Maandag 24/01/2022

Het toernooi van bruto nationaal (on)geluk

In het voetbal is het verleden nooit dood, het is niet eens verleden. Hele naties laten hun geluk afhangen van resultaten behaald op voorbije WK's of nemen een voorschot op wat zich tussen vandaag en 9 juli afspeelt.

door Hans Vandeweghe

Voetbal en oorlog zijn de twee universele spelen van de mensheid. Ooit is een oorlog begonnen omwille van voetbal - na de WK-kwalificatiewedstrijd in juni 1969 tussen Honduras en El Salvador ontstonden rellen en kort daarop waren de twee landen in oorlog - maar uit een voetbalwedstrijd is nog nooit een land ontstaan. Die eer blijft voorbehouden voor cricket. Pas toen de Australische kolonie in 1882 de felbegeerde Ashestrofee had gewonnen in een wedstrijd tegen moederland Engeland, werd onafhankelijkheid bespreekbaar.

Het WK voetbal - officieel de FIFA World Cup - is ook niet het grootste sporttoernooi. Dat zijn de Olympische Spelen, die meer geld genereren en langer bestaan en veertien keer meer deelnemers tellen in 28 sporten, waaronder ook voetbal. De Olympische Spelen zijn ook meer authentieke sport en zijn als vierjaarlijks hoogtepunt het ultieme doel voor de atleten. Geen voetballer, met uitzondering van de Amerikaan, die heeft gepiekt voor dit WK. Het toernooi hangt als een toegift aan een zwaar seizoen.

Maar naar het WK voetbal kijken de komende maand gecumuleerd dertig miljard mensen over de hele wereld; naar de Olympische Spelen drie miljard. En een gemiste olympische medaille was nog nooit een reden om iemand te bedreigen. Wel in voetbal. Naargelang het resultaat worden voetballers opgehemeld, bedreigd, zelfs vermoord.

Omwille van het resultaat in een wedstrijd gaan Engelsen en Duitsers hijsen tot het delirium, verliezen Nederlanders hun zinnen tot ze oranje zien, maar angstwekkend is de passie voor het WK voetbal vooral in Afrika en Zuid-Amerika. Sinds Brazilië in 1950 in eigen land de World Cup verloor van Uruguay, heet dat drama 'het Hiroshima van Brazilië'. In Hiroshima, voor het perspectief, zijn op 6 augustus 1945 in één minuut 70.000 doden gevallen en daarna nog eens dubbel zoveel.

Pierre Womé, linkerverdediger namens Inter Milaan en Kameroen, moest in september vorig jaar zijn land verlaten langs de sluipweg die ook de president neemt als hij niet gezien wil worden. De Kameroense politie begeleidde hem, maar ook die vertrouwde hij niet helemaal. De Ontembare Leeuwen hadden maar gelijk gespeeld tegen Egypte, terwijl ze had moeten winnen om het WK te halen. In de 95ste minuut had Kameroen bij 1-1 nog een strafschop gekregen. Womé trapte op de paal. Weg WK.

De volkswoede na zijn misser was van alle lagen en alle klassen en Womé dacht aan zijn collega verdediger Andres Escobar, die na een own goal bij zijn terugkeer in Colombia was afgemaakt. Einde goed al goed voor Womé, die zijn eigen huis beschermd zag door de politie, waarna vandalen zich wreekten op zijn vrienden. Womé zal het WK niet in eigen land volgen, uit vrees voor postume repercussies.

In tegenstelling tot de Olympische Spelen die aanvankelijk als een nevenorganisatie van jaarbeurzen werden georganiseerd en helemaal niet de envergure noch de economische impact hadden van de recente Spelen, beantwoordde de World Cup meteen aan een behoefte. Het toernooi kwam erg laat: ruim 58 jaar nadat in 1872 de eerste voetbalinterland tussen Engeland en Schotland was gespeeld.

Vanaf de eerste editie in 1930 was het landen-WK een toneel voor nationalisme, fanatisme, zelfs hooliganisme. De World Cup was een idee van de Fransman Jules Rimet en die eersteling vond plaats in Montevideo, de hoofdstad van Uruguay, gelegen aan de noordelijke oever van de machtige Rio de la Plata. Op de zuidelijke oever liggen Buenos Aires en Argentinië. Bijgevolg staken 15.000 Argentijnse voetbalfans in boten het brede estuarium over om hun team aan te moedigen.

De Argentijnen zouden de finale halen, maar wel verliezen van het thuisland, met 4-2. Dat was verstandig verloren, want de spelers hadden doodsbedreigingen gekregen en de coach van de Argentijnen zag zichzelf gestenigd. De eerste editie was geen onverdeeld succes omdat de grote Europese voetballanden afwezig bleven. België was er wel en speelde zelfs een hoofdrol toen het met John Langenus de scheidsrechter voor de finale leverde.

In het voetbalgeheugen van de fan leeft de World Cup meer om de verloren wedstrijden dan om de triomf. De vernedering van Montevideo werd door de Argentijnen pas uitgewist toen ze in 1978 op het eigen WK de nieuwe beker in de lucht mochten steken. De Jules Rimet Cup was na de derde keer Braziliaanse winst in 1970 voor altijd in Brazilië gebleven, tot hij werd gestolen in 1983 en nooit meer werd teruggevonden.

Thuislanden hebben zes van de zeventien edities gewonnen. Brazilië won vijf keer het WK, maar vooral die ene keer dat niet werd gewonnen en het toernooi in eigen land plaatsvond, staat in het geheugen van de Braziliaan gegrift. Het thuisland had voor een op maat gesneden toernooivorm gezorgd. Er zou geen finale worden gespeeld, maar bij toeval was de laatste wedstrijd tussen Uruguay en Brazilië bepalend voor de einduitslag. Net geen 200.000 toeschouwers in Maracaña zagen tot hun frustratie hoe Alcides Ghigghia met nog elf minuten te spelen bij een 1-1-stand een bal voorbij de Braziliaanse doelman Barbosa trapte. Het was de dramaturg Nelson Rodrigues die de vergelijking maakte met Hiroshima. Ghigghia zou later de onvergetelijke woorden spreken: "Slechts drie mensen hebben het Maracañastadion stil gekregen: Frank Sinatra, de paus en ik." Doelman Barbosa zou geen leven meer hebben en in zijn eentje was hij verantwoordelijk voor de vloek die sindsdien over zwarte doelmannen hangt, meer in het bijzonder die met een Braziliaans paspoort.

Vier jaar later gingen de favorieten weer onderuit, deze keer was dat Hongarije. Ze waren olympisch kampioen, ongeslagen in 28 wedstrijden en speelde in de poules de Duitsers op een hoopje met 8-3. In de finale stonden ze tegenover diezelfde Duitsers 2-0 voor, maar verloren met 3-2. De alom gehate Duitsers konden op hun eerste WK na de verloren wereldoorlog - dat andere universele spel van de mensheid - meteen revanche nemen.

De volgende twee WK's werden ongecontesteerd gewonnen door het Brazilië van Pelé, maar Engeland 1966 leverde dan weer een controverse van formaat op. Het was het eerste toernooi waarin tactiek en organisatie de overhand konden halen op techniek, maar toen in een volledig Europese finale Engeland tegenover Duitsland stond, ging het alleen nog om de goals. Drie voor Duitsland en vier voor Engeland. 2-2 was het na de reguliere speeltijd, met een goal in de voorlaatste minuut van Helmut Haller. In de verlengingen scoorde Geoff Hurst, die ook al voor het openingsdoelpunt had getekend. In de 101ste minuut ging hij ervandoor op rechts en trapte hard voorbij doelman Tolikowski, waarna de bal tegen de onderkant van de lat spatte, vervolgens tegen de grond en dan weer het veld in.

Doelpunt of niet? Ref Gottfried Dienst trok naar zijn lijnrechter, de Azeri Tofik Bachramov, die in de Tweede Wereldoorlog aan het Russische front tegen de Wehrmacht had gevochten. Of het ermee te maken had - de Duitsers zeggen van wel - is niet bekend, maar Bachramov zag een geldig doelpunt. Net voor het laatste fluitsignaal zou Geoff Hurst nog de 4-2 scoren. Na bestuderen van de beelden, vooral met de latere technologie, is iedereen er inmiddels achter dat het doelpunt van Hurst niet geldig was. Iedereen, behalve de Engelsen.

Duitsland zou daarna nog twee keer een WK winnen, maar sindsdien staat het verslaan van de Engelsen hoog bovenaan op het verlanglijstje. De Duitsers verslaan op een WK is dan weer de grote wens van de Nederlanders. Nooit heeft een land meer aanspraak kunnen maken op een WK-titel en toch niks gekregen, behalve twee medailles voor de verliezende ploeg. In 1978 verliezen in Argentinië van het thuisland, daar kon het Oranjelegioen nog mee leven. Het verlies in 1974 daarentegen overheerst nog steeds het bruto nationaal ongeluk van de kleine voetbalnatie bij de Noordzee. De bal op de paal van Rensenbrink in 1978 is beter te verteren dan het al bij al kansloze verlies in de finale in München vier jaar eerder. Inmiddels zijn ook Nederlandse voetbalhistorici erachter gekomen dat het verlies toen vooral aan Oranje zelf te danken was. Arrogantie had zich na de fout op Cruijff en de omgezette strafschop meester gemaakt van de Nederlanders. Effe de Duitsers dollen, het brak ze zuur op. Ze zouden van de hele wedstrijd niet meer in hun ritme komen.

Een mini-Hiroshima voor de Brazilianen was de finale in Parijs in 1998, toen Ronaldo voor de wedstrijd in onduidelijke omstandigheden moest worden opgenomen in de kliniek. De sterspeler zou later toch spelen, maar Brazilië was geschokt. Er volgde zelfs een parlementaire enquête naar de rol van het kledingmerk Nike in dat schandaal. Het onderzoek leverde niks op, behalve dat Ronaldo wellicht onder druk van commerciële belangen toch speelde. Brazilië kan niet goed om met verlies, altijd is er een onrecht in het spel. Frankrijk cruisede makkelijk voorbij Brasil naar een 3-0-winst. Vier jaar later in Yokohama wiste Brazilië dat schandaal weg met een vijfde titel.

Brazilië hoopt op een zesde titel. Hun president ook. Luiz Inácio Lula da Silva weet dat hij de verkiezingen in oktober wint als de Kanaries de Copa pakken. In het andere geval - hebben de analisten nu al voorspeld - gaat het volk morren en wreekt het zich bij eerstvolgende publieke gelegenheid.

Elke koning, keizer, admiraal of president hoopt dat zijn vertegenwoordigend elftal het goed doet, maar Laurent Gbagbo van het door stammentwisten verscheurde Ivoorkust heeft Les Eléphants erg nadrukkelijk opgeroepen hun stinkende best te doen. "Jullie kunnen de katalysator zijn voor het opnieuw vredevol samenleven van de volkeren in ons land." Ivoorkust zit wel in de groep des doods met Servië-Montenegro, Nederland en Argentinië.

Geen volk weet beter wat het winnen van de World Cup voor het bruto nationaal geluk kan betekenen dan de Duitsers. Das Wunder von Bern in 1954 kwam negen jaar na de vernederende nederlaag in de Tweede Wereldoorlog. Het team bestond alleen uit voetballers uit West-Duitsland, maar de overwinning werd ook in het Oosten gevierd. Zesendertig jaar later, een jaar na de val van de Muur, won Duitsland zijn derde wereldbeker. Eén jaar eengemaakt en meteen de beste van de wereld, de euforie over de nieuwe natie was evenwel van korte duur.

Duitsland organiseert voor de tweede keer het WK. In 1974 ging het technisch gezien nog om West-Duitsland. Deze editie was eigenlijk voorbestemd voor Zuid-Afrika (dat achteraf de editie van 2010 kreeg toegewezen), maar toen 2006 te geef was, won Duitsland met één stem verschil omdat een Nieuw-Zeelands lid van het uitvoerend comité zijn stemgedrag in laatste instantie 'aanpaste'.

Tweeëndertig landen zijn er op dat zeventiende WK bij. België niet, na zes deelnames op rij. Dat de Rode Duivels het WK zouden missen, zat eraan te komen, want op geen van de voorgaande toernooien heeft België indruk gemaakt. Internationaal ging het de Belgen steeds minder voor de wind. De in eigen land felbejubelde vierde plaats van 1986 wordt internationaal gecatalogiseerd bij de toevalstreffers. Zoals alle voetbalgekke naties wentelen de Belgische fans zich vooral in hun ellende en wijzen op een lucky tegengoal tijdens België-Engeland in 1990, een niet gefloten strafschop tijdens Duitsland-België op het WK van 1994 en een afgekeurde goal tegen Brazilië op het vorige WK. De realiteit is anders: de internationale voetbalwereld brengt België onder bij de bleke voetballanden die nooit iets bijdroegen tot het spektakel en dus ook niet gemist zullen worden.

De voetbalwereld kijkt anders wel uit naar deze achttiende FIFA World Cup. Het spelletje dat zich onder impuls van enkele softies halfweg de negentiende eeuw afsplitste van het ruwere rugby, beleeft hoogdagen. Voetbal is als universele sport nummer één over de hele wereld, enkele uitzonderingen zoals de VS en Oceanië daar gelaten. Het spel wordt beter gespeeld dan ooit en het spektakel van de voorbije Champions League belooft voor dit wereldkampioenschap. BBDO Duitsland berekende dat negentien van de twintig duurste spelers op dit WK hun kunsten zullen vertonen.

Er is nog maar één keer een naoorlogse WK-finale gespeeld zonder dat (West-)Duitsland of Brazilië erbij waren (1978, Nederland-Argentinië). Brazilië is favoriet bij de Engelse bookmakers; zelfs negentig procent van de Argentijnen gelooft in een overwinning van de gehate buur. Maar het WK winnen in een vreemd continent was maar aan één ploeg besteed: weliswaar Brazilië in 1958 in Zweden. Anderzijds is de thuisploeg steeds in het voordeel. Dat, in combinatie met de onverzettelijkheid van de Duitsers, en het zou al vreemd moeten lopen als Die Heimat en haar Mannschaft op 9 juli niet in finale zouden staan.

Waarom dan niet meteen in de moeder aller finales tegen Engeland, dat veertig jaar na Wembley 1966 nog eens naar het hoogste kan mikken in de sport die ze de wereld heeft geschonken? Duitsland-Engeland: 3-2 misschien? Beslissende goal van Michael Ballack. Onderkant deklat, waarna de bal terug het veld in springt en de discussie kan beginnen.

In het voetbalgeheugen van de fan leeft de World Cup meer om de verloren wedstrijden dan om de triomfBraziliës president Lula da Silva weet dat hij de verkiezingen in oktober wint als de Kanaries de Copa pakken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234