Maandag 06/12/2021

De balans van Michel

Het sociaal-economisch rapport van de regering: Charles moet beter kunnen

Premier Charles Michel. Beeld Photo News
Premier Charles Michel.Beeld Photo News

Berekende gok: in zijn State of the Union zal premier Charles Michel (MR) dinsdag uitbundig met het positieve Planbureau-rapport zwaaien. De economie draait, er komen jobs bij en we houden wat meer over in onze portemonnee. Die gunstige cijfers kunnen evenwel niet verbergen dat het rapport nog veel werkpunten bevat.

1. Economie op dreef

Venten en procenten, het geeft altijd stof tot discussie. Dat de economie goed op dreef is, daarop valt weinig af te dingen. Het Federaal Planbureau, de OESO, de Nationale Bank (NBB) én een recente publicatie van het Instituut voor Economisch en Sociaal Onderzoek van de Franstalige universiteit UCL zien de economie in goeden doen. Al verschilt de procentuele groei, de tendens is gelijklopend. De consensus ligt rond een groei van 1,7 procent voor 2017 en 2018.

Goed, maar niet goed genoeg, als je dat afzet tegen de gemiddelde groei van de economie in de eurozone. Daar wordt 2 procent voor dit jaar en 1,8 procent voor volgend jaar naar voren geschoven. Een heldere verklaring waarom ons land minder de vruchten plukt van de economische relance in Europa, en daarbuiten, ligt niet meteen voor het rapen. Premier Michel zou daarvoor kunnen voorlezen uit het landenrapport van de OESO. De ondernemingsdynamiek is volgens de internationale organisatie te zwak. Obstakels als de administratieve last moeten worden weggewerkt. Ook de minimale kapitaalvereisten voor starters moeten naar beneden. De jaarlijkse competitiviteitsranglijst van het Wereld Economisch Forum (WEF) ziet obstakels als de hoge belastingdruk en de rigide arbeidsmarkt. België is daardoor drie plaatsen gezakt naar plaats 20.

2. Jobs, Jobs, Jobs!

Het mantra van deze regering: jobs. En jawel, de jobmotor zoemt als een tevreden poes in de najaarszon.

Dit en volgend jaar komen er ruim 104.000 jobs bij, bevestigt het Planbureau zijn eerdere schattingen. De NBB is iets optimistischer en verwacht 115.000 banen. Over de werkloosheidsgraad zijn beide instellingen het wel eens, die zou rond de 7,2 procent blijven hangen. Het Europees gemiddelde is 7,6 procent.

Tegelijk met deze vaststelling kunnen we er niet omheen dat de historische mismatch op de arbeidsmarkt maar niet opgelost geraakt. Terwijl veel vacatures openstaan, staat een leger van (langdurig) werkzoekenden aan de zijlijn. Kansengroepen, laaggeschoolden en oudere werknemers vinden moeizaam aansluiting. Bij de vijftigplussers ligt de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen op 59 procent. In pakweg Nederland is dat 70 procent.

Michel weet waar de knopen zitten: onze arbeidsmarkt is te stroef, en ook al zijn er belangrijke stappen gezet door deze regering, het blijft te weinig. De arbeidsmarkt moet minder rigide, zegt onder meer de OESO. Een vlotter aanwervings- en ontslagbeleid moet de dynamiek aanwakkeren, door meer instapbanen en flexi-jobs, al gruwelen de vakbonden daarvan. Tegelijk moeten er meer opleidingen op de werkvloer komen, en vervroegde uittredingsregimes nog harder aan banden worden gelegd. Dat bedrijven vandaag nog steeds hun vijftigplussers vlot aan de deur kunnen zetten, is een aberratie.

3. Uw inkomen groeit

U merkt het misschien nu nog niet, maar uw gezinsinkomen neemt toe. Voor dit lopende jaar zou het beschikbaar inkomen met 1,3 procent toenemen, en voor volgend jaar met 2,2 procent. Volgens de NBB zouden we met zijn allen ons beschikbare inkomen de komende drie jaar met 6 procent zien groeien, bovenop de inflatie gerekend.

Het waarom van die nettogroei ligt bij de maatregelen van de taxshift, die volgend jaar helemaal op kruissnelheid raakt. Waardoor iedereen netto meer loon overhoudt. Tegelijk dooft de neerwaartse impact van maatregelen als de indexsprong uit, en volgend jaar zijn bijvoorbeeld bijkomende belastingverminderingen gepland, klinkt het. In 2018 en 2019 komt de verlaging van de personenbelasting (onder andere het tarief van 30 procent verdwijnt) op kruissnelheid. Een maatregel die het reële inkomen de komende twee jaar met 1 procent doet stijgen.

Een schandvlek voor de regering is evenwel dat nog altijd 15 procent van de bevolking moet leven met een inkomen onder de Europese armoedegrens. De kinderarmoede is zelfs nog gestegen. De welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen, alsook van de pensioenen is een must voor de regering. De pensioenen in ons land behoren tot de laagste van Europa. Met haar recente pensioenhervorming wil de regering wel een aantal onrechtvaardigheden uit het systeem halen, maar om een volwaardige oude dag te garanderen is meer nodig dan het huidige wettelijk pensioen.

Volgens de studiecommissie voor de vergrijzing nemen de jaarlijkse overheidsuitgaven voor de pensioenen tegen 2040 met 2,3 procent van het bbp toe. Een hogere werkzaamheidsgraad – hoe meer mensen werken, hoe minder pensioen of uitkeringen betaald moeten worden – is onontbeerlijk. Ook een betere fiscale spreiding van de belastingen op vermogen mag geen taboe zijn, zegt de OESO.

4. Het leven wordt wel duurder

We zijn niet in alles goed, maar op het vlak van inflatie zijn we dan weer wel kampioen in Europa. De gemiddelde jaarinflatie zou volgend jaar uitkomen op 1,4 procent. Dat blijkt uit de nieuwste prognoses van het Planbureau. De NBB ziet zelfs een iets hogere inflatie: op jaarbasis zou de inflatie 2,2 procent bedragen in 2017 en 1,7 procent in 2018.

Een scheut inflatie is goed, dat stimuleert de economische activiteit. Anders kun je net zo goed je geld onder je matras stoppen. Daarom mikken de centrale banken op een inflatie van net geen 2 procent.

Het is een doelstelling die binnen de eurozone maar niet wil lukken, behalve bij ons dan. Waar komt die hoge inflatie vandaan? De eenvoudigste verklaring zit in de prijs voor elektriciteit: de regering verhoogde de btw van 6 naar 21 procent. Daarbij kwam ook nog eens de Turteltaks. Ook (verse) voeding is bij ons duurder dan in de omliggende landen, net als de telecomprijzen. De regering heeft met de Turteltaks intussen afgerekend, maar de energieprijzen blijven hoog. Een grote kuis in de wildgroei aan intercommunales, en de verbonden taksen, zou al een besparing opleveren. En ook het duopolie van Telenet en Proximus staat een lager telecomtarief in de weg. Ook daar heeft de regering een vinger in de pap.

5. Loonhandicap smelt (langzaam)

Met de taxshift, die in 2015 werd aangekondigd, heeft deze regering een serieuze aanzet gemaakt om de loonkostenhandicap van onze bedrijven tegenover hun buitenlandse concurrenten af te bouwen. Die loonkostenhandicap bedroeg in vergelijking met pakweg Nederland tot 17 procent.

Daarenboven kwam er een loonstop.

Werkgevers en werknemers spraken af dat de lonen dit en volgend jaar niet meer mogen stijgen dan 1,1 procent boven op de inflatie. Belangrijk voor ons land is hoe de buurlanden, onze voornaamste concurrenten, het doen. In Duitsland stegen de loonkosten met 2,3 procent, meer dan het dubbele van België dus. In Frankrijk stegen de loonkosten met 1,4 procent en in Nederland met 1,7 procent.

Toch staat België nog altijd op de vierde plaats in de lijst met duurste landen, wanneer er met alle loonniveaus rekening wordt gehouden. Ons land doet het daarmee wel beter dan in 2015, toen België nog de tweede plaats bezette in het vergelijkende Europese onderzoek van consultancybureau Deloitte.

De OESO hamert al langer op het gegeven dat de lasten op arbeid te hoog zijn, en gecompenseerd moeten worden door een verschuiving naar lasten op vermogen. Michel zal wellicht nog meer inzetten op gerichte lastenverlagingen voor doelgroepen of knelpuntberoepen, in plaats van op een algemene verdere lastenverlaging.

6. Begroting op koers

Het begrotingstekort zou dit jaar 1,4 procent of zo’n 6 miljard euro bedragen. Dat is beter dan de toegelaten Europese grens van 2 procent. En het is beter dan de doelstelling die België eerder met Europa afsprak, waarbij op een tekort van 1,57 procent werd afgeklopt. Tot daar het goede nieuws.

Tegelijk kunnen we niet om de vaststelling heen dat de belofte van deze regering bij haar aantreden luidde om de economie via structurele hervormingen te versterken, én om de begroting in evenwicht te brengen. Een begroting in evenwicht, het was een verkiezingsbelofte van elke Vlaamse meerderheidspartij. Maar dat lijkt maar niet te lukken, en dat hypothekeert de toekomst. Het is overigens nog maar de vraag of de regering zich niet bij voorbaat rijk rekent, want een aantal inkomsten uit de begrotingsopmaak, zoals de effectentaks, zijn hoogst onzeker.

Het is een teleurstelling bij economen dat de regering er in de huidige omstandigheden – lage rente en economische groei – er niet in slaagt om een sluitende begroting af te leveren.

Het zal dus werk worden voor een volgende regering om een nieuwe poging te ondernemen om de begroting uit het rood te halen. Met deze goede cijfers van het Planbureau en de nakende gemeenteraadsverkiezingen heeft geen enkele partij zin in extra besparingsmaatregelen.

7. Export stijgt

Gelukkig kunnen we momenteel wel nog profiteren van een groeiende (wereld)economie. En dat laat zich ook gevoelen in de exportcijfers. België is een open economie, en dat betekent dat we afhankelijk(er) zijn van de economische groei in de wereld. De voornaamste afzetmarkten voor de Belgische export blijven onze buurlanden: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Frankrijk. Duitsland is onze belangrijkste markt. De Belgische export naar Duitsland bedroeg in 2016 ruim 41 miljard euro. Dat is 16 procent van de totale Belgische uitvoer.

De uitvoer zal volgens het Planbureau dit en volgend jaar stijgen met respectievelijk 5,5 en 4,5 procent. Bij de vorige raming in juni ging het Planbureau uit van een lagere groei. Door de opleving van de Europese economie zien de cijfers er nu rooskleuriger uit.

Toch blijft omzichtigheid geboden. De economie in de Verenigde Staten neigt langzaamaan naar een vertraging, en als het regent in de VS druppelt het in Europa.

Intussen blijkt ook de brexit de Belgische export aan te tasten. De werkgroep die vicepremier Kris Peeters (CD&V) in het leven riep om de Belgische belangen te behartigen, stelt dat onze export is teruggevallen tot het niveau van september 2013. De waarheid is evenwel dat Michel op dit vlak niet echt wapens in handen heeft, maar meesurft op de golven van de internationale economie.

Conclusie

Het rapport van de regering-Michel oogt – op basis van de macro-economische cijfers – goed. Maar niet goed genoeg. De regering koos ervoor om via een aantal maatregelen de concurrentiepositie van ons land te verbeteren. Een legitieme keuze, maar de terugverdieneffecten zijn onvoldoende gegarandeerd. Als kleine open economie is België erg afhankelijk van de gezondheid van de rest van de wereld. Dat hebben we onvoldoende in handen.

En wat we wel zelf in handen hebben, pakken we onvoldoende vast. Er zitten nog teveel blinde vlekken aan de inkomstenzijde. En dat terwijl onze staatsfinanciën allesbehalve florissant te noemen zijn, en de economische groei in ons voordeel pleit. Een zoveelste momentum is gemist.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234