Maandag 25/01/2021

Het paradijs, min de Heineken

Aruba was ooit een isla inutil. Geen goud, geen schatten, gewoon een waardeloos eilandje voor de kust van Venezuela. De laatste afstammelingen van de oorspronkelijke eilanders overleden in 1862; de homo turisticus domineert nu deze hete rots in de Caraïbische Zee.

Aruba is qua oppervlakte het kleinste eiland van de Kleine Antillen. Compacter dan Antwerpen zelfs. Het land maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden en dat wordt fijntjes bevestigd nog voor ik de Koningin Beatrix luchthaven uitwandel. Na een vlucht van 11 uren kijk ik namelijk meteen tegen reclame voor Heineken aan en de dame achter het kraampje naast het luchthavengebouw verkoopt niet alleen kroketten, ze spreekt ook Nederlands. Weliswaar met een exotisch accent.

Dit is mijn tweede bezoek aan Aruba. Maar toegegeven, de eerste keer was ik een van de 2.500 uitgelaten cruisepassagiers die het eilandje eens zouden ontdekken op een doordeweekse voormiddag. Dat betekent in eerste instantie dat je je door het obligate ontvangstcomité moet wurmen, in casu de kakafonie van kraampjes met - laat ons eerlijk zijn - waardeloze souvenirs. Eens die hindernis voorbij, bots je vrijwel meteen op een façade, opgetrokken uit casino's, fastfoodzaken en populaire internationale luxehotels, winkelketens en themarestaurants. Je geraakt bij wijze van spreken niet eens voorbij de schaduw van je gigantische cruiseschip. Het eilandgevoel? Niks van gemerkt.

Maar deze keer is anders. Mijn hotel, het Boardwalk Small Hotel, ligt net buiten het gewoel van de beaches en de bezwarende hoogbouw. Een bewuste keuze vanwege de ligging, de goede reputatie en niet het minst het feit dat het door twee Vlaamse tweelingzussen wordt gerund. Geen klassieke hotelkamers hier maar gezellige casitas in felle eilandkleuren. Ik tref meteen de treasure box aan waarover men mij op voorhand had ingelicht. In het kistje worden persoonlijke tips van de uitbaatsters gebundeld; plekken waar ze zelf graag komen en waar de locals zich ophouden. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht als ik door de suggesties blader. We're not in Holland anymore.

Kartonnen doos

De eerste dag hou ik me zoals gepland ver weg van de themarestaurants; ik wil eten waar de vis met kleine vissersbootjes uit de zee wordt geplukt en luttele minuten later op een bord verschijnt. Of in een kartonnen doos zoals het geval is bij Zeerover, een visrestaurant waar maar één kookwijze wordt beoefend: frituren. Ik mag zelf kiezen uit de vangst van de dag en bij gebrek aan kennis wijs ik lukraak een paar stukjes vis aan. Mijn vangst wordt vervolgens gewogen en men maakt meteen de rekening. Twaalf dollar (11 euro), drank inclusief. Voor ik het besef, zit ik op een zonovergoten ponton in zee, met mijn handen in een kartonnen doos. Onhandig maar goedkoop en lekker.

Uiteraard zijn er op het eiland voldoende alternatieven mét bestek die ook nog steeds authentiek en exotisch zijn (zie 'Praktisch' op de volgende pagina). Dat laatste betekent doorgaans spicy. Lokale gerechten krijgen een kick met de pika di papaya maar echte mannen en vrouwen doen het volgens mijn Arubaanse reisgenote met Madame Jeanette, een potige peper uit de regio. Opvallend: de geserveerde porties vis en vlees zijn enorm. Je kunt echter zonder schroom een doggy bag vragen, want dat wordt hier als een compliment geïnterpreteerd.

Avontuur op teenslippers

Voor deze trip had ik me voorgenomen om vooral plekken te ontdekken die buiten het wegennet liggen. Eerste halte is het Arikok National Park, dat ik samen met een gids wil trotseren. Ik verschijn in teenslippers en zonnebril, maar mijn gids overdondert mij met zijn Indiana Jones-outfit. Ik heb wellicht een email gemist maar hij stelt mij meteen gerust: "De kans op ratelslangen is bij deze hitte klein maar blijf te allen tijde op het pad."

We doorkruisen maar een klein stukje van het park, want het natuurpark beslaat ongeveer een vijfde van het ganse eiland. Onderweg leer ik veel bij over de gigantische cactussen en diersoorten, zoals de boa constrictor en de ratelslang. Een kolibrie fotograferen is me nog nooit gelukt en ook deze keer zijn ze mij te snel af. Maar ze zijn er wel. Ik noteer voor mijn volgende uitstap de volgende items: stevige schoenen, hoed of pet, zonnebrandcrème en voldoende water.

Het andere plekje waar de wegen ophouden, ligt in het noorden van Aruba. Om tijd te winnen, huur ik niet zelf een 4X4 maar laat ik me gidsen door iemand die het terrein door en door kent. Ik maak kennis met Ralphy, een vlotte Arubaan van de zevende generatie. "I love my island", schrijf dat maar op. "En het is Ralphy met een y", stipuleert hij in het Nederlands.

Ralphy laat mij het pure en ruwe Aruba zien: de zwart gekartelde kustlijn in het noorden die onderbroken wordt door kleine, desolate strandjes, natural pools en sprookjesachtige inhammen. Het landschap wisselt snel tussen zandduinen, woestijn en rotsen. Met zijn krakende Landrover razen we over de harde vlakte, enkel afgeremd door scherpe bochten in het poederzachte zand. Ik kijk op zijn snelheidsmeter, maar die ligt in een diepe coma. Onderweg verneem ik dat dit zijn tweede Landrover is. "Vraag me alleen niet wat er met de eerste is gebeurd", grijnst hij. Ralphy houdt vervolgens halt aan een steile klif waar de Caraïbische Zee stevig op het eiland inbeukt. "Hier kom je beter niet zwemmen", waarschuwt hij. Neen, hier kom je duidelijk voor de fantastische vergezichten en grillige natuur. Indrukwekkend, Ralphy.

Na het 4x4-avontuur wil ik het rustig aan doen en een stukje strand gaan verkennen, niet al te ver van het hotel. De box brengt raad: rustige stranden en glashelder water vind ik volgens de hoteluitbaatsters aan het nabijgelegen Arashi Beach en ook de hagelwitte stranden van Eagle Beach liggen niet veraf. Ik kies voor Eagle Beach, wereldberoemd vanwege zijn typerende fofotibomen, de meest gefotografeerde vegetatie op het eiland. Ze groeien met de wind mee en die komt op Aruba maar uit één richting. Bij aankomst merk ik dat men niet staat aan te schuiven voor een selfie. Dat is fijn, want ik wou zo'n boom helemaal alleen voor mijn lens.

Na twee dagen natuur dwing ik mezelf tot een bezoek aan het toeristische South Beach. Uit professionele interesse, dat spreekt. Ik weet dat de bars en themarestaurants pas rond 18 uur weer tot leven komen maar ik ga bewust wat vroeger omdat je er dan locals aantreft die weer verdwijnen als er 's avonds spontaan feestjes uitbarsten.

Windmolen

Ik neem geen taxi maar huur nabij het hotel een fiets omdat je dan meer ziet onderweg. De verhuurder kijkt vreemd op als ik hem om een fiets vraag en niet om een surfplank. Ik mag 'm zo - zonder papierwerk - meenemen: "Breng de fiets gewoon terug voor het donker". Na amper 100 meter trappen begrijp ik zijn verbaasde reactie: ik ben vermoedelijk de enige fietser die op het heetste moment van de dag in het zadel klimt. De andere reden om het vooral níét te doen, is het totale gebrek aan infrastructuur. Het contrast met Nederland is voor een keer heel groot.

Onderweg naar South Beach maak ik een ommetje langs een Hollandse windmolen die ik van ver zie staan. Leuk voor de foto: twee palmbomen en daartussen een tot danstempel omgebouwde windmolen. Volgende halte is een bruine kroeg: Salt & Pepper. Er zitten een paar Arubanen aan de toog en naast mij komt een Amerikaans koppel zitten. Zij vindt Aruba geweldig, hij vindt het hélemaal niks. Ex-militair, de hele wereld gezien. Ik bestel een Balashi, het lokaal gebrouwen alternatief voor Heineken, en knik vriendelijk. Het valt mij voor het eerst op dat de lokaal gebrouwen Chill en Balashi in flesjes komen van nauwelijks 22 cl. Zo worden ze minder snel warm, is de uitleg.

Tijd om terug te fietsen. Ik noteer onderweg dat alle luxemerken van kleding en accessoires present zijn in South Beach. Maar ik merk daartussen ook lokale boetiekjes op die kunnen inspireren om dollars te spenderen. Als ik 20 minuten later bezweet de fiets inlever, heeft de verhuurder nog twee tips voor mij: "Als je wil fietsen, doe het dan 's ochtends of 's avonds". Check.

Ik wandel na mijn fietsavontuur via het strand terug naar mijn hotel. Je zou haast vergeten dat in, aan en onder het warme zeewater (tot 29°C) alle gebruikelijke watersporten inclusief snorkelen en duiken bovenaan de toeristische affiche staan. Als ik naar de sporters kijk, realiseer ik mij dat Aruba op amper 180 km2 toch behoorlijk wat variatie etaleert. Anders gezegd: verveling krijgt op dit isla inutil niet snel een kans.

We reisden op uitnodiging van de Aruba Tourism Authority.

Praktisch

Beste reistijd: het hele jaar door. Iedere maand is het warm, overwegend zonnig en is de kans op neerslag niet al te groot.

Munteenheid is de Arubaanse Florijn, maar handiger zijn dollars of je gewone bankkaart.

Reizen: Aruba bereik je het makkelijkst vanuit Schiphol.

Lunchen en dineren: familierestaurant Buccaneer (vis en vlees), de Westdeck (grillgerechten met zicht op zee) en Restaurant Papiemento (betaalbare luxe).

Leuke strandbars: Bugaloe Beach Bar and Grill (drankjes op het water, live band), MoomBa Beach Bar (cocktails tussen de palmbomen) en Barefoot (elegante gerechten met een goed glas wijn).

Slapen: Aruba bulkt van de grote luxehotels maar je vindt er ook boetiekhotels en alle andere soorten accommodatie. Wij verbleven in het charmante Boardwalk Small Hotel, boardwalkaruba.com

Meer Nederlandstalige info over het eiland vind je via nl.aruba.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234