Zondag 19/09/2021

Het verband tussen Einstein en Yoda

Wat hebben babygeluidjes, een aqualong en Albert Einstein in hemelsnaam te maken met George Lucas' ruimtesaga 'Star Wars'? In de Londense Barbican Gallery hoort de nieuwsgierige het creatieve verhaal achter de kostuums, en tonen medewerkers de prototypes, de rekwisieten, de geluiden, de muziek en uiteraard de populaire karakters als Darth Vader, Luke Skywalker, Jabba the Hut, Jar Jar Binks en Yoda.

RD-D2 was de moeilijkste van allemaal", zucht Star Wars' sound designer Ben Burtt via de koptelefoon, ergens in de immens grote Londense expositieruimte. "Ik heb er anderhalf jaar aan gezwoegd voor ik op zijn juiste 'stem' stootte. Het was vooral moeilijk hem te laten communiceren zonder dat je als toeschouwer bestaande geluiden zou herkennen." Uiteindelijk kwam Burtt op het lumineuze idee om elektronische tonen afkomstig van een synthesizer te mixen met babygeluidjes. "Dat menselijke element gaf deze robot meteen zijn sense of life." Doorzichtiger ging hij te werk met Darth Vader, de zwarte belichaming van het kwaad in de eerste trilogie. Een ijskoud mechanisch geluid, dat was Burtts oorspronkelijke opzet. Wie begiftigd is met een beetje fantasie had echter al meteen bij de eerste ademtrek van onze Darth door dat hij door een aqualong ademde, wat een soort van rochelend mechanisch geluid voortbracht. Burtt stond als sound designer trouwens in voor de hele saga, inclusief The Phantom Menace. Hij voorzag zowel de karakters als de ruimtetuigen, wapens, voertuigen, levensvormen en droïds van geluid. Enkele trucs worden hier onomwonden verklapt. Het gesnerp van de Tie Fighters bijvoorbeeld is samengesteld uit het geluid van een trompetterende olifant en dat van een rijdende auto die over een nat wegdek scheert. Voor de Battle Tanks werd een scheerapparaat in een klankschaal gehouden. Apart is ook het verhaal achter het befaamde lichtsabel. Eerst was het Jedi-wapen uitgerust met het gezoem van de motor van een oude filmprojector, maar dat was volgens de creators niet dreigend genoeg. De sound designer bleef er zijn hoofd over breken, spendeerde uren in zijn montage- en opnamekamer en vond uiteindelijk het geluid door een dom toeval. "Op een bepaald moment liet ik mijn opnamerecorder achter de tv vallen, de opnameknop werd geactiveerd en nam een soort van zoemend geluid op, wellicht veroorzaakt door de signalen van de tv. Toen ik het bandje beluisterde wist ik: de lichtsabel is geboren."

Zo'n tweehonderd originele objecten heeft curator Conrad Bodman voor deze tentoonstelling uit de archieven van Lucasfilm Ltd. mogen lenen. Paradepaardjes zijn, naast de koninklijke gewaden van Amidala, de ruimteschipmodellen als Star Destroyer of X-wing Starfighter. Veel van die schaalmodellen zijn meters groot, maar de podracer uit Episode 1 staat er in al zijn grootsheid - ongeveer tien meter lang en uitgestald over zowat de hele zoldering van de expositieruimte. Het materiaal is hout, metaal en plastic, maar veel van deze (mini-)tuigen bevatten onderdelen uit modelbouwdozen of van machines. Dat er een hemelsbreed verschil is tussen de eerste en de recente trilogie wordt niet alleen bewezen door het technische vernuft waarmee omgesprongen wordt met (voer)tuigen en technologieën, maar ook door het inleidende gedeelte van deze tentoonstelling dat de voorontwerpen van de concept designers naast elkaar zet. Toen Lucas in 1973 met het idee voor Star Wars op de proppen kwam van Star Wars haalde hij concept designer Ralph McQuarrie bij Boeing weg, met het verzoek om een compleet nieuwe, van alle clichés verstoken toekomstwereld te ontwerpen. McQuarrie wijdde zich met zorg aan zijn taak. Het geel-bruine van de stoffige planeet Tandooine, het industriële grijs-zwart van the Death Star, de witte storm troopers, het is allemaal McQuarries werk.

Na de eerste trilogie werd de fakkel overgenomen door Doug Chiang, die met een zeventien koppen tellend team Episode 1 moest inkleden. Meer art nouveau en modern art, zo bewijzen althans zijn voorstudies. "Het tijdperk van Episode: the Phantom Menace is gepolijster, meer geïndividualiseerd", zegt hij zelf. "Voertuigen en schepen worden als een kunstvorm behandeld. Vele ervan zijn romantisch onderbouwd en eleganter. Dit is het tijdperk van de vaklui."

Op die eerste voorontwerpen en schetsen, ergens op de eerste verdieping, staat ook Jar Jar Binks te blinken. Maar niet die uit The Phantom Menace. Dit is een voorloper, een vreemde voorloper. Het idee is er, de anatomie van de latere Jar Jar is aanwezig, evenals de - als je goed kijkt - kleine karaktertrekken. Maar dit is een, tja, drag queen. Buik uitdagend en pronkerig naar voren, ogen als schoteltjes zo groot en voorzien van een stel lange wimpers, sensuele blik... Het leuke aan die probeersels is dat je er genietend bij kunt dagdromen hoe het zou zijn geweest als een andere versie de meet had gehaald. Deze Jar Jar Binks zou - daar kun je gif op innemen - ongetwijfeld de mascotte geworden zijn van zowat alle internationale drag queen-bewegingen. En zou McQuarries' eerste versie van C-3PO goedgekeurd zijn, dan had je een schaamteloze kopie gehad van de robot uit Fritz Langs film Metropolis en zou iedere filmrecensent zijn pen in bloed gedrenkt hebben.

Een ruimte verder doemen de opvallende uniformen en gewaden op van het Star Wars-volkje. Publiekstrekker is hier de indrukwekkende garderobe van koningin Amidala. Kostuumontwerpster Thrisha Biggar werkte voor The Phantom Menace met een staf van veertig mensen aan zo'n duizend kostuums. Controlefreak George Lucas bracht de ideeën aan. Invloeden haalde ze uit Azië, Noord-Afrika en het veertiende en vijftiende Europa. De opvallende Throne Room Dress van Amidala omschrijft ze als 'a sort of Chinese imperial feel'.

Vol verwachting stap ik naar de sectie 'Creaturen', waar muren volhangen met schetsen en voorstudies van alle mogelijke wezens. Ook al duiken ze maar één keer in het verhaal op, en dan vaak nog ergens achterin een groezelige bar of markt, de makers hebben zich er duidelijk met plezier over gebogen. 'Tropical Rainforest,' kopt een illustratie met daarop een aan de bar hangend soort hamerhaai met handen en voeten. Volgens zijn schepper is het een "rondreizende plant met veel zin voor humor en de beste moppentapper van het heelal". Ik heb hem amper opgemerkt in de film, maar dit wezen leidt in het hoofd van zijn schepper een eigen leven. Je voelt als het ware de gedrevenheid van zo'n man, die zijn geesteskinderen, hoe afgrijselijk dat ook is, op z'n minst een naam en afkomst wil geven.

Uiteraard kan ook Yoda, de 900 jaar oude groene Jedi-meester, hier niet ontbreken. Verbaasd ben je als je leest dat sculptuur-meester Stuart Freeborn Yoda's gelaat baseerde op de wijze gezichtsuitdrukkingen van Albert Einstein, in combinatie met 's mans eigen grappige kenmerken, die hij spiegelgewijs overnam. Voor de fans nog dit: was Yoda uit de eerste trilogie nog van latex, die uit the Phantom Menace is opgebouwd uit siliconen.

De vraag is: loont het de moeite om voor deze tentoonstelling naar Londen te reizen? Ja en neen. De hardcore-fans moeten niet twijfelen: yes! Ga er naar toe! Liefst meteen! Al was het maar voor de replica's of bouwmmodellen van ruimteschepen en gevechtsvoertuigen. Maar qua wetenswaardigheden heb ik hierboven alles kunnen vertellen. Dat ik zo uitweidde over het hoofdstuk geluid is niet toevallig: dit is verreweg het interessantste en boeiendste gedeelte. Voorts zijn veel van de technieken en technologiën, die een apart luik kregen, maanden voor de film in roulatie kwam al uitgelegd. En overdaad schaadt. Maar het oog wil ook wat, uiteraard, en dat krijgt u hier in veelvoud.

Aan de uitgang barst een winkeltje uit zijn voegen door toedoen van de grote hoeveelheid prullaria die de saga ondertussen heeft voortgebracht. Lucasfilm Ltd. heeft met spel- en speelgoedfabrikanten wereldwijd lucratieve merchandising-deals afgesloten. Mokken, puzzels, peperdure kaarten, poppen... Zelfs Lego stapte mee in het verhaal. De verkopers kunnen de vraag niet bijhouden en komen vanuit allerhande zijpanelen te voorschijn met nieuwe Star Wars-prullen. De opslagruimte achter de panelen moet gigantisch zijn. The noble art of making money, denk je dan meteen. Maar het valt niet te ontkennen dat Lucas als geen ander bekwame, creatieve mensen om zich heen heeft verzameld. Lopend door de tentoonstellingsruimte, en met name in de sectie 'creaturen', twijfelde ik ernstig of ik eigenlijk wel de juiste job heb gekozen.

Geert De Weyer

De tentoonstelling loopt in het Barbican Centre, Silk Street, Londen, EC2Y 8DS, tot 3 september. Openingsuren: zo-za 10-19 uur, door de week 10-18 uur, woensdag tot 20 uur. Tel. 0044-20.763.85.403.

Tickets kosten £10 (650 frank, voor volwassenen) en £6,50 (kinderen) en zijn verkrijgbaar via de website www.theartofstarwars.co.uk of aan de kassa, tel. 0044-20.763.88.891.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234