Zondag 08/12/2019

Het scoutskamp

Het zomerdilemma: de zee of de Ardennen? Dimitri Verhulst koos resoluut voor de Ardennen en bericht ons elke zaterdag en donderdag over het belang van Barvaux en andere Ardennen-klassiekers. De clichés zowel als de geheimtips van 's lands groen in tien afleveringen, tot 'den bouw weer uit congé komt'.

Ardennen

Van onze medewerker

Dimitri Verhulst

De jokari was een fantastische uitvinding. In plaats van één jongen van niets werd je ineens twee mannen van betekenis. Op het koertje van je grootouders was je tijdens die ene zomervakantie Björn Borg en John McEnroe terzelfdertijd. Ze speelden altijd gelijk, hun langste rally bedroeg acht meppen met het houten tennisracket. Toen sprong de elastiek van het balletje en was je weer die jongen van niets in die belachelijke rode sponsen broek die je moeder op de zomerbraderie voor je had gekocht. Wimbledon lag niet langer op het koertje, het groene gras bleken tegels te zijn, met onkruid ertussn. Dus sprong je op de fiets en werd je in één klap Freddy Maertens. In het groen, wereldkampioen, niets aan te doen. Makkelijk hoe jij zowat alle sporttakken domineerde, in september zou er waarschijnlijk gevochten worden om naast jou in de schoolbank te mogen zitten. Had je maar al een handtekening.

"Eigenlijk duurt die schoolvakantie veel te lang, die kinderen kunnen zichzelf geen twee maanden bezighouden", zei je grootmoeder. Ze had medelijden met je, dat je met de jokari speelde, vond ze het toppunt van eenzaamheid. Ze moedigde jou aan om met het meisje van hiernaast te spelen, en om jouw vermeende verveling te verlichten, werd je gedwongen het onkruid van tussen de tegels te trekken, de punten van haar sperziebonen te prutsen, en het gehakt in balletjes te draaien.

"Onze jongen heeft geholpen met het eten."

Ze was veel te dik om haar in een handomdraai te kunnen vermoorden.

Men moest maar eens iets gaan bedenken voor jou. Zo altijd op jezelf twee maanden aan een stuk, dat kon nergens goed voor zijn. Nog voor je haar had kunnen vergiftigen, had je moeder je al ingeschreven bij de scouts. Kon je in de zomer op kamp, in de Ardennen. In de diepe donkere bossen, de wilde natuur, tenten leren opzetten, vuren maken, knopen leggen, vlotten bouwen, koken, trektochten ondernemen, kompas lezen... Bij de scouts zou je een man worden. En toen dat tien jaar later niet de waarheid bleek te zijn, gingen ze hetzelfde beweren over het leger. Maar bon, er was geen weg terug en uiteindelijk waren er ergere dingen dan op kamp gestuurd te worden met de scouts. Bijvoorbeeld op kamp gestuurd te worden met de chiro. Want dat zou je snel genoeg merken; het waren of The Beatles of The Stones, het was of de chiro of de scouts. Word je tegen je goesting in een jeugdbeweging gepropt en ben je nog verplicht ook openlijk vijandschap tegenover de concurrentie te betuigen.

Als voorbereiding op het man worden, op dat fameuze kamp in de Ardennen, ging elke week jouw zondag naar de vaantjes op de terreinen van de scouts. Moest je voor en na ieder spel in een vierkant gaan staan om elkaar met een soort van vrijmetselaarshanddruk te begroeten. De leider liet zich aanspreken met Balou De Beer, wat volgens jou toch weinig intelligentie verried. En hoewel je vond dat niemand affaires had met de vormen van je kniebollen, liep je daar in een korte broek stoer te wezen. Met een das om je nek, het compromis tussen de kleinburgerlijke plastron en een zelfmoordenaarsstrop. Waren ze maar begonnen met jou die laatste knoop het eerst aan te leren. Maar neen, je speelde Dikke Bertha, wat ze ook bij de chiro speelden, maar blijkbaar slechter, en tikkertje, en stratego, en cluedo, en voetbal, en sluipspel. Soms werd de hele spelzondag volgens een bepaald thema ingericht: 'kaboutertjes', of 'de ridders van de scheve tafel'. Je miste je jokari, en het pellen van sperzieboontjes. Hoe langer iemand bij de scouts zat, hoe meer lintjes hij op zijn hemd genaaid had. Onnozelheid werd goed gedecoreerd, een voorname les in het leven. In plaats van heldhaftige overlevingstechnieken aan te leren, stond je in uniform op de parking van een grootwarenhuis cactussen te verkopen ten bate van de jeugdbeweging. Daar stond je dan, Björn Borg en John McEnroe, two in one, met een cactus in de hand. "Goedemiddag meneer, zou u een cactus willen kopen aan tachtig frank, het is om ons kamp in de Ardennen te financieren?" En dat die meneer zei: "Mijn beste kerel, als jij die cactus zou steken waar ik vind dat je hem zou moeten steken, dan ga jij van de week nog lelijke muilen trekken op 't wc."

Langer dan naar Tipperary leidde de weg naar de Ardennen. Want als je dat kamp in de wildernis met een beetje manieren wou aanpakken, dan moest je op z'n minst over een Zwitsers zakmes beschikken. Iedere frank zondagsgeld werd opzij gelegd voor dat mes, die pocketversie van een alaambak vol nagelvijlen, schroevendraaiers, kurkentrekkers, scharen en ijzeren oorstokjes. Het onmisbare werkinstrument van elke scout op kamp in de Ardennen. En zonder kompas en stevige stapschoenen en k-way kon je toch ook de jungle niet in. Afijn, dat je in de portemonnee van jouw moeder een steentje kon laten vallen, en heel lang tellen tot het plonsde.

Het was zover. "Braaf zijn, en flink eten", zei jouw moeder aan de autocar. Je zag dat ze haar best moest doen om niet te janken, misschien moest je haar toch maar eens een briefje schrijven, ginder in de bossen. Liefste moeke. Jullie hadden jullie bezorgde moeders nog maar net uitgewuifd en waren al aan een vierde strofe bezig van 'Wij gaan nog niet naar huis, bijlange niet, bijlange niet'. Er werd over schaamhaar gepraat, vooral dan op de achterbank, en over neuken. Dat laatste gebeurde in gedichten altijd in de keuken. Jij was de enige die over gedichten begon. Je was snel uitgepraat. Iemand kerfde de naam van een waarschijnlijk onbestaand lief in de zetel. Ze had al tetten. Op de voorlaatste bank ontstond een discussie over vingeren. Als je niet oplette, was je reeds een man nog voor je aankwam.

De rit eindigde met een applausje voor de chauffeur, die waarschijnlijk al hoofdpijn had. Je verliet de autocar en aanschouwde voor het eerst in je leven de Ardennen. Een weide was het, een gigantische weide waarop de tenten al recht stonden. In het midden priemde een vlaggenmast, de vod met het logo van de scouts werd elke ochtend naar het firmament gehesen, terwijl iemand met walgelijk veel haar op zijn benen de taptoe blies. Je kon je daar moeilijk van het gevoel ontdoen dat er weer een Amerikaanse soldaat was overleden. Aan de rand van de weide begon het onmenselijk wilde bos, er zaten everzwijnen in die in zwangere toestand de pest hebben aan mensen en hen met hun slagtanden aan het spit rijgen. Het was in die bossen dat je moest gaan kakken boven een gegraven gat, naast je vriendjes. Samen op een rij. Jaja, kamperen is een mooie zomersport waarvan je steeds maar jonger wordt. Je wassen deed je ook al in het bijzijn van anderen, in de rivier. Stond je daar tussen de forellen, in je blote piezeloeter, en kwam er ineens een kajak voorbij, voortgepeddeld door een Hollandse vader met zijn gniffelende dochter van jouw leeftijd. Tralalala, frieten met sala, en een koude pla. Hoorde je 's nachts gekrawietel aan het tentzeil, dan dacht je aan beren, of minstens wolven die uit honger de bossen hadden verlaten. Je hoorde altijd gekrawietel 's nachts. Maar bang was je niet, neen je was niet bang. Ook niet tijdens het nachtspel. Nog minder tijdens het griezelspel. En al helemaal niet op dropping. Na vijfhonderd meter met bonzend hart door het woud te hebben gelopen, op je hoede voor everzwijnengeknor, stond je op een verlichte asfaltweg. Je hoefde de wegwijzers maar te volgen. Je las de namen van de verkeersborden en vroeg je af hoe ze tussen de watervallen van Coo, de grotten van Han, de abdij van Maredsous, de tuinen van Annevoie, de ruïnes van Montaigle en het keramiekmuseum van Andenne nog een weide hadden gevonden waarop een jeugdbeweging drie tenten kwijt kon. Op tweedaagse kwam je vijfhonderd andere jeugdbewegingen tegen. Ze zagen er lullig uit en je besefte dat je bijzonder sterk op hen geleek.

Een keer kwam de aalmoezenier langs voor godsdienstig proviand. Laat ons bidden. Hoewel hij vele jaren eerder was gestopt met roken, mufte hij nog altijd naar sigaren. Hij was mollig, en adoreerde jullie jeugdigheid en jullie billen. O Heer, d' avond is neergekomen.

's Avonds speelde Balou op zijn gitaar, en je werd niet verliefd op hem. Maar old Mc Donald had wel een farm, hiahiahoi, met kiekens en honden en zwijnen en een vrouw, en daar moesten jullie vrolijk om zijn. Wie het in zijn hoofd haalde om in zijn slaapzak kabaal te maken, moest buiten gaan staan, moederziel alleen, tien meter diep het bos in. Nog een jaar of twintig en je zou hier melancholisch aan moeten terugdenken. De schoonste tijd van je leven of zoiets.

Het leven was een lelijke tijd. En als een valse belofte kwamen de Ardennen dat leven van vele Belgische jongens binnen.

Niet eens als een man kwam je twee weken later weer thuis. Je haar hing in vette trippen naar beneden, je tanden waren ongepoetst, en beschermde diersoorten huisden in jouw neusgaten. Liefste moeke kon niet lachen. Je Zwitsers zakmes heb je niet eens nodig gehad, maar je kon al twee plankjes aan elkaar sjorren. En een blikje bonen opendraaien. Woudloperskeuken.

En hij, de leider, hij zat daar aan het kampvuur met zijn maten, verzameld rond een bakje bier. Van kinderen kreeg hij maagzweren, hij was gelukkig wanneer die krengen weer op hun veldbedden lagen, in de geuren van hun schoenen en weggemoffelde onderbroekjes. Hij staarde zich bijna laskoorts in het vuur, dacht aan herexamens en kwakkelende liefdes. Wat zat hij hier in deze kindercrèche te doen? Hij lurkte aan zijn zelfgerolde sigaretje, loerde naar de discolampen aan de hemel en droomde van, tja, van wat eigenlijk? De jeugdbeweging was zijn alibi om hier te zijn, aan het kampvuur 's nachts op zijn pastorale wei vol opgedroogde koeiendrek. Het kamp in de Ardennen, hij hield er van. Ergens wel. Het waren die kinderen die er telkens teveel aan waren. Hij wou zijn hoofd vol dennennaalden leggen op een schouder die er niet was. En ruiken naar hout in de armen van iemand die ook naar hout rook. Zodat ze samen roken naar een bos. Of toch naar een boom. Dat, dat leek hem mooi. Dat leek hem langduriger, en altijd to the point.

Je bent nog op zijn begrafenis geweest. In scoutsuniform een groet uitbrengend aan de kist. De foto op zijn graf was genomen in de Ardennen, op kamp. Hij stond te lachen op die foto, zodat je begreep dat het niet hem maar een foto was. 21 jaar. Zichzelf opgeknoopt aan een balkje in de stal bij gebrek aan Ardennen, en bij gebrek aan boom.

Geef ons Heer, vrede en rust en pree.

Volgende donderdag: Barvaux

'Je wassen deed je in het bijzijn van anderen, in de rivier. Stond je daar tussen de forellen, in je blote piezeloeter, en kwam er ineens een kajak voorbij, voortgepeddeld door een Hollandse vader met zijn gniffelende dochter van jouw leeftijd.'(Foto's Yann Bertrand)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234