Dinsdag 15/10/2019

Het perfecte toernooi

Na de dopingbom Ben Johnson in 1988 stond de eerste olympische sport aan de rand van de afgrond, maar door traagheid van de dopingkruisvaarders en Amerikaanse tegenwerking werd Tokio 1991 het beste atletiektoernooi ooit. Zo mooi als toen wordt het nooit meer met de atletiek.

Door Hans Vandeweghe

Osaka l Beter doen dan de aartsvijanden - eerder rivalen - uit Tokio, daar is het Osaka om te doen. Beter doen betekent records. Beter dan Tokio is daarom alleen al een illusie.

De openingsceremonie van aanstaande zaterdag draait rond de dubbele betekenis van het begrip 'beat': de hartslag van de atleet, maar vooral de lokale hang naar wereldrecords.

Tokio 1991 was het derde WK in de geschiedenis van de atletiek. Tot dan was deze mondiale sport avant la lettre vooral Europees geïnspireerd. De Nederlander Adriaan Paulen was voorzitter van de IAAF tot hij in 1981 van de macht werd verdrongen door zijn (van dan af niet meer zo) goede vriend Primo Nebiolo. Die zag het groots en wilde in navolging van alle andere olympische sporten een eigen wereldkampioenschap. De atletiekhoofdstad van de wereld, Helsinki, kreeg in 1983 de primeur. Vier jaar later sloeg het nieuwste circus van de Italiaanse despoot de tenten op in Rome. Opnieuw werd het toernooi een groot succes.

Niemand die toen ook maar een vermoeden had dat de wereld er vier jaar later in Tokio helemaal anders zou uitzien. De zomer na Rome 1987 kwamen de Olympische Spelen van Seoel, vooral bekend omdat ze na studentenprotesten het plaatselijk regime tot respect voor de burgerrechten aanzetten, maar nog meer omdat Ben Johnson er werd betrapt op stanozolol, een langwerkend anabolicum.

In Seoel werd de medaillestand aangevoerd door de DDR, een landje van negentien miljoen inwoners met een fenomenaal sportsysteem en daar bovenop een uitgekiend dopingprogramma dat 101 medailles opleverde. Seoel '88 waren de Spelen van Jacky Joyner-Kersee in de zevenkamp en het verspringen, van Florence Griffith op de 100 en 200 meter. Sergej Boebka won zijn eerste polsstokgoud, Kristin Otto won zes gouden medailles in het zwemmen. Greg Louganis heerste van de duikplank.

In 1986 was de notie geschrapt dat alle olympische atleten amateur moesten zijn en werd tennis toegelaten. Steffi Graf won goud en dat jaar ook alle Grand Slams, de Golden Slam dus. De sport was toe aan een revival en de wereld leek een betere en vooral een rustigere plek toen de Spelen ten einde waren. Een jaar later viel de Berlijnse Muur en kon in het Grote Boek van de Geopolitiek een nieuw hoofdstuk worden bijgeschreven.

Tokio kreeg tussen 23 augustus en 1 september 1991, in hetzelfde olympisch stadion waar in 1964 onze Gaston Roelants zijn goud won, 1.500 atleten van 167 verschillende landen over de vloer. Osaka heeft die strijd al gewonnen met meer dan 2.000 atleten van 203 verschillende landen, maar in dat gezelschap zitten geen kampioenen als toen in Tokio. Geen Carl Lewis, Mike Powell, Sergej Boebka, Michael Johnson, Marie-Jo Pérec of Katrin Krabbe.

Op de tweede dag van het WK in Tokio werd de snelste 100 meter gelopen uit de geschiedenis. 1,2 meter per seconde wind in de rug, dus ook met de beste omstandigheden uit de geschiedenis, maar eigenlijk een race die nooit de eindstreep had mogen halen. Dennis Mitchell - die in 1998 levenslang geschorst zou worden voor dopinggebruik - had een reactietijd van 9 honderdsten, onmogelijk voor een mens. De starter had zijn koptelefoon niet opgezet en kreeg geen signaal van een valse start. Hij schoot geen tweede keer en de meute was op gang. Geen tien seconden later liepen zes van de acht finalisten over de streep. Leroy Brurrel had een paar maanden eerder in New York het wereldrecord op 9.90 gebracht ten nadele van zijn Santa Monicaploeggenoot Carl Lewis. In Tokio zou hij daar nog een twee duizendste van af halen, maar Carl Lewis (30 al) deed nog beter: 9.86 en een nieuw wereldrecord. Mitchell-de-haas zou brons winnen. De zesde, Ray Stewart van Jamaica, finishte in 9.96.

Op 25 augustus werd geschiedenis geschreven en niemand die meteen dacht aan doping. Was Ben Johnson niet betrapt in 1988? En had de IAAF niet als eerste sportbond (samen met de al even heiliger-dan-de-paus zwembond FINA) met veel bombarie de trainingscontroles in het leven geroepen? Fast Flo was onmiddellijk gestopt en we wisten waarom. Voortaan zou atletiek zuiverder worden. De nieuwe generatie waste witter dan wit, maar daar waren geen bewijzen van. De sporadische trainingscontroles misten tot diep in de jaren negentig hun effect. Hoewel, één keer was het toch raak. Katrin Krabbe, ex-DDR, won namens het eengemaakte Duitsland de 100 en 200 meter. Even later dat jaar zou ze in Zuid-Afrika op een training (niet van de IAAF, maar van de Duitse sportbond) betrapt worden op afleveren van urine van een zwangere vrouw, terwijl ze zelf niet zwanger was. Krabbe zou nooit meer lopen. Dezelfde urine werd gevonden bij haar vriendin Grit Breuer, die in Tokio de 400-meterfinale had verloren van Pérec.

Nog doping. Het waren de Amerikanen die het WK van Tokio beheersten. Pas veel later kwam we te weten dat de Amerikaanse atleten door hun grondwet én hun atletiekbond én hun olympisch comité beschermd werden tegen de huis-aan-huiscontroles die atleten over de hele wereld wel kregen te verduren. Een Keniaan als John Ngugi die zich verzette tegen ochtendlijke controleurs werd geschorst. Amerikanen kregen 48 uur om zich te melden en konden ongehinderd met hun urine (van bloed was toen nog geen sprake) knoeien. Het is nog maar twee jaar dat de Amerikaanse topsporter op Amerikaans grondgebied kan verplicht worden onmiddellijk urine af te leveren.

Daar maalde in die tijd niemand om. Sterren waren toen nog sterren en niet bij voorbaat verdacht. De 200 meter had een jaar eerder kennis gemaakt met ene Michael Johnson. Een enigma naast, een standbeeld op de baan. Hij won in 20.01. Niets bijzonders, behalve dan die tegenwind: 3,4 meter per seconde. Johnson had die avond al het wereldrecord van Pietro Mennea (19.72) kunnen pakken. Hij hield het moment voor de Spelen van Atlanta, vijf jaar later.

In Tokio kon ook China, en meteen Azië, de eerste wereldkampioen vieren. Zeven jaar nadat de Culturele Revolutie was teruggedraaid en het grootste land ter wereld weer op het sporttoneel was verschenen, won Huang Zihong goud in het kogelstoten. De wereld was veranderd, want Hong - voor de intimi - kwam na haar tweede titel in Stuttgart 1993 naar Nederland trainen en in Engeland studeren. Dan O'Brien miste op een haar na - hij had maar wat harder moeten lopen in de afsluitende 1.500 meter - het fabuleuze wereldrecord van Daley Thompson. Hassiba Boulmerka en Nourredine Morceli wonnen in korte broek en naakte benen - tegen de zin van de islamisten in hun land - hun 1.500-meterfinales.

En toen op vrijdag 30 augustus, dag op dag vier jaar na de positieve plas van Ben Johnson, werd de atletiekwereld opnieuw opgeschrikt, maar deze keer met echt positief nieuws. Het verspringconcours beloofde hoogspanning, het publiek kreeg een kernexplosie. Carl Lewis zette meteen de toon met 8m68. Mike Powell, de eeuwige tweede, volgde op 8m54. Lewis was warm en duwde door: 8m83. Powell miste dezelfde afstand op een kleine teen na. De wind blies toen te veel in het voordeel. Lewis, de meester-technicus, paste zijn aanloop aan. 8m91 bij zijn derde poging. Nieuw wereldrecord? De windmeter was onverbiddelijk: 2,9 meter per seconde was meer dan de toegelaten 2 meter. Carl Lewis zou nooit verder springen.

Vijfde poging voor Powell: alles of niks. Een onweer dreigt. Het is een reuzensprong, dat wel. En de windmeter? Maar 0,3 meter per seconde? De kenners in het publiek twijfelen. Het duurt even voor de afstand op het scorebord staat: 8m95.

Vijf centimeter verder dan de illustere Bob Beamon van Mexico 1968. 23 jaar heeft het record gestaan en nu is het van de tabellen. Carl Lewis heeft nog twee sprongen en haalt 8m84 en 8m87 uit de kas. Aan het eind van de rit heeft hij vier van de zes keer verder gesprongen dan 8m80. Nog nooit vertoond. Maar voor Mike Powell (Mike Foul was zijn bijnaam wegens al zijn foutsprongen) heeft al het risico eindelijk geloond.

Lewis zal de meest gelauwerde atleet uit de geschiedenis van de Olympische Spelen en het WK worden. Twee dagen later loopt hij als anchor naar een nieuw wereldrecord. 37.50, maar who cares? Verspringen was zijn favoriete competitie en dat WK was hij ontroostbaar.

Carl Lewis won in Tokio de snelste 100 meter ooit maar toen hij na vier sprongen boven de 8,80 meter het verspringgoud aan Mike Powell moest laten, was hij ontroostbaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234