Zondag 29/11/2020

Het pathos van een asbak

De Ierse schrijver John Banville zet in Eclips een beroemd acteur op de planken en laat hem daar op beschamende wijze zijn tekst vergeten.

John Banville

Eclips

Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 236 p., 915 frank.

'Uit een vergeten sigaret die zich in een asbak op de tapkast in schielijke haast lag op te roken steeg een snelle, blauwe rookpluim recht omhoog." Deze sigaret heeft helemaal niets te maken met het verhaal dat volledig schuilgaat achter de titel Eclips. In zijn jongste boek zet de Ierse schrijver John Banville een beroemd acteur op de planken en laat hem daar op beschamende wijze zijn tekst vergeten. "Wie anders is Amphitryo dan ik?" Dat is de laatste zin die hij over zijn lippen krijgt.

'Ik' blijkt niet zo'n eenduidig antwoord te zijn op de vraag wie Amphitryo is. Amphitryo werd bedrogen door zijn vrouw Alcmene, die naar bed ging met Zeus terwijl haar echtgenoot op expeditie was. Maar ze kon er niks aan doen: de sluwe Zeus had zich immers vermomd, en wel als Amphitryo. Op deze mythische identiteitsverwisseling zijn meerdere toneelstukken gebaseerd, onder meer door Plautus, Molière en Heinrich von Kleist. Afgaande op Alex' laatste zin op de planken moet hij zo jammerlijk zijn afgegaan in het stuk van Kleist, meer bepaald in de tweede scène van de derde act. Daarin rijst meer dan eens de vraag: 'Wie ben ik?'

Uit de mond van een acteur is dat een strikvraag. In het eerste hoofdstuk van Eclips krijgt Alex uitgebreid de gelegenheid uit de doeken te doen hoe hij als beginnend acteur zijn ego verduisterde door iedereen te zijn behalve zichzelf. Maar dit is meer dan het zoveelste jankboek over een midlife- plus identiteitscrisis met geheugenverlies. Alex blijkt overigens zijn tekst nooit kwijt te zijn geweest. Hij kon hem alleen niet meer uitspreken. De reden daarvoor is meervoudig. Eerst en vooral is hij zich plots vreselijk van zichzelf bewust: "ik had het idee tegelijk op het podium te staan en van ergens hoog in het theater op mezelf neer te kijken." Met dat akelige besef bevindt Alex zich in exact dezelfde situatie als Buster Keaton in de enige film van Samuel Beckett: O ('object') probeert zich zoveel mogelijk te onttrekken aan de blik van E ('eye'), die hem overal achtervolgt; uiteindelijk blijkt dat Buster Keaton, die beide rollen speelt, de hele tijd zichzelf zowel ontvlucht als achtervolgd heeft.

In Eclips geeft Banville zijn eigen definitie van identiteit in haar meest verontrustende versie: het samenvallen van O en E leidt alleen tot 's mans verduistering. Alex vlucht naar het huis waar hij is opgegroeid en trekt zich daar terug als een kluizenaar, zonder zijn vrouw Lydia. Het ouderlijk huis lijkt bewoond door een aantal geesten. Alex herinnert zich hoe hij als jongen de geest van zijn overleden vader heeft zien verschijnen. Dat is niet de enige Hamlet-verwijzing in het boek; er zit nog veel meer Shakespeare in. Eén spookgestalte fascineert hem in het bijzonder: een moeder met een kind. Heel het boek lang probeert hij erachter te komen wie deze vrouw is. Tot hij ze in de laatste zin, met verwijzingen naar Pericles, The Tempest en The Winter's Tale zijn Marina, zijn Miranda, zijn Perdita noemt.

Banville neemt de allergrootsten als voorbeeld. Het motto van Becketts film, 'esse est percipi', zou ook dat van Eclips kunnen zijn. Alex noemt het zijn onzekerheidsbeginsel, dat overal werkzaam is. Wanneer hij luistert naar de stilte heeft hij het gevoel dat hij door de stilte beluisterd wordt. Het zelfbewustzijn mag ons van de rest van de schepping onderscheiden, voor Alex is het een vloek. Hij is gefascineerd door mensen die zich, in tegenstelling tot hijzelf, niet bekeken voelen. En die mensen bekijkt hij dan. Op goed geluk laat hij zijn oog op iemand vallen en volgt die dan op straat. Zo schaduwt hij ook de huisbewaarder Quirke en komt hij erachter dat die samen met zijn dochter Lily stiekem zijn intrek in het ouderlijk huis heeft genomen.

Alex wordt op zijn beurt geschaduwd door Banville, die net als zijn personage maar al te goed beseft dat hij op zijn vingers wordt gekeken door duizenden lezers. Zijn proza is vaak bijzonder poëtisch en muzikaal. Er zitten zelfs perfecte pentameters in verborgen, waardoor er soms een gevaar voor overacting ontstaat. De oude fiets van Quirke is niet gewoon versleten maar bevindt zich "in een staat van overdreven teloorgang". Die gewichtigheid past echter perfect bij de theatraliteit van het onderwerp en Alex' gevoel voor dramatiek. De fiets van Quirke wordt "allengs antropomorfer" naarmate het verhaal vordert. Zo neemt de aanschouwelijkheid toe en verandert de lezer geleidelijk in een toeschouwer. Heel toepasselijk heeft Banville zijn verhaal ook in de vorm van een klassieke tragedie gegoten.

Toch is het geen comfortabele pluche fauteuil van waaruit de lezer kan toezien hoe Alex van het toneel verdwijnt. Banville probeert tussen de regels iets ontzagwekkenders te laten zien, maar daarvoor is wel een kleine inspanning nodig, vergelijkbaar met een paar uur met een eclipsbril naar boven staan kijken in afwachting van een onvergetelijk moment. En wat de lezer dan te zien krijgt is een Teutoons Blitzvers, zonder enige uitleg: "Die Sonne, sie scheinet allgemein..." Banville overdrijft gelukkig niet met dit soort intertekstuele protuberansen; ze hebben altijd een functie. Door impliciet te suggereren dat zijn 'Sonne' dezelfde is als die van Rückerts Kindertotenlieder, verduistert Banville ze met een heel ander verhaal. Alma Mahler zou haar man verweten hebben dat hij het lot tartte toen hij de Kindertotenlieder op muziek zette. Kort daarna stierf hun dochter Maria Anna ('Putzi') aan difterie. Banvilles verhaal tast een soortgelijk toeval af. Wat Alex overkomt is niet meer dan de schaduw van de aarde die over de maan schuift. De echte catastrofe van deze tragedie is een zonsverduistering: de dood van Alex' drie maanden zwangere dochter Cass. Alex lijkt de dood van zijn dochter voorvoeld te hebben. In enkele seconden tijd verandert hij op het podium van een winner in een loser omdat hij het verlies van zijn Perdita anticipeert.

In dezelfde periode vindt er een echte zonsverduistering plaats. Over de horden heliotropische eclipstoeristen schrijft Banville: "Ze haken naar een teken, een licht in de hemel, een duisternis zelfs, die ze vertelt dat er een bedoeling is, dat niet alles op blind toeval berust." Dat is een van Banvilles stokpaardjes. Toeval was het eerste woord van Mefisto, het meest faustische van Banvilles boeken. Terwijl Goethes Faust het Bijbelse 'woord' dat 'in den beginne was' in 'daad' omzet, vertaalt Banville het als 'toeval'. De zoektochten van zijn Faustfiguren naar grotere gehelen en diepere waarheden leiden nergens heen en de systemen waarmee ze een orde aan de chaos proberen op te dringen, falen stuk voor stuk.

Ook de prachtige taal waarmee Banville zelf het toeval probeert te vatten, is even tentatief als Rilkes Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge en daarom ook zo knap. Wanneer Alex een overtuigende poging onderneemt om de contingente werkelijkheid te definiëren en er enigszins greep op te krijgen ("De druppels van haar bloed tegen de lappendeken van de sneeuw definieerden de kleur rood"), ontglipt ze hem weer op dezelfde pagina: "Op zo'n moment kan een mens zijn greep verliezen op al wat hij is". En al wat hij is, is niet meer dan een opeenstapeling van herinneringen, "de chaos die het verleden in ons wordt".

De eclips van Cass creëert geen gevoel van kosmische eenheid of wat dan ook, ze laat enkel een gevoel van gemis en overbodigheid achter. Zo'n achtergelaten overbodigheid is de sigaret die niets in het verhaal komt doen: "Ik vraag me nog steeds af welke geheime wereldbestuurder die sigaret brandend op de bar had achtergelaten." Bij gebrek aan alomtegenwoordige toeschouwers, herziet Banville als bard van de eenentwintigste eeuw de definities van zijn grote voorbeeld. Zelfs een peuk is aandoenlijk; het komt erop aan er oog voor te hebben. Als de wereld een schouwtoneel is, kan zij net zo goed een asbak zijn.

Dirk Van Hulle

In Eclips geeft John Banville zijn eigen definitie van identiteit in haar meest verontrustende versie

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234