Woensdag 07/12/2022

Het prille reveil van Medellin

'Vroeger floten de kogels hier om je oren en kon je in volle zonlicht gekidnapt worden.' Maar de tijden zijn veranderd: het Colombiaanse Medellin, de stad van wijlen Pablo Escobar, werkt met vallen en opstaan aan de renaissance.

DOOR LODE DELPUTTE

Twaalf miljoen kerstlichtjes overspannen dezer dagen de boulevards van Medellin, Colombia's tweede stad. In kranten en op tv worden volop inwoners aan het woord gelaten over wat ze ervan van de kerstverlichting en van het dit jaar gekozen thema, de streken van Colombia.

Intussen worden in dezelfde media de 43 beveiligde routes uitgestippeld waarlangs het halve land straks weer op reis kan. Het Duivelscarnaval in Riosucio? Geen probleem. Het Lichtfestival in Villa de Leyva? Allen daarheen. Het Carnaval van Zwart en Blank in Pasto? Reserveer uw kamer vandaag nog.

"Heel Medellin stapt straks auto's en bussen in, om met de kerst overal in het land familie te bezoeken", vertelt kolonel Victor Rojas van de Colombiaanse politie. "En omgekeerd komen steeds meer toeristen naar Medellin. We zijn heel erg in."

Rojas glundert. Alsof het herwonnen veiligheidsgevoel ook een beetje zijn verdienste is geweest. Met zijn stevige knevel, olijfgroene uniform en wapen in de kolf lijkt hij uit een Kuifjesverhaal weggeplukt. "Het gaat erg goed", pocht hij. "De burgers zijn tevreden, we werken goed samen. Niets wat de vergelijking met vroeger nog doorstaat."

Het lijkt makkelijk om Rojas' optimisme als obligate pr-bombast van de hand te doen. Maar Rojas is écht trots, en dat zijn de meeste inwoners van Medellin, want ze voelen weer houvast.

Om het met cijfers te stellen: in 2005 werden in de 'Stad van de Eeuwige Lente' nauwelijks 780 moorden gepleegd. Dat is nog altijd erg veel voor een metropool met twee miljoen zielen. Dat zijn nog steeds 37 moorden per 100.000 inwoners, een schrikwekkend aantal als je het naast de anderhalve dode in een land als België legt - al doet Medellin vandaag beter dan Washington of Atlanta in de VS.

Het is ooit anders geweest: vijftien jaar geleden, in volle oorlog tegen Pablo Escobar en zijn in drugs, wapens en chaos grossierende kartel, lag het sterftecijfer door moord hier meer dan tien keer hoger. In 1991 telde Medellin nog 6.349 kogeldoden. Tussen 1992 en 2002 sneuvelden hier liefst 42.393 inwoners, vooral tieners en jonge mannen. Het geweld was alomtegenwoordig, er gold een soort avondklok en op de toegangswegen naar het centrum stond het ene legercheckpoint na het andere.

Bij eerdere bezoeken aan de stad, in de loden jaren negentig, stuitte deze journalist nog alom op grimmigheid. Op uitgebreid jong sterven ook, dat van de negentienjarige zwarte jongen Winston bijvoorbeeld, die na zijn demobilisering uit de door de Farcguerrilla gestuurde stadsmilities een kogel kreeg. Niemand kwam ooit te weten of het nu een vergelding door de Farc betrof, dan wel een actie van de paramilitairen die de stad op de guerrilla begonnen te veroveren. Vandaag, tweeënhalf jaar nadat ook de 867 strijders van het paramilitaire blok Cacique Nutibara (BCN) zich hebben laten ontwapenen, horen we van Leonor Renteria, een zwarte vrouw uit de sloppenwijk Moravia, dat het leven er rustig geworden is, de mensen vriendelijk zijn.

"Vroeger floten de kogels hier om je oren en kon je in volle zonlicht gekidnapt worden. Nu is er geen enkel probleem meer." Het doet nog enigszins onwezenlijk aan, het gevoel dat Colombia ondanks zijn onpeilbare problemen en oorlogsleed weer adem durft te halen. Door uit te pakken met Botero, zanger Juanes, of - omdat hier zijn vliegtuig neergestort is! - tangogod Carlos Gardel, wil Medellin laten zien dat het heus wel meer in petto heeft dan de Escobars van deze wereld. Een nieuwe metro en in het openbaar vervoer geïntegreerde kabelbaan waarmee de armen in een mum van tijd naar het stadscentrum kunnen, het zijn de meest aperte tekenen van het reveil.

En toch, onvermijdelijk woelt de spanning onderhuids. De oeverloze violencia heeft ook diepe, amper heelbare wonden geslagen. Medellin is daarmee de metafoor voor heel Colombia, waar in de jaren veertig en vijftig liberalen en conservatieven met elkaar in de clinch gingen; in de jaren zestig en zeventig staat en guerrilla's; vervolgens, in wat gaandeweg een maalstroom van horror werd, staat, guerrilla's en paramilitairen; ten slotte staat, guerrilla's, paramilitairen en drugskartels. Niemand die er benul van heeft hoeveel slachtoffers het geweld de natie gekost heeft, maar het cijfer loopt hard in de miljoenen.

De statistieken zijn ook in Colombia altijd weer het probleem. Zo lijkt niemand te weten hoeveel ontheemden het land telt, een werkelijkheid die nochtans alle Colombiaanse grootsteden treft. Talloze Colombianen moesten de jongste jaren land, have en goed verlaten, op de vlucht gejaagd door gewapend gespuis van velerlei allooi. Nu eens betreft het linkse guerrillero's, dan weer rechtse paramilitairen, steevast lui die grond willen, of veilige corridors waarlangs ze hun drugs kunnen exporteren - ook naar markten als de Belgische.

In de toespraak die hij onlangs in een school in Comuna 13 hield, voor een publiek van ontheemden nog wel, vermeldde de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht het cijfer 1,6 miljoen. De gezaghebbende Colombiaanse ngo CODHES spreekt dan weer van 3,5 miljoen over de jongste twee decennia, andere bronnen van 2 of 2,2 miljoen interne vluchtelingen.

Hoeveel zijn het er dan? En betekent eenmaal ontheemd altijd ontheemd? Wat doe je met een ongeluksvogel die niet één, maar drie, vier of vijf keer verjaagd is? Is die persoon statistisch één ontheemde, of zijn het er vijf?

Crucialer dan het antwoord op die vragen is de vaststelling dat heel Medellin door ontheemdheid is getekend: de ijsjesverkoper in Parque Berrio, de schoenpoetser bij de ingang van de metro, de blinde bedelares in Playa, de snoepverkoopster in Manrique. Elk slopje op de heuvels vertelt een verhaal van brandschatting, verlies, doodslag, wraaklust, soms wegens zoveel absurde, niet te duiden ellende.

"Ik ben in 2004 gearriveerd", vertelt Maria Ligia Montoya, die vandaag in Comuna 4 woont. "Ik kom uit het dorp Argelia, daar verbouwde ik gewassen voor ons eigen levensonderhoud. Ik weet niet wie ons op de vlucht gejaagd heeft. Op het platteland zijn zoveel gewapende groepen actief. Ik herinner me dat we het huis lopend uit moesten, omdat er van alle kanten op geschoten werd. Toen staken die lui het ook nog in brand. Ik dank de maagd Maria dat wij het overleefd hebben. Ik ken gezinnen waar iedereen, jong en oud, is uitgemoord."

Ondanks het regeringsprogramma Accion Social zijn de ontheemden in de eerste plaats op zelfhulp aangewezen, zeggen ze. "Huisvesting krijgen we niet, kleding krijgen we niet, essentiële gezondheidsdiensten evenmin", foetert José Maria Sierra, een bejaarde ontheemde die een zelfhulpgroep voor leeftijdsgenoten opgericht heeft. "Als ik paramilitair of guerrillero geweest was in plaats van een brave boer, en ik zou mijn wapen ingeleverd hebben, welaan, dan wachtte me nu het lekkere leventje, zeker weten." En dan, op fluistertoon: "Iedereen houdt hier de adem in, die lui kunnen zo opnieuw beginnen."

Met het Bloque Cacique Nutibara van Don Berna, de schrik van Medellin, werd in 2004 het eerste 'blok' paramilitairen ontmanteld. Intussen zijn in heel Colombia liefst 31.000 para's ontwapend, naar schatting 95 procent van die groep. Een omstreden Wet voor Gerechtigheid en Vrede - voor mensenrechtenverenigingen komt ze boudweg op amnestie neer - moet die zware jongens bestraffen of herintegreren, afhankelijk van wat ze op hun kerfstok hebben.

Om de gedemobiliseerden koest te houden, moeten het linkse stadsbestuur van burgemeester Fajardo en de conservatieve regering van president Uribe, eveneens afkomstig uit Medellin, noodgedwongen, en over alle politieke wantrouwen heen, de handen in elkaar slaan. De staat zijn legitimiteit teruggeven, en in één ruk door vermijden dat de paramilitairen zichzelf de verdienste voor de prille vrede op de borst spelden: ziedaar de opdracht.

In het Don Boscocentrum, waar De Gucht eind november op bezoek ging, leren tienerjongens opnieuw zonder wapens door het leven te gaan. Sommige waren als kindsoldaat door de Farc geronseld, andere door de paramilitaire AUC.

Carlos Alberto (17) studeert voor schrijnwerker. "Ik ben op mijn zestiende bij de paramilitairen gegaan, ze hebben ons collectief gedemobiliseerd." Hij ziet eruit zoals de meeste jongens in de volkswijken: licht snorretje, baskets, jeans, kort haar. Maar hij heeft ook een zonnebril op, alsof hij er toch een beetje dreigend wil blijven uitzien.

"Ik houd nog steeds van wapens. En het was niet mijn individuele keuze om me te laten ontwapenen. En ja, ik heb mijn wapen gebruikt. Als jij de anderen niet doodt, nou, dan doden zij jou. Ik had niet het gevoel dat daar iets fout mee was."

Of hij dan geen vrede wil? "Natuurlijk wel, daarom is het goed dat ik hier samen ben met ex-guerrillero's, dat ik zie dat die jongens net als ikzelf zijn. Alleen hoop ik dat dit proces goed afloopt. Ze hebben ons opleiding en herintegratie beloofd, gratis gezondheidszorg en een rist andere dingen, maar het wordt wel tijd dat de beloften in daden omgezet worden."

Intussen heeft Carlos Alberto elektrische gitaar leren spelen en nu staat hij, als betrof het zijn nieuwe wapen, royaal te showen op het podium. Met zijn bandje speelt hij wat de officieuze hymne van Medellin geworden is, de aan deze stad ontsproten wereldhit 'La Camisa Negra' van Juanes.

In het Don Boscocentrum, hoog op de flanken boven Medellin, is intussen een feestje losgebarsten waarvan je de aanstekelijkheid zo op de rest van de stad zou willen zien overslaan. Downtown staat het kerstfestival alvast helemaal in de steigers en muziek heeft Medellin volop in huis: liefst dertigduizend jongeren uit de volkswijken hebben zich de jongste jaren bij jeugdorkesten aangesloten, waardoor ze niet langer op straat rondhangen.

Mogen we die evolutie toejuichen? Als de grotere veiligheid niet zo'n succes geweest was, zou president Uribe in mei dit jaar zeker niet herverkozen zijn. Maar Antonio Navarro Wolff, een eind de jaren tachtig tot de democratische politiek bekeerde guerrillero en nu voorman van de grote linkse oppositiepartij PDA, is streng.

"In dit land heeft Uribe 8,5 miljard peso's aan militarisering uitgegeven, amper een half miljard aan ontwikkeling. Maar zijn poging om de Farc klein te krijgen is niet gelukt. De paramilitairen daarentegen waren van meet af aan de staat gelinkt. Vandaag maakt Colombia zelfs een immens politiek schandaal mee omdat zoveel paramilitairen banden blijken te hebben met parlementariërs. Nooit eerder hebben de paramilitairen hier zoveel macht bezeten als nu. De slachtoffers van hun gruweldaden blijven intussen in de kou staan."

"Gerechtigheid?", vraagt de eerder vermelde Maria Ligia, de ontheemde vrouw uit Argelia, zich af. "Streef ik naar gerechtigheid? Neen, want ik heb niet eens een klacht ingediend. Of beter, ik was bang om een klacht in te dienen. Als je van het platteland komt en je belandt in een stad als Medellin, tja, dan voel je je schuchter, zit er een knoop in je geest. Verhaal halen? Neen, dat wil ik niet meer. Het enige wat ik wil, is gelukkig zijn, hier in Medellin, mijn nieuwe stad. In vrede leven ook. Paz, paz en nog eens paz."

studeert vandaag voor schrijnwerker:

Ja, ik heb mijn wapen gebruikt. Als jij de anderen niet doodt, dan doden zij jou. Ik had niet het gevoel dat daar iets fout mee was

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234