Woensdag 24/02/2021

Het puin is geruimd, vraagtekens blijven

Waar ooit de twee WTC-torens stonden is het puin geruimd, zijn de meeste slachtoffers geïdentificeerd en verrijzen nu nieuwe wolkenkrabbers. Maar daarmee zijn, tien jaar later, nog lang niet alle vragen beantwoord over die zwaarste terreurdaad op Amerikaans grondgebied. Want naast de onvermijdelijke samenzweringstheorieën zijn er ook heel wat echte vraagtekens, zoals overtuigend wordt uitgelegd in The Eleventh Day.

Ideaal vliegweer was het, die tweede dinsdag van september toen 92 passagiers en bemanningsleden op de Logan luchthaven in Boston aan boord gingen van American Airlines vlucht 11. Welgeteld 46 minuten later boorde dat toestel zich in een van de Twin Towers die de zuidpunt van New York domineerden. Het was het begin van een dag die Amerika, en de wereld, veranderden en die eindigde met een wanhopige, door halogeenlampen verlichte, zoektocht naar overlevenden en slachtoffers. Een vrouw werd levend van onder het puin gehaald. Alle anderen overleefden de ramp niet.

Met de beschrijving van wat er op die dag gebeurde begint The Eleventh Day van Anthony Summers en Robbyn Swan. Wat ze vertellen is niet nieuw. Maar dat het toch leest als een spannend filmscenario, komt door de caleidoscopische manier waarop het wordt verteld. In korte, gebalde passages flitst het auteurskoppel van de ene plaats naar de andere. Van de uiteindelijk vier toestellen die werden gekaapt, naar de verkeersleiders op de grond. Van de inslagen in de torens en de 'jumpers' die tientallen verdiepingen hoog hun dood tegemoet sprongen, naar de hulpdiensten op de grond. Van noodberaad in Pentagon en Witte Huis, naar Florida, waar president George Bush op bezoek was op een lagere school en ook nadat hem was gemeld dat er een tweede vliegtuig in het WTC was geknald, verbijsterd starend, als bevroren, bleef luisteren terwijl de kinderen hem een verhaal over een geitje voorlazen.

Complottheorieën

Maar die vakkundige beschrijving van de 'Amerikaanse Apocalyps', is in feite niet meer dan de aanloop en achtergrond voor wat Summers en Swan echt willen meegeven. Want "hoewel we in die voorgaande hoofdstukken geprobeerd hebben te vertellen wat met zekerheid is geweten" zo schrijven ze, "is dat relaas voor velen te dicht bij de officiële versie, of gewoon fout". Klopt, want 9/11 is, samen met de moord op John F. Kennedy en de eerste maanlanding uitgegroeid tot één gigantische complottheorie. David Aaronovitch, die hierover met Voodoo Histories een boos boek schreef, definieert dat als "vermeende samenzweringen die op niets anders berusten dan de onnodige veronderstelling van een complot wanneer andere verklaringen waarschijnlijker zijn", maar het is nu eenmaal niet de ratio die ten grondslag ligt aan de eindeloze reeks theorieën. Een greep: "Niet de vliegtuigen maar springladingen, deden de WTC-torens instorten." "Het gat in de muur van het Pentagon was te klein om veroorzaakt te kunnen zijn door het derde vliegtuig, dat kwam door een raket." "In de vliegtuigen zaten geen piloten, ze werden door robots bestuurd." En zo hebben de 'truthers', de mensen die de echte waarheid in pacht denken te hebben, er nog wel een tiental. Wie er dan wel verantwoordelijk waren voor dat bedrog? Volgens sommigen "de Joden, van wie er die rampzalige dag maar liefst 4.000 niet op hun werk in de torens verschenen". Volgens anderen het eigen, Amerikaanse politiek-militaire establishment, dat op zijn minst wist dat de aanslagen op komst waren maar de andere kant opkeek, of er zelfs rechtstreeks verantwoordelijk voor was. Dat het National Institute for Standards and Technology die theorieën met de grond gelijkmaakt, wordt weggelachen, want dat is een orgaan van de gewantrouwde overheid. Dat het technische tijdschrift Popular Mechanics ze eveneens vakkundig ontkracht, wordt weggehoond met verwijzing naar de krantengroep waartoe het blad behoort.

Dat ook de auteurs die complottheorieën naar het rijk der fabelen verwijzen, betekent echter niet dat de 53 procent Amerikanen die blijkens peilingen gelooft dat de overheid hoofdzakelijk de waarheid vertelde, maar ook zaken verzweeg, helemaal ongelijk heeft. Want Summers en Swan komen eveneens tot de conclusie dat er in de officiële uitleg te weinig aandacht is besteed aan "weglatingen en verdraaiingen", terwijl die er wel degelijk waren. Op basis van serieus speurwerk en citerend uit kritiek van mensen die aan de onderzoeken werkten, stellen zij duidelijk: "er werden fouten gemaakt en misschien was er zelfs sprake van meer dan dat".

Ook The National Commission on Terrorist Attacks Upon the United States, beter bekend als de 9/11-Commissie, die het grote onderzoek voerde, stelt in haar rapport dat het Pentagon en het opperbevel van de luchtverdediging "onvolledige, onjuiste en voor onze opdracht ontoereikende informatie verstrekte". Net als de FAA, die verantwoordelijk is voor de burgerluchtvaart. En dat binnen de regeringstop verwarring en tegenstrijdige verklaringen schering en inslag waren in de eerste uren na de terreurdaden, is ook een feit. Het is zelfs nog altijd onduidelijk of vice-president Cheney, zonder zijn president te raadplegen opdracht gaf elk verdacht toestel te laten neerhalen - al was dat al niet meer nodig. De militaire respons was volgens de Commissie "slecht voorbereid en chaotisch" en John Farmer, de vroegere openbaar aanklager van de staat New Jersey die zelf zetelde in de Commissie, schreef in zijn boek Ground Truth onomwonden dat "hetzij door incompetentie, hetzij door leugenachtigheid, de bevolking misleid werd over de reactie op de aanvallen van 9/11". Of, om te spreken met twee Newsweek-collega's die ze citeren: "het gaat er niet zozeer om wat de president wist en wanneer hij dat wist, de vraag is, of de regering wel oplette".

'De Arabieren'

Over één zaak bestond van meet af aan geen enkele twijfel, noch bij de autoriteiten, noch bij de bevolking: de verantwoordelijkheid voor het drama lag bij 'de Arabieren', om precies te zijn bij Osama bin Ladens Al Qaida. Daarvoor werd in de speurtocht die politie en inlichtingendiensten na 9/11 opzetten, voldoende bewijsmateriaal gevonden, zoals de vier bladzijden tellende 'spirituele handleiding' die in de tas van complotaanvoerder Mohammed Atta werd gevonden en waar de auteurs erg veel aandacht aan besteden. Maar dat de officiële versie over de rol van de 19 jongemannen aan boord van de vier vliegtuigen niet omstreden is, betekent voor Summers en Swan nog niet dat dit het héle verhaal is. Want ook hier "verhult het 300.000 bladzijden tellende rapport van de commissie zorgwekkende factoren en feiten" - al werd daarin wel gewezen op de tekortkomingen van de FBI en de inlichtingendiensten bijvoorbeeld, die aanwijzingen over het hoofd zagen en onderling nauwelijks communiceerden. Of op de weigering van topministers zoals Condoleezza Rice van Buitenlandse Zaken om tijdige waarschuwingen van CIA-directeur Charles Tenet ernstig te nemen dat er iets op til was.

De hoofdstukken die Summers en Swan wijden aan de selectie en opleiding van de jongemannen die de Twin Towers helemaal en het Pentagon bijna opbliezen, en aan inspirator Osama bin Laden zijn, zoals het hele boek, degelijk en goed gedocumenteerd maar brengen vooral extra details. Zoals het feit dat geen belang werd gehecht aan waarschuwingen van Israëlische, Franse en Egyptische inlichtingendiensten of over de (gemiste) kansen om de samenzweerders tijdig te ontmaskeren. Het aangehaalde, oorspronkelijk uit Le Figaro afkomstige verhaal dat Bin Laden in 2001 in Dubai een ontmoeting zou hebben gehad met een Amerikaans veiligheidsadviseur, is trouwens nooit hard gemaakt. Ook de discussies op het Witte Huis over de onvermijdelijke wraakactie die leidde tot de oorlogen in Afghanistan en Irak, worden vanzelfsprekend aangeroerd, ook zonder dat veel meerwaarde wordt aangeboden. Want dat George Bush op aandringen van zijn Defensieminister Rumsfeld en tegen het advies van terrorisme-expert Richard Clarke in, toch vroeg om op zoek te gaan naar een link tussen Bin Laden en Saddam Hoessein, wisten we al uit de boeken van Bob Woodward.

Voortwoedende discussie

Belangrijker is dat Summers en Swan de ook al vaak behandelde 'Saoedische connectie' niet alleen uitgebreid belichten, maar de 9/11-Commissie er ook van betichten "de waarheid over de rol van Saoedi-Arabië te hebben verdoezeld". Ze gaan niet zo ver als ex-senator Bob Graham, de covoorzitter van de afzonderlijke onderzoekscommissie van het Congres, die zei dat "president Bush zich hier schuldig maakte aan een cover-up". Maar als ze de grote 9/11-Commissie verwijten "geen duidelijkheid te hebben geschapen over de mogelijke steun die de terroristen kregen van andere staten of van machtige mensen binnen die staten", is dat ook een duidelijke verwijzing naar de Saoedi's. Nog vernietigender is de kritiek van Richard Falkenrath, een hoge functionaris in de regering-Bush nog wel, dat er "weinig aandacht in het Commissierapport is voor feit dat Al Qaida werd geleid en gefinancierd door Saoedi's, met grote steun van de Pakistaanse inlichtingendienst".

Summers en Swan sluiten zich niet expliciet aan bij de eis van voormalig vice-president Walter Mondale en ex-Navo-topman Wesley Clark voor een nieuw en diepergravend onderzoek - waarschijnlijk in het besef dat dit toch niet zal plaatsvinden. Maar ze beklemtonen wel dat er "tien jaar na de feiten nog altijd een sluimerend gevoel heerst dat de natie en de wereld zijn bedrogen en beroofd van hun recht om de waarheid te kennen". Met dit gedegen, vele aspecten belichtende boek brengen ze alvast veel belangrijk materiaal aan voor de voortwoedende discussie over wat er fout liep voor, tijdens en na de aanslagen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234