Dinsdag 29/09/2020

AnalyseLopende zaken

Het probleem bij Wouter Beke: het gebeurt mondjesmaat. Wat hem mankeert is een gevoel van urgentie en leiderschap

Het eerste half jaar in de regering verloopt voor Vlaams welzijns­minister Wouter Beke (CD&V) niet bepaald genadig.Beeld ID/Bart Dewaele

Met een zelden vertoonde genadeloosheid legt het coronavirus de zwakste schakels in elke samenleving bloot. In ons land blijken niet de ziekenhuizen die ‘weak link’ te zijn, wel de woon-zorgcentra. Hoofdredacteur Bart Eeckhout analyseert de politieke week.

Als elf miljoen amateur-virologen leven de Belgen sinds de lockdown op het ritme dat de experts aangeven. De dagelijkse cijfer­updates worden gevolgd alsof het een beurskoers of een voetbalrangschikking betreft: hoeveel doden, hoeveel ziekenhuisbedden zijn er nog vacant…? Maar terwijl het publieke debat zich toespitst op de opvangcapaciteit in de ziekenhuizen, speelt de echte tragedie zich grotendeels buiten beeld af: in de woon-zorgcentra.

Toen deze krant op 24 maart de richtlijn uitbracht om zorgbehoevende bejaarden die besmet raken met het nieuwe coronavirus geen intensieve zorgen meer toe te dienen, hadden de meest direct betrokkenen niet veel tijd nodig om de dramatische consequenties van dat nieuws te begrijpen: de mensen die werken en leven in de woon-zorgcentra. Zij beseften dat ze er voortaan alleen voor stonden.

Hoofdredacteur Bart Eeckhout.Beeld DM

Al meteen de volgende dag volgde een niet mis te verstane noodkreet. De rusthuizen zijn “een tikkende tijdbom”, getuigde Paul Cappelier, voorzitter van Befezo, de federatie van zorgkundigen. Niet alleen is er een schrijnend gebrek aan medisch beschermingsmateriaal, ook het personeel is niet opgeleid om ingewikkelde medische handelingen te stellen, laat staan om mensen in doodsstrijd te verplegen.

De eerdere maatregel om de woon-zorgcentra af te sluiten voor bezoek blijkt tegelijk noodzakelijk en noodlottig. Noodzakelijk om zoveel mogelijk besmettingskansen te vermijden; noodlottig omdat het zorg­personeel toch virussen van buitenaf binnenbrengt, waarna de meest kwetsbare hoogbejaarden al te vaak een vogel voor de kat zijn. Een vogel voor wie in de meeste ziekenhuizen dus niet langer plaats is.

Een burcht wordt zo een gevangenis waarvan de sleutel is weggegooid. De cijfers liegen niet: in meer dan de helft van de Vlaamse woon-zorgcentra is het virus inmiddels opgedoken, in tientallen centra is sprake van een regelrechte uitbraak en in sommige instellingen loopt de dodentol hoog op.

Voor de bovenstaande situatie treft Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V), bevoegd voor ouderenzorg, weinig schuld. Minister Beke mag zeer zeker wel worden aangewreven dat hij pas laat tot het besef schijnt te zijn gekomen hoe extreem zorgwekkend de toestand wel is. Pas afgelopen week kon de minister een noodplan aankondigen voor de woon-zorgsector. Dat is niet gewoon laat, dat is zéér laat.

Het eerste half jaar in de regering verloopt voor Wouter Beke niet bepaald genadig. De overgang van het partijhoofdkwartier naar het kabinet van een vakminister verloopt moeizaam. Lastig uit te leggen besparingen in de voor CD&V gevoelige zorgsector, laat inzicht in symbolisch belangrijke dossiers (de - teruggedraaide - besparingen op zelfmoordpreventie) en nu is er weer dit.

Pijnpunten

Ter verdediging van minister Beke: uiteraard werden er ook eerder al – mondjes­maat – maatregelen genomen om de woon-zorgcentra te ontzien. Maar dat is juist het probleem. Het gebeurt mondjesmaat. Wat mankeert, is een gevoel van urgentie en leiderschap, het vermogen om naar de zesde versnelling door te schieten als het nodig is.

Welke zorg voor ouderen willen we echt? Die vraag kunnen we niet langer voor ons uit blijven schuiven.Beeld ANP XTRA

Al op 9 januari, een week na de eerste berichten uit China, krijgt minister Beke in het Vlaams Parlement een vraag van Freya Van den Bossche (sp.a) over de beveiliging van woon-zorgcentra tegen de uitbraak van een epidemie. Beke maakt zich ervan af met een routineuze verwijzing naar de gebruikelijke voorschriften, zoals de meeste experts en politici in die periode doen.

Het punt is dat minister Beke sindsdien in hetzelfde sussende ‘ik doe wat ik kan’-discours is blijven hangen. Voor een groeiende groep zorgwerkers blijkt dat stilaan onvoldoende.

Het is een schrale troost dat het er elders niet veel beter aan toegaat. Nederland en het Verenigd Koninkrijk tellen vele hoogbejaarde sterfgevallen niet eens mee in de statistieken, een wrang symbool van de sociale positie van ouderen. In Frankrijk woedt exact hetzelfde debat over de ondergeschoven crisis in de woon-zorgcentra. Ook daar zijn die instellingen lang buiten beeld gebleven, ook daar is er een schrijnend tekort aan geschikt materiaal en (gezond) personeel.

Toeval is dat allemaal niet. Het corona­virus raakt de samenleving ook op een van haar zwakste plekken: de collectieve ouderenzorg.

Het coronavirus was heus niet nodig om frequent jammerklachten te doen opklinken vanuit de ouderenzorg. De mensen die er werken doen hun uiterste best, maar het tekort aan personeel is er legendarisch. Vorming is een pijnpunt en soms kritische inspectieverslagen tillen geruchten over ondermaatse zorg in sommige centra boven het anekdotische uit.

De jongste tijd heeft de private sector zijn oog laten vallen op de ouderenzorg. Van de 10.000 woon-zorgbedden die er sinds 2013 in Vlaanderen bijkwamen, wordt het grootste deel commercieel geëxploiteerd. Logisch, de instroom van klanten is gegarandeerd, de inkomsten zijn stabiel en met voldoende schaalgrootte valt er een aardige marge te behalen.

Die marge is al langer reden tot bezorgdheid. Het woon-zorgcentrum in Geel bijvoorbeeld, waar al 24 doden vielen in enkele weken tijd, wordt uitgebaat door Armonea, filiaal van de grote Franse Colisée-groep. Brute pech of mede het gevolg van het lastige huwelijk van commercie en zorg? Ook die vraag verdient, na de crisis, een ernstig onderzoek.

Tweeverdieners

De precaire situatie in de woon-zorg is dus ook wel degelijk een kwestie van beleid. Niet alleen van het beleid van deze Vlaamse regering, maar ook van vele voorafgaande regeringen. Met de eerdere kritiek op het ouderenzorgbeleid is al die tijd weinig gedaan. En laten we eerlijk zijn: niet alleen door de politiek, maar ook door ons, de samenleving. De reden is simpel: in onze op een economie van tweeverdieners gebaseerde samenleving blijkt er in vele families weinig ruimte te zijn voor alternatieve zorgformules voor de alleroudsten.

Welke zorg voor ouderen willen we echt? Die vraag kunnen we niet langer voor ons uit blijven schuiven. Ze geeft aan deze coronacrisis een scherpe ethische rand. Het is een illusie om te denken dat het in de toekomst zonder collectieve zorginstellingen zal lukken. Maar die instellingen zullen kleiner, diverser, beter en ruimer omkaderd moeten zijn. En dus ook: duurder. Gek genoeg staat die budgettaire kost nog niet becijferd in de relanceplannen van de regering-Jambon.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234