Dinsdag 18/05/2021

Reeks: Antwerpen-Centraal

"Het toilet van een druk station is een fantastische plek"

 Ook al denken veel mensen van niet, toch houdt Elena van haar job. Beeld Illias Teirlinck
Ook al denken veel mensen van niet, toch houdt Elena van haar job.Beeld Illias Teirlinck

Antwerpen-Centraal is een station en ook een kleine stad. Hier loopt de hele wereld rond. De ene draagt een aktetas, de ander een plooifiets of een werptent, en iedereen heeft een doel. Dit is het verhaal van de onbekende man of vrouw naast u op de trein of het perron. Vandaag in deel 1: Elena Van Bommel, toiletdame.

"Hier zie je de mens in al zijn facetten." Elena Van Bommel buigt voorover. Ze haalt gele poetshandschoenen uit de onderste lade van een kast. Een gouden ketting wiegt om haar hals. Elena rekt de onderkant van de linkerhand uit, als een katapult, en laat dan los. De latex maakt een zoevend geluid: 'Voilà, ik ben er klaar voor! Klaar om die facetten uit te wissen.’ Ze lacht luidop. Elena Van Bommel is de toiletdame van Antwerpen- Centraal.

De komende twee weken leest u hier verhalen uit de Middenstatie, zoals sommige Antwerpenaren het station aan het Koningin Astridplein noemen. 'Middenstatie’ prijkt overigens nog altijd in gouden letters boven de hoofdingang. Verhalen van passanten, van toeristen, van pendelaars, van winkeluitbaters en ook van Elena. Die verhalen zijn niet geresearcht, niet vooraf bedisseld, maar zijn het resultaat van toeval. Wekenlang zat ik op dezelfde bank in de stationshal, met de rug tegen het koele marmer, te wachten tot iemand naast me kwam zitten, of oogcontact maakte, waarop ik een gesprek begon. Sommigen keken vreemd op, liepen weg en zetten zich aan de andere kant van de stationshal. Anderen zuchtten en spreidden hun leven voor me uit, als koopwaar waaruit ik kon kiezen.

In Antwerpen-Centraal ken ik ondertussen iedereen, zonder dat ze mij kennen. Iedere ochtend en avond zag ik de treinbegeleider met de zwarte, vlassige baard en de getatoeëerde dobbelsteen op de linkerarm, zag ik de vrouw met de rode stiletto’s en het jongetje met de loden rugzak, die vooroverboog als hing er een dood paard op z’n rug. Misschien ging hij op bowlingkamp. Zelfs de pickpockets werden bekende gezichten en het groepje vrouwelijke bedelaars dat eerst verzamelde aan de hoofduitgang en nadien uitzwermde in de stationshal, zei altijd gedag. En werd de enquêteur aan de ingang van het station afgesnauwd door een gehaaste reiziger – 'zaag niet, ik heb geen geld’ of nog: 'kom, charelke, uit de weg’ – dan ging zijn ene wenkbrauw telkens omhoog en lachte zijn collega wat verderop: 'Blijven gaan!’

Vanuit de lucht lijkt Antwerpen-Centraal een mierenkolonie en heeft iedereen een doel. Hij die spurt naar de trein en slalomt tussen mensen met koffiebekers, computertassen en reiskoffers. Je ziet de roodhemden van Securail die door het station schrijden, agenten met zwarte bottines en altijd herken je het oranje-grijze hemd van het spoorwegpersoneel.

Aan het eind van iedere dag zag ik Elena en haar gele handschoenen. "En? Goed volk gezien? Kom, zet u." Elena Van Bommel doet de job waar iedereen zijn neus voor ophaalt. En ze doet die job met de glimlach. Zij is het hart van Antwerpen-Centraal.

Een simpele goeiedag

"Ik kom uit Bulgarije", zegt ze. Elena haalt een pak lange, witte sigaretten uit haar handtas en duwt de achterste deur van het toilettencomplex open; een deur die uitgeeft op een brandgang. Niet alleen de toiletten, ook de nooduitgangen van alle aangrenzende handelspanden leiden naar de lange, open brandweg. Hier, in de backstage van de Middenstatie, hoor je alleen het geronk van een lange rij airco’s en verder niks. Het is een wereld die de reiziger niet ziet, weg van de drukte, waar het personeel pauzeert en uitblaast. Om de tien meter staat een beker met peuken, een per pand. De broodjessmeerder, de barista, de friturist: ze zwaaien en wuiven de rook weg.

In het station van Antwerpen-Centraal kent iedereen nog iedereen. Het is een microgemeenschap die je alleen ziet als je lang genoeg kijkt. Het nichtje van Elena werkt in een wafel- en koffiekraam, tien meter verderop, de speelgoedverkoper achterin het station drinkt koffie in de nabije 'Playground’ en de friturist van ’t Spoorfrietje kent de treinbestuurders bij naam.

"Ik ben afkomstig uit Zagrad", zegt Elena. "Een stad in het noordoosten, niet zo ver van Varna, de havenstad aan de Zwarte Zee."

Een lege bak Duvel doet dienst als stoel. In de brandgang staan een paar paletten wc-rollen en een kartonnen doos met spuitbussen: désodorisants professionnels. Klanten steken 50 eurocent in de machine en duwen het metalen poortje open.

"Ik had een goed leven in Bulgarije, daar niet van, maar mijn familie zwierf uit over Europa. Ik bleef niet graag achter. Sommigen gingen naar Duitsland, Nederland, anderen naar België. Jarenlang heb ik gependeld tussen België en Bulgarije. Om dit land te leren kennen en te voelen of ik hier zou aarden. In 2000 waagde ik de sprong en arriveerde in Antwerpen. Bulgarije is goed, daar zijn de winkels open tot een gat in de nacht en is het altijd warm. Maar België is beter. Ik heb nu de Belgische nationaliteit en hou van dit land. Wie werkt, die heeft niet te klagen."

"Dit is een job waar veel mensen voor passen. Maar waarom? Ik zie het probleem niet. Iedere dag zie ik honderden soorten mensen. Ze komen van overal, hebben allemaal een verhaal. Niet dat ze mij alles vertellen, dat hoeft niet, maar een simpele 'goeiedag’ volstaat. Dat is toch schoon? Waarom toch alles zo negatief bekijken. Ja, het toilet van een druk station is een fantastische plek." Een man rukt driftig aan het poortje. De nood is hoog. Elena drukt op een knop, het poortje gaat open en de man ritst zijn gulp open.

"Soms zijn ze te laat en doen de mensen het voor mijn neus in hun broek. Of halen ze alsnog het hok, maar niet het toilet zelf. Nja, poetsen hé. En neen, ik heb nog geen koppeltjes betrapt op het toilet. Maar wat niet is kan nog komen."

Daklozen

Conny komt het toilet binnen en omhelst Elena. Conny is een roepnaam. Haar echte naam wenst ze liever niet in de krant. Conny is dakloos en is Elena op post, dan gaat het poortje automatisch open.

"Goede nacht gehad, Conny?"

"Het was warm genoeg, gelukkig."

Elena reikt Conny een sigaret aan.

Sinds een jaar heeft Conny geen dak boven het hoofd. Ze is gepensioneerd, heeft zes kinderen, maar nu zit het niet mee. Af en toe brengt ze de nacht door bij een kennis, of in de noodopvang, maar vaker wacht haar ’s nachts de straat en de schaduw. "Het is keihard", zegt ze. "Er zijn maar weinig mensen die kunnen overleven op straat. Probeer maar eens een veilige plek te zoeken. Op het De Coninckplein moet je het niet proberen. De Groenplaats lukt wel nog, Sint-Jansplein ook, maar Antwerpen-Centraal is de beste plaats voor daklozen."

Sinds een jaar heeft Conny geen dak boven het hoofd, maar ze probeert niet verbitterd te geraken. ‘Dat is niet gemakkelijk, voor je het beseft ben je kwaad en ontgoocheld.’ Beeld Illias Teirlinck
Sinds een jaar heeft Conny geen dak boven het hoofd, maar ze probeert niet verbitterd te geraken. ‘Dat is niet gemakkelijk, voor je het beseft ben je kwaad en ontgoocheld.’Beeld Illias Teirlinck

Nog zo’n wereld die zich aan het oog onttrekt. Overdag zien we Joden op de fiets de Diamantwijk in rijden en jongens die de tafels poetsen van Starbucks. Maar ’s avonds, als pendelaars thuis neerploffen op de bank, zie je daklozen opduiken aan het station. Ze slapen dicht bij de ventilatieroosters en ze kennen elkaar. Ze kennen ook de roodhemden van Securail, die het station ’s nachts sluiten en het ’s ochtends openen.

"Er zijn steeds meer daklozen", zegt Conny. "Die indruk heb ik. Hier aan Antwerpen-Centraal zijn ze niet op één hand te tellen. Iedere dag komen er bij. En vaak spreken die mensen Nederlands. Denk niet automatisch aan asielzoekers, maar ook aan Antwerpenaren die niks meer hebben en op straat slapen."

Conny heeft zes kinderen. Eentje blijft er bij haar op straat. "De kunst is niet te verbitterd te geraken. Maar dat is niet gemakkelijk. Voor je het goed beseft ben je kwaad en ontgoocheld. Kwaad op het leven, je land, je kinderen."

Elena wandelt de toiletten terug binnen. Naast het toegangspoortje liggen haar poetsspullen en ook een spelboek: Su-Doku Êxtreme. Niveau 7. Uit een koelkast haalt ze een plastic doos met eten, en geeft die aan Conny: "Hier, laat het je smaken", waarna ze op de knop drukt en Conny verdwijnt om morgen terug te keren.

Iemand zegt "bedankt mevrouw" en een dame met blinkende juwelen roept: "Wilt gij dat hier eens onmiddellijk kuisen? Alstublieft hé."

Elena blijft rustig. "Je leert hier de ware mens kennen", zegt ze. "En die valt veel beter mee dan je denkt. We leven zogezegd in een moeilijke tijd, en dat zal ook wel, maar er zijn nog altijd veel meer goede dan slechte mensen." Dat leert haar de realiteit, maar leren ook de Geschriften. Elena kent de verhalen van haar vaste klanten. Weet wie wie is. Maar weinigen die weten dat Elena vijf keer per dag bidt. En dan richt ze zich in de brandgang naar het zuidoosten.

De kracht van geloof

"In Bulgarije was ik katholiek, maar echt stréng katholiek hé. Ik las dagelijks in de Bijbel: bij het opstaan en bij het slapengaan, en iedere zondag ging ik naar de eucharistieviering. Dat was mijn leven, toen.

"Tien jaar geleden heb ik me bekeerd tot de islam. Dat gebeurde niet van de éne dag op de andere. Eén bepaalde droom zette me op weg. Ik zie het nog altijd als een roeping: het moment dat ik in die droom werd weggeleid van het christendom en op weg gezet naar de islam. Ik zie Mohammed nu als de voortzetting van Jezus en heb mijn leven gericht naar de nieuwe godsdienst.

"In Turkije ging ik voor het eerst een moskee binnen, en dat voelde meteen goed. Langzaam verdiepte ik me in mijn nieuw geloof en nog altijd leer ik bij. Mijn bekering zorgt voor rust. Ik draag nog geen hoofddoek, daartoe voel ik me niet verplicht, maar ooit komt de dag. Ik droom ook van een reis naar Mekka. Heb ik genoeg centen, dan doe ik het. De ramadan heb ik ook gevolgd, dat is een fijne tijd.

"Ik heb de kracht van een geloof nodig. Het zorgt voor evenwicht in mijn leven. Mijn man is ook moslim, maar mijn kinderen zijn christenen, zoals de andere kinderen op school, en daar heb ik echt geen problemen mee. Ik laat me gewoon leiden door mijn God en door zijn liefde. Terwijl ik de toiletten schoonmaak, denk ik aan Allah en voel mij gesteund. Dat zien de mensen niet. Ze denken waarschijnlijk dat ik hier zo snel mogelijk wel wil, dat ik niet houd van mijn job, dat ze blij zijn dat niet zelf te moeten doen. Maar de waarheid is anders: ik ben gelukkig, gesterkt, voldaan.

"En ik hou van lachen."

Maandag in deel 2: docent strafrecht Laurens Claes.

null Beeld Illias Teirlinck
Beeld Illias Teirlinck
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234