Zondag 21/07/2019

Het recht op zelfverdediging uitbreiden?

Na de overvallen op juweliers in Brussel pleiten Karel Van Eetvelt en zijn Unie voor Zelfstandige Ondernemers (Unizo) ervoor om de wettige verdediging uit te breiden naar de verdediging van goederen. Advocaat Tom Decaigny waarschuwt.

Veilig, vreedzaam ondernemen

Karel Van Eetvelt is gedelegeerd bestuurder van Unizo.

Het was de jongste dagen weer prijs. Twee spectaculaire overvallen op juweliers in één dag met dramatische gevolgen. Een vermoorde ondernemer, een door een overvallen juwelier neergeschoten dader. De juwelier werd opgepakt.

De vele commentaren en reacties gaven ons een déjà-vugevoel. Dergelijke toestanden hebben we helaas al dikwijls meegemaakt. Denk maar aan de moord op juwelier Sabbe en de uitspraken in de rechtszaken van de overvallen juweliers Moortgat en Tyberghien. Die verdedigden zichzelf en mochten het bij de rechter komen uitleggen, met wisselend gevolg.

Nu opnieuw dezelfde vraag: mogen winkeliers hun goederen verdedigen? Of: moet het begrip wettige zelfverdediging uitgebreid worden van personen tot goederen? Deze vraag gaat echter compleet voorbij aan de essentie van de zaak, dat in enkele uren tijd en op enkele kilometers van elkaar twee ondernemers overvallen zijn. Die ondernemers en hun medewerkers hebben doodsangsten doorstaan of zijn nu dood. Dat is de essentie.

Far West
Het is niet de verantwoordelijkheid van de ondernemers om zich tegen geboefte gewapenderhand te verweren. Dat was misschien zo in de Far West. Dat is misschien zo in de VS. Maar ik ben ervan overtuigd dat onze ondernemers geen revolver achter de toonbank willen. In een georganiseerde rechtsstaat als de onze mogen bonafide inwoners en ondernemers verwachten dat de overheid hiervoor zorgt. Wij hebben daartoe de voorbije dagen enkele concrete voorstellen geformuleerd.

Ten eerste moet de overheid bandieten afschrikken door een versterkte politionele aanwezigheid in kernen met potentiële doelwitten/handelszaken.

Een tweede manier om boeven af te schrikken is duidelijk maken dat onze rechtsstaat niet lacht met diefstal. En dan gaat het niet alleen om zwaar en gewapend banditisme. Het gaat ook om winkeldiefstallen. Officieel valt het in ons land best mee met het aantal winkeldiefstallen, maar dat komt omdat heel wat winkeliers geen aangifte meer doen. Omdat ze ontmoedigd zijn door de geringe opvolging ervan door de politie en het parket. Het beperkte aantal aangiftes zorgt ervoor dat winkeldiefstal onderaan staat op de prioriteitenlijst van politie en parket. Een vicieuze cirkel.

Een derde manier is het hardleerse boeven moeilijk maken overvallen te plegen. Concreet moet de overheid dat doen door investeringen in winkelbeveiliging fiscaal te stimuleren. Er zijn al mogelijkheden om dat te doen, maar die moeten worden verruimd. Bijvoorbeeld moeten ook investeringen in dienstencontracten voor beveiligingsfirma's fiscaal aantrekkelijker gemaakt worden. Al is die beveiliging uiteraard in de eerste plaats een taak van de overheid.

Werk van lange adem
Ten gronde moeten we er alles aan doen om de toenemende agressie in onze samenleving een halt toe te roepen. Dat begint bij een respectvolle opvoeding met normen en waarden, thuis en op school. Dit is een werk van lange adem. En daarover moet het debat gaan.

Het debat over de uitbreiding van wettige zelfverdediging zou in zo'n maatschappij niet gevoerd moeten worden. Helaas is de realiteit anders. Daarom, zolang juweliers en andere ondernemers de garantie niet hebben dat ze veilig en vreedzaam kunnen ondernemen in een maatschappij met een overheid voor wie geen inspanning te veel is om dat te bewerkstelligen, zullen stemmen opgaan om overvallen onder-nemers toe te laten zich te verdedigen.

Ons standpunt daarin is duidelijk. Ondernemers die overvallen worden en zichzelf, hun werknemers en hun bezit beschermen, mogen daar niet maandenlang voor door een gerechtelijke mallemolen gesleurd worden. Maar moeten, zoals in de meeste andere Europese landen, daartoe een rechtsgrond hebben.

Persoonlijke integriteit boven

Tom Decaigny is advocaat en praktijkassistent strafrecht en strafvordering aan de vakgroep criminologie van de VUB. Hij schreef deze bijdrage met Karen Weis, wetenschappelijk medewerkster aan de vakgroep metajuridica van dezelfde universiteit.

De juwelier uit Schaarbeek die maandagavond twee overvallers neerschoot en daarbij een van de twee doodde, zal zich moeten verantwoorden voor de strafrechter. Het Belgische strafwetboek voorziet nochtans in 'wettige verdediging', een argument waardoor het misdrijf (het toebrengen van slagen en verwondingen, al dan niet dodelijk) niet meer als misdrijf beschouwd wordt. Bijgevolg wordt de persoon die gereageerd heeft op een aanval niet gestraft.

Het gebruik van geweld door een particulier is echter slechts uitzonderlijk toegelaten aangezien in een rechtstaat de burger het recht niet in eigen handen mag nemen. Tot op vandaag mag er daarom enkel gereageerd worden met geweld wanneer een persoon in gevaar gebracht wordt. Het gebruikte geweld moet logischerwijze evenredig zijn met de aanval. Omdat het gebruik van geweld strikt noodzakelijk moet zijn, kan er geen sprake meer zijn van wettige verdediging nadat de aanval opgehouden is. Het is dan ook hier dat het schoentje wringt voor de juwelier uit Schaarbeek: de overvallers waren reeds vertrokken uit zijn zaak op het moment dat hij vuurde.

Waarom contra?
De vraag rijst nu of ook op een aanval van de eigen goederen een wettige verdediging zou mogen volgen. Unizo betreurt dat de strafrechters in zaken die gelijken op die van de Schaarbeekse juwelier 'kunstgrepen' moeten toepassen om die personen rechtvaardig te berechten. Unizo zou het hierom gemakkelijker vinden om wettelijke verdediging uit te breiden naar goederen. Dit voorstel verstaat zich echter moeilijk met het kernidee dat schuilgaat achter de 'wettige verdediging'.

Indien wettige verdediging wordt aangenomen door een strafrechter, dan wordt zonder nuance vastgesteld dat het gebruikte geweld als reactie op de aanval strafrechtelijk niet 'fout' is. Er is geen misdrijf. Is het wenselijk om dit verregaande gevolg door te trekken naar de verdediging van goederen? Ons inziens beschikt de strafrechter over voldoende alternatieven, kunstgrepen aldus Unizo, doch niet minder een kunstgreep als de wettelijke verdediging, om begrip te tonen voor deze menselijke reactie.

De kern is echter dat de wettige verdediging, zoals we ze vandaag kennen, verschillende belangen als het ware rangschikt. Uitdrukkelijk wordt hierbij vooropgesteld dat de persoonlijke integriteit primeert in een democratische samenleving. Deze persoonlijke integriteit slaat niet alleen op diegene die aangevallen wordt (vandaar dat de terminologie zelfverdediging wordt vermeden), maar ook op derden en omvat naast de fysieke integriteit ook bijvoorbeeld de persoonlijke vrijheid en de seksuele integriteit. Enkel de bescherming van personen verdient de hoogste bescherming en laat toe, onder strikte voorwaarden, dat een aanvaller wordt verwond. Conceptueel valt moeilijk in te zien hoe de fysieke integriteit van een persoon - al is het per hypothese een dief - ondergeschikt kan zijn aan goederen. Gaat het überhaupt op om iemands fysiek welzijn in de weegschaal te leggen met, bijvoorbeeld, een meegegraaide handtas? In individuele gevallen kan begrip worden getoond voor de reactie van een slachtoffer, maar daar bestaan dan weer geëigende instrumenten voor. Wij vrezen dat een simplistische uitbreiding naar de wettige verdediging van goederen de doos van Pandora opent en begrepen zou kunnen worden als vrijbrief voor ongewenst reactief geweld.

Reactief geweld ter verdediging van goederen botst ten slotte trouwens ook snel op andere voorwaarden van de wettige verdediging. Hoe kan het doden of verwonden van een dief in een redelijke verhouding staan met een diefstal die, per hypothese, geen bedreiging inhoudt voor iemands persoonlijke integriteit? Hierbij een reactie van de particulier toelaten neigt al te snel naar eigenrichting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden