Donderdag 12/12/2019

Het testament van nummer 14

Soms viel er geen touw aan vast te knopen, maar wat een geluk dat hij zo karig was met woorden. In zijn postuum uitgegeven autobiografie legt Johan Cruijff alles nog eens uit. 'Je bent net zo lang gestoord tot je een genie bent.'

Johan Cruijff, toen trainer van Ajax, tegen deze jonge reporter, nu 31 jaar geleden: "Dat jullie niet aanvallen en wij wel heeft te maken met de geschiedenis. Wij zijn een volk van veroveraars; neem de zeeën. Jullie niet. Jullie hadden geen Oost-Indische Compagnie, jullie werden onder de voet gelopen. Door de Spanjaarden, de Fransen, de Duitsers. Daarom verdedigt België en valt Nederland aan."

Het orakel had gesproken. Die analyse zou later een eigen leven gaan leiden. Ze was bij de haren getrokken, want Nederland ging pas aanvallen door de combinatie van Rinus Michels, Johan Cruijff en de kop opstekende Amsterdamse branie. Het interview diende als voorbeschouwing op de barragewedstrijd tussen Nederland en België voor het WK van 1986. België won die dubbele slag, overigens. Toen ik hem daar maanden nadien op aansprak, snoof hij en zei: "Voetbal is geen eerlijk spel, maar je moet het wel eerlijk spelen, dus aanvallen, en daarmee zal je op termijn succes hebben."

Hendrik Johannes Cruijff, eerder dit jaar op 24 maart overleden aan de gevolgen van longkanker, bleef zijn hele voetballeven lang trouw aan zijn principes. Zijn belang voor het voetbal kan niet worden overschat. Zonder hem had de wereld nooit gehoord van totaalvoetbal, was die nooit verliefd geworden op aanvallen, had niemand ooit 'hoog gestoord' en nooit nagedacht over voetbal als hogere driehoeksmeting.

Geen voetballer heeft het spel zo wezenlijk veranderd, maar ook de wereld daarbuiten. Hij stichtte mee de grootste kleine voetbal- en sportnatie Oranje, was de eerste steenlegger van de Hollandse sportbranie en verleende Catalonië bestaansrecht. In zijn eerste seizoen maakte hij Barcelona kampioen en verpletterde Franco's Real met 0-5. Op die golven van voetbaleuforie richtte Jordi Pujol in november van 1974 zijn nationalistische Catalaanse partij op.

Sterven in eigen ideeën

Zowel bij Ajax (geen titels) als Barcelona (in acht jaar vier titels en twee Europacups) was hij een gewaardeerd trainer die zijn voetbalfilosofie trouw bleef: voetbal op de helft van de tegenstander, uitgaan van balbezit, altijd 4-3-3. "Omdat je bij 4-4-2 oneven getallen krijgt en dan kun je niet voetballen."

Later werd hij af en toe een onbegrepen orakel met onzinnige quotes als hierboven en nooit heeft een betere voetballer minder prijzen gewonnen, vooral dan door de eigen koppigheid. Het weze hem alsnog vergeven, want nog voor zijn nakende dood heeft hij gezorgd dat hij voor eens en voor altijd goed wordt begrepen.

Johan Cruijff - mijn verhaal is een monoloog, opgetekend door Jaap de Groot, chef sport van De Telegraaf en behorend tot Cruijffs inner circle. Ze kenden elkaar al lang, die twee, maar leest u zelf mee, hoe dat komt.

"...In die tijd woonde een vriend van Michels in Madrid. Theo de Groot, de vader van sportjournalist Jaap de Groot, woonde naast Benito. Die speelde als verdediger bij Real Madrid en kwam geregeld bij zijn Nederlandse buren over de vloer. Blijkbaar wist hij niets van de relatie tussen De Groot en Michels, want voor de wedstrijd tegen Barcelona zou hij zijn buurman de hele tactiek van Real verklappen. De kern van hun speelwijze was dat ik geen vaste mandekking kreeg, maar door de vier verdedigers in hun eigen zone zou worden gedekt.

Toen Michels daar door zijn voetbalvriend over werd geïnformeerd, besloot hij om mij steeds een linie te laten terugzakken. De vier verdedigers hadden dan niets om te dekken, zouden uit hun doen raken en daar moesten onze opkomende middenvelders van profiteren. Het plan werkte perfect, want door onze acties vanuit de tweede lijn werd Real totaal verrast." Heerlijke anekdote, en die staat al heel vroeg in het boek.

Verderop staat: "Ik wilde sterven in mijn eigen ideeën." Dat klopt, en voeg daar maar aan toe: 'ook in mijn eigen waarheden'. Want Cruijff heeft altijd gelijk, ook na zijn dood en ook als hij geen gelijk heeft. Niets van wat is fout gegaan is zijn schuld, maar hij zet het nog eens allemaal op een rijtje. Neen, er was niets aan de hand aan de vooravond van de finale op het WK in 1974 waardoor die finale werd verloren. Het waren geen toevallige starfuckers die de jus uit de ploeg haalden, maar pech en slap verdedigen lagen aan de basis van het 1-2 verlies. Neen, het waren geen commerciële belangen die speelden en het was ook niet zijn vrouw Danny die besloot dat hij maar niet naar het WK van 1978 moest gaan. Het kwam door een overval enkele maanden eerder, thuis in Barcelona. Neen, niets van wat is fout gegaan tussen hem en de verschillende Ajax-besturen is zijn schuld, maar komt omdat de anderen niets kennen van voetbal.

Eén keer zal hij schuld bekennen: dat hij failliet ging na op zijn 31ste te zijn gestopt met voetballen, is aan zijn onkunde te wijten. Maar het kon hem geen bal schelen en ons eigenlijk ook niet, want daardoor ging hij weer voetballen. Daardoor trok hij naar de VS, waar hij organisatorisch zijn ogen de kost gaf. Dat Cruijff een gamechanger als Billy Beane (zie Moneyball, film en boek) het vermelden waard vindt, bewijst zijn pientere geest.

Geen georakel

Behalve dat hij een tijdlang ook doelman was van het derde elftal van Ajax - vandaar zijn obsessie voor organisatie in het veld - heeft hij zowaar gehonkbald (als jeugdinternational zelfs) en daardoor werd hij een betere voetballer. "In het honkbal wordt je van jongs af aan geleerd dat je al moet weten waar de bal naartoe moet voordat je hem gevangen hebt. Je bent continu bezig om in fracties van een seconde te beslissen tussen ruimte en risico."

Het boek is het grote gelijk van Cruijff, maar geen georakel zoals we dat weleens voor, tijdens of na een wedstrijd kregen opgedist, en het is verheugend dat dit zijn testament is. Wellicht kunnen zelfs trainers hier baat bij hebben. Of voetballers. "Voetbal is een optelsom van meters, een kwestie van logisch nadenken. Het totale denken draaide ik om. Door tegen de spits te zeggen dat hij de eerste verdediger is, de doelman te laten inzien dat hij de eerste aanvaller is en de verdedigers uit te leggen dat zij de lengte van het veld bepalen. Vanuit het besef dat de afstanden tussen de linies nooit meer dan 10 tot 15 meter mogen zijn. Bij balbezit moest ruimte worden gecreëerd, zonder bal moest de ruimte worden verkleind. Dat doe je effectief door elkaar in de gaten te houden. Dus zodra de ene gaat lopen, sluit de ander aan."

Zijn voetbalvisie legt hij uit in de hoofdstukken 23 en 24. Nogmaals, lees het boek. Op pagina 146 zult u ook deze quote vinden over een man waarin dit land alle hoop stelt. Of het een goede bondscoach is, moet nog blijken, maar het is een goede vent en als Cruijff het gezegd heeft, dan is het waar.

"In Engeland heeft Jordi ook zijn broer gevonden, die Danny en ik hem niet hebben kunnen geven. Want zo zijn we Roberto Martínez uiteindelijk wel gaan zien. Ik heb van nabij kunnen zien dat Roberto zich als manager heel goed had ontwikkeld. Met een relatief kleine club als Wigan won hij zelfs de FA Cup. Bij Roberto zie je ook meteen dat het een goede gast is. Een open man, met een open gezicht."

Johan Cruijff - mijn verhaal, Nieuw Amsterdam, €19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234