Vrijdag 20/05/2022

Het rijk van de Cosa Nostra, ’Ndrangetha & Camorra

Het was de beroemdste van die films, Francis Ford Coppola’s The Godfather, die de net afgestudeerde Petra Reski er eind jaren ’70 toe bracht van haar vaderland Duitsland helemaal naar Corleone te rijden, waar de gelijknamige familie uit de film vandaan kwam. intussen woont de journaliste al zo’n 18 jaar in Italië en bleef ze gefascineerd door de maffia. Toen Italiaanse clanleden in augustus 2007 in haar land van herkomst een bloedbad aanrichtten, trok ze opnieuw naar de maffiabolwerken in het zuiden, vergezeld door twee roemruchte antimaffiafotografen: moeder en dochter Letizia en Shobha Battaglia. Die tocht door het Sicilië van de Cosa Nostra, het Calabrië van de ’Ndrangetha en het Campanië van de Camorra leverde een breed, caleidoscopisch boek op over de maffia in al haar vormen. Reski legt uit hoe de drie organisaties die zij doorlicht (de kleinere, nieuwe Sacra Corona Unità komt niet echt aan bod) structureel in elkaar zitten. Hoe de Cosa Nostra, de ‘echte maffia’, verticaal en hiërarchisch is opgebouwd terwijl de Camorra een horizontale structuur heeft en de clanbazen van de ’Ndrangetha zelfstandig opereren. Ze schrijft dat zo’n 10 procent van de Sicilianen als ingewijden van de Cosa Nostra mag worden beschouwd, terwijl dat aandeel in de bolwerken van de Camorra en ’Ndrangetha oploopt tot respectievelijk 12 en zelfs 25 procent. Ze toont aan hoe die laatste twee misdaadorganisaties zijn uitgegroeid tot de meest succesvolle van de drie, nu de Siciliaanse tak zware klappen heeft gekregen. Hoe de totale maffia-inkomsten volgens specialisten konden stijgen tot zo’n 100 miljard euro per jaar. Tot daar het geraamte van Maffia. Over peetvaders, priesters en pizzeria’s. Reski is op haar sterkst wanneer ze, in de ik-vorm, beschrijft wat ze ziet en hoort. Omdat ze een heel goeie pen heeft - zoals ze toont in het hoofdstuk over het luxueuze huwelijksfeest van de cynische Napolitaanse maffia-advocate Rosalba Di Gregorio of over haar ontmoeting met muziekimpresario en telg uit een Camorrageslacht Carina Sarno. En omdat ze toegang kreeg tot sleutelfiguren. Mede omdat zij een vrouw is, want in de Zuid-Italiaanse machocultuur “worden vrouwen vaak onderschat, zeker als ze blond zijn. En onderschatting is het beste wat een journalist op reportage kan overkomen want daardoor krijg je informatie los waar anderen alleen van kunnen dromen.” Over de drie p’s uit haar ondertitel bijvoorbeeld.

Peetvaders, priesters & pizzeria’s

‘Pizzeria’s’ verwijst naar wat er twee jaar geleden in Duisburg plaatsvond. De moordpartij die toen zes doden eiste, greep plaats voor de pizzeria Da Bruno (een van de ongeveer 300 pizzeria’s die volgens Reski in Duitsland voor en door de ’Ndrangetha worden gebruikt om geld wit te wassen). Het bloedbad vloeide voort uit een vete tussen twee clans uit het Calabrese San Luca die 16 jaar geleden tijdens het carnaval begon als een banale ruzie waarbij eieren werden gegooid maar die sindsdien met de wapens wordt uitgevochten. Resultaat: negen doden, waarvan zes in Duitsland (waar het gerecht Reski trouwens na klachten verplichtte een aantal namen in haar boek met zwarte inkt te censureren). ‘Priesters’ heet in de oorspronkelijke Duitse versie van het boek ‘valse priesters’, en dat is eigenlijk toepasselijker want uit haar gesprekken blijkt dat de kerk vaak erg tolerant is voor maffiosi. In San Luca hoort ze ene Don Pino retorisch vragen: “Moet de herder niet gaan waar het kwaad heerst?” In Palermo ontmoet ze padre Frittitta die jarenlang een ondergedoken maffioso bezocht en de biecht afnam. En in Corleone zegt een jonge priester haar: “Ach, de maffia. Is het consumentisme niet een veel grotere gesel van deze tijd?” Paus Johannes Paulus mag dan in de jaren ’90 hebben gezegd: “Maffiosi, bekeert u. Er komt een dag dat u verantwoording moet afleggen voor uw misdaden”, voor veel geestelijken in maffialand geldt maar al te vaak het excuus dat niet de aardse justitie het Laatste Oordeel velt, maar de goddelijke.En dan zijn er de ‘peetvaders’ die op Sicilië met harde hand de Cosa Nostra leiden. Meedogenloze mannen met straffe bijnamen zoals ‘Toto’ ‘het beest’ Riina, die onderzoeksrechters Falcone en Borsellino liet vermoorden. Nadat hij was opgepakt, werd hij opgevolgd door Bernardo, ‘Benni de tractor’, Provenzano, die de organisatie een wat minder opvallend profiel gaf. Ook die ‘capo di tutti capi’ zit nu achter de tralies en volgens de Italiaanse media heet ‘il nuovo capo’ Matteo Messina Denaro (bijnaam ‘Diabolik’). Hij leeft al zo’n 16 jaar ondergedoken en onderscheidt zich van zijn voorgangers door zijn hippe levensstijl. “Eindelijk een mondaine maffioso”, schrijft Reski.

Banden met establishment

Eigenlijk had de auteur op de omslag van haar boek ook een vierde ‘p’ kunnen toevoegen: die van ‘politici’. Want de banden tussen georganiseerde misdaad en het politieke establishment zijn onbetwistbaar. Niet alleen in het thuisland van de Cosa Nostra, Sicilië, waar gouverneur Salvatore Cuffaro om die reden moest aftreden, maar ook in het politieke machtscentrum Rome. Denk maar aan de roemruchte ‘kus van eer’ die de christen-democratische oud-premier Giulio Andreotti in 1987 zou hebben uitgewisseld met de bloeddorstige capo Toto Riina. En nadat die samenwerking was verzuurd, sprong de huidige Italiaanse premier Silvio Berlusconi in dat vacuüm: zijn rechterhand Marcello dell’Utri sloot in 1993 een deal met maffiabaas Provenzano, waarbij politieke steun werd gekocht in ruil voor de terugtrekking van antimaffiawetten. Dell’Utri werd al tot 9 jaar veroordeeld, maar is nog altijd op vrije voeten en blijft ontkennen. Wat niemand ontkent, is dat maffioso Vittorio Mangano enkele jaren openlijk als verbindingsman (officieel: stalmeester) in Berlusconi’s villa San Martino woonde. Dat diezelfde Berlusconi zopas heeft aangekondigd dat hij de maffiose criminaliteit aan banden zal leggen, heeft in Palermo, Napels en San Luca dan ook niet bepaald tot een paniekgolf geleid. Allemaal mannen tot dusver, want vrouwen mogen nu eenmaal geen lid zijn van de maffia. Maar onderschat hun rol niet, waarschuwt Reski, want dit zijn geen lijdzame, in het zwart geklede slachtoffers van agressieve mannen, dit zijn vrouwen die veel weten en ‘hun’ maffioso actief steunen, zowel bij illegale activiteiten als bij de voorbereiding van wraakacties. Zij houden het gezin en de organisatie recht als hun mannen achter de tralies zitten en toen na de moorden op onderzoeksrechters Falcone en Borsellino begin jaren ’90 de omerta werd verbroken en tientallen maffiosi werden veroordeeld, zorgden deze “even opofferingsgezinde als wraakzuchtige maffiaweduwen” dat de “traditionele waarden” gehandhaafd bleven.

Verloedering van de politiek

Net als in de meeste maffiaboeken overheerst ook bij Reski een sfeer van pessimisme omdat, in de woorden van aanklager Salvatore Boemi: “De verloedering van de politiek in Calabrië en op Sicilië grenzeloos is. De criminaliteit is er onlosmakelijk met de politiek en de ondernemers verbonden.” Natuurlijk zijn er de eenlingen die de strijd aandurven, helden als aanklagers Falcone en Borsellino of auteur Roberto Saviano, wiens boek Gomorra veel losmaakte - om van de tientallen anonieme speurders en onderzoekers niet te spreken. Er is het Comitato Addiopizzo, dat winkeliers en ondernemers op Sicilië oproept geen beschermgeld meer te betalen aan de maffia en dat een zeer belangrijk verlengstuk heeft gekregen toen werkgeversorganisatie Confindustria leden die wel pizzo betalen ongewenst verklaarde - de initiatiefnemer van dat besluit had wel politiebescherming nodig. En natuurlijk lezen we voortdurend dat er weer eens maffiosi zijn opgepakt. Maar niet alleen zorgt de gerechtelijke procedure ervoor dat een uitspraak pas na bekrachtiging in tweede en derde instantie wordt uitgevoerd, wat zoveel tijd kan kosten dat altijd verjaring dreigt, ook is het juridische arsenaal in deze strijd sterk afgezwakt.En intussen gaat de maffia mee met haar tijd. Dat de ‘mannen van eer’ zo’n 7 procent van Italiës bruto binnenlands product genereren, is lang niet meer alleen het gevolg van ‘ouderwetse’ praktijken als afpersing en ontvoering. Drugs blijven, zeker voor de ’Ndrangetha, een belangrijke bron van inkomsten, maar daarnaast bloeien ook sectoren als internetpiraterij, gokken en andere vormen van witteboordencriminaliteit. Europese subsidies worden massaal misbruikt. Groene energie ook. In de ‘ecomaffia’ gaan miljarden om en de maffia is ook gek op bouwprojecten - waaronder de HST-lijn van Rome naar Napels of de geplande brug tussen Sicilië en het schiereiland. Zelfs de jaarlijkse bosbranden zijn vaak het gevolg van maffiose plannen om bosgrond tot bouwgrond om te vormen. En het kan nog wranger: terwijl de slachtoffers van de aardbeving die dit voorjaar de Abruzzen trof nog in tentenkampen zitten, verscheen dit kleine maar veelzeggende berichtje in de kranten: “Een kleine groep van Italiaanse magistraten zal erover waken dat de heropbouw van de regio's die vernietigd werden door de aardbeving gebeurt zonder inmenging van de maffia.” Geen wonder dat zelfs Petra Reski soms wat cynisch wordt en schrijft: “De vooruitzichten van de maffia zijn schitterend.” Maar wat overheerst zijn haar verontwaardiging en woede, en die maken deze mix van feiten, interviewflarden en reportages zo ijzersterk.Hans Muys

Nog meer maffialectuur

n Over de Siciliaanse maffia schreef journalist John Follain De laatste godfathers, waarin hij de opkomst en ondergang beschrijft van de Corleonesi, de maffiaclan uit het boerenstadje Corleone waar beruchte peetvaders als Luciano Leggio,Toto Riina en Bernardo Provenzano werden geboren. Follain schetst het ontstaan van de clan, de vrijbrief die de Amerikaanse bevrijders in 1943 aan de maffiosi gaven, de manier waarop vanuit Corleone een frontale oorlog tegen de Italiaanse staat werd ontketend - met de aanslagen op onderzoeksrechters Falcone en Borsellino als climax - en de arrestatie van Provenzano, die het sluitstuk vormde van die strijd. Daarmee werden de Corleonesi volgens Follain verslagen, maar dat betekent nog niet dat de strijd tegen de maffia is gewonnen. Want om met ex-minister Pietro Lunardi te spreken: “De maffia heeft altijd bestaan en zal blijven bestaan. Helaas zullen we met die realiteit moeten leven”. De laatste godfather beschrijft die realiteit degelijk, gedetailleerd en uiterst leesbaar. n Corleone valt niet onder de jurisdictie van Salvo Montalbano, de politiecommissaris uit de populaire (ook verfilmde) boeken van Andrea Camilleri. Maar ook die Siciliaanse auteur heeft nu een maffiaboek afgeleverd, gebaseerd op de manier waarop ondergedoken peetvader Provenzano contact hield met zijn mensen. Dat gebeurde via pizzini, briefjes die instructies bevatten en die na de arrestatie van de capo samen met de machine waarop ze waren getypt, werden gevonden in de schuur waar hij zich had verschanst. Camilleri distilleerde daaruit een boek dat een aantal van die pizzini plus een alfabet van relevante woorden bevat. Afari (zaken) bijvoorbeeld, of Umilità (nederigheid) of Numeri over de cijfercode die Provenzano gebruikte. Zelfs dat de peetvader prostaatproblemen had kunnen we lezen: onder de ‘p’ van Prostato. Geen essentieel boek, wel een aardig tussendoortje voor wie niet genoeg kan krijgen van maffialectuur. n Lang voordat streekgenoot Roberto Saviano met Gomorra een klassieker schreef over de Camorra, volgde Rosario Capacchione, journaliste bij de krant Il Mattino, die maffiaclan al op de voet - wat haar weliswaar minder roem maar wel doodsbedreigingen en politiebewaking opleverde. In Het goud van de Camorra staat de manier centraal waarop de Casalesi, de grootste Camorraclan, evolueerde van “een ruraal-parasitaire naar een kapitalistisch-industriële economie”. Niet dat die agrarische achtergrond helemaal is verdwenen, zoals blijkt uit massale zwendel met suiker of buffalomelk voor mozzarella. Maar vooral de drughandel, wapenhandel, openbare aanbestedingen voor infrastructuurwerken en afvalverwerking (denk aan de beelden van de met vuilnis gevulde Napolitaanse straten) zorgen ervoor dat deze oudste maffia-organisatie jaarlijks minstens 12,5 miljard euro binnenrijft. Capacchione is geen begenadigde stiliste, wel een gedreven onderzoeksjournaliste die een indrukwekkende hoeveelheid feiten en cijfers verzamelde over de technieken waardoor maffiafamilies werden omgevormd tot bedrijven.n De Duitse Der Spiegel-journalist Andreas Ulrich schreef een boek over Giorgio Basile, een killer die zowel in Italië als in het Duitse, niet ver van Duisburg gelegen Müllheim doodde voor de ’Ndrangetha. Een spannend boek, waarin in detail wordt beschreven hoe de man met de bijnaam ‘Engelengezicht’ her en der tegenstanders en rivalen uitschakelde tot hij in 1998 in Duitsland werd aangehouden, verdacht van 30 moorden. Voor 4 daarvan werd hij berecht, maar omdat hij spijtoptant en kroongetuige werd, loopt hij nu in Italië vrij rond - zij het onder een valse identiteit en met een prijs op zijn hoofd. Een prima onderwerp voor een actiefilm dus. Jammer is wel dat de op de omslag beloofde informatie over “de ontwikkelingen binnen de maffia in Duitsland, Nederland en België” slechts enkele woorden over dit land bevat, hoewel toch bekend is dat Brussel (onroerend goed) en Antwerpen (de haven) wel degelijk een rol spelen in de activiteiten van de ’Ndrangetha. n Over de problemen en frustraties van een gewone politieman bij de strijd tegen de maffia gaat Tentakels van Gianni Palagonia (een pseudoniem). Vol vuur en idealisme begonnen, gaat de hoofdpersoon gefrustreerd door de tegenslagen, maar die poging om het recht in eigen hand te nemen loopt op een sisser af. Intussen blijven de maffiosi veelal ongrijpbaar, krijgt hij problemen met de collega’s omdat hij zich “te veel vastbijt in zaken” en gooit hij uiteindelijk de handdoek in de ring. Hij verlaat Catania en verhuist naar het noorden van het land. Geen onmisbaar boek, maar alweer een weinig vrolijk verhaal over de Italiaanse maffia.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234