Woensdag 21/08/2019

HET pukkelpopPARCOURS VAN GUNTER VAN ASSCHE (29)Aantal edities Pukkelpop?9beste pukkelpopconcerten ooit?

NINE INCH NAILS (’07) • SMASHING PUMPKINS (’95) • MASSIVE ATTACK (’06)Waarom we ademloos buitenstapten bij Grizzly Bear (Club, HHHH), zo wilde een bezorgd toegesnelde Rode Kruishulpverlener weten. Wel, van élke groep die ons binnen het kwartier in een psychedelische roes brengt, raken wij nu eenmaal in acute ademnood. Elke groep die een blokfluit in zijn set binnensmokkelt zonder gezichtsverlies te lijden, heeft bij ons evenzeer een streepje voor. Net als elke groep die droogjes afrekent met de ongelijke competitie vanuit een belendende tent: “Hi, I’m Dave Grohl”, monkelde zanger Ed Droste, verwijzend naar Them Crooked Vultures in de Marquee.Al gebiedt de eerlijkheid ons ook te zeggen dat het concert vrij middelmatig begon. Zo kreunde het majestueuze ‘Southern Point’ onder de kuren van een grillige geluidsman en scheurde de gitaar van Daniel Rossen onbetamelijk luid door de zang van Droste, die je in de set trouwens pas geleidelijk kon horen. Eenmaal dat in orde stapelde de groep echter de hoogtepunten op, met als absolute coup de grâce het prachtige ‘Two Weeks’. In die song nam de charmante Victoria Legrand van Beach House, “toevallig gestrand in België”, de tweede stem voor haar rekening. On-ge-loof-lijk. Om nog maar te zwijgen over het hectische ‘On a Neck, on a Spit’, een zinderende uitsmijter waarin dronken vreugde en levenslust het ritme aangaven. Boem paukenslag! Na die geweldige passage klonk Ladyhawke (Club, HH) helaas even schimmig als ze oogde, gehuld als ze was in een ondoordringbaar rookgordijn dat over het podium hing. We zouden nochtans al te graag een oogje dichtknijpen voor de Nieuw-Zeelandse Pip Brown, zeker sinds haar fantastische concert op Leffingeleuren. Met ‘Paris is Burning’, ‘Back of the Van’ en ‘My Delirium’ kreeg ze het publiek ook hier op haar hand, maar verder was het armoe troef. Schuchter en lusteloos ploegde Pip(s) zich door ‘Magic’ of het slappe b-kantje ‘Denny and Jenny’, een wazige mix van garagerock en crapmetal. Dat juffrouw Brown daarbij onafgebroken in het ijle bleef kijken, hielp ook niet bepaald. Ook dj-producer Paul Kalkbrenner (Dance Hall, HHHH) leek doorlopend in zijn eigen hoofd te verdwalen, maar de soundtrack van zijn roes klonk een stuk spannender. Dat leek de man trouwens ook zelf te vinden: zelden iemand zo high zien worden van zijn eigen mixtalent. Met open mond, gesloten ogen en neurotisch boven zijn samplers knikkend werkte hij zich een hele set lang door euforische trance en house.Hoogtepunt daarbij was niet geheel onverwacht ‘Sky and Sand’. Tijdens Music For Life werd die song op Studio Brussel dagelijks een paar keer de ether in gestuurd, waarna de bluesy clubtrack niet meer van de radio te branden leek. Kalkbrenner bracht zijn hit eigenwijs vroeg in de set, waarbij hij een pas ontvangen gouden plaat triomfantelijk omhoog stak. Niet dat alle kruit daarmee verschoten was: met 'Bengang', 'Gebrünn Gebrünn' en 'Altes Kamuffel' reeg hij nog enkele floorfillers en abstracte grooves aan elkaar. Dat hij zijn vinger even later lelijk openhaalde aan zijn apparatuur, kon zijn humeur niet eens vergallen. Op de eerste rijen stond opvallend wat jong grut uit zijn dak te gaan. Van sommigen vermoeden we zelfs dat ze hooguit tien waren. Zo piep en toch al een uitstekende smaak, the kids are alright, mijnheer.Die kids zochten overigens niet alleen hun heil in extase en hysterie. Ook de ongefilterde pathos van Glasvegas (Marquee, HH) viel in goede aarde. Al waren het toch voornamelijk Schotse toeristen die de eerste rijen tijdens ‘Daddy’s Gone’ of ‘Geraldine’ met vlaggen en luidruchtige samenzang bezetten. Gelukkig trouwens dat die er nog waren, want als het alleen van James Allan afhing, werd er uitsluitend over de toonladder gestruikeld, met de toononvaste teaser ‘I Will Survive’ van Gloria Gaynor als dieptepunt. Verder trokken onze wenkbrauwen zich ook in een kapstokfrons bij de verschrikkelijk drammerige cover van ‘Everybody’s Got to Learn Sometime’, oorspronkelijk van The Korgis.Alle melodieuze grandeur (denk aan Spector) en slimme muzikale verwijzingen (denk aan doo-wop en soul) van Glasvegas’ debuutplaat werd met doffe gitaren aan flarden gescheurd. Een extra ster dan maar voor Allan als hartverwarmende frontman? Zo prevelde de zanger constant lieve woordjes tegen het publiek en charmeerde hij met een gezongen ode aan België. Opmerkelijk, omdat vals sentiment daarbij maar net gemeden werd.Van pluizige romantiek was geen sprake bij Future of the Left (The Shelter, HHH). Jammer dus dat die slippendragers van Shellac voor een ongeïnteresseerd publiek in een matig gevulde tent stonden te schuimbekken. Verwonderlijk was dat nochtans niet: hun songs zijn iets te tongue in cheek en synthvriendelijk voor serieuze metalminnaars en te bloederig rauw voor de fans van bijtende humor. Zo sneerde zanger-gitarist Falkous naar Snow Patrol en kreeg het publiek een veeg uit de pan toen het juichte om The Jesus Lizard. “Kiss-arsers!”, klonk de laconiek repliek. Het concert zelf barstte met ‘Arming Eritrea’ dan weer ongemeen heftig los maar de impact reikte helaas niet veel verder dan de spionkop aan de dranghekken. Humor en geweld gaan wel degelijk muzikaal samen, zo bewijst Future of the Left. Maar niet op Pukkelpop.Seks en Kiewit bleken een beter huwelijk te vormen: amper drie minuten na het aantreden van Buraka Som Sistema (Dance Hall, HHHH) had iederéén begrepen wat kuduro (Angolees voor harde kont) precies wil zeggen. Een sletterig achternichtje van M.I.A. kwam hevig met haar derrière schuddend het podium op, waarbij geen gram vet aan haar strakke billen meetrilde. Ter ondersteuning bracht het Portugese danscombo ruwe bastaardtechno die even rudimentair als aanstekelijk klonk. De temperatuur ging dan ook met de decibels akelig de hoogte in. Een hondssmerige versie van ‘IC19’ moest het vervolgens zonder vrouwenstem stellen, maar dat nam je er voor lief bij in een set die je meevoerde langs Braziliaanse, Angolese en Britse dansgenres. En passant werd Benny Benassi’s ninetieshouse ook in de mix gepleurd en plukten twee zwarte mc’s de leukste meisjes uit het publiek om op het podium mee te dansen. Al liep dat achteraf uit de hand: “Ladies,we love you very much. But please get the fuck out now”, smeekte het gezelschap toen de dames het vertikten om terug de bloedhete dancehall in te gaan.Birdy Nam Nam (Dance Hall, HHH)veranderde daarna eigenhandig het klimaat op Pukkelpop: van droge woestijnhitte naar tropische junglewarmte. Nog voor je drie stappen in de dampende container van de Dance Hall had gezet, plakte je al van het zweet en de condens. De vier Parijse turntablists trokken in dat microklimaat een uitzinnig feestje op gang, al werd je geen moment echt verrast. Te vaak stelde de groep zich namelijk als nadrukkelijke epigonen van Daft Punk en Justice op om een eigen stempel op hun act te kunnen drukken. De Parijse electrohype werd gelukkig wél snugger uitgebuit in de zinderende electrogroove ‘The Parachute Ending’, zonder meer de apotheose van een letterlijk stomende set.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden