Maandag 27/01/2020

Het slijk der aarde en de schone kunsten

Voor de tentoonstelling De beurs van Judocus Vijdt putte Jan Hoet uit de reserves van de stedelijke musea van Gent. De eclectische expositie wil de mogelijkheden van het verkommerde Bijlokemuseum als toekomstig 'moedermuseum' benadrukken, de rijkdom van het stadspatrimonium belichten en de relatie tussen kunst en rijkdom onderzoeken. Mede door het labyrintisch karakter van het Bijlokemuseum lukt het niet om dat alles aan elkaar te klinken tot een ijzersterk geheel, maar dankzij de knipoogjes van Hoet is het gezellig grasduinen in het Gentse kunstkapitaal.

Eric Bracke

'Ook op de hoogste troon zit de mens op zijn achterwerk' (Montaigne). Het is een van de vele citaten die op de muren van de expositiezaaltjes in het Bijlokemuseum te lezen staan. In het bewuste zaaltje met als thema 'Tronen' is de kleurrijke pronkstoel van Alessandro Mendini samengebracht met een schrale stoel van Franz West en twee kakstoelen uit vroegere eeuwen. De ene kakstoel is met kardinaalrood velours bekleed, de andere is sober en suggereert een tafeltje te zijn waarop boeken liggen gestapeld. Ze kunnen de ware aard van hun kakstoelen dan wel proberen te ontkennen, tenslotte is het ook voor machtige heren belangrijk om 'goed naar achter te kunnen gaan'. Als puntje bij paaltje komt, blijft de machtige rijkaard altijd een arme sterveling. Zoiets lijkt dit fragment uit de expositie De beurs van Judocus Vijdt uit te leggen. Of toch weer niet helemaal, want Andy Warhols Electric Chairs, drie zeefdrukken aan de muur, brengen deze volkse wijsheid aan het wankelen. Magere Hein mag dan geen onderscheid maken tussen rijk en arm, het lot om te sterven op de elektrische stoel treft vooral de minder gefortuneerde lieden in de Amerikaanse maatschappij. Amnesty International heeft er in een recent rapport op gewezen dat zelfs in de groep van veroordeelden discriminatie bestaat: zwarten worden relatief gezien vaker ter dood veroordeeld dan blanken.

Goed dat deze Electric Chairs van Warhol tot de collectie behoort van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK). De drie onduidelijke zeefdrukken van een foto van een lege elektrische stoel, Amerika's favoriete middel voor legale executies, behoren immers tot Warhols betere werk. De kunstenaar heeft in het begin van zijn carrière vaker op een morbide, voyeuristische wijze de dood afgedrukt: de voorstelling van haast onherkenbare, verhakkelde lichamen in autowrakken of wagens die branden als een toorts, werd keer op keer met de rakel over het witte vlak uitgewreven. Later is leegte en gemakkelijk geldgewin in de plaats gekomen van deze thanatische gedrevenheid. De kunstenaar werd een vedette.

Warhol is in deze expositie ook nog aanwezig met zijn Campbell's soepblik en een serie Marilyn Monroes. Dat mag niet verbazen: Jan Hoet heeft zich tot doel gesteld in te gaan op de band tussen kapitaal en kunst. Dat geeft de SMAK-directeur ook aan in de titel: Judocus Vijdt is de Gentse burgemeester die de gebroeders Van Eyck de opdracht gaf het wereldberoemde altaarstuk Het Lam Gods te schilderen. Hubert of Jan Van Eyck - dat valt moeilijk uit te maken, Hubert overleed voor het veelluik voltooid was - beeldde de kinderloze diplomaat geknield en met gevouwen handen af. Als toonbeeld van vroomheid mist de man geloofwaardigheid, door zijn starre, koele vissenogen en de grote geldbuidel die aan zijn riem bungelt. Dit is het portret van een berekende, wereldlijke man die met de dood in het verschiet verkrampt het erbarmen van de Schepper tracht af te smeken. Dat deed hij door veel geld te investeren in de bouw van de zogenaamde Vijdtkapel en in het meesterlijke altaarstuk. Maar als wij kunnen zien dat de devotie gespeeld is, dan zal de Allerhoogste dat staaltje komedie ook wel doorgronden, zeker? Het Lam Gods is voor deze tentoonstelling uiteraard niet verwijderd van zijn vertrouwde plaats in de Sint-Baafskathedraal. In het Bijlokemuseum is de enige verwijzing naar de polyptiek een fotografische reproductie van het portret van Judocus Vijdt aan het begin van de tentoonstelling. Voor het overige is Jan Hoet niet geïnteresseerd in Vijdt of zijn beurs, tenzij als metafoor voor de paradox dat kapitaal leidt tot de geboorte van kunst, dat deze kunst vervolgens zelf het kapitaal wordt van de stad, maar door haar niet altijd als een goed huisvader wordt beheerd. Dat en nog een cluster verwante gedachten vormen de leidraad voor deze expositie.

Maar De beurs van Judocus Vijdt is gelukkig geen tentoonstelling geworden die stellingen aanschouwelijk moet maken. Dat was niet de bedoeling van Jan Hoet en bovendien is hij daarvoor te zeer een chaotische geest. Hij maakt voortdurend associatieve sprongen en bedient zich van metaforen die diverse interpretaties openlaten, waardoor bij zowat elk deelthema dat in de zalen en zaaltjes wordt aangesneden uiteindelijk de ambiguïteit overheerst.

Dat begon eigenlijk nog voor de tentoonstelling was geopend. Jan Hoet had er niet beter op gevonden dan Fons Verplaetse uit te nodigen voor de inleiding. De gouverneur van de Nationale Bank toonde zich over deze invitatie even verbaasd als de andere aanwezigen. De krampachtige wijze waarop hij zich uitsloofde om in krom Nederlands enige gedachten te ontplooien over de relatie tussen kapitaal, geld en kunst, deed wat denken aan Judocus Vijdt. Ook Vijdt wordt door de gebroeders Van Eyck voorgesteld als een man die zich wat ongemakkelijk voelt bij het betreden van het geestelijke universum. Niet voor niets is het thema van het altaarstuk waartoe hij opdracht gaf Agnus Dei, qui tollis peccata mundi (Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld). Verschillende auteurs zien in de bestelling van het altaarstuk een zoenoffer dat verband houdt met de frauduleuze wandaden die door Judocus' broer, ridder Nicolaas Vijdt, werden begaan. Ongemakkelijk of niet, de aanwezigheid van de gouverneur van de Nationale Bank was een raak statement, dat de onvolkomenheid laakte van een idealistische kunstbenadering die alleen oog heeft voor historische, iconografische of esthetische aspecten.

Behalve Alfons Verplaetse had Jan Hoet op de opening nog andere verrassingen in petto, maar dat waren veeleer spielereien. Feeërieke meisjes boden de genodigden bij het betreden van het Bijlokemuseum op zilverkleurige schalen chocolade munten in goudpapier aan. Later verscheen een model naakt op een van de trappen in het gebouw. Het was een zinspeling op het schilderij van Paul Delvaux dat in de trapruimte hangt.

Met het thema 'Verleiding en status' dat hier in aan de orde is, zijn we al een behoorlijk eind verwijderd van het uitgangspunt. Dat wordt in het eerste zaaltje in het Bijlokemuseum erg concreet uitgewerkt. De vloer is bestrooid is met de koperen halvefrankjes - je loopt hier over de mijnwerkers - en het motief van het behangselpapier is een briefje van duizend frank.

Hier zijn stukken bijeengebracht uit wat ze in Gent de hoofdmusea noemen - SMAK, het Museum voor Schone Kunsten, het Museum voor Sierkunst en Vormgeving, het Museum voor Volkskunde en het MIAT (Museum voor Industriële Archeologie en Textiel) - evenals uit de kleinere musea. Er staan twee persen, de ene om munten te slaan en de andere om papiergeld te drukken, en op een rek kregen vier versierde geldkoffers een plaats. Aan de muur hangt de originele houtskooltekening van de slapende boer van Constant Permeke die op de biljetten van duizend frank is afgebeeld, en daartegenover een tafereel bij een geldwisselaar van Pieter Breughel II. Voorts zie je de dollar van David Hammons, variaties op het dollarteken van Jessica Diamond en, in een vitrinekast, oude munten en de lei waarop Beuys schreef 'Künste Kapital'.

De sierlijke elementen van oude trappen, die later nog in de tentoonstelling opduiken, verwijzen naar het opklimmen door rijkdom te vergaren maar gelden ook als een symbool voor het gebruik van kunst als een middel om zich boven het gepeupel te verheffen. Een leuke knipoog naar de verkommerde toestand van de Bijloke is de open koffer waarover een glasplaat is gelegd met een gleuf om geld in te werpen. Citaten op de muren zoals 'Kunst wordt door geld gevoed', 'De armoede is de moeder van alle kunsten' en 'A man who knows the price of everything and the value of nothing' (Oscar Wilde) zorgen voor een steekspel van citaten.

Nog voor je dit eerste zaaltje betreedt, heeft Hoet de dubbelzinnige positie van de kunstenaar getypeerd door bij de ingang een houten beeld te plaatsen van Sint-Sebastiaan, de martelaar met het door pijlen doorboorde lichaam. Daarnaast staat een kast waarin de schutters hun pijlen opborgen. Het is ironisch dat de man die ten onder ging aan de pijlen, de beschermheilige van de schutters werd. Een parallel met de kunstenaars die vaak als paria's in de maatschappij moeten leven, maar willens nillens bijdragen aan de drang van de machtigen om zich te onderscheiden van de rest, dringt zich op.

Metaforen, parallellen, symbolen, het klinkt allemaal een beetje zwaar en dramatisch maar dat is deze tentoonstelling allerminst. In de kruisgangen die de verbindingen tussen de verschillende zalen vormen, is 'Archivering en verzameldrang' het thema. Op archiefkasten vind je tussen andere spullen de verzameling pijpen van Frits Van den Berghe, een collectie strijkijzers uit het MIAT, klompen uit het Museum voor Volkskunde en bestek uit het Museum voor Sierkunst. Er is zelfs een verzameling zwaantjes van Jan Hoet in verwerkt, waarvan de meeste geschenken van kunstenaars zijn naar aanleiding van documenta IX in Kassel. Daarmee treedt Hoet - stilzwijgend, want de naam van de verzamelaar wordt niet vermeld - de stelling van Hans Grothe bij: "Verzamelen is een van de leukste spelletjes ter wereld. Het verbindt de bevrediging van grondige kennis aan de spanning van de jacht en de opwinding van het zakendoen."

De zalen zelf hebben niet steeds de densiteit van het 'Geld'-zaaltje, maar weten meestal toch te verrassen met een of andere geslaagde associatie. In de gildenzaal, met als thema 'Wereldlijke macht', bleek een grote kleurenfoto uit Carl De Keyzers serie over de Amerikaanse verkiezingen precies te passen tussen twee schilderijen. De plek tussen de beide monumentale doeken, die eveneens te maken hebben met een theatraal vertoon van macht, was vrijgekomen omdat het middelste schilderij is uitgeleend voor de tentoonstelling Albrecht en Isabella in Brussel. De argeloze bezoeker komt ook deze achtergrondinformatie niet te weten, al kan het citaat van Anne Brumagne - 'In de strijd om de politieke en de religieuze macht kan de kunst een belangrijker middel zijn dan het wapengekletter' - een hint zijn voor speurneuzen. Het is immers gelicht uit de recensie van de Albrecht en Isabella-tentoonstelling in Café des Arts van 18 september. In de zaal met de grote schilderijen van 'blijde intredes' oogt de opstelling van Wim Delvoyes schoppen waarvan het blad beschilderd is met wapenschilden, voor de hand liggend. Alsof het vanaf het begin zo was bedoeld. De opstelling in deze ruimte van het antieke hobbelpaardje en de Aprilia motor van Philippe Starck is minder vanzelfsprekend. Tot de verbeelding spreekt ook het zaaltje met als thema 'Dubbele bodem', met onder meer een kast die kan worden omgebouwd tot altaar en tabernakel voor clandestiene missen, en het vanitas-ensemble met de video van de jonge kunstenares Elke Boon. Andere werken verdwijnen dan weer ten dele in de golvende dans van choreograaf Jan Hoet. Ingeschakeld in het geheel dat hij heeft bedacht, wordt de autonome kracht van sommige werken hier en daar belaagd door hun rol in geheel. Hoet doet je meermaals glimlachen, bijvoorbeeld als hij Mendini naast de kakstoelen plaatst of de Alessi-koffiekan van Aldo Rossi een onopvallend plaatsje geeft tussen de potten en kannen in de voormalige keuken van de Bijloke. Pas als je weer op de stoep staat, bedenk je dat je in die keuken misschien wat meer aandacht had moeten schenken aan de wat aarzelende schilderijtjes van Maurice Dupuis, die voor de Tweede Wereldoorlog conservator werd van het Museum voor Schone Kunsten.

Met die andere ambitie van de expositie, een signaal geven aan bevolking en stadsbestuur over de mogelijkheden van het verkommerde Bijlokemuseum, lijkt het wel snor te zitten. Burgemeester Frank Beke, die bevoegd is voor cultuur: "Het plan Synergie 2000 dat door de Gentse museumconservators werd opgesteld, is goedgekeurd door het schepencollege. Het actieplan houdt bondig gezegd in dat de schotten tussen de musea onderling worden opgehaald en dat stukken kunnen worden uitgewisseld als ze beter in een andere collectie thuishoren. Zo zal de wapencollectie bijvoorbeeld naar het Gravensteen gaan. Het Bijlokemuseum wordt na 2000 het moedermuseum van de Gentse stadsmusea: de verzamelplaats bij uitstek van het museaal patrimonium. Behalve studiecollecties op de bovenverdiepingen is beneden de inrichting van een citymuseum voorzien. Dat moet de bezoekers een overzicht geven van de geschiedenis en de rijkdom van de stad. Het moet worden ingepast in een brede cultureel-toeristische visie, met daarin ook de activering van de kade als vertrekpunt voor boottrips en de organisatie van een buslijn die vertrekkend aan het Bijlokemuseum alle musea en monumenten met elkaar verbindt."

Volgens de burgemeester engageert het bestuur zich om in de komende jaren telkens middelen vrij te maken voor het Bijlokemuseum, waarbij de gezondmaking van het gebouw voorrang krijgt. Op de begroting 1999, die nog moet worden voorgesteld, staat 12 miljoen ingeschreven voor werkzaamheden aan het dak en 9 miljoen voor de restauratie van het goudlederbehang. De Gentse musea zijn in verwachting van een stralende moeder.

De Beurs van Judocus Vijdt. Kunstkapitaal in Gent, loopt tot 20 december in het Bijlokemuseum, Godshuizenlaan 2, Gent. Donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag van 10 tot 18 uur. Toegang 200 frank (Gentenaars, studenten, groepen en houders Plus-3-pas: 100 frank). De publicatie bij de expositie, i.s.m. Openbaar Kunstbezit, kost 325 frank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234