Zondag 21/07/2019

Het tapijt dat de hele kamer bijeenhield

Op het einde van de even grappige als lugubere kidnapthriller Fargo zegt de nuchtere politieagente Marge tegen een van de schurken dat er 'in het leven meer is dan een beetje geld'. Dat zou ook het motto kunnen zijn van Jeffrey Lebowski, een overjarige hippie, die node in de jaren negenig leeft en duidelijk andere dan pecuniaire prioriteiten heeft in The Big Lebowski, de nieuwe, visueel vaak verbluffende, erg grappige en speelse misdaadkomedie van de geniale filmbroers Ethan en Joel Coen.

Jan Temmerman

Jeffrey Lebowski (rol van Jeff Bridges) is duidelijk iemand die van rust houdt. "Take it easy, man" is een van zijn geliefkoosde uitdrukkingen. De minzame, maar vooral slome Lebowski is, zoals de gebroeders Coen hem in hun scenario beschrijven, "a man in whom casualness runs deep".

Als hij niet met zijn vrienden Walter (rol van John Goodman) en Donny (rol van Steve Buscemi) in de bowling zit, ligt hij thuis op de mat, op zijn walkman luisterend naar een cassette met... bowling-geluiden. White Russian-cocktails zijn zijn favoriete drankje, maar met evenveel plezier zuigt hij de laatste restjes geestesverruimende substantie uit zijn joints, terwijl hij - pakweg - in bad ligt te luisteren naar een bandje met walvisgeluiden. Jeffrey heeft een uitgesproken eclectische muzikale smaak. Als hij bij de politie aangifte doet van de diefstal van zijn auto(wrak), vermeldt hij uitdrukkelijk dat in de wagen ook Creedence-cassettes lagen. En later in het verhaal laat hij zich uit een taxi gooien omdat hij wil dat de chauffeur iets anders dan The Eagles-muziek laat horen. Van die dingen.

Na een mooie openingssequentie waarin, op de tonen van Tumbling Tumbleweeds, zo'n rollende amarantstruik door Los Angeles tuimelt, maken we kennis met Jeffrey Lebowski, die op zijn beurt kennismaakt met twee zware jongens die hem duidelijk komen maken dat hij de vele schulden van zijn vrouw maar beter aan kan zuiveren. Jeffrey weet niet waar hij het heeft. Hij is niet eens getrouwd, zijn opstaande wc-bril bewijst het. De geïncasseerde klappen zijn één zaak, maar dat een van de patsers ook nog zijn tapijt onderplast, daar heeft hij het behoorlijk lastig mee.

Toch blijft Jeffrey voldoende bij de pinken om te begrijpen dat hier sprake moet zijn van een misverstand. Hij is ook niet de enige Lebowski in Los Angeles. Hij is zelfs niet eens het titelpersonage van deze film. Iedereen die hem kent spreekt hem aan als Dude. Dat mag voor zijn part ook His Dudeness of desnoods Duder ofDuderooni zijn. De twee schurken zijn duidelijk aan het verkeerde adres. De man die ze eigenlijk moesten intimideren blijkt Big Lebowski te zijn, een oude en rijke filantroop uit Pasadena. Die is getrouwd met Bunny (rol van Tara Reid), een veel te jonge en spilzieke trophee wive.

Even later bespreekt Dude het hele incident met zijn bowlingmakkers, waarbij vooral zijn ondergeplaste vloerkleed ter sprake komt. Het is een hilarische en absurdistische scène. De beschrijving van het tapijt - "Man, it really tied the room together!" - zal ongetwijfeld geschiedenis maken. In deze sequentie worden ook de beide vrienden van Dude uitstekend getypeerd. John Goodman geeft op magistrale wijze gestalte aan Walter, een reactionaire Vietnam-veteraan die een en ander duidelijk nog niet verwerkt heeft. Hij demonstreert een betweterige en eigengereide arrogantie en is niet te beroerd om een bowlingdiscussie te beslechten met een getrokken revolver en de onsterfelijke dialoogzin: "This is not 'Nam. This is bowling! There are RULES." Steve Buscemi (die in Fargo te zien was als de babbelzieke en klagerige kidnapper Showalter) speelt hier dan weer de ex-surfer Donny, die nogal traag blijkt te communiceren, steevast moet vragen waar het gesprek eigenlijk over gaat en telkens weer door Walter afgeblaft wordt.

Het resultaat van de hele discussie is dat Dude het initiatief neemt om bij Big Lebowski genoegdoening te gaan vragen voor het natte optreden van de tapijtplassers. Dat had hij beter niet gedaan, want hier begint een hele reeks avonturen, misverstanden en andere tegenslagen die hoofdzakelijk met de plotselinge ontvoering van Bunny te maken hebben.

In Raising Arizona ging het over (baby)kidnapping en ook in Fargo draaide de intrige om zo'n gegeven, maar de gebroeders Coen zijn daarom nog geen kidnapfanaten. Ze vinden het gewoon een handig uitgangspunt omdat een ontvoering nu eenmaal een hele reeks narratieve mogelijkheden en spanningsingrediënten meebrengt: tussenpersonen die kunnen klungelen of dubbelspel spelen, losgeld dat zoek kan raken enzovoort. Anderzijds hechten de Coen-broers ook weer niet zó erg veel belang aan het thrilleraspect van deze - naar Raymond Chandler knipogende - misdaadpastiche. Ze willen vooral excentrieke personages ten tonele voeren, extravagante situaties creëren waarin ze enerzijds hun fenomenale flair voor dialogen kunnen demonsteren en anderzijds hun visuele verbeelding de vrije loop laten. Typisch in dit verband is het bowlingmilieu dat hier schijnbaar centraal staat, maar waarmee nauwelijks iets gebeurt, tenzij dan via de camera. Die glijdt en schuift voor, achter, naast en uiteindelijk zelfs in een bowlingbal mee. Een ware lust voor het oog is ook een aantal erg inventieve fantasiesequenties, waarin Dude bijvoorbeeld als een soort Superman boven het feeëriek verlichte Los Angeles vliegt, of ook nog het grandioze, want volkomen gratuite eerbetoon aan de Busby Berkeley-musicals, waarbij Dude met een zalige glimlach door tientallen meisjesbenen zweeft.

Ook de nevenpersonages zijn heel indrukwekkend. Julianne Moore is een curieuze artieste die een vliegende vorm van action painting blijkt te beoefenen en haar kunst "sterk vaginaal" noemt. John Turturro is een helemaal in het paars uitgedoste hispano-dandy met een pedoseksueel verleden, die na elke strike een waanzinnig dansje uitvoert. Peter Stormare, de zwijgzame, laconieke kidnap-partner van Buscemi in Fargo, is hier samen met rockzanger Flea van de Red Hot Chili Peppers een Duitse nihilist, die net zoals in Fargo dol blijkt op pannenkoeken. David Thewlis duikt even op als videokunstenaar Knox Harrington, die het blijkbaar ongemeen grappig vindt als iemand van de Biënnale hem opbelt, enzovoort.

De gebroeders Ethan (1957) en Joel (1953) Coen debuteerden in 1984 met de gestileerde neo-noir thriller Blood Simple, waarmee ze zich dadelijk van het enthousiasme van een uitgebreide schare fans verzekerd wisten. Een succes dat sindsdien alleen maar is toegenomen, want ook de flamboyante ontvoeringskomedie Raising Arizona (1987) en de briljante gangsterfilm Miller's Crossing (1990) verwierven snel een cultstatus.

In 1991 kregen ze in Cannes de Gouden Palm voor de surrealistische, macabere en Faustiaanse komedie Barton Fink (over een getalenteerd toneelauteur uit New York die naar Hollywood wordt gelokt). Voor zijn vertolking van de titelrol kreeg John Turturro in Cannes toen ook de Beste Acteur-prijs.

Drie jaar later gingen de Coen-broers hun dure, extravagante en misschien wel overgeproduceerde (maar toch ondergewaardeerde) romantische komedie The Hudsucker Proxy opnieuw voorstellen op de Croisette. In 1996 deden ze weer mee aan de Cannes-competitie met hun uitstekende, spannende en van zwarte humor doordrenkte thriller Fargo, waarvoor ze door de jury onder leiding van Francis Ford Coppola terecht beloond werden met de Prijs voor de Beste Regie. Naderhand hielden ze aan die film ook nog een Oscar voor het Beste Scenario over, terwijl Frances McDormand bekroond werd met een Oscar als Beste Actrice voor haar vertolking van de hoogzwangere politiechef Marge Gunderson.

Het is de Coen-broeders al vaak verweten dat hun flamboyante, geraffineerde en gestileerde manier van film maken zelfgenoegzaam en artificieel overkomt en meer met vorm dan met inhoud te maken heeft. Dat is in The Big Lebowski niet anders. Maar het levert ons hier opnieuw twee uur onvervalst filmplezier op.

TITEL: The Big Lebowski. REGIE: Ethan Coen. SCENARIO: Ethan en Joel Coen. FOTOGRAFIE: Roger Deakins. MUZIEK: Carter Burwell. PRODUKTIE: Joel Coen. VERTOLKING: Jeff Bridges, John Goodman, Julianne Moore, Steve Buscemi, Peter Stormare, David Huddleston, Philip Seymour Hoffman, Sam Elliott, Flea, Tara Reid, John Turturro, David Thwelis, Ben Gazzara, Leon Russom, e.a. VS, 1998, kleur, 127 min. Gedistribueerd door Polygram Filmed Entertainment.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden