Zaterdag 18/01/2020

Het rijk der zinnen

Juan Manuel de Prada's ironische fenomenologie van de flamoes

door Herman Jacobs

Juan Manuel de Prada

Uit het Spaans vertaald door Helena A. Erwich, Arena, Amsterdam, 157 p., 545 frank.

Als kleine jongen kun je je erover verbazen dat meisjes niet vol water lopen als ze in bad gaan. Later houdt het al helemaal niet op de mannelijke belangstelling, hoewel dan minder archimedisch van aard, schier onafgebroken gaande te houden, dit raadsel der vrouwelijkheid, oorsprong der wereld, poort van het paradijs, sterre der zee, deze besloten tuin, waarin een wonderlijke lipbloemige de gelukkige haar verticale glimlach schenkt, deze door mysteriën omrankte stee, mythisch getande snee, nooit afdoende te peilen, te vaak onder kleding verwijlend, bron van bronst, wel van kwelling en woonst van wonne, deze in alle 's Heren talen bezongen èn beschimpte doos van Pandora, besmuikt begeerd of brutaal onteerd, juichend vereerd of bars versmaad, gehaat, aanbeden en geprofaneerd, deze in hemelse dauw ontluikende, soms naar héél vers brood ruikende, deze - kortom, de kut, in rond Nederlands gezegd.

Waren alle mannelijke gedachten ooit aan haar geschonken te boek gesteld, een bibliotheek zo groot als een provincie zou niet groot genoeg zijn om ze te bevatten. Toch speelt de kut per se, die Maus an sich als het ware, in de literatuur een niet zeer prominente rol. Niet dat dichters en prozaïsten zich in deze onbetuigd hebben gelaten - ook in de Nederlandse letteren is over het onderwerp menige memorabele passage terug te vinden. We kennen de drastische metaforen van Claus zowel als de puberale preutologie van Brusselmans, de kutodelica van Boon en de hilarische pornotaria van Heere Heeresma, de virtuoze felroze rijmen van Eddy du Perron en het plastische proza van Jan Wolkers (de verleiding is te groot om er niet aan toe te geven - een citaat uit Turks fruit: "Bossen schaamhaar, ruw als zeegras, zacht als bont. Droge kutten met wratten van binnen. Naar aan je vingers maar lekker voor je lul. Kutten die je niet te zien kreeg omdat er een handje voor werd gehouden. Kutten zacht en vochtig als een vlabroodje", enzovoort).

Niettemin, een niet medisch-wetenschappelijk boek geheel gewijd aan de magische driehoek? Sterker, een fenomenologie van de flamoes? Daarvoor hebben we, al wil ik bijvoorbeeld Rudy Kousbroeks beschouwingen over ons "behaarde speelgoed" geenszins achteloos terzijde schuiven, toch moeten wachten op de jonge Spaanse auteur Juan Manuel de Prada (°1970). Diens Coños, in Spanje al vóór verschijnen in 1995 een cultboek (enkele verhaaltjes eruit werden in 1994 gebundeld in een niet voor de handel bestemd, in eigen beheer gepubliceerd uitgaafje), is nu in het Nederlands vertaald en, wel, het is weer eens wat anders.

Het is géén porno, bijvoorbeeld, al vermag De Prada de zinnen wel degelijk te prikkelen. Evenmin is het koket gestiliseer op een ondeugend thema - althans, over het algemeen niet, al vervalt de schrijver daar af en toe inderdaad wel in. Zo zijn er nog wel enige omschrijvingen meer te bedenken voor wat Kut níet is, maar wat is het dan wel? Namen als Jules Renard (die van de laconieke Natuurlijke historietjes, maar dan geornamenteerder opgeschreven), Gust Gils (in een niet te melige bui) en Elias Canetti (die van de typetjes uit De oorgetuige, maar dan zonder 's mans tierischer Ernst) komen ter typering voor de geest. Ook staan deze 54 curieuze vignetten in de zeer Spaanse picareske traditie, schelms en oneerbiedig (al gaat het er absoluut niet zo onbehouwen in toe als in de originele, zestiende-eeuwse pícaro-verhalen). De Spaanse uitgever Luis García Gambrina brengt het in zijn inleiding in feite vrij accuraat onder woorden: "Coños is (...) niet een boek dat uitsluitend voor mannen is geschreven. Evenmin is het, zoveel is duidelijk, een spiegel voor vrouwen. Ook is het geen handboek voor seksuele opvoeding. Noch een gynaecologisch naslagwerk. En nog veel minder een eenvoudig pornografisch werkje. Ondanks de titel behoort Coños niet tot een bekend genre. Het enige etiket dat erop past is dat van een niet alledaags boek, niet zozeer vanwege het thema als wel vanwege de manier waarop dat thema behandeld wordt, ergens tussen verhalend en lyrisch schrijven, tussen kort verhaal en poëzie, met de beknoptheid en nuancering, verscheidenheid en zorgvuldigheid die een zo heilige materie altijd weer vereist."

Heilige materies zijn er behalve om vereerd ook om bespot te worden, en De Prada laat zich in beide opzichten niet onbetuigd. De titels van deze leporellismen op zich zijn al veelzeggend. 'De kut van maagden', 'De kut van pasgetrouwde vrouwen', 'De kut van kleine meisjes' - dat is standaardwerk, zou je kunnen zeggen. Maar 'De kut van de boeddhistische non', 'De kut van de Comanchevrouw', 'De kut van slaapwandelaarsters', 'De kut van verdronken vrouwen', 'De kut van mummies'?

Het aardige is dat De Prada zich niet voortijdig terugtrekt in een satirische pose - dit boek is uiteraard niet met bloedige ernst geschreven, maar de auteur engageert zich wel degelijk in wat hij schrijft, hoe luchtig en plagerig zijn toets ook is. Al was het maar door de toewijding waarmee deze merkwaardige catalogus is vervaardigd: een dergelijk vertoon van bijna obsessionele belangstelling kan niet helemáál geveinsd zijn. Wie zich schaamt voor de paringsbeluste polygame primaat in zichzelf begint hier niet aan, en De Prada, ook (of zelfs: júist) als hij zich door zijn pen een licht absurdistische kant op laat leiden (baadster laat zich intiem dienen door zeester, etc., etc.), erkent de dwingende betovering die voor de mannelijke geest van zijn onderwerp uitgaat (- voor wie eraan mocht twijfelen, we hebben hier te maken met "imaginaire kutten", vernemen we halverwege het boek).

Tegelijk is Kut het werk van een schrijver, niet alleen de man, maar ook de kunstenaar. De Prada heerst soeverein in dit rijk der zinnen - zíjn zinnen. Of hij zichzelf nu opvoert als welhaast wetenschappelijk geïnteresseerd onderzoeker, gedreven to boldly go where no man has gone before (bijvoorbeeld ter exploratie van de dubbelschedige zeemeermin Melusina), dan wel als zorgeloze casanova, wie al het vrouwelijk heerlijks als vanzelfsprekend in de schoot valt, als ironisch connaisseur, bedachtzaam memorialist of jonge hengst, hij is wel de baas, en slijpt naar hartelust zijn woorden - ten slotte hoeft "literatuur alleen maar een streling te zijn voor gehoor, ziel of kloten". Zodat hij uiteindelijk zelf buiten schot blijft. Vandaar ook dat iets als (potentieel verontrustende) obsceniteit in dit boek één gastrolletje krijgt, niet meer (in het verhaal 'Opdracht voor Georges Bataille').

"(I)k veroordeel de lezers die behoefte hebben aan lectuur vol straf en boete," verklaart De Prada vooraf, in een motto ontleend aan zijn landgenoot Ramón Gómez de la Serna (auteur van het in de Spaanse letteren beroemde boek Senos (1917), 'Borsten'). Kut is een boek voor speelse lezers, die fantasie naar waarde weten te schatten en niet afkerig zijn van een fraaie tournure op zijn tijd, noch van een vleugje parodisme. Eén voorproefje, uit 'De overbuurvrouw' (waarin de 'ik' en Sylvia, in hun jeugd "verloofden op afstand" die hun liefdesboodschappen per postduif uitwisselden, nu als overburen communiceren, via de waslijn, door middel van Sylvia's "slipje van de dag"):

"Die witte, zwarte, paarse of zalmkleurige slipjes waren het zegel waarmee Sylvia haar verweesde kut bezegelde, de spons die de vrucht opving van alle kussen en strelingen waarmee zij zichzelf overlaadde in de minnaarloze eenzaamheid van haar appartement. Haar slipjes onthulden soms een bangelijke kut, een kut waarvan de angst groter was dan de begeerte, schraal en droog als vloeipapier, maar weer andere droegen de sporen van overvloed, waren zoet als een tropische vrucht, vloeiden over van suikerstroop en ambrozijn, als een grote druppel honing. Soms sprak het slipje mij van een nautische kut die naar zee ging aan boord van een sloep en terugkwam met een geur van zout en sterkoraal, maar soms ook bracht het mij de kreet vol smart over van een van onder tot boven geopende, bloedende kut. Al die boodschappen ontroerden mij en wekten duistere verlangens in mij op, duistere verleidingen, duistere voortekenen van genot."

Een boek voor speelse lezers, die fantasie naar waarde weten te schatten en niet afkerig zijn van een fraaie tournure op zijn tijd, noch van een vleugje parodisme

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234