Dinsdag 06/12/2022

Het tekenwerk van Marlene Dumas in ParijsTussennaar en geestig

Marlene Dumas tekent, schildert en schrijft. Het Parijse Centre Pompidou biedt nu een overzicht van haar tekenwerk, dat bijna dertig jaar overspant. Werk dat mooi is om te zien en geregeld akelig om naar te kijken. Werk dat prikkelt dat het pijn doet.

Bernard Dewulf

'Goed zo", zegt ze, "nu kun je mij lekker niet citeren." Het citaat is van Marlene Dumas. Ik zit tegenover haar in haar atelier in een achterafstraatje in Amsterdam. Er dreigt gezelligheid, de koffie is geserveerd, maar de nachtmerrie van elke interviewer heeft zich voltrokken: de bandopnemer is doofstom. Eerst doet de kunstenares alsof ze meeleeft, maar snel laat ze een van die vele warme lachsalvo's los die nog zullen volgen. Ze zegt dat ik nu 'herinneringen aan een gesprek' zal moeten schrijven. Ze zegt het met een mengeling van licht leedvermaak en geamuseerdheid, wat mij niet verbaast, aangezien zij zich ooit stellig voornam geen "spontane" interviews meer te zullen geven en zich daar in zekere mate aan hield. Vervolgens begint ze ontspannen te vertellen, in een tempo dat noterenderwijs niet bij te houden is.

Marlene Dumas (1953) is een - blanke - Zuid-Afrikaanse. Op haar tweeëntwintigste week ze uit naar Nederland. Ze studeerde kunsten en psychologie, en begon te tekenen. Na haar dertigste kwam daar het schilderen bij. Haar werk kwam in de jaren negentig tot volle wasdom. Tegenwoordig is Dumas beroemd, haar doeken en tekeningen worden overal ter wereld tentoongesteld, zoals nu in het Centre Pompidou in Parijs, een niet geringe eer. De tentoonstelling laat alleen tekeningen zien, ongeveer 250, van het prille begin tot nu.

Een gesprek met Dumas verloopt niet rechtlijnig. Dat weet ze zelf, daar heeft ze me voor gewaarschuwd en daar komt ze tijdens het gesprek geregeld op terug, met milde zelfspot. "Wat was ik aan het zeggen?" Zelfrelativering is trouwens een van de hoofdtonen van haar verhaal. Ze stelt aan zichzelf meer vragen dan ik aan haar.

Leidraad voor het interview is de catalogus bij haar tentoonstelling. Dumas begon, in de tweede helft van de jaren zeventig, met collageachtig werk. Beschilderd papier waarop vaak beelden uit kranten en tijdschriften gekleefd zijn, soms vergezeld van teksten. Maar er zit ook eenvoudiger werk tussen, waar vooral het fijne lijnenspel telt.

Al bij die eerste kunstwerken merkte ze dat kijkers vaak cruciale maar ogenschijnlijk 'lege' plekken in een werk niet schijnen op te merken. Bijvoorbeeld in Couples, uit 1978. Dumas heeft er foto's op samengebracht van notoire koppels: de twee minnaars uit L'Empire des Sens, Keeler en Profumo, Sartre en De Beauvoir, een beruchte vrouwenmoordenaar en diens eigen vrouw. Maar ze heeft ook iets ongerijmds gedaan: bovenaan kleven twee fragmenten uit opnamen van water. Die zijn belangrijk, beklemtoont Dumas, omdat ze ontregelend zijn. Maar bijna niemand heeft daar ooit iets over gezegd.

Ontregelen is voor Dumas ongetwijfeld een drijfveer om kunst te maken. Maar ook dat is een dubbelzinnige aangelegenheid. Ze wil geenszins, zegt ze met klem, mensen op het verkeerde been zetten. Ze wil ook niets achterhouden, zelfs niet in interviews. Kijk, zegt ze in mijn herinnering, en dan volgt een denkpauze waarna de onfortuinlijke interviewer toch snel woordelijk een quote kan noteren: "Was het maar mogelijk de waarheid te zeggen".

Dumas' werk is gaandeweg opener geworden, maar daarom niet toegankelijker. Het is in formele zin helderder, inhoudelijk almaar interpretabeler en complexer geworden. Toch blijkt het erg vatbaar voor snel en eenduidig begrip. Het is niet omdat zij een zwarte kop tekent dat het werk alleen maar over apartheid gaat. Een pornobeeld heeft niet uitsluitend feministische doeleinden. Dumas heeft in vaak geestige teksten uitentreuren gewezen op haar eigen veranderlijkheid, inconsequenties en weigering om uitlegbaar te zijn.

Ook in de catalogus voor de expositie in Parijs heeft ze enkele notities geplaatst, onder meer over dubbelzinnigheid.

"Houdt u van ambiguïteit? Eindelijk geven sommige studies over geestelijke gezondheid toe dat projecterende psychologische tests (mensen dubbelzinnige beelden, woorden of dingen voorschotelen), zoals de Rorschach-inkttest, normale deelnemers ten onrechte bestempelen als pathologisch. (Vooral minderheden in de VS hebben daaronder te lijden.) De 'Teken een mens'-test schrijft geestelijke ziekte toe aan veel normale mensen die geen artistiek talent hebben."

Na de eerste, zoekende periode - collages werden haar toch snel "te gemakkelijk" - heeft Dumas zichzelf resoluut, nu al bijna twee decennia, onderworpen aan zo'n 'Teken een mens'-test. Sindsdien, begin jaren tachtig, schildert en tekent zij bijna uitsluitend mensen: veel koppen maar ook talrijke figuren ten voeten uit, al laat de kunstenares nu net opvallend vaak die voeten weg.

"Ik ben geen stilist, ik ben een sensualist", zei ze ooit. Dumas' werk is, in de erg brede zin van dat woord, erotisch. Die brede zin verduidelijkte ze zelf min of meer als volgt: "Er moet een manier zijn om kunst te maken over verliefd zijn. Kunst die erotisch, sexy, teder is en vervuld van een duisternis die akelig is maar niet ziekelijk." Daarmee duidt ze op die constante innerlijke contradictie in het meeste van haar werk, een tegenstelling die dat werk levendig houdt: het is mooi om te zien en het is geregeld akelig om naar te kijken. Het prikkelt dat het pijn doet.

In die eerste 'figuratieve' tekeningen komt nog vaak tekst voor. Stellige oneliners soms, die het midden houden tussen ironisch-cynisch en grappig. Een meisje ligt te likken aan een penis en er staat 'Female artist thinking about abstract art'. Dumas schiet in de lach nu ze het beeld weer onder ogen krijgt. Ook ik kan niet anders dan lachen. Veel werk van Dumas speelt in de beginmomenten van een schaterlach, in het schemergebied tussen bittere ernst en het hilarische.

In de rudimentair getekende reeks Defining in the negative, die naakte vrouwen laat zien in allerlei poses, spot Dumas met enkele mannelijke kunstbroeders, onder meer met blotemeisjesschilder Balthus. In diezelfde reeks, vooral in het bijna bijtende zelfportret 'I will not be afraid of misunderstanding' spot de kunstenares ook met haar eigen positie. Zelden houdt Dumas zichzelf buiten schot. Uiteraard is ook zij zelf het onderwerp van een van haar nuchtere uitspraken: "Artists usually love to pretend. Artists usually pretend to love". (Kunstenaars houden gewoonlijk van doen alsof. Kunstenaars doen gewoonlijk alsof ze houden van.)

Het gebruik van tekst in haar kunstwerken zal nooit helemaal verdwijnen, maar gaandeweg moet het beeld het toch steeds vaker alleen doen, of als zelfstandig onderdeel van uitgebreide reeksen. Dumas heeft enkele indrukwekkende series tekeningen gemaakt, onder meer de Black Drawings (1991-'92) en de Models en Rejects (1994).

De Black Drawings, die pontificaal aan het begin van de expositie opgehangen zijn, bestaan uit 111 gezichten van zwarte mensen, gebaseerd op foto's. De portretten zijn vanzelfsprekend een aanklacht tegen het apartheidsregime, maar veel meer nog vormen ze samen een grimmige litanie, een sombere weeklacht over de universele tristesse van het menselijk gelaat.

De andere reeks bestaat uit twee delen: Models en wat Dumas zelf Rejects noemt, afgekeurde werken die ze voor zichzelf houdt maar die we blijkbaar toch mogen zien. Alle werken zijn portretten (met één venijnig sissende slangenkop ertussen), maar dan à la Dumas: vervreemdend en uiterst ambigu, gemaakt met de ijle mogelijkheden en de eindeloze tintschakeringen die inkt en waterverf bieden. Models laat gezichten zien van bekende vrouwen - Brigitte Bardot, Paloma Picasso, Pina Bausch, maar ook Manets Olympia - en van onbekenden, van androgyn ogende jongens en meisjes, en van psychiatrische patiënten. Alle tekeningen zijn gebaseerd op foto's, waardoor ze voorstellingen van voorstellingen zijn. Uiteraard vormen ze een commentaar op het schoonheidsideaal, maar ze ondervragen ook het portretgenre. Deze beelden zijn tegelijk uniform en sterk individueel. Ideaal moeten ze samen bekeken worden, al is ook ieder portret op zich een belevenis. Rejects, schrijft Dumas zelf, "zijn geen beelden van verwonde lichamen of mishandelde echtgenotes, hoewel de ruwe en oneerbiedige behandeling die ze hebben ondergaan ze een 'misbruikte' uitstraling bezorgt. Ze gaan over mijn innerlijke tweestrijd inzake tekenen. Ik heb de neiging datgene wat ik gemaakt heb te willen vernietigen." Ook deze 'Rejects' zijn alle beelden van gezichten, bekrast, bevlekt, verminkt, vertekend. Niet alleen zijn ze Dumas' mislukkingen, ze houden op hun beurt een commentaar in op de Models, op het schoonheidsideaal en op de afkeuring. "Geen enkele Reject wordt Model, maar elk Model is bang voor afwijzing", schrijft Dumas.

Wat ze het liefste doet, tekenen of schilderen, handelingen die ze trouwens in aparte ruimten verricht, kan ze moeilijk zeggen. Tekenen is gemakkelijker, verf en inkt vloeien veel meer, maar daardoor is het gevaar voor maniërisme groter. "Waarover mijn tekeningen verder ook mogen handelen", schrijft ze in de catalogus, "ze gaan over de vitaliteit van gebaar, snelheid en actie. Ik zou graag eenlijnige schilderijen maken met inkt en penseel zoals de oude Chinezen dat wilden. Zij noemden het schilderen en wij noemen het tekenen." Het belangrijkste verschil voor haar ligt in de drager: tekenen doe je op papier.

Voor haar grotere tekeningen, die algauw hoger dan een meter zijn, laat Dumas inkt met water uitlopen op het blad, dat plat op de grond ligt. Vervolgens stuurt ze bij met het penseel en ziet ze waar ze uitkomt. Vaak zijn dat vrouwenlichamen.

Dumas heeft nu zes van die grotere tekeningen samengehangen. Een zwarte vrouw zonder armen. Een gemaskerd scharminkel dat Josephine heet, naar Josephine Baker. Een breed geheupte en vaal roze opgemaakte (Mae) West. Twee vooroverbuigende vrouwen die ons hun blote derrière en toebehoren laten zien, de ene, Under the Volcano geheten, bijna koperkleurig en met een afgrijselijke tronie. Ten slotte een herkenbare Marlene Dumas zelf, ook al niet bepaald geflatteerd. Geen enkele van deze vrouwen heeft een voet om op te staan; de kunstenares zelfs nauwelijks een been.

Het zijn aangrijpende portretten, en je zou kunnen zeggen: ze zijn vrouwonvriendelijk. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Je kunt ook, evident, niet zeggen dat ze vriendelijk zijn. Wat kun je dan wel zeggen? Dat het veelzeggend is dat je niet duidelijk iets kunt zeggen over deze tekeningen. Dumas is wreed, dat is voor mij onmiskenbaar. Zij is dat in haar werk, niet in het echt - haar warmte is mede daarom des te opvallender. "Ik vind menslievendheid het moeilijkste wat er is", schrijft ze, "en niet goed verenigbaar met creativiteit." De kunstenaar is een derde persoon, "die het slechte huwelijk tussen kunst en leven gadeslaat".

Ze staat nog altijd achter die oude citaten. Maar ze hoopt dat de kijker ook telkens weer de humor ziet. Zelfs al is wat zij toont vaak niet om vrolijk van te worden, dan nog, schrijft ze, "lacht het hoe naar het wat". En ze voegt eraan toe: "Er is niets zo grappig als ongelukkigheid, zegt Samuel Beckett. Dit is mijn zin voor humor."

De gevoelens en ervaringen tijdens een bezoek aan Dumas' tentoonstelling zijn balletjes in de trommel van de loterij. Ze komen elkaar voortdurend tegen, maar staan nooit stil. Zelfs de tekeningen die ze maakte naar aanleiding van haar zwangerschap, in 1989, zijn grimmig. In Archetype Baby versus Prototype Baby (1989) hekelt ze het schoonheidsideaal waardoor ook baby's geteisterd worden. Een uit een reclame geknipte blonde, blauwogige zuigeling hangt als een droomballonnetje boven een groot en weinig fraai, met giftig oranje bedacht kinderhoofd. De moeder beeldt zichzelf als een uitgezette, gewonde, eigenlijk afzichtelijke vrouw af in Selfportrait 2 weeks after giving birth (1989). In nog een andere tekening, Eaten up (1989), wordt een vrouw verslonden en leeggedronken door een stel vraatzuchtige baby's. Het is eens wat anders dan de rozevingerige onzin van Pampers.

Is Marlene Dumas een misantrope? Ze lacht het hartelijk weg. Haar is het te doen om de eeuwige tegenstrijdigheden van de wereld en de mens. Misschien is haar hardste werk niet voor niets met inkt gemaakt. Dumas ziet ons allen, zichzelf incluis, duidelijk niet als duidelijke subjecten. De mens is net zo vloeibaar als inkt. Haar boeit onze beweeglijkheid, maar net zo goed onze onmogelijkheid om aan onszelf te ontkomen. We zijn gekluisterd aan onszelf en toch ontgaan we onszelf voortdurend. We staan op eigen benen, maar weten nauwelijks wat er precies zo eigen aan ons is. We hebben dan wel die voeten en benen om de schijn op te houden dat we stevig staan, maar Dumas ziet van die schijn af, ze wil er doorheen zien. Veel van haar figuren hebben iets transparants, hun lichaam en hun ziel kunnen alle richtingen uit. Geregeld laat ze de inkt dan ook wat uitvloeien, uit het beeld, zodat zelfs de pure vorm op het blad niet afgelijnd is. Op menige tekening druipen de verlatenheid, de leegheid, de vluchtigheid van ons af.

We zijn verschrikkelijk eenzaam in dit werk, mij dunkt. De meeste tekeningen laten niet meer dan één figuur zien. Zelfs wanneer mensen, of slechts hun hoofden, in een indrukwekkende groep samen zijn, zoals in de Black Drawings, dan nog lijkt het ieder op zich te moeten zijn. Wanneer mensen samen figureren in één tekening leidt dat nooit tot een prettige samenhorigheid. Vrouwen zuigen onaangedaan een man af. Man en zwangere vrouw bedrijven in een haast technische tekening de liefde - beter gezegd: ze voeren die bedrijvigheid gewoon uit. Een vrouw raakt obligaat het lid aan van een dode. Zwangere vrouwen zitten in zichzelf gebunkerd bij een gewonde man. Baby's vreten een vrouw op. Drie monsterlijke mannen monsteren dreigend een naakte vrouw. En de enige zoen die te zien is op de tentoonstelling, een schitterend werk, draagt als titel Judas.

Bovendien zijn de meeste mannen bezig met hun eigen geslacht, met het trots beroeren en etaleren van hun knots.

Zijn we dan zielig in de getekende wereld van Dumas? Soms wel. Soms niet. We zijn ook meelijwekkend. Maar of we op het medeleven van de kunstenares kunnen rekenen? Soms wel, soms niet. Niet dat zij niet gul zou zijn, ik zie achter haast elke tekening lachen, zelfs die waarbij geen kijker dat in zijn hoofd zou halen. "Ik zou graag lachen om mijn eigen dood", schrijft Dumas in de catalogus, onder het lemma 'Een gevoel voor karikatuur'. Precies dat gevoel is wat we bij het kijken naar Dumas' werk het best niet uit het oog verliezen. Dat werk beweegt zich tussen het laconieke en de overacting, en vaak speelt die wisselwerking mee in de verhouding tussen de flegmatieke titel en het uitgesprokener beeld. Een masturberende man heet Things men do. Een blauwogig meisje heet Barbie, the Original. Een hologige man die een hologige vrouw in zijn armen draagt, is Happily married to Art.

Is Marlene Dumas een grappige kunstenares? Het woord is veeleer geestig, zoals in naargeestig. Het nare en het geestige zijn voortdurend elkaars schaduw. Dumas is geestig in de mate dat het lachen ons vaak vergaat. En naar is ze niet zomaar. Hoezeer haar werk ook handelt over 'menselijke' dingen, over mannen en vrouwen, over ons vreemde vlees en ons kruipende bloed, het is niet naar het leven getekend of geschilderd. Hoewel Dumas honderden portretten heeft gemaakt, is er zelden of nooit iemand in haar atelier komen poseren. Het driedimensionale, zegt ze zelf, interesseert haar niet zo. Het is net de platheid van een tekening of een doek die haar bezighoudt. Dumas werkt meestal met foto's, die ze zelf maakt of die ze vindt, bijvoorbeeld in bladen allerhande. In haar atelier hangen dan ook talrijke knipsels, foto's, prentkaarten die op de een of andere manier aanleiding geweest zijn of nog zullen zijn tot een tekening of een doek.

Ze zou, zegt ze, graag eens een jurk schilderen, na al dat naakt. Ze laat me een foto zien van een jongetje met een lange, gelaagde roze jurk aan. Dát zou ze weleens in de verf willen zien. Maar dan moet ze nog een tijd met dat beeld leven. Dat is haar wijze van 'waarneming'. En waarneming, zegt ze met veel nadruk, is van het grootste belang. Het gebaar, de beweging interesseren haar veel meer dan de details van een arm, een voet of een neus. Ook in stilstand kan echter veel beweging schuilgaan. Zij laat me een recente polaroidfoto zien van haar en haar dochter, gewoon poserend naast elkaar. Die zou ze willen schilderen, of toch niet. De vraag is vooral: kan het? En: moet het?

Wat moet de kunstenaar? Zich vernieuwen, vinden sommigen. Dumas krijgt zo'n opmerking ook al eens te horen en te lezen, maar waarom zou ze nu per se iets radicaal anders moeten maken? Dat kan simpelweg niet. Ze heeft, zegt ze, binnen wat ze maakt nog zoveel te doen. Heeft ze, vraagt ze zich af, nu echt al hét erotische schilderij gemaakt? De kunstenares lijdt aan een schrijnend gebrek aan tijd. "Ik begrijp mensen met hobby's niet", noteer ik uit haar snelle mond. Nu wil ze bijvoorbeeld weleens een echt groot schilderij maken, alvast in letterlijke zin. Van een oude mens. Maar dat is verschrikkelijk moeilijk - het sentiment heeft altijd honger.

Van sentiment is op Dumas' prachtige tentoonstelling weinig te merken. Al ligt het bij haar onderwerpen voortdurend op de loer, het wordt vakkundig gesmoord in de inkt. Dat komt de ontroering alleen maar ten goede.

Het is tevens een expositie met een hoog zinnelijkheidsgehalte. Dumas' werk is vaak een lust om naar te kijken, een lust die zelden ondubbelzinnig is, maar net die ambiguïteit is hoe dan ook opwindend. Je zou kunnen zeggen: veel van dit werk heeft de schijnbaar onmogelijke sensualiteit van een cactus. Maar je zou ook iets anders kunnen zeggen, om maar niet te hoeven zeggen: hoe mooi toch, dit werk. Want zo is het, maar zo zeg je dat niet.

De tentoonstelling 'Marlene Dumas - Nom de Personne / Name no Names' loopt nog tot 31 december in Centre Pompidou, Galerie d'art graphique, Parijs. Alle dagen geopend van 11 tot 21 uur. Dinsdag gesloten. Metro: Rambuteau.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234