggen. Als iemand daar moeite mee heeft, dan steken we het wel op Debby en Nancy. Wispelturige wijven, snap je, we hebben er zelf weinig aan te zeggen. Nee, zonder zeveren, je kunt wel een potje breken in ons televisieland. Stel dat we toch een of andere hoge pif van een zender op zijn tenen trappen. Wat is dan het probleem? Binnen vijf jaar zit er toch gegarandeerd iemand anders op die post”.

Kriebelt het om je opnieuw in een jurk te hijsen en naaldhakken aan te trekken?

“Het begint te komen. Debby en Nancy zijn ons allebei erg dierbaar. We willen ze niet constant opvoeren, want dan raak je op den duur niet meer los van zo’n type. Maar het is fantastisch om ze telkens weer voor een korte periode tot leven te wekken. Ze zetten veel in beweging, het is spannend om te zien hoe verschillend kijkers op die twee reageren. Sommigen zien in Debby en Nancy pure travestietencamp, anderen beschouwen de talkshow als grensverleggende televisie die met alle conventies van het genre spot. Eigenlijk zijn Debby en Nancy veel meer dan televisietypetjes, in mijn ogen zijn ze een soort levend kunstwerk”.

Zoals Gilbert en George?

“Precies. Peter en ik waren ooit van plan aan Belgische kunstenaars te vragen iets met Debby en Nancy te doen. We dachten aan de grote namen, artiesten zoals Wim Delvoye en Luc Tuymans. Het is er om allerlei redenen niet van gekomen, maar wie weet rakelen we het plan nog wel eens op”.

Over schilderen gesproken. Geïnspireerd door je puike prestatie in De slimste mens borstelde onze televisiewatcher Jules Hanot een scherp maar op de keeper beschouwd sympathiek portret van het fenomeen Stany Crets.

(grijnst) “Hou op, ik viel haast van mijn stoel toen ik dat in de krant las. Zie je, ik heb me al vaak aan die rubriek geërgerd. Goed geschreven, daar niet van, maar zo scherp en zo persoonlijk. Jules toch, dacht ik vaak, die mens heeft ook een gezin. Besef je niet wat voor ravages je daar aan het aanrichten bent? En toen kwam ik zelf aan de beurt. Nu gaan we het krijgen, dacht ik, maar na de lectuur was ik er heel blij mee” .

Zal ik het dan maar even samenvatten? Stany Crets is een geboren underdog. Hij doet zich dommer voor dan hij is, wat een sluwe manier is om de kluit te belazeren en op kousenvoeten zijn slag thuis te halen. Balanceert voortdurend op de grens tussen arrogant en sympathiek. Kortom, zo besloot onze televisiewatcher, Crets is een handig smeerlapke.

“Niks op af te dingen, helemaal mijn portret. Mijn vrouw was het er helemaal mee eens”.

Je hebt het jaar sterk ingezet. Hoe ziet het vervolg eruit?

“Spamalot is goed gelanceerd, dat draait vanzelf. Ik ben volop bezig met de Nederlandse tournee van Spamalot. Daarna is het weer tijd van Debby en Nancy, en tussendoor werk ik aan een filmscenario. Plannen zat, mijn moeder kan op haar beide oren slapen”.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234