Donderdag 01/12/2022

'Het probleem is plaats, mijnheer'

Wat zegt dat over een land als het enige brandweermuseum gemiddeld om het anderhalf jaar moet verhuizen en niet eens de titel 'nationaal' mag dragen? 'Echt, wij zijn stilaan het enige land in Europa zonder nationaal brandweermuseum. Maar we doen voort.'

Conservator Michel Van der Straeten komt met zwarte oliehanden van onder een Iveco-spuitwagen gekropen. Het vehikel, niet eens zo oud, is hier onlangs achtergelaten door een sympathiserend korps. "Het mag nu wel stoppen", zegt de conservator, een Aalsterse praatvaar. "Na de brand in de Innovation in Brussel zijn er nationale normen gekomen voor brandweerwagens. Dat was in 1972, vijf jaar na die brand. Ja, u weet hoe het gaat als de Belgische regering iets dringends te beslissen heeft."

Een licht laagje verzuring lijkt de conservator niet vreemd, maar misschien is ergernis deel van de stiel van de brandweerman. Hij gaat zijn handen wassen aan een lavabo, verliest zich in een betoog over vroeger en nu. "Voor 1972 kon het zijn dat je bij een brand aankwam en dat de ene spuitwagen een andere koppeling had dan de andere. Dan stond je daar mooi. Waar was ik gebleven?"

Onder de Iveco. Hij was iets aan het herstellen.

"Juist. Tegenwoordig zijn al die wagens in feite kopieën van elkaar. Deze wagen komt dus niet in het museum. We gaan 'm gebruiken om het te doen regenen. Wij worden geregeld gevraagd door filmmakers. Want u zult het altijd weer zien: als mensen willen dat het regent, dan regent het niet. En zo financieren wij het museum. We hebben ook de rode brandweerwagen geleverd voor Mega Mindy. En die daar is ooit nog gebruikt door Dobus de clown."

Goede voornemens

Het nationaal brandweermuseum ligt niet echt op een toeristische route. Je vindt het, na even zoeken, op een uithoek op het industriepark van Erembodegem. Het museum kreeg wel een linkje op de website van de stad Aalst, maar van daar af aan is het je vergewissen van de laatste update.

Michel Van der Straeten: "Eerst zaten we in een werkhal van de Aalsterse carnavalisten, maar die werd afgebroken. Toen kregen we een loods van de intercommunale Solva, waar we na elf maanden met plaatsgebrek zaten. We hebben daarna in Hofstade gezeten, en nu zitten we hier sinds een jaar of 2,5. Wij zijn in zes jaar vier keer verhuisd."

Het museum telt nu 95 brandweerwagens, en daarmee is het plafond in de meest letterlijke zin bereikt. Op de oprit staat de nieuwste aanwinst, een knalgele mastodont waarvan je zo kunt zien dat die niet door de poort kan. Er staat ook een half gedemonteerd R4'tje van de brandweer van Nijvel waarvan iemand zich ooit heeft voorgenomen om er iets moois van te maken.

Van der Straeten: "In het begin heb je voornemens, wil je al die wagens in hun oorspronkelijke staat herstellen. Naarmate je collectie groeit, is het meer van: eens proper opkuisen. We zijn geen toonzaal. Tot voor enkele jaren vond men altijd makkelijk afnemers voor oude brandweerwagens. Er zat veel brons in, en koper. Nu is het allemaal kunststof en komen ze er mee naar hier. Wat je ook hebt: we stallen hier een oude Ford uit Kachtem, dan zien de brandweermannen van Wachtebeke dat en zeggen ze ons dat zij ook zo'n Ford hebben. Willen ze graag van ons vernemen waarom de ene Ford wel een plek krijgt in het museum en de andere niet."

Het Duitse nationale brandweermuseum staat in Berlijn, het Britse in Sheffield, het Franse in Montville. Van der Straeten en zijn collega's hebben lang gedroomd dat Aalst een plaats zou krijgen in de lijst, maar het predicaat "nationaal" laat zich in België niet straffeloos claimen. "Je mag je museum pas nationaal noemen als alles tweetalig is. En daar gaan we echt niet aan beginnen, want dan krijg je controle van de dienst Museumbeleid en die gaan je dan pakken op taalfouten."

Een verhuizing van het nationaal brandweermuseum is minder omslachtig dan een mens zou denken. Ervaring baart inmiddels kunst. De laatste keer dat het moest, bleken 90 collectiestukken nog te kunnen rijden. En zo lijkt alles hier tijdelijk te zijn neergezet, ook de tientallen brandweerhelmen van door de jaren heen. Ze zijn uitgestald op isomo pruikenpoppen, verkregen bij een kapper.

Over bezoekersaantallen heeft de conservator het liever niet. Het museum wordt ook gebezigd voor boekvoorstellingen of een pensioneringsfeestje. "Als je die bezoekers allemaal meetelt, komen wij voor dit jaar zeker aan duizend honderd mensen. Persoonlijk vind ik dat niet slecht."

Expo '58

Michel Van der Straeten is al een kwarteeuw brandweerman, in Zaventem en in Aalst. Hij heeft de goede tijden nog gekend, van de uitslaande brand. "Vroeger bleef een huis een halfuur branden", zegt hij. "Je had tijd om de zaak eens te bekijken. Nu duurt het enkele minuten. Floep, backdraft. Wij wonen tegenwoordig in thermossen, dat is het. Onze huizen zijn te goed geïsoleerd."

Gevraagd naar het mooiste stuk van de collectie gaat de conservator eerst voor het metershoge gipsen beeld van een brandweerman met bijl en toorts, geprangd tussen een oude Ford en een bakstenen muur. Het beeld is in 1958 geboetseerd door ene Roger Lambert uit Nijvel en laatst in vier stukken teruggevonden in een vergeten loods. "Het beeld heeft nog op de wereldtentoonstelling van 1958 gestaan. Ik vind de restauratie, met witte verf, zeker wel geslaagd."

Er nog eens over nadenkend, verkiest de conservator de kleine bluswagen waarover oude collega's hem vertelden dat die nog heeft gediend in de nacht van 28 maart 1947. De Sint-Martinuskerk stond in brand, de kerk waar priester Daens tot zijn dood dagelijks de kruisweg deed. Aalstenaren wekten elkaar om vier uur 's ochtends, vormden een menselijke ketting met emmers en droegen op gevaar voor eigen leven het doek De Heilige Rochus en de Pestlijders van Peter Paul Rubens naar buiten. Dat waren tijden.

De oude bluswagen kreeg later een tweede leven als carnavalswagen en in 1990 werd het vehikel ook daarvoor te antiek bevonden. "Iemand zei toen dat wij misschien maar met een brandweermuseum moesten beginnen. De rest is geschiedenis, zoals u ziet."

Het nationaal brandweermuseum, Industrielaan 23B in Erembodegem, is elke tweede en vierde zondag van de maand open van 9 tot 17 uur.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234