Vrijdag 21/02/2020

Het subtiele verschil tussen pro-Duits en nazi

Twee jaar lang werkte de Duitstalige Belg Christoph Bohn aan een film over het oorlogsverleden van zijn eigen vader. Het resultaat, evenzeer een persoonlijke therapie als een doorbreken van het taboe van de hele Duitstalige gemeenschap in ons land, gaat deze week in première op Docville in Leuven.

Een gelukkige kindertijd was Christoph Bohn in Kortrijk niet gegund. De andere kinderen spraken thuis West-Vlaams, hij sprak Duits. De andere kinderen liepen in sportbroekjes, hij in lederhosen. Op verjaardagspartijtjes was hij niet welkom, op school werd hij uitgescholden voor 'vuile mof'.

Maar wat is dat, een vuile mof? Terwijl de rest van zijn familie op 21 juli 1969 aan de buis was gekluisterd om de eerste maanlanding te aanschouwen ging de kleine Christoph op onderzoek op de kamer van zijn ouders. Wat hij daar ontdekte - een foto van zijn vader als veertienjarige knaap in uniform van de Hitlerjugend met swastika om de arm - zou zijn leven voorgoed veranderen.

De eerste vijf minuten van de film The Boy is Gone, waarvan dit de samenvatting is, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Dit is een aangrijpend persoonlijk verhaal over een onverwerkt familiaal verleden en tegelijk het veel te weinig bekende oorlogsverhaal van wat we nu de Duitstalige gemeenschap in België noemen, waar de famile Bohn vandaan komt. "Vanaf zijn kinderjaren tot het overlijden van zijn vader in 2001 heeft Christoph het onderwerp nooit durven bespreken met zijn vader. Al die tijd hing er een waas van onbespreekbaar verdriet over zijn vader. Omdat hij dat wou begrijpen, moest hij wel deze film maken" , zegt producent Frederik Nicolai over het persoonlijke luik van de documentaire film.

Vader Bohn heeft als jongeling in de oorlogsjaren geluk gehad, zo leerde de research. "Als jongeman wou hij piloot worden, dus werd hij lid van een zweefvliegtuigclub in Eupen die met steun van de Duitsers was opgericht. Er waren helemaal geen zweefvliegtuigen, de nazi's wilden jongeren recruteren. Op het einde van de oorlog werd vader Karl Bohn als zeventienjarige kindsoldaat nog ingezet nabij Nijmegen in de toen al verloren strijd. Hij ontsnapte er ternauwernood aan de dood. Pas na de oorlog besefte Karl dat hij een radertje was in een van de grootste smeerlapperijen uit de geschiedenis. Dat is een zwaar kruis om dragen."

Het is het kruis van zowat de hele Belgische Duitstalige Gemeenschap. In 1919 onder dwang bij België gevoegd, in 1940 weer bij Duitsland ingelijfd, na de Tweede Wereldoorlog nogmaals naar België verschoven, nu autonome gemeenschap in een uiteenvallend land. "Precies omwille van die geschiedenis vind je nergens grotere belgicisten dan in de regio-Eupen", weet Nicolai. "Ze spreken er alle landstalen en willen zo graag goede Belgen zijn om dat bezoedelde verleden achter zich te laten."

Bij de opnames van The Boy is Gone bleek hoe groot het taboe is dat nog altijd rust op dat verleden. "De associatie met nazisme ligt enorm gevoelig", zegt Nicolai. "Indertijd waren veel mensen blij dat ze weer bij Duitsland mochten. Pro-Duits wil evenwel niet per se zeggen 'nazistisch', maar dat subtiele onderscheid ging verloren na afloop van de oorlog. De repressie heeft in de regio vreselijk huisgehouden. Omdat ze de keuzes van toen willen uitleggen voor het nageslacht, hebben uiteindelijk toch heel wat mensen willen meewerken aan dit project. Tegelijk leeft de vrees dat alles nu weer terugkomt en het nazi-etiket weer zal worden bovengehaald."

Toch zal de film, na de premiere aanstaande donderdag op Docville, ook in Eupen vertoond worden. Frederik Nicolai: "De film praat niets goed, er wordt niets gerelativeerd. Hoogstens tonen we dat het allemaal niet zo simpel ligt. Eupen was ook de eerste halte van de Duitse joden die op de vlucht sloegen. De film toont ook hoe de Belgen - wij dus - de trams uit Aken lieten stoppen aan de grens en de joodse vluchtelingen weer naar Duitsland stuurden, een gewisse dood tegemoet."

Bijzonder aan de film is de combinatie van getuigenissen, archiefmateriaal én animatie. Om de afstandelijkheid te vergroten? "Integendeel", zegt producent Nicolai. "We hadden geen enkel bewegend beeld uit de jeugd van Christoph, terwijl het wel zijn persoonlijk verhaal is. Om het verhaal zo dicht mogelijk bij hem te houden, heeft hij ervoor gekozen zijn jeugdherinneringen om te zetten in beelden in animatiestijl. Je ziet hoe hij zijn jeugd als 'moffenkind' beleefd heeft."

The Boy is Gone van Christoph Bohn is op 3 mei om 19u30 te zien in de Labozaal van Stuk Leuven. www.docville.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234