Dinsdag 07/07/2020

Het positieve evangelie van Castelbajac

Hij kleedde de paus en Charlie's Angels, hij is 'heel erg Amélie Poulain', zoals hij zelf zegt, (vertaald: positief, Frans en optimistisch) en hij is een nieuw mens geworden. Hij etaleert graag zijn belezenheid met een citaat van Kant, een verwijzing naar de situationisten en Snoopy ondertiteld met Shakespeare. Een heel Parijs' gesprek met Jean-Charles de Castelbajac.

In zijn showroom op de Parijse Rive gauche is de vloer betegeld met een patchwork van glazuur. "Achtenveertig verschillende kleuren", licht Jean-Charles de Castelbajac ongevraagd toe, terwijl ik achter hem naar zijn kantoor loop, "een cadeau voor mijn achtenveertigste verjaardag." Ook zijn vijftigste heeft hij op een bijzondere manier gevierd: hij trakteerde zichzelf op een haute-couturecollectie. Dezelfde speelse ideeën als in zijn prêt-à-porter, maar uitgewerkt in materialen en met technieken die alleen bij maatwerk mogelijk zijn. "Het is alsof je rallypiloot bent en voor een keertje de Formule 1 mag rijden", verklaart hij dat uitstapje naar de luxe. Maar het was een - voorlopig - eenmalig fantasietje. "Ik sta aan het hoofd van een van de laatste onafhankelijke modebedrijven van Frankrijk, zelfgefinancierd, en mijn prioriteit ligt niet bij stijloefeningen maar bij iets populairders, in de goede zin van het woord dan. Die haute-coutureshow heb ik gedaan omdat het spannend was en interessant om mijn ludieke ideeën te transponeren naar een zeer semantisch en traditioneel universum. Maar ik heb dus wel haute couture gemaakt met Jimi Hendrix-jurken en Bambi-borduursel."

De show werd gehouden in het statige hôtel particulier waar we nu zitten. Elke zaal had door middel van gekleurde tulen draperieën een verschillende kleur gekregen. Ik zat in de gele zaal en vroeg me af wie er een half miljoen over zou hebben voor een jurk die nog het best geschikt zou zijn voor Papagena op het toneel.

Kleur is essentieel in Castelbajacs ontwerpen. Het zijn directe, primaire kleuren: rood, groen, geel, blauw en wit, als op een kindertekening. Ook dat is typisch voor zijn idioom: kinderlijkheid. De Middeleeuwen zijn zijn favoriete periode uit de geschiedenis, wat allicht te maken heeft met zijn afkomst. De Castelbajacs zijn oude adel uit Zuidwest-Frankrijk, zijn ouderlijk huis is een machtig kasteel in de Pyreneeën. Jean-Charles houdt van engelen en van ridders, maar laat ook graag horen dat hij mei '68 in Parijs heeft meegemaakt, weliswaar op zijn Harley Davidson. Hij werkt samen met vaak controversiële kunstenaars en muzikanten. Malcolm McLaren bijvoorbeeld maakte de muziek voor verscheidene defilés. Maar hij houdt evenzeer van poëzie en filosofie, en hij verzamelt oude vlaggen (de meest gekoesterde en oudste is er een van de Chouans).

Uit die mengelmoes ontstaat het 'universum Castelbajac', dat zijn neerslag heeft gekregen in twee concept stores in Parijs, een in de rue Madame, de recentste aan de Marché Saint-Honoré. Voor zijn kledingcollecties houdt Castelbajac het meestal bij eenvoudige vormen, maar vaak met ludieke opdrukken of details. "Mijn eerste inspiratie komt van het uniform - en dan bedoel ik het hele scala, van het militaire uniform tot de Chanel-tailleur - en van werkkleding. Dat is de basis van alles. Functionele stukken die honderd jaar later nog steeds overeind staan. Pas als je die basis hebt, kun je aan het decorum beginnen denken."

Hij is geobsedeerd, zegt hij, van 'le détournement' en voelt zich daardoor verwant aan de situationisten. Bij hem uit zich dat bijvoorbeeld in een trui met een opdruk van Snoopy met een 'onderschrift' van Shakespeare erbij. Aan datzelfde 'détournement' dankt hij zijn doorbraak: van een deken maakte hij een jas, John Lennon vond dat een interessante gedachte, trok ze aan en de trein was vertrokken. Later zat er in elke collectie van Castelbajac wel iets gelijkaardigs: een jas van aaneengenaaide speelgoedberen of een trui van vilten baretten. Hij haalde voorpagina's van kranten met jurken met handgeschilderde portretten van Serge Gainsbourg, werken van Basquiat, graffiti van Keith Haring of uitvergrote prenten uit stripboeken van Guy Peelaert. Onlangs heeft iemand een omvangrijke collectie van zijn kleren geveild. "Toen ik daar een model zag lopen in mijn Jackie Kennedy-jurk van meer dan twintig jaar geleden was ik heel blij", zegt Castelbajac, "want wat ik zag was nog altijd modern." Of 'opnieuw modern', want er is een hele periode geweest waarin hij met zijn stuntkleren weliswaar veel media-aandacht kreeg, terwijl de echte modevolgers er schouderophalend aan voorbijliepen.

Op zijn bureau ligt vandaag een nummer van het hippe Britse magazine Sleazenation, in het midden zijn de bladzijden met Post-its gemarkeerd. "Kijk", zegt hij met onverholen trots, "tien pagina's over mij deze maand. Toen ze mij hier kwamen interviewen, keken ze rond waar de ontwerper was. Ze verwachtten een piepjonge kerel, geen ouwe zoals ik. Zij kenden mijn voorgeschiedenis helemaal niet. Maar zie, die leren jas hier, volledig uit handschoenen gemaakt, uit mijn beginperiode, hoe vaak is dat intussen niet nagedaan?"

Hij ligt inderdaad opnieuw goed in de markt, optimisme mag weer, trash en heroin chic zijn voorbijgestoken door speelsheid en fantasie. "In Frankrijk heb je nu nog twee partijen", zegt hij, "ofwel ben je pro Amélie Poulain, ofwel Loft Story (de Franse versie van Big Brother, AG). Ik vond Amélie Poulain geweldig. En ik was niet alleen. Zelfs Libé heeft na een stroom van lezersbrieven zijn negatieve kritiek moeten inslikken."

Hebt u niet geleden in de jaren tachtig, negentig, toen de mode heel zwart was, minimalistisch, het tegengestelde van uw kleurige vrolijkheid?

Jean-Charles de Castelbajac: "Natuurlijk heb ik afgezien. Het is toen trouwens dat ik ben gaan lesgeven. Maar uit die tocht door de woestijn is mijn stijl herboren. Ik ben niet mee op de kar gesprongen van de post-Japanners, van de zwarte kant van Antwerpen, van het minimalisme. Maar ik heb wel mijn stijl uitgepuurd. Mijn parcours in de mode is een vorm van analyse. Ik ben nooit bij een psy op de bank gaan liggen, maar ik heb altijd een grote bewondering gehad voor Gilles Deleuze, voor Lacan, en ik denk dat ik mijn analyse nu rond heb. Ik herbegin mijn leven. Ik ben gelouterd. Ik heb het niet meer nodig om statements te maken.

Wat heeft bij u de klik gegeven voor uw wedergeboorte?

"Als keerpunt zie ik het jaar 1997, toen ik werd aangezocht om nieuwe kleren te maken voor de paus, ter gelegenheid van de Journées mondiales de la jeunesse in Parijs. "Toen kardinaal Lustiger me dat vroeg, was mijn eerste reactie: neen, straks denken ze nog dat ik een catho ben. Maar ik heb het toch gedaan. Mijn uitgangspunt daarbij was: wat verbindt de hemel met de aarde? Dat is de regenboog. Daarop ben ik beginnen werken, tot mijn vrienden me erop attent maakten dat ik eigenlijk de vlag van de homo's voor de paus aan het verwerken was. (lacht)

"Maar door dat te doen heb ik mijn werk en mijn geloof in harmonie kunnen brengen. Het gebeurt zelden in het leven dat je zo'n evenwicht vindt. Er is een zin van René Char waar ik veel van hou: Va vers ton risque, à te regarder ils s'habitueront. En ziedaar, ik heb het risico genomen en nu komt de jeugd terug tot mij."

Hij steekt nog een sigaret op. Hij draagt een lichtgekleurd linnen pak, een wit hemd, klassieke veterschoenen, maar in zijn borstzakje zit een lefdoekje met een grote kabouter op. "Na die ervaring leek het of er voor mij een periode was afgesloten. Ik heb alles achter me gelaten wat het publiek met Castelbajac associeert, de felle kleuren, de teddyberen... en ik heb een collectie gemaakt die volledig gebaseerd was op het kruis. 'Premier secours' noemde ik ze, en de volgende werd 'Urgence dans le métro'. Ik ben wel trouw gebleven aan mijn stijl, maar het is allemaal veel helderder geworden, doorzichtiger. Het eerste ogenblik waren mijn trouwe klanten geschokt door die evolutie, maar gelukkig voelde een jongere generatie zich aangesproken. Inmiddels zijn de moeders teruggekeerd, samen met hun dochters. Ik denk dat ik een van de zeldzame ontwerpers ben die een transgenerationeel cliënteel heeft. Voor mij zijn er in de mode geen stammen, je kunt niemand uitsluiten. Ik mag er niet aan denken alleen de trendy jonge meisjes te kleden. Als ik een feest geef, komen daar ook mensen van alle leeftijden en van alle sociale klassen."

Ik heb me weleens afgevraagd waarom u per se modeontwerper wilde zijn. Wat u deed was altijd grafisch erg sterk, maar had, zeker in de minimalistische periode, bijzonder weinig met de heersende modetrends van doen.

"Inderdaad, ik heb ook een hele tijd geaarzeld of ik me niet geheel op de grafiek zou storten. Een jaar lang heb ik geschilderd. Ik heb zeer mooie schilderijen gemaakt. Maar er zat veel lijden in, terwijl ik iemand ben die veel vreugde kan schenken, als ik gelukkig ben. Het werk van een schilder is voortdurend in een spiegel kijken, en uiteindelijk ligt dat me niet. De mode is een vak waarin je een medium bent. Ik heb de intuïtie. Intuïtie is inspiratie, en daardoor heb ik de gave van de creativiteit. Neem mijn huidige mannencollectie. Ik heb ze opgebouwd rond Steve McQueen. Waarom hij? Ik weet het ook niet precies. Maar plots, de voorbije vier weken, zie ik overal reportages over Steve McQueen opduiken. Toeval? Weet je, de mode interesseert mij eigenlijk niet. Wat mij bezighoudt is de wereld, de samenleving. Als je leest, als je luistert, als je het culturele landschap volgt, als je accepteert dat je een soort kanaal bent dat die dingen doorgeeft, dan slaat je werk onvermijdelijk aan. Wat mij boeit is die transversaliteit. Als ik zeg: Steve McQueen, dan schieten mijn ontwerpers in gang. Ze komen terug met een witte fauteuil met twee rode en blauwe strepen. Onmiddellijk vertrekken de mensen van de schoenen in dezelfde richting, en de horloges, en alle ideeën vallen op hun plaats. Dat is wat mij fascineert. Binnenkort komt er een componist van elektronische muziek bij. Dat moet allemaal samenvallen. Ik wil een Factory maken zoals die van Warhol, 's morgens een idee hebben en het 's avonds uitgevoerd zien."

Castelbajac is voorzitter van de Chambre Syndicale de la Couture et des Créateurs, en in die hoedanigheid volgt hij vooral de nieuwe, jonge ontwerpers die zich aanmelden. Bernhard Willhelm is een van zijn favorieten: "Ik beschouw hem een beetje als mijn spirituele zoon", zegt hij. Hoe het komt dat er zich momenteel zo weinig jonge Fransen onderscheiden? "Ik denk dat er wat schort aan de opleiding in dit land. De school van de Chambre Syndicale de la Couture is heel technisch, heel traditioneel, heel bijzonder. Maar je hebt hier geen school die een concept heeft. Mode kun je omschrijven als intuïtie, waar ze toe leidt is een concept, een idee. Kant zegt: 'Alle intuïtie waar geen idee achter zit, leidt tot niets, zoals omgekeerd een idee zonder intuïtie ook tot niets leidt'.

Hoe rijmt hij dat met de huidige situatie waarin grote merken de kleintjes dreigen te verstikken, of ze recupereren door ze in te schakelen in hun marketingmachine?

Castelbajac: "Als we historische parameters nemen, bijvoorbeeld de oorlog in Vietnam, dan heb je aan de ene kant Nixon, aan de andere kant Ho Chi Min. Het creatieve kun je gelijkstellen aan Ho Chi Min; als jonge ontwerper zit je in het verzet. Jonge mensen als Olivier Theyskens, iemand die ik zeer waardeer, hebben zich al heel vroeg moeten verweren, en daardoor worden ze sterk. Ze moeten alleen opletten dat ze niet struikelen op de weg van het verzet. (stilte) Ik heb er ook nog geen oplossing voor. Ik weet alleen dat ik onvoorwaardelijk aan de kant van de jonge ontwerpers sta. En dat weten ze. Maar je kunt niet aan de ene kant de marketing hebben en aan de andere kant het talent. Zonder economische werkelijkheid kan talent niet overleven. Ik denk dat het daaraan is dat we moeten werken."

'Ik wil een Factory maken zoals die van Warhol.'s Morgens een idee hebben en het 's avonds uitgevoerd zien'

'Mijn eerste inspiratie komt van het uniform en van werkkleding. Functionele stukken die honderd jaar later nog steeds overeind staan' Castelbajac: 'Ik mag er niet aan denken alleen de trendy jonge meisjes te kleden. Als ik een feest geef, komen daar ook mensen van alle leeftijden en van alle sociale klassen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234