Dinsdag 29/11/2022

Het recht op suiker

Intellectueel correcte muziek maken is altijd safe, populaire muziek vereist durf

Zomer 1975. Onze fonkelnieuwe, welriekende Ford Granada komt aan ons Bretoens hotel aan, en nog voor ik het ruisen van de oceaan kan horen, worden mijn oren ingesmeerd met de zoetste zonnecrème van het continent; vanuit de bar tabac speelt de jukebox de laatste nieuwe Abba-hit. Geen trauma, gewoon de felle kleur van mijn jeugd die me nu nog voortdrijft.

Abba heette de groep dus. Makkelijk te onthouden, zoals choco, papa, Peppi, Kokki, cola. Ook de tekst was simpel; "moni moni moni", een soort eurospeak, beter en fonetischer dan - herinnert u zich deze nog? nee - esperanto. Maar de muziek zelf was weirder, gelaagder en intrigerender. Zo'n dertig jaar later zou ik pas snappen waarom: het was niet Amerikaans maar Zweeds. En net zoals de Amerikanen geen Britney Spears kunnen producen (haar grootste successen zijn allemaal pareltjes van de hand van Max Martin, yep, een Zweed) was deze pindakaas intelligenter dan Jimmy Carter zelf had kunnen dromen.

Ik luisterde naar de Sixtijnse kapel der muziek, ontsproten aan een Europese traditie van klassieke componisten, een wirwar van mineurakkoorden, minuteus door Zweedse onorthodoxe hightechfilters gedraaide spaceklanken, een nest ritmisch geneukte mieren op een snelweg met 24 baanvakken met als eindbestemming het audioheelal.

Net als alle groten, de Brels, Cohens of Napoleons, hadden ze zichzelf verbannen naar een afgelegen eiland, om hun icoontjes te componeren. En net als andere grote groepen, zoals Fleetwood Mac, zouden ze de komende jaren hun steeds complexere incestueuze groepsleven omzetten in hun beste werk, om te eindigen in stijl: meer tijd aan de kinderen spenderen. Als je muziek straf genoeg is, moet je namelijk niet ijdel-berekend sterven om je muziek onsterfelijk te maken. Dan kun je gewoon stoppen en het ding leeft voort. Hun enige dope was dan ook muziek zelf.

Hoe kouder het land, hoe warmer de muziek, leek het. Het had ook iets van een sekte. Hun hele carriere werkten ze loyaal met dezelfde mensen, allemaal Zweden met klinkende namen. Manager, uitgever, fotografen, videasten, muzikanten, een clubje vreemde vikings die de stormen der kritiek dapper trotseerden.

Want intellectueel correcte muziek maken, is altijd safe. Populaire muziek daarentegen vereist durf, de juiste relativering en zelfkennis. Net als zwartwit easy is, maar kleur gebruiken een stukken complexere en subtielere aanpak vraagt. En gelukkig, stráffe populaire kunst wordt altijd cult.

Abba kelderen op basis van hun Priscilla, Queen of the Desert-connotatie is even bekrompen als Di Rupo neerhalen vanwege zijn strikje. Hun eigen, ik geef toe, bijwijlen potsierlijke kostuums en decors stonden haaks op de punkbeweging, maar wat Abba deed, was tenminste niet ontstaan uit het brein van een zakenman die zijn Londense kledingwinkel wilde doen draaien. Authenticiteit in muziek is de kortste afstand tussen je gevoel en je song, en - zeker op het einde - was die bij Abba geen centimeter te lang.

Gebrek aan sociaal engagement of relevantie? Het is een nobele zaak om een hele planeet wat gelukkigmakend zoets te verschaffen.

Want daarvoor streed Abba in mijn ogen, het recht op suiker.

Daan Stuyven, popster

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234