Maandag 21/10/2019

Voetbal

Het VAR-rapport: de man in het busje heeft het 74 procent bij het rechte eind

Scheidsrechter Bram Van Driessche consulteert de beelden op aanraden van de VAR. De heisa over ingrepen van de videoref is kleiner dit seizoen. Beeld Photo News

De storm van zijn debuutjaar is voorbij. In seizoen twee van de videoref scoort de man in het busje 74 procent. Degelijk. “Maar er is nog groeimarge”, zegt scheidsrechtersbaas Johan Verbist.

Nee, de videoref heeft sinds zijn intrede in de zomer van 2017 de foute beslissingen de wereld niet uit geholpen. Maar na een moeilijke aanpassingsperiode is de VAR niet meer weg te denken uit het Belgische voetbal. Blijft de vraag: heeft hij dat te danken aan gewenning, of heeft hij het afgedwongen door zijn prestaties. Met andere woorden: hoe goed presteert de man in het busje?

Degelijk, blijkt uit een analyse van scheidsrechtersbaas Johan Verbist. Die geeft na elke speeldag zijn oordeel over de 'key decisions', de sleutelfases waar de VAR al dan niet tussenbeide gekomen is of dat moest doen. Op basis van de eerste 19 speeldagen van dit seizoen (door de kerstvakantie laten de analyses van speeldag 20 en 21 nog even op zich wachten) stelt Verbist dat de videoref in totaal te maken had met 70 key decisions. Daarin nam hij 52 keer de juiste beslissing. Een nieuwjaarsrapport van 74 procent correcte ingrepen, dus.

“Dat wil zeggen dat 74 procent van de cruciale foute beslissingen van de scheidsrechters wordt rechtgezet. Dan kun je toch moeilijk stellen dat de VAR geen goed werk heeft geleverd", zegt Verbist.

Zwart-wit

Het buikgevoel spreekt dat tegen, net omdat de VAR enkel tussenbeide mag komen bij scheidsrechterlijke beslissingen die 100 procent zeker fout zijn. Het probleem is dat er in het voetbal zelden zwart-witsituaties zijn. Zelfs bij buitenspelfases is er soms discussie of de beslissing van de ref om door te laten spelen wel een 'clear error' is. Of denk aan de wedstrijd Club Brugge-STVV. Ref Lardot gaf voordeel na een fout op Wesley in de zestienmeter. Nadat Vanaken zijn kans over had geschoten, greep de VAR alsnog in. Correct, volgens Verbist. Totaal verkeerd volgens heel Sint-Truiden.

"Je moet er rekening mee houden dat je met mensen werkt. En mensen maken fouten”, stelt Verbist. "De kaap van 100 procent correcte ingrepen zullen we helaas nooit ronden." Maar er is vooruitgang mogelijk, benadrukt Verbist. In de Bundesliga scoorde de videoref vorig jaar 82 procent. In de Serie A was dat 77 procent. "We hebben nog groeimarge. Ik wil me niet vastpinnen op een percentage, maar ik zou toch graag boven de grens van 75 procent correcte beslissingen komen. Dat kan doordat we dit seizoen intensiever met de VAR werken. Vorig jaar hadden we in slechts 48 matchen een videoref. Nu hebben we er bij elke wedstrijd één. We komen ook drie keer per maand samen voor technische sessies. Dat leidt tot betere prestaties."

Over het algemeen is er een pak minder ophef over de videoref dan vorig seizoen, toen Pro League-CEO Pierre François er in volle play-offs mee dreigde de geldkraan toe te draaien als de videoref niet beter zou functioneren. "Er is absoluut minder heisa", zegt Verbist. "Al blijf ik van mening dat iedereen bij het debuut van de VAR veel te veel verwachtte. Zeker in het eerste jaar zullen er altijd groeipijnen zijn bij de introductie van een nieuw systeem. De mensen die in dat busje moesten gaan zitten, begonnen aan iets totaal anders dan ze gewoon waren. Natuurlijk heeft dat tijd nodig.”

Wat brengt de toekomst? De eerste verbetering die we kunnen verwachten, is een voor de hand liggende. "We onderhandelen met een gespecialiseerd bedrijf over technologie om een buitenspellijn te trekken. De lijn die de tv-kijkers te zien krijgen, klopt niet altijd", zegt Verbist. "Maar zelfs al bereiken we een akkoord, dan nog zullen de VAR's er eerst mee moeten leren werken."

Challenges

Veel meer moeten we niet verwachten. Het gebruik van 'challenges' zoals in het hockey, waarbij elke ploeg het recht heeft op eigen verzoek de videoref in te schakelen, zit niet meteen in de pijplijn. "Dat ligt ook helemaal niet in onze handen", besluit Verbist. "De IFAB (het internationale orgaan dat de regels bepaalt, red.) beslist welke regels wanneer ingevoerd worden. Wij kunnen die keuzes alleen maar respecteren. Wat ik zelf vind? Vooral dat de beslissingsmacht bij de scheidsrechter op het veld moet blijven liggen. Met de videoref die in cruciale fases kan bijspringen. Dat vind ik het ideale evenwicht."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234