Zaterdag 15/08/2020

boeken

"Het uitzonderlijke vind ik dat ik het zo gewoon word": ongeneeslijk zieke Renate Dorrestein schrijft opgewekte autobiografie

Renate Dorrestein, rond 1980.Beeld Hollandse Hoogte / Stichting Peter Martens

Renate Dorrestein (°1954) is terminaal ziek. Toch blikt ze in haar laatste boek op geamuseerde en vaak luchthartige toon terug op haar schrijversbestaan en houdt ze een ‘louterende’ opruiming. Dagelijks werk is een afscheid met brio.

De zomer van 2016 ligt nog vers in het geheugen. Hij behoorde tot de top tien van warmste zomers ooit. Het was de zomer van jagen op Pokémon Go. Maar ook de zomer van Theresa May en de brexit en van Chris Froome die voor de derde keer triomfeerde in de Tour de France. De zomer van bosbranden en vuurhaarden, in Portugal en Californië. En van terreur. Zoals de vrachtwagen die op Quatorze Juillet inreed op een menigte op de Promenade des Anglais te Nice, en zesentachtig dodelijke slachtoffers maakte.

Voor de Nederlandse schrijfster Renate Dorrestein (°1954) was het aanvankelijk een seizoen als alle andere. ‘Ik wist uiteraard niet dat het mijn eigen laatste zomer als gezond mens zou zijn’, schrijft ze laconiek in Dagelijks werk, waarin ze de literaire balans van haar leven opmaakt. IJverig werkte ze aan haar roman Reddende engel. Haast roekeloos verheugde ze zich op haar volgende boek. De locatie – een sinister kinderziekenhuis – had ze al bij de lurven, net als de namen van haar personages: Zebedee, Hosanne en Anne-Eden.

Stalker

In het najaar van 2016 werd bij Dorrestein ‘bij toeval’ slokdarmkanker vastgesteld. Het bleek om ‘een lelijke, agressieve tumor’ te gaan. De ‘snijgrage chirurg met zijn messen’ stond paraat. Maar Dorrestein en haar partner Maarten wimpelden hem af. Ze kozen voor radiotherapie. Helaas was de tumor ‘een echte stalker’ en in een mum van tijd opnieuw op het appel.

Intussen luidt het verdict ‘ongeneeslijk’, Dorrestein is ‘uitbehandeld’ en aangewezen op pijnstillers. ‘Het uitzonderlijke vind ik dat ik het zo gewoon word. Ik heb een dikke kop door de prednison, maar ben ontzettend blij dat ik nog kan genieten van eten en drinken’, zo getuigde ze in een gesprek met het Algemeen Dagblad.

Bij Dorrestein geen jeremiades over kanker of zieligdoenerij. Ook in de meest barre omstandigheden bewaart ze een bijna baldadige nuchterheid, al haalde ze thuis ‘vele uitgestelde huil-uren’ in.

Maar hoe moest dat met die volgende roman? Het besef rijpte dat dit ‘bij volle bewustzijn’ de laatste roman zou zijn die ze schreef. ‘Het was alsof ik opjagende, horrorachtige filmmuziek hoorde.’ Ze besloot dat ze niet opgewassen was tegen deze taak: ‘Hoe zou ik het hoofd moeten bieden aan de angst dat ik het boek niet meer zou afkrijgen?’ Haar personages halverwege in de steek laten? Dat vond de schrijfster regelrecht verraad.

Nee, er moest iets anders gebeuren. Dorrestein begon haar huis uit te mesten en schiep als een bezetene orde. Nu het nog kon. Ze baande zich een weg door bergen papier en hield zich bezig met ‘het uitbaggeren van haar computer’. Waardoor ze op een ‘schaduwoeuvre’ stuitte, ‘een enorme hoop artikelen, inleidingen, lezingen en losse bijdragen’, moeilijk te catalogeren. In een kluis vond ze zelfs diskettes uit de jaren 1988-1999. Wonderwel bleek er een hoogst eigenzinnige autobiografie uit te puren. In het zopas verschenen Dagelijks werk becommentarieert ze die massa teruggevonden teksten en trekt haar hele schrijversleven aan hoog tempo voorbij.

34 boeken

Zesenveertig jaar geleden debuteerde Renate Dorrestein als journaliste in het blad Panorama, waarvoor ze als reporter regelmatig de wereld rondreisde. ‘Ik kon goed schrijven. (…) Zonder dat talent zou ik waarschijnlijk levenslang een onbestemde muis zijn gebleven.’ Met Buitenstaanders schreef ze in 1983 haar eerste roman. Vierendertig boeken publiceerde ze sindsdien, met bestsellers als Het hemelse gerecht of Verborgen gebreken. Ze groeide uit tot een Nederlands fenomeen, een auteur met een hondstrouwe fanbase die sinds haar Amerikaanse en Japanse doorbraak ver buiten de landsgrenzen reikt.

Renate Dorrestein: 'Ik heb een dikke kop door de prednison, maar ben ontzettend blij dat ik nog kan genieten van eten en drinken.'Beeld Ruud Pos

Lang is ze weggezet als ‘vrouwenschrijfster’, met haar voorkeur voor ‘in elkaar geknutselde gezinsconstellaties’ en een overload aan maatschappelijke problemen, nooit vies van een luguber tintje en vaak met een autobiografische component. Zoals in Het perpetuum mobile van de liefde, over de zelfmoord van haar zus. Haar Nederlandse variant van ‘female gothic’ kwam haar soms op schampere kritieken te staan. Zo nam Maarten ’t Hart Dorrestein meermaals op de korrel en verweet hij haar schransende, van eten bezeten personages zelfs ‘culinaire pornografie’.

En toch. Ook de Dorrestein-hater zal in Dagelijks werk de perfecte introductie op haar oeuvre aantreffen. Dit is een vernuftig patchwork waarin de lasten én de lusten van het schrijverschap zonder taboes worden blootgelegd. De omgang tussen schrijver en redacteur, de vertaler, het juryschap, de verfilming, de opdringerige fan, de titelkeuze… Niets gaat ze uit de weg.

De talentloze aspirant-schrijver krijgt een bolwassing, ze is openhartig over geldzaken en reveleert een onverkwikkelijke episode met toenmalig Contact-uitgever Mizzi van der Pluijm. Ze onthult hoe ze in 1990 als jurylid haar hakken in het zand zette, zodat Louis Ferron en niet Frans Pointl de AKO Literatuurprijs kreeg, en deelt steken uit naar onwelgevallige critici: ‘Zijn veel recensenten in de grond niet gipsen afgietseltjes van elkaar?’ Ook als je het niet eens bent met Dorrestein, merk je hoe stevig haar meningen onderbouwd zijn en steeds geïnjecteerd met het tonicum van de bevrijdende lach.

Recht voor de raap

Baanbrekend was de volhardende wijze waarop La Dorrestein in de jaren tachtig en negentig de plaats van vrouwen in de literatuur opeiste. Het mondde uit in de oprichting van de Anna Bijnsprijs. Recht voor de raap stond ze op de bres voor emancipatie en bepleitte ze het recht op genot van de vrouw. En passant legde ze de hele mannelijke kunne over de knie: ‘Vreest hij soms dat hij zal omvallen of zoiets, als hij niet regelmatig zijn zaad in een gat loost, genaamd vrouw?’

Ze citeert Mickey Walvisch die, lang voor Kirsten Roupenian en haar The New Yorker-verhaal ‘Cat Person’, al een teleurstellende seksuele ontmoeting boekstaafde: ‘Ik voelde me als een theezakje dat in lauw water was gedompeld.’ Dorresteins feministische stukken doen gedateerd aan – dat beseft ze zelf maar al te goed (‘Wat kon ik zagen, zeg.’) en gaan vaak in overdrive: ‘(…) Er zullen nieuwe toepassingen van de man bedacht moeten worden, anders gaat hij, zoals in de natuur onherroepelijk gebeurt, wegens overcompleet uitsterven’, schreef ze in 1988. Ze kan er anno 2018 smakelijk om lachen, vindt het nu ‘nodeloos venijnig’. Dorresteins zelfrelativering doet vaak wonderen.

Toch is niets zomaar gratuit bij Dorrestein. Met haar inventieve promotiestunts zette ze soms half Nederland op stelten. Welke auteur kan zeggen dat ze erin slaagde een advertentie voor een vaginaal glijmiddel te laten opnemen in een roman over een vrouw in de menopauze? Ze flikte het bij Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor uit 2006.

Overigens schrijft Dorrestein even bevlogen over haar bewuste kinderloosheid en haar mislukte carrièremove als stemacteur als over haar rooms-katholieke geloof en haar voorliefde voor Schotland. Luiheid kun je de hoogst productieve Dorrestein evenmin aanwrijven, ondanks een lange periode waarin ze kampte met het chronisch vermoeidsheidssyndroom (neergelegd in Heden ik) en met een writer’s block (waarna ze De blokkade schreef).

Dat haar boek opent met Kurt Vonnegut is bijna logisch. De Amerikaanse auteur van Slaughterhouse-Five is haar onverwoestbare held, van wie ze leerde dat ‘juist absurditeit en overdrijving uitstekende instrumenten [kunnen] zijn om de ellende van het bestaan over het voetlicht te krijgen’. Ook Nick Cave krijgt een lofzang voor zijn Murder Ballads: ‘Jij pleegt onze gedroomde moorden en houdt ons achter de tralies vandaan’. Het ‘kanaliseren van onze bloeddorst’ is immers ook vaste prik bij Dorrestein.

Hartstochtelijk

Dagelijks werk leest allerminst als het boek van een vrouw die op de drempel van de dood vertoeft. Eerder van iemand die met beide benen pal in het volle leven staat. En daar hartstochtelijk – tot de laatste snik - aan deelneemt. Kniezen helpt niet, ook als je hele lichaam stijf staat van de pijn. Je overgeven aan mild sarcasme is wel gepermitteerd.

Met Dagelijks werk componeerde Dorrestein een adieu waarin ze haar biografen preventief het gras voor de voeten wegmaait, in het volle besef van haar vergankelijkheid. ‘Nou, lezers kunnen heel goed zonder mij. Ze zijn op me gesteld, maar dat is het’, concludeerde ze onlangs droogweg in een NRC-interview.

Renate Dorrestein, 'Dagelijks werk. Een schrijversleven', Podium, 299 p., 19,99 euro, 4 sterrenBeeld nvt
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234