Dinsdag 18/06/2019

Analyse

Het rapport van België: dit is de stand van het land

Beeld Sven Franzen

Hoe beoordelen toon­aangevende internationale instellingen als de Europese Commissie en het IMF ons land? Als een chronische under­achiever, zo blijkt. Het welvarende België verzinkt te vaak in middelmaat. 

Ooit, nog niet zo lang geleden, was ons land de zieke man van Europa. In volle krediet­crisis leek België maar enkele passen verwijderd van de afgrond. Een failed state naar het voorbeeld van Griekenland en Italië. Een slachtoffer van politieke stammen­oorlogen. Klaar om opgevreten te worden door de internationale rating­bureaus. Het was maar een kwestie van dagen.

Intussen, zowat vijf jaar later, is de storm gaan liggen. In de aanloop naar de Vlaamse en federale verkiezingen in mei is de deconfiture van het land geen onderwerp meer. Belgium is back. Of zo lijkt het toch. Om echt duidelijkheid te krijgen over de stand van het land heeft De Morgen de meest recente rapporten van een reeks toon­aangevende internationale organisaties doorgenomen.

Hoe kijken bijvoorbeeld de OESO, het Europees Milieu­­agentschap, de Nationale Bank, de Europese Commissie en de ratingbureaus vandaag naar België? En hoe verhoudt ons land zich tot de buurlanden en de andere Europese lidstaten? Er blijkt nog huiswerk op de plank te liggen. Vaak, te vaak, kampeert België in de grijze midden­moot. Of het nu gaat over de begroting, economie, klimaat of mobiliteit: België gedraagt zich als die slimme student voor wie vijfjes en zesjes ook volstaan.

Economische groei: zwakker dan de buurlanden

In het Europese peloton gaat ons land niet bepaald lopen met de prijs van beste sprinter. Akkoord, we rijden vlot mee, en de economie is gedurende negen opeenvolgende jaren gegroeid. Het Internationaal Monetair Fonds noteert dat de werkgelegenheid een historisch hoog peil heeft bereikt. En dat de overheid best enkele pluimen op haar hoed mag steken. De pensioen­hervorming, een herziening van het stelsel van de vennootschapsbelasting, een verlaging van de heffingen op arbeid (in het kader van de tax­shift) en andere arbeids­markt­hervormingen, en de versterking van het concurrentievermogen krijgen door de internationale waarnemers een duimpje.

En toch rijdt België niet op kop. Integendeel, want het IMF ziet voor ons land een bescheiden groei van 1,5 procent. Een cijfer dat het deelt met de jongste prognoses van de OESO. Het Federaal Planbureau is voorzichtiger en houdt het op 1,3 procent.

Dat onze regering in lopende zaken is, baart het IMF niet meteen grote zorgen. Wél is het beducht voor een vertraging van het hervormings­tempo, omwille van de komende verkiezingen. Met andere woorden: wie zit er straks allemaal aan de stuurknuppels, en wat doen ze?

Wie het ook wordt, feit is dat de Belgische economische groei nu al voor het vijfde jaar op rij onder het gemiddelde ligt in de eurozone.

Eerlijk is eerlijk: tussen 2008 en 2013 deed onze economie het wel beter dan het Europese gemiddelde. Ons land doorstond de financiële crisis iets beter dan andere lidstaten. Wie niet diep valt, moet dan ook niet fors klimmen, en dat laat zich aflezen uit de procentuele cijfers. Landen die dieper door het ijs waren gezakt na de financiële crisis, moesten wel een steviger groei neerzetten om terug uit het dal te klimmen.

Afgemeten aan het voorbije decennium doet de economische groei van België het met zowat 10 procent beter dan het gemiddelde in Europa (7 procent), maar onze naaste buren overtroeven ons wel. En zoals opgemerkt door het IMF: onze groei vertoont steeds meer tekenen van slijtage. Hij stokt, en dat is riskant. Groei is simpelweg noodzakelijk, alleen al omdat de bevolking aangroeit. De taart moet groter, want er schuiven steeds meer gasten aan tafel, zo je wilt.

Begroting en investeringen: ratingbureaus slaan en zalven

Een van de makkelijkste manieren om de economische groei forser aan te zwengelen, is de uitgaven opvoeren. Door meer te investeren als overheid zet je meer mensen aan het werk, en groeit de economie. Alleen is zo’n maatregel slechts beperkt houdbaar, want in tegenstelling tot pakweg Duitsland, dat ruim 7 miljard euro overschot heeft op zijn begroting, komen wij ongeveer hetzelfde bedrag tekort. Uit de jongste voorspellingen van het Federaal Planbureau blijkt dat het begrotings­tekort voor 2019 oploopt tot 1,7 procent van het bruto binnenlands product, of ruim 7,7 miljard euro.

Rapport B Beeld Sven Franzen

Om de NV België draaiende te houden roomt de overheid meer dan 50 procent van het bbp af. Maar in ruil krijgt de bevolking minder terug van diezelfde overheid dan de andere lidstaten. Het IMF merkt haast sarcastisch op dat de overheids­investeringen tot de laagste behoren. “Het bereiken van een meer houdbare begrotings­situatie hangt af van het efficiënter maken van de uitgaven”, tikt het IMF ons op de vingers.

Tegelijk is het IMF ook niet blind voor het geleverde werk. Sinds enkele jaren voert ons land een vinger-op-de-knip­beleid, om de overheids­uitgaven af te romen. En dat lukt, zij het met zeer kleine stapjes: in 2013 bedroegen de overheids­uitgaven nog 52,5 procent van het bbp, terwijl dat net 50 procent was tegen 2017. Mooi, maar tegelijk zette dat dan natuurlijk weer een domper op de groei. Er is nu te weinig budgettaire ruimte voor noodzakelijke investeringen in infrastructuur of de voorbereidingen voor de energie­transitie, om maar die twee te noemen.

Bovendien komt ook de stoom­trein van de vergrijzing langzaamaan op snelheid. “Aangezien de vergrijzing van de bevolking de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg doet toenemen, dient de overheid voort te bouwen op eerdere hervormingen om de houdbaarheid van het pensioen­stelsel te versterken”, merkt het IMF op.

“De overheid nam de afgelopen jaren een aantal maatregelen om het begrotings­tekort en de overheids­schuld te verminderen. Ondanks bijna tien jaar economische groei is het tekort echter niet teruggekeerd naar het niveau van vóór de crisis en zal het naar verwachting verder toenemen. Met meer dan 100 procent van het bbp blijft de overheidsschuld de op vier na hoogste van het euro­gebied, wat België weinig bewegings­ruimte laat in geval van toekomstige schokken.”

Dat is in grote lijnen ook het oordeel van de befaamde rating­bureaus. Herinner u de financiële crisis waarbij doemberichten over de oplopende rente ons land en vooral de Zuid-Europese staten uit hun slaap hield. Het commentaar van Moody’s, Fitch en Standard & Poor’s was plots een nieuwe religie. Dat het nu stilletjes is rond die heilige drievuldigheid is veelzeggend. Het betekent dat de kredietwaardigheid van België goed is. Met andere woorden: internationale investeerders hebben opnieuw vertrouwen in ons land. Tussen september en oktober kwamen de drie bureaus met hun actuele rating voor België. Die bleef onveranderd op AA (Fitch en S&P) en Aa3 voor Moody’s. Die lettersoep is een beoordeling die staat voor ‘goede kwaliteit’. Even belangrijk is de outlook (de verwachtingen op iets langere termijn), en die heet telkens ‘stabiel’.

De analyses van de ratingbureaus zijn een beetje het traditionele slaan en zalven. De hervormingen door de regering werden goed onthaald, maar het mocht allemaal wat sneller en doortastender. Klassiek kregen de hoge staatsschuld en het begrotingstekort een veeg uit de pan.

Arbeidsmarkt: te veel jongeren zonder jobs

Jobs, jobs, jobs. De regering-Michel had snel haar mantra gevonden bij haar aantreden in 2014. Veel alternatieven had Michel dan ook niet. Ons land liep – en loopt – internationaal duidelijk achterop qua werkzaamheidsgraad.

Eerst het goede nieuws: de jobs kwamen er ontegensprekelijk. Tussen het derde kwartaal van 2014 en het derde kwartaal van 2018 groeide het aantal werkenden in ons land met ongeveer 242.400 personen, toont een studie van arbeids­econoom Stijn Baert (UGent) aan. Ook de werkzaamheids­graad steeg van 67,1 procent naar 70,1 procent; een surplus van 3 procentpunt dus. Op Europees niveau werd evenwel nog een licht sterkere stijging vast­gesteld, van 69,7 naar 73,5 procent, blijkt uit gegevens van Eurostat.

Ook de Belgische werkloosheid is gedaald, van 8,5 procent in 2015 tot 6,8 procent in april van dit jaar; ruim onder het EU-gemiddelde van 9,3 procent. Toch ligt de jeugdwerkloosheid boven het EU-gemiddelde en zijn er grote verschillen tussen regio’s: de jeugdwerkloosheid in het Brussels Gewest bedraagt 35 procent, tegen minder dan 15 procent in het Vlaams Gewest, kapittelt de OESO.

Ze geeft België wel een pluim voor zijn lage inkomens­ongelijkheid, de op zes na laagste van alle OESO-landen, en de loonkloof tussen mannen en vrouwen is zelfs de laagste in de OESO.

Maar er zijn ook slechte punten, waarop zowel het IMF als de Europese Commissie én de OESO herhaaldelijk hameren. Zo werkt de arbeidsmarkt slecht. Te veel mensen die deel uitmaken van de beroepsbevolking zijn niet aan de slag. Tegelijk krijgen veel bedrijven de vacatures niet ingevuld.

De mensen die beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt hebben niet altijd de kwalificaties die de bedrijven zoeken. Bovendien is de geografische mobiliteit van arbeid hier niet geweldig groot, zeker niet als een taalgrens moet worden overgestoken. Die mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeids­markt remt de economische ontwikkeling in alle gewesten af.

Het IMF wijst ons land met de vinger omtrent de activering van kwetsbare groepen. “Vooral immigranten van buiten de EU, jongeren en laag­geschoolden worden grotendeels uitgesloten van de arbeids­markt.” Ook onze ‘eeuwig­durende’ werkloosheids­uitkeringen zijn voor het IMF een doorn in het oog.

De Nationale Bank, ten slotte, wijst op de starre Belgische arbeids­wetgeving, onder meer voor nacht- en weekend­arbeid. We laten ons de kaas van het brood eten door de Nederlanders en Duitsers. “Daardoor wordt ook het potentieel van de e-commerce als verdelings­kanaal van Belgische producten voor de export onvoldoende te baat genomen.”

Klimaat: torenhoge uitstoot, slechte isolatie 

België staat voor een zware inhaal­race om zijn internationale klimaat­doelen te behalen. Dat stelt het Europees Milieu­agentschap vast in een opvolg­rapport van eind november vorig jaar. De instelling concludeert dat ons land achterop ligt om twee van zijn drie Europese klimaatdoelen in 2020 te behalen. De uitstoot van schadelijke broeikasgassen daalt niet snel genoeg, het energie­verbruik evenmin. De uitbouw van groene energie­bronnen verloopt wel volgens plan. Ook Nederland, Duitsland, Frankrijk, Ierland en Polen dreigen twee van hun drie klimaatdoelen te missen. De andere Europese lidstaten scoren beter. Vijftien landen liggen perfect op koers, waaronder Denemarken, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk.

Beeld Sven Franzen

Ook de vooruitzichten voor 2030 ogen somber. Volgens het Europees Milieu­agentschap loopt België met de bestaande klimaat­maatregelen ruim 21 procent achter op zijn uitstootdoel. Er moet dus nog bijna een kwart van de inspanning geleverd worden. Nederland ligt 5 procent achterop. Frankrijk 9 procent en Duitsland 15 procent. Afgaand op de berekeningen van het Milieu­agentschap staan alleen Ierland, Estland, Malta en Cyprus er nog slechter voor als het over de verlaging van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen gaat. Ierland en Estland kunnen weliswaar terugvallen op hun grote productie uit hernieuwbare energiebronnen, respectievelijk windmolens en bio­massa­centrales. Malta en Cyprus zijn kleine eilanden met weinig opties.

België weet wat het moet doen om zijn uitstoot te verlagen. De Europese Commissie maant ons land al jaren aan om een groene tax­shift door te voeren, waarbij onder meer het fiscale gunst­regime voor bedrijfswagens aan banden wordt gelegd. De transport­sector is immers het grootste zorgenkind. De uitstoot van auto’s en vrachtwagens blijft torenhoog. Auto’s zijn wel zuiniger geworden, maar tegelijk worden nog altijd bijzonder veel kilometers gereden. Pas vorig jaar werd een minieme daling vastgesteld.

Ook de uitstoot van gebouwen door verwarming daalt minder snel dan gehoopt. Er is een daling ingezet, maar die gaat te traag. De Belgische huizen zijn vaak slecht geïsoleerd, de vrijstaande villa’s uit de jaren 60 op kop.

Onderwijs: bronzen medaille voor Vlaanderen

Als het over onderwijs gaat, is België een gespleten land. Omdat de bevoegdheid al een poos is geregionaliseerd. Maar ook omdat het onderwijs­niveau boven de taalgrens gemiddeld een stuk hoger ligt dan onder de taalgrens. De beste graadmeter hiervoor zijn de PISA-onderzoeken. Dat zijn internationaal vergelijkende studies van de OESO naar de school­prestaties van duizenden vijftienjarigen over heel Europa. Die tests leren dat de Vlaamse leerlingen nog altijd tot de absolute wereldtop behoren op het vlak van wiskunde, wetenschappen en lezen. Wereldwijd staan de Vlaamse leerlingen op een tiende plaats, in Europa halen ze brons. Onze Duitstalige leerlingen scoren ook goed. De Franstalige leerlingen vertoeven in de middenmoot.

Toch zijn er ook problemen volgens de OESO. Te veel zwakke leerlingen vallen uit de boot. In tien jaar tijd is het aantal Vlaamse ‘laag­presteerders’ met 5 procent toegenomen. In die categorie valt op dat de sociaal-economische achtergrond van de leerlingen vaak een heel belangrijke rol speelt. Als Nederlands thuis de voertaal niet is, zakt de leerling automatisch een paar sporten op de ladder. Is de voertaal ook geen Frans of een andere Europese taal, dan is de daling nog forser. 

“Vlaanderen zal de effectiviteit van een aantal instrumenten, zoals het GOK-beleid (Gelijke Onderwijs­kansen), grondig moeten herzien”, vindt onderwijs­specialist Dirk Van Damme van de OESO. Lessen moeten bovendien niet alleen aangepast worden aan de richting die de leerling volgt, maar ook binnen klassen moet er aandacht zijn voor het verschil in niveau. Hoe beter een leerkracht daarop inspeelt, hoe beter het resultaat van de leerling.

Een ander werkpunt blijft de kloof tussen jongens en meisjes in de wetenschappelijke vakken. Jongens blijven de primussen, meisjes vinden te weinig hun ding in chemie en fysica.

Mobiliteit: openbaar vervoer schiet tekort 

De mobiliteitsknoop in ons land is zo stilaan gordiaans te noemen. Volgens de Europese Commissie is België het meest dicht­geslibde land van Europa als het gaat “om verloren uren en vertragingen, vooral rond Antwerpen en Brussel”. Het gunst­regime voor bedrijfs­wagens en het tekort aan groene fiscale maatregelen heeft hiermee te maken (zie ‘Klimaat’). Maar ook het gebrekkige openbare vervoer in ons land speelt een rol. Pendelaars hebben te weinig het gevoel dat ze zich beter en gemakkelijker met de trein of bus naar het werk kunnen verplaatsen.

Het gerenommeerde advies­bureau The Boston Consulting Group onderzoekt jaarlijks de dienst­verlening van de Europese spoorweg­maat­schap­pijen. In deze Railway Performance Index bekleedt België de veertiende plaats, met een score van 4,6 op 10. Onze buurlanden doen beter. Nederland haalt 5,3. Frankrijk een 6, Duitsland 6,1. Helemaal bovenaan staan Zwitserland, Denemarken en Finland.

De magere score van België is opmerkelijk, omdat de overheid verhoudings­gewijs erg veel geld uitgeeft aan het spoor. Alleen Zwitserland, Oostenrijk en Ierland geven nog meer subsidies aan treinen en spoor­infrastructuur. “De Belg krijgt weinig waar voor zijn geld”, stelt The Boston Consulting Group. Het adviesbureau merkt dat landen “met een transparante subsidie­stroom – waar het geld rechtstreeks wordt geïnvesteerd in de infrastructuur eerder dan in verschillende spoorbedrijven (zoals in België) – ervoor zorgen dat spoormaatschappijen kosten­efficiënter zijn.”

Defensie: Trump en NAVO nog niet tevreden

De ontslagnemende regering heeft zwaar geïnvesteerd in de modernisering van het Belgische leger. Er zijn voor ruim 9 miljard euro aan contracten ondertekend voor onder meer nieuwe gevechtsvliegtuigen, fregatten, drones en uitrusting voor de landmacht. Als lidstaat van de NAVO is ons land dan ook verplicht om zijn militaire uitgaven drastisch te verhogen. Vijf jaar terug verbonden alle NAVO-lidstaten zich ertoe om in eigen land het leger­budget te verhogen tot 2 procent van het bruto binnenlands product. Amerikaans president Donald Trump eist dat de Europese lidstaten die belofte nakomen. Hij vindt dat zijn land buiten­proportioneel veel middelen bijdraagt aan het militaire bondgenootschap. Trump heeft al meermaals gedreigd met een vertrek uit de alliantie als de Europese lidstaten niet heel snel hun woord nakomen.

Beeld Sven Franzen

Ondanks de geplande investeringen heeft België nog een aanzienlijke achterstand op de 2 procent­norm. Volgens een tussentijds verslag van de NAVO (2018) spendeert ons land ongeveer 0,93 procent van het bbp aan militaire uitgaven. Dat is een minieme stijging in vergelijking met het jaar voordien: 0,91 procent. Alleen Luxemburg doet minder goed. Landen zoals Nederland, Duitsland, Denemarken en Frankrijk schommelen rond 1 à 1,5 procent.

Met de aankoop van onder meer nieuwe gevechtsvliegtuigen zullen de Belgische militaire uitgaven stijgen richting 1,3 procent van het bbp. Zo lijkt ons land zich ergens in de Europese middenmoot te nestelen. Lijkt, want de andere lidstaten zullen wellicht ook stappen vooruit zetten. Waardoor België ondanks de miljarden­aankopen weer aan het NAVO-staartje dreigt te bengelen. Dat is hoogst ongemakkelijk voor het land dat het NAVO-hoofdkwartier en het centrale commando­centrum SHAPE mag huisvesten. “Ik verwelkom dat België gestopt is met besparingen op defensie-uitgaven en opnieuw meer investeert”, zei NAVO-topman Jens Stoltenberg vorige zomer. “Maar België heeft nog een heel lange weg af te leggen. Ik verwacht dat het land zich ook houdt aan het engagement dat we allemaal zijn aangegaan.”

Digitaal: bedrijven zijn mee, overheid minder  

In de 21ste eeuw is het moeilijk leven als je niet met een computer of smartphone kan werken. Zowat alles gebeurt vandaag digitaal. Agenda’s afstemmen, schattige baby­foto’s doorsturen in de familiegroep op WhatsApp, bankoverschrijvingen doen, de belastingaangifte invullen, in Spanje met een vertaal­app aan de dokter uitleggen waar het juist pijn doet. Wie niet mee is met de digitale maalstroom – burgers en bedrijven – dreigt hopeloos achterop te raken.

De Digital Economy & Society Index (DESI) van de Europese Commissie rangschikt de landen van de Europese Unie op basis van hoe digitaal ze zijn. Ons land scoort goed, al valt op dat we trager groeien dan de rest van Europa, waardoor we terrein verliezen ten opzichte van de rest.

België neemt positie 8 in, op de 31. Daarbij boeten we twee plaatsjes in, al komt dat ook wel door de inhaalbeweging van andere lidstaten.

Een belangrijke graadmeter is het budget dat wordt vrijgemaakt voor onderzoek en ontwikkeling. Binnen de Europa 2020-strategie hebben de EU-landen afgesproken om daar jaarlijks minimaal 3 procent van hun bruto nationaal product aan te besteden. België haalt met bijna 2,5 procent die norm niet.

Bedrijven zijn goed mee op de digitale snelweg, blijkt uit de analyse. Ook de Belg zelf scoort in Europees verband niet slecht. Een groot deel van de bevolking gebruikt regelmatig internet (86 procent, minstens een maal per week). Dat is ruim boven het EU-gemiddelde. Maar de overheid zelf kan op het vlak van e-government nog wel enkele tandjes bijsteken.

Voor ‘digitale basisvaardigheden’ scoort België boven­gemiddeld in de Europese Unie: 61 procent van de bevolking in 2017 heeft ze onder de knie, tegenover een EU-gemiddelde van 57 procent. Maar dat betekent ook dat een groot deel van de bevolking niet over die noodzakelijke vaardig­heden beschikt. In een context van een snel oprukkende digitalisering is dat een aandachts­punt.

Volgens de Nationale Bank van België klopt het schrikbeeld van een technologische vooruitgang die honderd­duizenden banen vernietigt, niet. Gouverneur Pierre Wunsch van de NBB zei recent: “We hebben de indruk dat de technologische vooruitgang versnelt. Die groei is erg arbeids­intensief en levert veel jobs op.”

Volgens de Europese Commissie moet België wel meer jongeren aan­sporen om te kiezen voor een loopbaan in de digitale technologie. De digitale vaardigheden verbeteren namelijk niet meer en het aantal afgestudeerden in wetenschappen, technologie, engineering en wiskunde daalt. Wat dat betreft staat België slechts op de 23ste plaats. Het gebruik van mobiel breedband­internet behoort met amper 73 abonnementen per 100 inwoners zelfs tot het laagste van Europa.     

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden