Zondag 15/12/2019

België-Nederland

Het perfecte land zou wel eens een mix van Nederland en België kunnen zijn

Beeld Levi Jacobs

De Vlaamse Leen Vervaeke was vijf jaar lang België-correspondente voor de Nederlandse Volkskrant. Voordat ze een nieuw avontuur aangaat in China, legt ze beide Lage Landen naast elkaar op de rooster.

Als ik me op reportage in België ­voorstel als ‘correspondent van de Nederlandse krant de Volkskrant, gebeurt er soms iets geks in de hoofden van de Belgen rond me. Ze beginnen me heel precies uit te leggen hoe de dingen werken in België, en wat het verschil is tussen ‘wij Belgen’ en ‘jullie Nederlanders’. Tot ik terloops laat vallen in Vlaanderen geboren en getogen te zijn. ‘O’, klinkt het dan, ‘u bent helemaal geen Nederlander?’

Nee dus, ik ben een Belg, en mijn accent is zo Vlaams als het maar kan – geen mens die daar in normale omstandigheden aan zou twijfelen. Maar blijkbaar is het feit dat ik voor een Nederlandse krant werk en vragen stel vanuit Nederlands perspectief zo beeldbepalend, dat sommige mensen mijn accent niet eens opmerken en automatisch een Nederlander in me zien. Een wonderlijk grapje van het menselijk brein.

Je zult het niet veel Belgen horen zeggen, maar zelf vind ik het best prettig als iemand me van het Nederlanderschap verdenkt. Ik ben dan wel Belgisch, maar ik identificeer me als Nederbelg. Na zeven jaar in Nederland te hebben gewoond, en daarna vijf jaar voor de Volkskrant met zo Nederlands mogelijke ogen naar mijn vaderland te hebben gekeken, voel ik me behoorlijk ­bicultureel. En denk ik vaak: het perfecte land, dat zou wel eens een mix van Nederland en België kunnen zijn.

Het is misschien wennen aan het idee, maar Nederland kan heel wat bijleren van zijn ­zuiderburen. Neem de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt: waar driekwart van de Nederlandse vrouwen halftijds werkt, met zware gevolgen voor salaris en carrièrekansen, zijn dat er in België minder dan de helft, vooral dankzij goedkopere kinderopvang. In de Belgische gezondheidszorg gaat men tot het gaatje voor een patiënt, en in het Belgische onderwijs leren ­kinderen nog wat kennis en discipline is.

Niet dat het Belgische systeem zaligmakend is, absoluut niet. Maar interessant: juist waar de Belgen het minder doen, bieden Nederlandse praktijken compensatie. Neem de goed ingeburgerde papadag, de behoedzame omgang met medicijnen, en de nadruk op vaardigheden in het onderwijs: daar kan België juist weer wat leren van Nederland. Niet het ene of het andere systeem verdient de voorkeur, maar een combinatie van beide. Een Nederbelgische kruisbestuiving.

Onbekend maakt onbemind

Maar veel gemixt wordt er niet tussen Nederland en België. Beide landen zijn steeds minder geïnteresseerd in elkaar. Vlaanderen is zelfverzekerd genoeg om geen gidsland meer te hoeven, Nederland heeft het vooral druk met zichzelf. ‘Nederland en België zijn als een koppel dat nog wel in hetzelfde bed slaapt,’ concludeerde De Morgen na een bilaterale reportagereeks in 2015, ‘maar wel steeds vaker met de ruggen naar elkaar.’

In zijn bundel
Ik zou zo graag van jullie houden toont NRC Handelsblad-hoofdredacteur Peter Vandermeersch met cijfers aan hoe weinig aandacht Nederlandse en Belgische media voor elkaars verkiezingen hebben: amper vijf à zes stukken per krant.

Deels is dat begrijpelijk: met figuren als Donald Trump, Kim Jong-un en Bashar al-Assad blijft er weinig plaats over voor die brave, soms wat gekke, maar verder volstrekt ongevaarlijke buren. Maar tegelijk leidt het tot een gebrek aan kennis, en onbekend maakt ­onbemind.

Natuurlijk is er wel enige interactie. Nederland en België zijn belangrijke handelspartners, ­werken militair nauw samen, stemmen ­wetgeving op elkaar af via de Benelux. Heel wat Nederlandse bedrijven bloeien onder leiding van Belgische CEO’s, bijna alle Nederlandse kranten zijn in handen van Belgische uitgevers, en NRC Handelsblad heeft zelfs een Belg als hoofd­redacteur. Dat kan tellen als Nederbelgische ­verbroedering.

Er zijn ook Nederlandse succesverhalen in België. Supermarkt Albert Heijn is door de Belgische consument in de armen gesloten, en zoekt nu naar synergie met Delhaize. Vlotte ­praters als Jan Mulder, Jan Jaap van der Wal en Marc-Marie Huijbregts zijn populaire gasten in Vlaamse tv-programma’s, en Vlaamse media doen vaak beroep op Nederlandse buitenlandjournalisten. Als er geld verdiend kan worden, of bespaard, ziet men absoluut complementariteit.

Magnetron of microgolf

Maar los van zakelijke voordelen, is er weinig oprechte nieuwsgierigheid naar de overkant van de grens. Een beperkt clubje doet intens aan ­culturele uitwisseling, maar daarbuiten regeren de vooroordelen en clichés. Veel Nederlanders beschouwen België (of Vlaanderen) nog steeds als het kleine, dommige broertje. Je kunt er lekker eten, nog lekkerder drinken, en ‘ze praten er zo schattig’, maar het is niet echt serieus te nemen. Dat Nederland van België zou kunnen bijleren, ben je gek?

Veel Belgen kijken op hun beurt naar Nederland als naar een grote broer: een stuk wereldwijzer, maar ook betweterig en irritant, zeker nu hij in zijn puberteit lijkt beland. Ze ­vinden ‘Hollanders’ luidruchtig en arrogant, ­denken nog steeds dat je in Nederland niet goed kunt eten, en krijgen jeuk van de eindeloze ­debatten. Om het met een boutade te zeggen: Nederlanders houden van Belgen, maar respecteren ze niet. Belgen houden niet van Nederlanders, maar respecteren ze wel.

'Jouw paleis of het mijne?' Beeld BELGA

Die verhouding zie je ook terug in de omgang met de gemeenschappelijke taal, die, echt waar, in Vlaanderen eveneens Nederlands is (nee, niet Vlaams). Natuurlijk zijn typisch Noord- of Zuid-Nederlandse woorden soms verwarrend: een magnetron is een microgolf, en midgetgolf is minigolf, raak daar maar eens wijs uit. En grappig dat Amsterdammers een jus d’orange bestellen als ze sinaasappelsap willen, vooral als dat leidt tot – echt gehoord! – een ‘jus d’orange van pompelmoes’.

Ik vind die taalvariëteit prachtig, en pluk naar hartenlust de mooiste woorden uit elk nationaal vocabulaire: ‘chagrijnig’ heeft toch iets meer donderwolkgehalte dan ‘humeurig’, en van ‘goesting’ ga ik meer likkebaarden dan van ‘zin’. Maar veel Nederlanders kijken je bij onvertrouwde woorden aan alsof je plots op Swahili bent overgeschakeld. Elke Vlaming heeft al mogen meemaken in Amsterdam in het Engels beantwoord te worden, alsof een belgicisme bij sommige Nederlanders kortsluiting veroorzaakt in de linkerhersenhelft.

Die taalkundige navelstaarderij maakt dat Vlaamse schrijvers moeilijk doordringen tot in Nederland, en dat Vlaamse vertalers in Nederland nauwelijks aan de bak komen. Terwijl er van de 300.000 woorden in de Dikke Van Dale maar 3.000 typisch Belgisch zijn, en je die ook als een verrijking zou kunnen zien. Als wijlen de Volkskrant-recensent Michaël Zeeman het had over een ‘santenkraam van heiligen’ of ‘de kunst van het kouten’, vonden we dat erudiet, maar als een Vlaming ‘duimspijker’ schrijft in plaats van ‘punaise’, is het fout. Onbegrip is soms ook onwil.

Verschil in vertrouwen

Natuurlijk, er zijn fundamentele verschillen ­tussen noord en zuid. Vier eeuwen afzonderlijke religieuze, politieke en economische geschiedenis hebben hun sporen nagelaten. Nederlanders zijn over het algemeen directer, Belgen meer terughoudend, wat nogal eens tot misverstanden leidt: wat Nederlanders zien als mondig, vindt een Belg al snel onbeschoft. En wat Belgen zien als beleefd, ervaart een Nederlander als hypocriet.

In mijn ogen zijn die verschillen terug te brengen tot één basisonderscheid: een verschil in vertrouwen. Belgen zijn eeuwenlang bestuurd door buitenlandse bezetters, en hebben daar een diep wantrouwen aan overgehouden voor alles wat neigt naar autoriteit. Regels zijn er om te omzeilen, en politici om mee te spotten. Terwijl Nederlanders, ook al gaapt er een kloof tussen burger en politiek, op zich wel geloven in het nut van regels en van autoriteiten, als ze maar zelf hun zegje mogen doen.

Klinkt dat als psychologie van de koude grond, kijk dan eens naar de cijfers van het European Social Survey-onderzoek, dat om het jaar duizenden Europeanen over sociale thema’s bevraagt. In 2016 heeft zowat de helft van de Nederlanders redelijk veel vertrouwen in politici en in politieke partijen, tegenover een kwart van de Belgen. Driekwart van de Nederlanders vertrouwt de rechtsstaat, tegenover de helft van de Belgen. En – dit is pittig – 67 procent van de Nederlanders heeft vertrouwen in de medemens, tegenover 48 procent van de Belgen.

Dat verschil in vertrouwen zie je terug in elk aspect van de samenleving. De strakke woningbouw in Nederland drukt geloof uit in ruimtelijke ordening, terwijl een Belg ervan uitgaat dat zijn buren zich niet aan de bouwvoorschriften zullen houden, en dat dan zelf ook maar niet doet. De Nederlandse politiek heeft haar gebreken, maar volgt doorgaans een min of meer logisch pad. Terwijl de Belgische politiek vaak een ­omtrekkende beweging maakt, in een poging het systeem te slim af te zijn.

Dat klinkt niet bepaald als reclame voor België, maar op sommige vlakken werkt het Belgische kronkeldenken juist verfrissend. Het leidt tot surrealistische beeldende kunst, prettig gestoorde films, een interessante muziekscene en heerlijk absurde humor – zoek het optreden van cabaretier Wim Helsen op het Sportgala van 2013 maar eens op. Belgische diplomaten worden geroemd om hun vindingrijkheid, Belgische managers om hun aanpassingsvermogen en improvisatietalent.

Toegegeven, op heel wat vlakken zou België wat Nederlandser mogen zijn. Als staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) in het parlement moeiteloos wegkomt met leugens (“Hij heeft niet gelogen, maar ook niet de ­volledige waarheid verteld”, aldus premier Charles Michel), wou ik dat in België de Nederlandse politieke mores heersten. Bij Halbe Zijlstra (VVD) spande het er even om, maar een liegende minister blijft in Nederland toch not done.

Maar af en toe zou Nederland wat Belgische zin voor relativering kunnen gebruiken. Het is niet omdat je iets mág zeggen, dat je het ook móét zeggen. Het Zwarte-Pietendebat heeft zeker zijn merites, en is het niet gezond dat het in België bijna niet wordt gevoerd, maar in Nederland is het volledig uit de klauwen gelopen. Best ironisch overigens, hoe de bestrijders van Zwarte Piet zich met hun stellige aanpak juist heel Nederlands gedragen.

Van elkaar leren

Kortom, maak België wat Nederlandser, en Nederland wat Belgischer, en je krijgt het beste van twee werelden. En nee, dat is geen pleidooi voor een terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, die korte reünie der Lage Landen (1815-1830) waarnaar bij de PVV of in Vlaams-nationalistische kringen nog wel eens wordt terugverlangd. Je kunt de geschiedenis niet terugdraaien, en politiek noch maatschappelijk is er draagvlak voor zo’n staatkundig experiment.

Maar ik mag graag dromen van wat meer Nederbelgië, een – mentale – staat waarin Nederlanders en Belgen elkaar tegemoetkomen en van elkaar willen leren. Waar regels worden nageleefd, maar gezond verstand primeert. Waar kinderen discipline bijgebracht wordt, maar ook mondigheid en zelfstandig denken. En waar de inwoners Nederlands direct zijn, maar dan wel met zachte G.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234