Dinsdag 30/11/2021

Het theater trekt erop uit

“Participatie”, klonk het meermaals in de speech annex donderpreek die ex-minister van Cultuur Bert Anciaux bracht op het Theaterfestival in 2001, toen hij “de ascetische elite” opriep de deuren open te gooien. Een oproep die door het theater ter harte werd genomen, in de letterlijkste zin: de schouwburg of traditionele kijkopstelling van de theaterzaal werd steeds meer verlaten voor alternatieve locaties, voor nieuwe sensaties én voor, godbetert, plezier. In navolging van Nederland werd in Vlaanderen de afgelopen jaren werk gemaakt van het documenteren van de geschiedenis van het Vlaamse theater met de Toneelstof-dvd-reeks (een initiatief van vzw Thersites in samenwerking met het Vlaams Theater Instituut). En omdat we nu eenmaal met het decimale stelsel werken, werd ook de recente theatergeschiedenis in decennia geforceerd. In september 2010 komt de dvd van de jaren negentig jaren uit, waarin meer dan ooit duidelijk werd dat het interessante theater niet in de vastgeroeste grote huizen, de stadstheaters, moest worden gezocht maar in de marge. Bij de theatercollectieven en in de grensgebieden met andere disciplines zoals video, muziek en beeldende kunst. Het was een periode waarin de marge steeds meer centraal kwam te staan tot marge en centrum loze begrippen werden om uiteindelijk in de jaren nul in elkaar op te gaan.De desoriëntatie en versplintering van de jaren negentig vonden in de jaren nul een heroriëntatie. Het meest illustere voorbeeld was wellicht hoe de stadstheaters zich succesvol herprofileerden (zie kader). Hun evolutie toonde zich in het hele veld: er werd gezocht naar wat theater nog of opnieuw kan betekenen. En zoals wel waker lag het antwoord voor de toekomst in de geschiedenis: van dionysische sensatie tot het middeleeuwse theater op de markt en de hofnar.“Een vrouw leidt ons naar een bank in een achterkamertje, vraagt ons de ogen te sluiten, ze fluistert in ons oor warme woorden die naar vanille smaken en we voelen twee paar handen. De synesthesie is totaal.” Dat schreven we nadat we door ‘masseurs’, want zo heetten de acteurs van Het sprookjesbordeel (Toneelhuis, 2002), onder handen waren genomen. Theater zien: het was wellicht hét understatement van de afgelopen jaren. Voelen, ruiken, horen, proeven: alle zintuigen werden aangesproken. Het theater werd een sensatie, een belevenis: er werd gegeten en gedronken (Peep & Eat en Me gusta van Laika), samen een sauna genomen (4stars van Time Circus, 2008) of je vertelde geblinddoekt op een bed je diepste geheimen (The Smile off Your Face van Ontroerend Goed, 2004). De passieve toeschouwer werd actieve participant en zelfs een immersant, de acteur in zijn eigen virtuele stuk bij het technologische theater van Crew.De scène als podium werd uitgebreid met winkelcentra (Magna Plaza van Wunderbaum/NTGent, 2006), een tuinhuis in het stadspark (Serre van Peter Misotten/Het Toneelhuis, 2007) of een werkmanstentje (Lava een bodemonderzoek van Studio Orka, 2006). Er werden stofzuigers verkocht op de markt (De stormdraak van Martha!tentatief, 2006) en auto’s verloot in de toonzaal van een garage (www.win-een-auto.com, door Bad van Marie, 2007).Theater stond niet alleen midden in de wereld, maar zocht daarin de rek tussen fictie en realiteit: de frictie. In Het blauwe uur van Lotte van den Berg zag je bij ochtendgloren een straat ontwaken, niet wetend wie de acteurs of inwoners waren. Benjamin Verdonck bewoonde een zwaluwnest boven de Brusselse Anspachlaan en dropte een enorme dode mus op de Antwerpse Meir. Of zoals Shakespeare al wist: all the world’s a stage.Nieuwe locaties en sensaties in de hoop een nieuw publiek aan te trekken: tijdens het culturele seizoen liepen toch vooral de vaste theatergangers ervoor warm, maar in de zomer gingen bij meerderen de cultuurporiën open. Dat bleek uit het toenemende succes van festivals als de Zomer van Antwerpen en Theater aan Zee in Oostende. Dat had zeker te maken met de creaties op bijzondere locaties (zoals Hoffman in het nieuwe Justitiepaleis of Laura Exterieur in het Centraal Station van Antwerpen, de Havennomaden-theaterwandelingen in Oostende) maar ook en vooral met de sfeer en de setting (De Zomerbar in Antwerpen en de Café Koer in Oostende).De zomerfestivals illustreerden twee naar elkaar toe trekkende tendensen: terwijl TAZ, dat begon als scout voor theatertalent, zijn formule verbreedde met bekende muziek- en theatergasten, zochten festivals als Humorologie, Theater op de Markt, en MiraMiro (vroeger Internationaal Straattheaterfestival van Gent) de artistiekere kanten op in de kruisbestuivingen tussen straat- en circustheater, humor en podiumkunsten.Die toenadering tussen theater en vermaak gold niet alleen voor de festivals. Termen als high en low culture waren dan wel al langer dood verklaard en met Arne Sierens en Alain Platel (o.a. Bernadetje uit 1996) was de populaire cultuur al eerder in het ‘serieuze’ theater geïntroduceerd, maar in de jaren nul kwam de liefde pas echt tot bloei. Het theater, dat lang de neus had opgetrokken voor entertainment en ‘volksere’ vormen van vermaak zoals kermis, circus, comedy en musical, vroeg zich af wat die vormen zo aantrekkelijk maakte bij een groot en divers publiek en hoe dit met theater te verzoenen was zonder artistieke toegiften te doen. Laika en Time Circus verenigden theater en circus in Sensazione (2005), Olympique Dramatique flirtte met musical in Adams Appels (2009) en Dirk Tanghe als vanouds met volkstoneel in Zaterdag, zondag, maandag (2009). Het notoire kunstencentrum Kaaitheater organiseerde zelfs een heus Komediefestival (2004). Omgekeerd bleek ook hoe de ‘cultuur met kleine c’ opwaardering vond: de Unie der Zorgelozen toonde hoe sociaal-artistiek evenwaardige begrippen konden zijn met haar ‘doorstroomprojecten’ (langetermijnwerking), comedians zochten de grens op met het theater (Wim Helsen, Begijn Le Bleu, Wouter Deprez, Joost Vandecasteele) en het circus puurde, geruggensteund door een circusdecreet en subsidies, mogelijkheden uit de samenwerking met choreografen en theaterregisseurs.

Laat honderd bloemen snoeien?

De theaters zetten in de jaren nul de deuren open en gingen op verkenning. Maar trok dat een nieuw publiek? Als we de cijfers aangaande cultuurparticipatie (de VRIND-statistieken) mogen geloven, niet. In 2000 ging 50 procent van de ondervraagden nooit naar het theater. In 2006 was dat 54,7 procent. De belangrijkste reden? Theater interesseert de Vlamingen niet (43 procent). Vlamingen die wel van theater houden, vonden in 30 procent van de gevallen hun gading niet op de podia.Er was nochtans veel theater in de jaren nul, te veel volgens sommigen. Het aantal theaterpremières per week swingde de pan uit. Daartegenover stonden kortere speelreeksen, gebrek aan speelplekken en gezelschappen die morden over te weinig geld. Ook al steng de subsidies, zelfs in crisistijden. Het is de parabel van de duizend bloemen. Laat duizend bloemen bloeien, was de leus van het cultuurbeleid aan het begin van het millennium. Misschien moeten we er toch een honderdtal snoeien om het theaterveld weer gezond te krijgen, zijn de stemmen die nu luider klinken. Geef je iedereen een beetje geld of maak je doorgedreven keuzes - zoals in Nederland gebeurde en waar een derde van de gezelschappen gekortwiekt werd? Of is het aan de sector om aan zelfevaluatie te doen? Overheid en sector staren voorlopig naar elkaar en niemand is bereid het snoeimes op te nemen.Intussen blijven de bekende euvels: de allochtone gemeenschap wordt nog altijd moeilijk bereikt (ook wat betreft allochtonen in theateropleidingen), culturele centra worstelen met theater (zowel qua publieksopkomst als de zware uitkoopsommen) en vooral: het gesubsidieerde theater is volgens velen een kunst voor de progressieve elite, waardoor de traditionele kijker moet uitwijken naar het commerciële circuit. Het was wellicht de grootste quatsch van het voorbije decennium (waarvan het repertoiredebat ongewild de inzet werd). Cijfers geven het publiek altijd gelijk. En wat als dat nu eens niet zo is? Wat als die 30 procent theaterontevredenen uit de statistieken even grote kankeraars blijken in het weer of de liefde? En wat met die 43 procent die zich niet interesseert voor theater? Kom uit je zetel en bewijs het theater ongelijk! Open deuren, participatie, het moet van twee kanten komen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234