Donderdag 22/08/2019

Het topje van de boekenberg

Het belooft een schitterende herfst en winter te worden voor de boekenliefhebber. Die legt maar beter een stevig spaarpotje aan voor geregelde rushes op de boekhandel, want ons non-fictieoverzicht puilt uit van hoogwaardige essayistiek, spraakmakende biografieën, reisboeken en veel meer. Uitgelezen peuterde voor u de smakelijkste krenten uit de pap. Door Dirk Leyman & Marnix Verplancke

Smeuïge schrijverslevens

Toen Nobelprijswinnaar Literatuur Gabriel García Márquez vorig jaar zijn 80ste verjaardag vierde, was dat een evenement dat heel Colombia op stelten zette. Het leek ook of zijn schrijversloopbaan voorgoed afgesloten was en hijzelf bijgezet tot monument. Maar onlangs raakte bekend dat García Márquez de laatste hand legde aan een nieuwe liefdesroman. Márquezfans die in afwachting hun nagels verbijten, vinden ongetwijfeld soelaas in de biografie van Gerald Martin, eenvoudigweg geheten Gabriel García Márquez, de biografie (Meulenhoff). Volgens de aankondiging "beschrijft Martin in deze biografie niet alleen het leven van de slecht geklede, magere jongeman die vanuit een duistere provincie internationaal doorbrak, maar heeft hij ook aandacht voor de spanningen in García Márquez' leven: tussen het beroemd zijn en de literaire kwaliteit, tussen politiek en schrijverschap, en tussen liefde, eenzaamheid en macht." Martin, emeritus hoogleraar aan de universiteit van Pittsburgh, werkte vijftien jaar aan het boek en praate met meer dan driehonderd mensen, onder wie Fidel Castro en vier Colombiaanse presidenten, maar ook schrijvers als Carlos Fuentes en Mario Vargas Llosa, én vele familieleden.

Een andere Nobelprijswinnaar, de met de jaren steeds giftiger wordende V.S. Naipaul, werd onlangs ook vereerd met een 'geautoriseerde biografie' door Patrick French: The World is What It is. Die krijgt nu een vertaling bij Atlas: V.S Naipaul. Een biografie. Het boek veroorzaakte bij verschijnen ongemeen veel ophef, omdat V.S. Naipaul er bepaald niet als een heilig beeld uit te voorschijn kwam. Iedereen vroeg zich af waarom Naipaul in godsnaam geen letter had veranderd aan dit behoorlijk ontluisterende portret waarin hij volgens The Sunday Times werd getoond "als een egotist, een huistiran en een sadist in een graad die bijna kluchtig zou kunnen heten ware het niet dat hij zijn eerste vrouw Pat met de consequente ellende ervan opzadelde". Toch is de biografie niet enkel smeuïg. Deze "bijna pathologische studie van narcisme" (dixit Paul Theroux) is ook een gedegen literaire doorlichting van de in Trinidad geboren schrijver. Rudi Rotthier vatte het in deze krant lapidair samen: "mislukt als mens misschien, gelukt als schrijver zeker. Gelukte biografie." Alleszins toont ze de bokkensprongen van een man met een brandende ambitie én een levenslange 'dubbele ballingschap'.

En er is nog een biografie van een Nobelprijswinnaar. Bij de Arbeiderspers verschijnt het portret van 'de verborgen' Elias Canetti door Sven Hanuschek.

Schrijfster en voormalig hoofdredactrice van de Franse Playboy Annick Geille zorgde in Frankrijk ook al voor een sfeer van schandalitis met haar boek over Françoise Sagan, dat nu vertaald wordt: Een liefde van Françoise Sagan (Meulenhoff). Daarin ontrafelde ze haar turbulente liefdesaffaire met de schrijfster van Bonjour tristesse, die de verbouwereerde Geille op een dag boudweg in haar slaapkamer noodde en met wodka volkieperde. Sagan hield er intussen vrolijk nog een pak andere relaties op na. Het boek belooft niettemin een "liefdevol portret van een eigenzinnig schrijfster die leefde als een filmster". Paris-Match beweert dat het boek niet "vulgair of sensationeel" is, maar van "een hoog literair gehalte".

Van de schandalen naar de woelige zee, dat moet kunnen. Uitgeverij Atlas maakt zich sterk voor de wederontdekking van de Nederlandse auteur Jan De Hartog, die in 2002 op 88-jarige leeftijd overleed. Ze komen niet enkel met een paar heruitgaves van zijn boeken (zoals Schipper naast God en zijn bekendste boek Hollands Glorie) maar ook met een biografie van Hella Sammartino: Jan De Hartog. Van lichtmatroos tot schrijver. De zee en de scheepvaart, zijn liefde voor vrouwen, oog voor sociale onderdrukking én rebellie, warme humor én zin voor avontuur karakteriseren het propvolle leven van De Hartog. Nog geen echte biografie maar wel een opmaat ernaar is Ik ben geboren in Jeruzalem, een reeks gesprekken die Sigrid Bousset voerde met de intussen 85-jarige Ivo Michiels en waaruit zij zijn 'orale' levensverhaal puurde (De Bezige Bij). Onder meer zijn jeugd in Mortsel, zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn pionierswerk in de Vlaamse kunstwereld en zijn literaire bezigheden komen er omstandig in aan bod. (DL)

Reizen om te lezen

De Engelsman Graham Robb is verslingerd aan Frankrijk en die intellectuele passie leefde hij onder meer uit in zwierige biografieën over Arthur Rimbaud, Victor Hugo en Honoré de Balzac. Ook Vreemden, zijn studie over de homoseksuele liefde in de negentiende eeuw, gold als een huzarenstukje. Nu verschijnt bij Atlas zijn hoogstpersoonlijke Tour de France, De ontdekking van Frankrijk (Atlas), een culturele geschiedenis van Frankrijk die zowaar al fietsend tot stand is gekomen. Robb pedaleerde voor zijn research bijna 20.000 kilometer door la douce France en bracht op deze ongewone wijze de historische geografie van de Franse revolutie tot de Eerste Wereldoorlog in kaart. Bas Heijne catalogeerde het boek voor Frankrijkliefhebbers als "een even speelse als diepzinnige openbaring". Robb liet weten dat de Fransen trouwens graag met fietsers praten, "vooral de Franse kinderen en de honden".

De hoogst nieuwsgierige én veelbezongen documentairemaker Louis Theroux, zoon van zijn schrijvende en reizende vader Paul Theroux, heeft ook een eerste boek klaar. In De wonderlijke reünietour. Reizen door de subculturen van Amerika, keert hij terug naar "de cultleiders, bewapende gekken en christenfundamentalisten" die figureerden in zijn tv-series als Louis Theroux' Amerika en Louis Theroux' wonderlijke weekends (De Arbeiderspers). Hij zocht de meest intrigerende geïnterviewden terug op om te zien hoe het hen nu vergaat, zoals prostituee Hayley, een ufocultbeweging in San Diego en een neonazikinderfolkgroep.

Vader Paul Theroux deed dertig jaar na zijn treinklassieker De grote spoorwegcarrousel zijn memorabele reis van Londen naar Tokio over: het boek dat bij Atlas opduikt, heet dan ook De grote spoorwegcarrousel retour. Theroux maakte daarbij net als destijds gebruik van de Oriënt Express, de Frontier Mail en de Transsiberië Express naar het Oosten. "Vanuit zijn coupé ziet hij dit keer dat de dertig jaar duidelijk sporen hebben nagelaten in het landschap. Het boek vormt een barometer voor de ontwikkeling van de landen die hij heeft doorkruist", zo luidt de aankondiging.

De door de wol geverfde Afrikareizigster Lieve Joris heeft intussen internationale renommee met haar reisboeken: haar laatste boek Het uur van de rebellen kon bijvoorbeeld de Fransen in hoge mate behagen. In De hoogvlaktes (Augustus) exploreert ze opnieuw een onbekend deel van haar geliefde Congo, met name de hoogvlaktes in Oost-Congo vlakbij Uvira, "een onherbergzame streek zonder wegen of elektriciteit die door de Belgen nauwelijks gekoloniseerd werd". Steeds dieper dringt ze samen met een gids in de ziel van het gebied binnen en "herinneringen aan het dorp van haar jeugd komen er met grote kracht naar boven".

Uitgeverij Bas Lubberhuizen specialiseert zich enigszins in literaire topografie én in Amsterdam. Beide voorkeuren vloeien samen in de volumineuze gids Amsterdam & zijn schrijvers. Literatuur op locatie, samengesteld door Ko van Geemert. De gids leidt de lezer langs plaatsen waar auteurs over schreven, waar ze vergaderden, woonden, werkten, liefhadden en stierven. "Waar ontmoetten Connie Palmen en Ischa Meijer elkaar? Waar werd Heere Heeresma gedoopt? Op welk adres bezocht Simon Carmiggelt heimelijk zijn vriendin Renate Rubinstein? En wat is volgens Charlotte Mutsaers de mooiste straat van Europa?", zijn een paar van de vragen die beantwoord zullen worden.

In Europa-auteur Geert Mak en Daniël Schipper stelden een rijk geïllustreerde gids met twaalf wandelingen door Amsterdam samen, wat resulteerde in Een kleine stadsgids voor Amsterdam (Atlas), waarmee de geschiedenis van Amsterdam vanaf 1300 tot nu kan worden nagewandeld.

En wie verslaafd is aan metropolen zal zich zeker niet de onorthodoxe New Yorkgids van journalist Lucas Ligtenberg mogen ontzeggen, evenals In Shangai. Leven in een veranderende metropool van Petra Quaedvlieg (beide bij Athenaeum/ Polak & Van Gennep). (DL)

Literair essay

"Wees geen Bayard", zo las ik onlangs vermanend in een Frans tijdschrift, met andere woorden 'praat niet over boeken die je niet hebt gelezen'. Dat de Franse professor Pierre Bayard tot een staande uitdrukking is geëvolueerd, bewijst nogmaals de fenomenale impact van zijn gelijknamige essay, dat in het Nederlands bij De Geus verschijnt. Het leek wel of Bayard met Comment parler des livres que l'on n'a pas lus? een huizenhoog taboe aanroerde: schuldgevoel over ongelezen boeken én pronken met je boekenkennis zonder dat je echt weet waar de klepel hangt. Bayard betoogde dat men zich over slordig leesgedrag niet altijd benauwd hoeft te voelen. Men kan desgewenst zelfs zonder schroom een mondje meepraten over een heleboel ongelezen klassiekers uit de wereldliteratuur, iets wat hij zelf tijdens zijn colleges weleens aandurfde. Het boek werd in Frankrijk een forse bestseller (en ligt intussen wellicht bij velen op de stapel ongelezen boeken).

Door de enen verguisd en door de anderen op handen gedragen: slavist en essayist Karel van het Reve (1921-1999), broer van Gerard, wentelde zich bij leven graag in de controverse. Zijn fulminades tegen de literatuurwetenschap, de "slechtheid van het opperwezen" en tegen het sovjetregime (nadat hij van zijn communistisch geloof was getuimeld) gooiden menige steen in de kikkerpoel, maar zijn recht-door-zeestijl én gietijzeren argumenten konden niet iedereen bekoren. Als columnist rekende de P.C. Hooftprijswinnaar 1981 een ongelooflijk brede waaier onderwerpen tot zijn terrein, terwijl zijn Geschiedenis van de Russische letterkunde menigeen warm liet lopen voor Tsjechov, Tolstoj, Gogol en consoorten. Uitgeverij Van Oorschot komt nu met het Verzameld werk van een van de meest geciteerde essayisten van Nederland en begroot dat op zeven delen. In december zien alvast de twee eerste delen het licht met jeugdwerk, autobiografische stukken en artikelen tot 1958, terwijl deel twee onder meer zijn geruchtmakende bundel Rusland voor beginners en Siberisch dagboek bevat, naast twee romans. Arnon Grunberg schreef - zoals vorige week gemeld - een begeleidend boekje: Karel heeft echt bestaan.

Een ander paradepaardje is de gloednieuwe serie Over de roman, waarmee Athenaeum/Polak & Van Gennep het najaar inzet. Aan schrijvers van naam en faam is gevraagd om "een van de grootste uitvindingen van de westerse cultuur" aan een intense beschouwing te onderwerpen. A.F.Th. Van der Heijden bijt de spits af met Kruis en kraai. De romankunst na James Joyce, waarin onder meer de maatschappelijke functie van de roman op de rooster wordt gelegd. Het tweede deel is van de hand van de Zuid-Afrikaanse schrijfster Marlene van Niekerk, die zich liet inspireren door Orhan Pamuk.

Essayist, filosoof en romancier Dirk van Weelden gaat de licht polemische toer op en wikt en weegt de overlevingskansen van de literatuur in het essay Literair overleven: "Boekwinkels veranderen in supermarkten. [...] Massamedia besteden aandacht aan schandaaltjes, beroemdheden en bestsellers, de literaire kritiek verschrompelt gaandeweg tot snelle tips voor vrijetijdsbesteding, literaire bladen kwijnen weg en literatuuronderwijs verdwijnt", zo somt Van Weelden op. Maar zijn pamflet is geen jeremiade of aanklacht, verzekert hij, "het is een pleidooi voor een weerbare, bemoeizuchtige literatuur" (Augustus).

De gevreesde Het Parool-recensent en auteur Arie Storm ontdekt iets zeer particuliers in de Nederlandse literatuur én verdedigt zijn theorie met hand en tand in Het onontkoombaar eigene van de Nederlandse literatuur (Prometheus).

Rasmelancholicus en hypochonder Lodewijk Henri Wiener wordt eindelijk gerespecteerd in de Nederlandse literaire wereld na de afronding van zijn trilogie Nestor, De verering van Quirina T. en Eindelijk volstrekt alleen. Met Herinneringen aan mijn uitgevers (Contact) maakt hij een zijsprong naar de non-fictie en boekstaaft hij zijn relaties met zijn talloze uitgevers uit veertig jaar schrijverschap.

Gwennie Debergh heeft met Lof van het stof een geschiedenis geschreven van het AMVC-Letterenhuis, ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de archiefinstelling aan de Antwerpse Minderbroedersstraat (Meulenhoff/Manteau), terwijl bij Vrijdag een boek verschijnt over de ervaringen van buitenlandse schrijvers op bezoek in de schrijversresidenties van Het Beschrijf: Aankomen in Brussel. Schrijvers op bezoek (onder redacie van Piet Joostens en Sigrid Bousset), met teksten van onder meer Tommy Wieringa, Alan Hollinghurst en Richard Powers.

De fameuze negendelige reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, die in 2012 voltooid moet zijn, wordt binnenkort door Piet Couttenier en Wim van den Berg aangevuld. Met Alles is taal geworden bestrijken ze de negentiende eeuw, met stromingen als romantiek, realisme en naturalisme (Bert Bakker).

Erg nieuwsgierig zijn we ook naar De lezende Lucebert. Bibliotheek van een dichter (Vantilt). Onder redactie van Lisa Kuitert wordt door specialisten via Luceberts 5.000 boeken tellende bibliotheek een nieuw licht geworpen op zijn dichterschap: "Wat schreef hij in de marges? Wat deed hij met zijn lectuur?" (DL)

Mengelwerk

Dertigduizend banden staan er in de speciaal gebouwde privébibliotheek van Alberto Manguel, ergens in Poitou-Charentes en uit dat reservoir tapt dit levende uithangbord van de bibliofilie zijn verbluffende eruditie. Toch verlaat de auteur van Een geschiedenis van het lezen en Dagboek van een lezer geregeld deze papieren schatkamer om over de hele wereld lezingen te geven over de noodzaak van het boek. In de nu te verschijnen essaybundel Stad van woorden (Ambo) werpt hij de vraag op hoe literatuur een dam kan opwerpen tegen de groeiende intolerantie. En hij bekijkt wat schrijvers als Dante, Kafka, Cervantes en Borges over geweld en onverdraagzaamheid hadden te vertellen en vindt er sleutels voor oplossingen, "sleutels die politici niet kunnen vinden?"

De Nederlandse auteur Oscar van den Boogaard, die zich laatst in de gewaden van de kasteelroman én Pearl Sweetlife hulde - zonder overigens veel potten te breken - vergast ons bij uitgeverij Thomas Rap op een curiosum: Snobisme voor beginners. Mini-essays over shopping, materialisme en spiritualiteit. Het boek staat "bol van theorieën over gaatjesschoenen, truitjes van Zara en penthouses in de Burj Dubai Tower" en begeleidt de "zoektocht van de hedendaagse materialistische mens" en "de twijfels van de shopper".

Erasmusprijswinnaar Ian Buruma, haarscherp essayist die regelmatig ook op de opiniepagina's van deze krant publiceert, is van bijzonder veel markten thuis: denk maar aan Occidentalisme én Anglomanie, zijn studies over Japan en zijn boek over de impact van de moord op Theo van Gogh (Dood van een gezonde roker). Bij Atlas verschijnt dit najaar Buruma's bundel Het circus van Beckmann en andere essays, opgehangen aan het werk van de Duitse expressionistische kunstschilder Max Beckmann, die niets liever deed dan de menselijke maskerades beglimpen. Het boek bevat evenwel ook beschouwingen over kunst, politiek en maatschappij.

In zijn nieuwe essaybundel Niets te vrezen (Atlas) maakt de briljante Britse schrijver Julian Barnes de lezer deelachtig aan zijn familiegeschiedenis en gaat hij eveneens de discussie aan met zijn broer, die een vooraanstaand filosoof is. Maar het is vooral de doodsangst die de kop opsteekt: Barnes vindt het een ondraaglijk idee dat hij ooit niet meer zal bestaan. In de wervelende essays grijpt hij ook terug naar de inspiratiebronnen van zijn schrijverschap en de halve wereldliteratuur, waarbij de notoire francofiel Barnes zich optrekt aan de Franse schrijver Jules Renard. (DL)

Politiek & maatschappij

Michael Burleigh is de auteur van twee standaardwerken over de relatie tussen politiek en religie, Aardse machten en Heilige doelen. Zijn nieuwe boek gaat over terrorisme, een verwant onderwerp dus. In Bloed en woede (De Bezige Bij) stelt Burleigh dat het hedendaagse terrorisme alleen in een historische context begrepen kan worden en daarom maakt hij een analyse van de culturele geschiedenis van het fenomeen. De Russische revolutionairen komen aan bod, de antikoloniale bewegingen in Afrika en Azië, de Rode Brigades en de Rote Armee Fraktion, om bij het huidige moslimfundamentalisme uit te komen. En steeds is de conclusie dezelfde: gespeend van enige kennis van de zaak waarvoor zij vechten, doen ze dit vooral uit sensatiezucht; een psychologisch inzicht dat weleens van pas zou kunnen komen bij de juiste aanpak van terrorisme.

Radicalisering leidt in het beste geval tot impasse en in het slechtste tot nodeloos bloedvergieten. Op de vergrote zichtbaarheid van de fundamentalistische islam is vanuit het Westen steeds vaker een al even fundamentalistisch antwoord te horen dat zich beroept op de rede en de wetenschap. Figuren als Richard Dawkins en Christopher Hitchens steken niet onder stoelen of banken dat volgens hen gelovigen gort in de kop hebben. Wie even stilstaat en zijn grijze cellen aan het werk zet, kan immers niet in een god geloven. Bij gelovigen leidt deze botte bijl-techniek alleen maar tot verstrakking van de eigen principes en nooit tot atheïsme, zoals Dawkins en Hitchens beogen. In Ik geloof niet in atheïsten (Meulenhoff) houdt Chris Hedges een vurig pleidooi voor begrip en gematigdheid, want degenen die volgens hem een blind vertrouwen hebben in de moreel neutrale principes van rede en wetenschap, creëren op hun beurt zelf idolen.

Net na zijn dood, op 9 oktober 1958, klonk er alleen maar lof voor paus Pius XII. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de man spitsroeden gelopen; de Heilige Stad was vrijwel ongeschonden uit de strijd gekomen. Velen beschouwden hem dan ook als een van de grootste pausen ooit. Maar daar kwam al gauw verandering in toen er vragen gesteld werden over zijn al dan niet passieve rol bij de Jodenvervolging. In Pius XII en de vernietiging van de Joden (Atlas) gaat Dirk Verhofstadt dieper in op de intellectuele en morele nalatenschap van deze paus, want op het moment dat de katholieke kerk druk doende is met de zalig- en zelfs heiligverklaring van Pius, zwijgt ze ook als een graf over het oorlogsverleden van de man.

Rudi Vranckx volgt de oorlog in Irak al jaren van nabij, als journalist, maar ook als mens. Terwijl hij vijf jaar geleden de waanzin van de oorlog nog wel ergens kon plaatsen, is deze vandaag een deel van zijn eigen bestaan geworden. In wat het persoonlijkste van zijn tot nu toe drie boeken belooft te worden gaat Vranckx dieper in op wat de oorlog voor de modale Irakees betekent. In Stemmen uit de oorlog (Meulenhoff/Manteau) laat hij Jassim, Ibrahim, Ahmed, Ziyad en zo vele anderen die niet voor de ellende hebben gekozen maar er wel het hardst door worden getroffen aan het woord, en toont hij aan dat oorlogsjournalistiek meer is dan verslag brengen van wapengekletter. (MV)

Mijmeren & filosoferen

Hans Achterhuis schrijft zo ongeveer om de tien jaar een meesterwerk. In 1979 was dat De markt van welzijn en geluk, in 1988 Het rijk van de schaarste, tien jaar later De erfenis van de utopie en nu is er Met alle geweld (Lemniscaat), ongetwijfeld het imposantste Nederlandstalige filosofische werk van het jaar. De laatste brede wijsgerige studie over geweld is wellicht Hannah Arendts Over het geweld, uit 1969. Achterhuis neemt deze als uitgangspunt voor zijn analyse van dit fenomeen dat steeds meer aan belang lijkt toe te nemen. Welke filosofische, antropologische, sociale en politieke mechanismen zitten erachter, vraagt Achterhuis zich af. Maken agressie en geweldgebruik deel uit van de menselijke natuur? En als dat zo is, hoe moeten wij er dan mee omgaan? Aan de hand van tal van voorbeelden uit filosofie en literatuur gaat Achterhuis op zoek naar de vele verschijningsvormen van het geweld, waarbij hij opmerkt dat deze elkaar nogal eens veroorzaken en versterken.

De multiculturele samenleving, genetische manipulatie, het fortuynisme, de teloorgang van het historisch besef, schaatsende moslima's, extreme makeovers, ludieke oorlogsvoering, Wittgenstein 2.0, hiphopsampling, postmodern fundamentalisme, bijeengesurfte scripties, de fusionkeuken, zencomputers en de Matrixtrilogie. Wat hebben die in godsnaam met elkaar te maken? Volgens Jos de Mul heel veel. In Database delirium (Bert Bakker) beweert Nederlands cyberfilosoof bij uitstek met een kwinkslag dat de hedendaagse verwarring wel degelijk 'zin' heeft: "Voorwaarts en vergeten! Zolang er virussen zijn is er hoop."

De Amerikaanse, maar in het Potsdamse Einstein Forum aan het werk zijnde Susan Neiman is een autoriteit op het gebied van de hedendaagse ethica. Terwijl ze zich in haar vorige boek, Het kwaad denken, hoofdzakelijk beperkte tot een overzicht van de filosofische ideeën over goed en kwaad door de geschiedenis heen, kijkt ze in haar jongste naar de toekomst. Morele helderheid (Ambo) is een pleidooi om tegen alle reductionisme en zogezegd 'gezond verstand' in het morele denken nieuw leven in te blazen. Uitgangspunt is het verlichtingsdenken, waar ze een aantal idealen treft die door ieder weldenkend mens voor deugdzaam werden gehouden, zoals geluk, redelijkheid, nederigheid en hoop. Neiman werkt haar these uit door te refereren aan het werk van grote filosofen als Plato, Aristoteles, Rawls en Rorty, maar ook bij schrijvers als Kundera en Murdoch. (MV)

Spitten in het verleden

In de zomer van 1854 werd Londen getroffen door cholera. Twee miljoen mensen zaten op elkaar gepakt, zonder proper water of een degelijk rioleringssysteem, wat natuurlijk om problemen vragen was. In Londen, spookstad (Meulenhoff) gaat de Amerikaanse historicus Steven Johnson op zoek naar de gevolgen van deze uitbraak, en dit zowel medisch als stedenbouwkundig gezien. Twee figuren staan centraal, de geestelijke Henry Whitehead en de arts John Snow. Hun gevecht tegen onwil, immobilisme en vooral heel veel bijgeloof levert een boek op dat op bijna perfecte wijze geschiedschrijving koppelt aan leesplezier.

Niet lang geleden werd in de Washingtonse Library of Congress een interessant lot boeken ontdekt, een paar honderd banden die aan Hitler hadden toebehoord en die door de dictator himself geannoteerd waren. Ook hij moet in grote mate bepaald geweest zijn door wat hij las, redeneerde Timothy W. Ryback, dus ging hij op onderzoek uit en schreef Hitlers privébibliotheek (Balans), een studie over de wijze waarop zijn boekenverzameling terechtkwam in zijn toespraken en geschriften. Dat Hitler iets had met Nietzsche en Schopenhauer wisten we al, maar dat hij gek was op Don Quichot en Robinson Crusoë was volkomen nieuw. (MV)

Eureka!

In 1 t/m 9 (Veen Magazines) brengt de Brit Andrew Hodges de getallen tot leven. Hij spit in de geschiedenis van de wiskunde en haalt heel wat interessante en tot de verbeelding sprekende getalsmatige kwesties boven, variërend van de harmonie in de muziek tot geheimtalen en uw kans om te winnen bij het pokeren. Het boek laat ook zien hoe verrassend symmetrisch het heelal is. Tijd, ruimte, materie en krachten, alles heeft zijn getal. En zelfs in het hart van de computer blijkt alles om getallen te draaien.

Richard Holmes is de belangrijkste biograaf van de romantiek, wat hij bewees met zijn uitstekende boeken over Percy Shelley en Samuel Coleridge. In De tijd van verwondering richt hij zijn aandacht op de romantische wortels van de wetenschap. Joseph Banks, directeur van de Royal Society, astronoom William Herschel en scheikundige Humphry Davy staan centraal in dit verhaal, drie geïnspireerde figuren die in hun werk niet alleen op zoek waren naar de waarheid, maar ook naar schoonheid en idealisme, en vooral naar dat ene, onvergetelijke eurekamoment.

(MV)

De Groote Oorlog

Dichter, essayist en hoogleraar Geert Buelens voert met twee boeken de negentigjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog aan, volgens velen de meest 'literaire oorlog'. Buelens blijft gefascineerd door de literaire uitlopers van het wapengekletter en bracht samen met Tom Lanoye al Overkant. Moderne verzen uit de Groote Oorlog uit, een bloemlezing uit het werk van de Europese 'war poets'. Maar ditmaal reiken Buelens' ambities hoger. In Europa, Europa! Over de dichters van de Grote Oorlog (Ambo/Manteau) bekijkt Buelens de oorlog en literatuur vanuit Europees perspectief. Hij onderzoekt hoe Rainer Maria Rilke, Fernando Pessoa, Paul van Ostaijen, Anna Achmatova, Vladimir Majakovski, Giuseppe Ungaretti en Guillaume Apollinaire de vijandelijkheden in woord en geschrift vatten. De Italiaanse futuristen stonden te trappelen om hun land mee te sleuren in het conflict omdat ze geweld esthetisch vonden, maar de dadaïsten walgden van elk bloedvergieten. Buelens puurde uit zijn research meteen ook een ruim 500 pagina's tellende bloemlezing: Het lijf in slijk geplant. Gedichten uit de Eerste Wereldoorlog (Ambo/Manteau), waarin niet enkel de Engelse war poets present zijn, maar ook Franse, Duitse, Russische, Amerikaanse, Joodse en zelfs Armeense dichters. Het tijdschrift Armada heeft trouwens op datzelfde moment een special klaar over Eerste Wereldoorlogliteratuur.

(DL)

Hardlopen

In een interview met Der Spiegel verklaarde de Japanse schrijver Haruki Murakami onlangs dat hij vermoedt dat hij nog 4 of 5 goede boeken kan schrijven. Daarna is de kous af, zo vreest hij. Maar voorlopig lijkt er amper sleet op de productie en inventiviteit van deze stilaan Nobelprijsfähige schrijver te komen. Bovendien heeft intussen de hele wereld de handen vol met de exploratie van zijn subtiel bevreemdende oeuvre, dat door uitgeverij Atlas in zijn geheel in het Nederlands wordt ontsloten. De komende Murakami is geen fictie maar een autobiografisch verslag van zijn passie voor hardlopen, die hij 25 jaar geleden ontwikkelde en als een pendant van zijn schrijven ziet. Hij heeft intussen 27 marathons achter zijn hielen (waaronder die van New York) en loopt na zijn dagelijkse schrijfarbeid moeiteloos 10 kilometer. In Waarover ik praat als ik over hardlopen praat trekt Murakami "de persoonlijke lessen" uit "het vrijwillige lijden dat ik onderging toen ik mijn lichaam daadwerkelijk in beweging zette". De titel is allicht een slinkse verwijzing naar een verhalenbundel van de door hem zeer bewonderde Raymond Carver: What We Talk About, When We Talk About Love. Murakami heeft het in het boek echter niet enkel over de finesses van het lopen en de daarbij horende tegenslagen én gelukzaligheden, maar ook over "het eurekamoment toen hij besloot schrijver te worden". En hij is openhartig over zijn aanstaande cryptische grafschrift: "Haruki Murakami 1949-20**, auteur (en hardloper) - hij is tenminste nooit weggegaan." (DL)

Poldermentaliteit

"Non-fictie vind ik op dit moment belangrijker. Als ik daarmee de vijand van mijn eigen creativiteit word, dan moet dat maar", zo verklaarde Joost Zwagerman onlangs stellig in een interview in NRC. Zwagerman, die onlangs het slachtoffer werd van straatagressie, mengt zich met verve en virulentie in het maatschappelijke debat en heeft daar meer en meer schik in. Hij ontpopte zich de voorbije jaren als een van Nederlands meest bevlogen essayisten (met bundels als Transito en Het vijfde seizoen). Ook de polemiek lokt hem en biedt volgens Zwagerman "inzicht in de morele schizofrenie van sommige opiniemakers". Commotie verzekerd allicht omtrent zijn essay Hitler in de polder & Het verlangen moslim te zijn (Arbeiderspers). In dit schotschrift - te beschouwen als een vervolg op De schaamte van links - traceert Zwagerman "de morele verwarring bij de Nederlandse culturele elite": "Met weerzin kijkt die elite neer op de smakeloze autochtone onderklasse, waarmee men zich absoluut niet wenst te engageren." "De eigen voortreffelijkheid wordt dan maar uitgevent via een sociaal zwakkere bevolkingsgroep, zijnde de moslim", zo betoogt Zwagerman, die "het taboe van de omgekeerde discriminatie" ontrafelt.

Het thema lijkt ook aan bod te komen in een pamflet van schrijver Khalid Boudou en uitgever Oscar van Gelderen: Wij hebben altijd gelijk (Querido) dat zich keert "tegen populistisch rechts gebral" en "even populistisch links gedram" en reflecteert over "de stem van de onderbuik". En wat te denken van Bas Heijnes Land van ooit. Nederland op zoek naar zichzelf (Prometheus) dat ook de pols houdt aan de Nederlandse samenleving.

Zwagerman is alomtegenwoordig dit najaar, want hij zet ook de kroon op zijn geroemde bloemlezingenwerk: bij Prometheus verschijnt het derde en laatste deel, met name De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays. (DL)

Amerika

Met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 4 november in het verschiet verschijnen er dit najaar heel wat nieuwe boeken over het nationale en internationale reilen en zeilen van dat land. Wie na de twee autobiografieën van Barack Obama ook eens iemand anders aan het woord wil horen, consulteert bij voorkeur Philippe Remarques De hand van Obama (Prometheus), het boek met de profetische ondertitel Verslag van een onwaarschijnlijke overwinning, dat meteen na de verkiezingen zal verschijnen.

Maar wat zal de toekomst brengen? Simon Schama vraagt zich in De Amerikaanse toekomst (Contact) af hoe het na de verkiezingen verder moet met het land en - je bent een historicus voor iets natuurlijk - het antwoord op die vraag ziet hij vooral voortvloeien uit het verleden. Focussend op oorlog, godsdienst, immigratie en de relatie tussen welvaart en natuurlijke bronnen, stelt hij dat niet alles verloren is.

En ook David McCullough blijkt de mosterd in het verleden te zoeken. Van hem verschijnt John Adams (Ambo), een biografie van de man die samen met onder meer Benjamin Franklin en Thomas Jefferson een van de founding fathers van Amerika was, de opsteller van de onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776 en na George Washington de tweede president van de VS. Zo heeft de nieuwe president meteen iemand om een voorbeeld aan te nemen.

(MV)

Darwin

Op 12 februari 2009 zal het tweehonderd jaar geleden zijn dat Charles Darwin werd geboren, en dat zullen we geweten hebben. Het aantal boeken dat naar aanleiding van deze verjaardag verschijnt, is bij lange na nog niet in te schatten, maar dat het er veel worden, is nu al duidelijk. Er zijn natuurlijk heel wat herdrukken van Darwins werk, maar ieder beschaafd mens zou die al in de kast moeten hebben staan. Interessanter lijkt ons daarom nieuw werk dat niet alleen over de man, maar ook over de nawerking van zijn ideeën in de hedendaagse filosofie en wetenschap gaat.

Van Adrian Desmond & James Moore verschijnt Darwin. De biografie (Nieuw Amsterdam), wat algemeen beschouwd wordt als de definitieve biografie, die op voorbeeldige wijze een link legt tussen de man en zijn tijd.

Evolutiefilosoof Michael Ruse heeft het in Charles Darwin (Ten Have) dan weer over de intellectuele erfenis van de man, en daarbij beperkt hij zich niet tot de biologie. Nee, aldus Ruse, minstens zo interessant is hoe zijn inzichten onze kennis, moraal en religie hebben beïnvloed.

Johan Braeckman sluit daar in De ontwerpillusie (Nieuwezijds) bij aan. Hij gaat dieper in op de filosofische achtergrond van het intelligent designdenken. Waarom slaat deze nepwetenschap zo aan, vraagt hij zich terecht af, en niet alleen in de VS? Waarom hebben we het blijkbaar nog steeds moeilijk met het idee dat de natuur volstrekt onverschillig staat tegenover ons?

Opmerkelijk en origineel is God, Darwin en natuur (Atlas), van Redmond O'Hanlon & Rudi Rotthier. De voorbije zomer gingen deze twee wereldreizigers en Darwinkenners rond de tafel zitten. Ze discussieerden, lachten, waren het soms met elkaar oneens, maar wisten elkaar toch steeds weer te vinden, en dit boek is het resultaat van dat alles. (MV)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden