Donderdag 01/12/2022

Het spectrum van Sunkist en overige humor

Wijlen astronoom Carl Sagan mag een beroemd man geweest zijn, voortdurend op de bres voor de popularisering van de wetenschap, humor had hij niet. 'U bent met gevaarlijke zaken bezig. Die werken in de hand dat mensen wetenschappers zullen uitlachen', was zijn antwoord op het verzoek van het blad Annals of Improbable Research (AIR) om een handje te helpen bij het samenstellen van dit tijdschrift.

Dit tweemaandelijks verschijnende Amerikaanse blad staat bol van de humor en de flauwe grappen (op Internet is er een maandelijkse editie: http://www.improb. com). Er staan wetenschappelijk getinte artikelen in (inclusief serieus ogende discussies, bedankjes en literatuurverwijzingen) over onzinnig onderzoek, deels daadwerkelijk uitgevoerd, voor een deel uit de dikke duim gezogen.

De eindredacteur van AIR, Marc Abrahams, heeft een groot aantal artikelen van de afgelopen vier jaar gebundeld in het boek The Best of Annals of Improbable Research. De meeste roepen minstens een glimlach op.

In één ervan concluderen enkele wetenschappers aan de hand van gedragsonderzoek en een taxonomische analyse dat Barney, een beroemde held uit een Amerikaanse tv-serie, geen dino is maar een vroege mensvorm. Ze hebben daarvoor een 183 centimeter lang exemplaar onderzocht dat in het wild kon worden opgepikt in een winkel. Om het beest niet te beschadigen zijn geen invasieve technieken gebruikt. Wel zijn röntgenfoto's gemaakt, waaruit blijkt dat het dier geen reptiel kan zijn: onder de huid gaat een menselijk skelet schuil.

In een ander artikel uit AIR bestrijdt een onderzoeker van het Nasa/Ames Research Center in Californië dat de Amerikaanse uitdrukking 'appels met sinaasappels vergelijken' (in plaats van 'peren' zoals in het Nederlands) een wetenschappelijke basis heeft. Hij onderzocht monsters van beide vruchten die enkele dagen in een oven waren gedroogd. Van het gedroogde materiaal zijn pillen geperst, waarvan een infraroodspectrum is gemaakt. Het spectrum van de appel (Granny Smith) lijkt precies op dat van de sinaasappel (Sunkist Navel).

De Annals hebben een lange, turbulente geschiedenis. Het begin ervan ligt in Israël. In 1955 begonnen twee onderzoekers, de viroloog Alexander Kohn en de fysicus Harry Lipkin van het Weizmann Institute of Science in Rehovot, het blad Journal of Irreproducible Results.

In eerste instantie was dat bedoeld als een eenmalige uitgave. Het succes was groot en dus kwamen er in de jaren daarna nog enkele uitgaven, met als reproductietechiek de stencil- en kopieermachine. Geleidelijk liep de hobby van de twee uit de hand. De interesse voor het blad werd almaar groter. Dat noodzaakte tot een professionelere aanpak. Er werd een uitgever gevonden, maar de samenwerking verliep niet soepel, waardoor het blad geleidelijk zijn abonnees verloor.

In 1990 werd de bladtitel verkocht aan een Amerikaanse uitgever, die Marc Abrahams als eindredacteur aantrok. Het aantal abonnees steeg daarna gestaag. In 1994 kreeg Abrahams onenigheid met de uitgever. Hij vertrok bij de Journal en begon enkele maanden later de Annals. De Israëlische initiatiefnemers gingen met Abrahams mee.

De uitgave van het blad verloopt nog steeds niet probleemloos. In januari heeft een collega-redacteur uit de Journal-tijd, de huidige eindredacteur van dit blad, een proces aangespannen tegen Abraham en AIR, met als inzet een schadevergoeding van 4,2 miljoen dollar en de onmiddellijke stopzetting van AIR-uitgaven. Deze maand is een fonds opgericht, met als penningmeesters enkele Nobelprijswinnaars, ter dekking van de juridische kosten.

In het boek - dat zichtbaar dient om nieuwe abonnees voor het blad te werven - staat ook het eerste artikel (uit 1955) uit de toenmalige Journal van de hand van Alexander Kohn. Hij onderzocht wat er in het laboratorium gebeurt met glaswerk, van petrischaal tot pipet en erlenmeyer. Zijn onderzoek, stelt hij, bevat grafieken en wiskundige vergelijkingen die de 'wetmatigheid' onderbouwen dat glaswerk verdwijnt (breuk, diefstal, enzovoort) met een halfwaardetijd van vijf tot tien weken.

Kulresearch, maar leuk om over te lezen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het onderzoek van enkele medewerkers van het Californische Aerochip Institute in een windtunnel naar de aërodyamische eigenschappen van chips. Verschillende merken werden onderzocht. De resultaten schragen de stelling dat de aardappelschijfjes best een eind weggegooid kunnen worden, en dus niet direct op de grond zullen vallen.

En zo verhaalt het boek verder over een armeluismicroscoop in de vorm van een Xerox-kopieerapparaat. Door telkens het resultaat opnieuw op de machine te leggen en te laten vergroten, wordt na 22 stappen een vergrotingsfactor van 15.392 bereikt. Resultaat: een prachtige foto van bariumtitanaatpoeder.

In een ander AIR-artikel, geschreven door enige honderden auteurs met eerbiedwaardige titels - in lijn met wat in de fysica gebruikelijk is - wordt onderzoek beschreven naar het effect van pindakaas op de rotatie van de aarde. Het artikel omvat een enkele zin: 'Voor zover bekend is er geen effect.' Flauw? Ja, dus.

Maar geldt dat ook voor die publicatie uit 1995 over de vooruitgang op het gebied van de kunstmatige intelligentie, geschreven door enkele medewerkers van een instituut in Duitsland dat zich daarmee bezighoudt? Dit artikel bestaat slechts uit een leeg vel papier. Humor met een serieuze ondertoon. Want zijn die hijgerige beloften over kunstmatige intelligentie van enkele jaren geleden eigenlijk wel waargemaakt?

Dan is er het tot nu toe onbekende Mickey Mouse-gen, dat codeert voor een bepaald eiwit, en zijn er vlinders die regen veroorzaken in Parijs en recentelijk in Lausanne. We krijgen een recept om raclette (gesmolten Zwitserse kaas) te bereiden met een laser, we leren dat gonorroe via opblaaspoppen kan worden overgedragen, we zien een verband tussen het optreden van tornado's en het aantal stacaravans, en nog veel meer gein en ongein.

Slecht voor de wetenschap? Welnee.

Broer Scholtens

© de Volkskrant

Marc Abrahams (red.): The Best of Annals of Improbable Research, W.H. Freeman, ISBN 07 1693 094 4

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234