Woensdag 27/10/2021

‘Het pacificatiemodel zal misschien nog één keer werken. Hooguit twee keer’

België is een vruchtbaar land voor constitutionalisten. Na nog geen vijf minuten liggen professoren staatsrecht Hendrik Vuye en Stefan Sottiaux al overhoop over de verkiezingsboycot door sommige burgemeesters in de Brusselse rand. ‘We zijn een federale staat in een confederaal jasje’, concludeert Sottiaux. En helaas zijn er weinig kleermakers.

Professoren staatsrecht Hendrik Vuye (Universiteit Namen) en Stefan Sottiaux (KU Leuven) over de toekomst van België

e tijd dat professoren staatsrecht in dienst van de federale regering creatief omsprongen met de grondwet om lekkende communautaire buizen te dichten in La Belgique bricolée, is voorbij. Of toch voor Hendrik Vuye (FUNDP Namen) en Stefan Sottiaux (KU Leuven). De eerste gaat er prat op dat niemand zijn politieke kleur kan raden, de tweede is een constitutionalist tot in de kist.

“Onze voorgangers hebben soms hallucinante lapmiddeltjes uitgevonden om België draaiende te houden”, constateert hoogleraar Hendrik Vuye. Volgens Stefan Sottiaux is het tijd om de normatieve vraag te stellen: “Dat consensusmodel van pappen en nathouden werkte misschien in het verleden, maar is het nog legitiem? Het antwoord daarop is nee.”

Maar laten we het eerst nog even over de betwiste stembusgang van 13 juni zelf hebben. Want hoe groot is de kans dat deze verkiezingen alsnog ongrondwettig worden verklaard? “Je hebt hetgeen juridisch zou kunnen en hetgeen gaat gebeuren”, sust professor Vuye. “Het parlement zal de geloofsbrieven goedkeuren, de rest is politieke fictie. Wel is de kans reëel dat België voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg een veroordeling oploopt wegens inbreuk op het recht op vrije verkiezingen, maar dat kan jaren aanslepen.”

Zijn Leuvense collega is voorzichtiger. “Elke burger kan naar de burgerlijke rechtbank stappen voor een schadevergoeding”, stelt Sottiaux. “De essentie van de hele discussie is dat de wetgever verplicht was om ongrondwettige wetgeving te wijzigen, en dat heeft nagelaten.”

Maken de burgemeesters uit Halle-Vilvoorde een kans als ze straks naar de rechtbank stappen?

Vuye: “Ze zullen wel een uitspraak krijgen, maar lang na 13 juni. Hun actie zelf is dus puur symbolisch.”

Sottiaux: “Je mag dat symbool toch niet onderschatten. Het Grondwettelijk Hof heeft een discriminatie vastgesteld, die weinig mensen beroert omdat het een nogal technische materie is. Maar stel dat het een andere discriminatie was, dat de kieswet bijvoorbeeld zou bepalen dat vrouwen niet mogen stemmen en dat die ongrondwettigheid nog niet opgelost was. Dat zou iedereen onaanvaardbaar vinden.”

Vuye: “Hmm, we zijn in de rand een ander en veel gevaarlijker symbool aan het creëren. Je hebt nu twee categorieën van burgemeesters die de verkiezingen boycotten. De Nederlandstalige zullen níét bestraft worden, maar de drie Franstalige burgemeester die hun oproepingsbrieven in het Frans verstuurden, zijn nog altijd niet benoemd. Men meet met twee maten en twee gewichten.”

Sottiaux: “Die vergelijking gaat niet op, want de taalwetgeving is niet veroordeeld wegens discriminatie, maar de kieswetgeving wel.”

Vuye: “Ga dat soort subtiliteiten maar uitleggen in de Raad van Europa. Nu, ik sluit niet uit dat klagers ergens een rechter vinden die toch vonnist over de geldigheid van de verkiezingen. En men zal dan ook wel aan ‘forumshoppen’ doen, men kent de politieke gevoeligheden van de rechters intussen. Zulke ‘accidenten’ zijn mogelijk.”

Was het omstreden B-H-V-arrest uit 2003 van het toenmalige Arbitragehof ook zo’n ‘accident’?

Vuye: “De theorie van de rechter-pyromaan, de balorige Franstalige raadsheer die uit tegendraadsheid met de Vlamingen mee stemde! Die hypothese hoor je links en rechts wel eens, ja. Het zou perfect kunnen, maar ik heb geen enkel bewijs om die stelling te staven.”

Sottiaux: “Het Grondwettelijk Hof is nu eenmaal samengesteld uit mensen met een politieke kleur. Een van de grote problemen die dat met zich brengt, is dat er al te vaak ondoorzichtige compromissen uit komen, zoals in de politiek zelf. Dat is dodelijk voor de rechtszekerheid. Bovendien is het een inbreuk op de scheiding der machten: als de Vlaamse rechters en de Franstalige rechters lijnrecht tegenover elkaar staan, weigert het hof vaak de wet te vernietigen. Maar wat doen ze dan? Ze herschrijven de wet. Terwijl dat de taak is van de wetgevende macht.”

Moet het herstel van de grondwettigheid van de verkiezingen de prioriteit worden voor de volgende regering?

Vuye: “Er zijn verschillende mogelijkheden om het arrest van het Grondwettelijk Hof uit te voeren. Een terugkeer naar de oude arrondissementele kieskringen is daar één van. Andere opties zijn de splitsing van de kieskring B-H-V, het creëren van een federale kieskring of verscheidene tweetalige kieskringen. Zelf bekijk ik dat nogal pragmatisch: ofwel ga je over tot een zuivere splitsing, ofwel vorm je een federale kieskring. Maar dan wel één die eerlijk is, niet zoals die van de Pavia-groep (tweetalige groep academici, MJ/BE), die op voorhand grendels inbouwt over het aantal Nederlands- en Franstaligen.”

Als u op 14 juni bij de koning zou worden geroepen als adviseurs, wat zou u hem aanraden?

Vuye: “Vooreerst is het noodzakelijk dat de partijen het bijna-akkoord uit 2005 achter zich laten, want dat is voor de Franstaligen een psychologische blokkage en voor de Vlamingen is het vernederend. Het is hallucinant dat Verhofstadt bereid was tot dergelijk compromis. En verder pleit ik voor de uitvoering van artikel 35 van de grondwet: vastleggen wat de federale regering nog mag doen, de rest is voor de deelstaten.”

Sottiaux: “Ik zou de koning adviseren - en hij zal het waarschijnlijk niet graag horen - dat we moeten afstappen van het uitgeleefde consensusmodel en moeten kiezen tussen een authentiek federalisme of confederalisme. De inzet van de volgende verkiezingen is volgens mij de keuze van onze straatsstructuur. Het probleem is datonze instellingen nu werken zoals in een confederaal model en de bevoegdheden federaal verdeeld zijn.

“Een en ander is historisch gegroeid. Al in 1970 is er gekozen om te werken met een vertegenwoordiging in het parlement die uiteenvalt in twee taalgroepen. Ter bescherming van die taalgroepen zijn er diverse grendelmechanismen in het leven geroepen, denk maar aan de belangenconflicten of de alarmbelprocedure. Gevolg is dat je op federaal niveau alleen kunt beslissen als er unanimiteit is. Wel, dat is eigenlijk confederalisme.”

Is het federale model nog een optie?

Sottiaux: “In theorie wel. Maar als men de belangrijke bevoegdheden federaal wil houden, moet men ook een federale politieke ruimte creëren door de taalgroepen en de grendels af te schaffen. Je kunt voor grondwetswijzigingen wel een rem inbouwen, maar een minderheid kan een meerderheid niet blijven blokkeren.”

Vuye: “Het is de combinatie van al die grendels die tot blokkages leidt.”

Sottiaux: “Dat, en ook de mentaliteit.”

De tendens is toch verdere bevoegdheidsverdeling onder de deelstaten?

Vuye: “Dat we de politieke crisis op dit moment niet al te veel voelen, is mede dankzij het feit dat al veel bevoegdheden overgeheveld zijn. Wat er is overgebleven op het federale niveau is een puinhoop. Een voorbeeld: federaal minister van Werk Joëlle Milquet (cdH) maakte zich onlangs sterk dat ze 70.000 banen gered heeft. Nu blijkt uit de cijfers van het Planbureau dat we nooit een hogere werkloosheidsgraad gehad hebben. Reactie van Milquet: ‘de cijfers van het Planbureau zijn fout’. Tja, de kans dat de hare fout zijn, is wel iets groter.

“Het federale niveau kampt ook ten zuiden van de taalgrens met een gebrek aan geloofwaardigheid. Dus moeten we artikel 35 van de grondwet uitvoeren.”

Sottiaux: “Het gaat om meer dan dat. Je zit immers met een situatie die constitutioneel onaanvaardbaar is. De twee zaken die aan de basis liggen van de grondwet, het democratisch zelfbestuur en de scheiding der machten, worden niet meer gerespecteerd. Daarom moet de discussie na de verkiezingen niet alleen gaan over welke bevoegdheden men wil overhevelen - zeker niet over de borrelnootjes - maar ook over welk systeem men wil.”

Toch lijken nu ook de Franstaligen overtuigd van de nood aan een staatshervorming.

Vuye: “In Franstalig België mogen ze dan spreken van een ‘réforme d’état’, maar dat is geen synoniem voor de staatshervorming die de Vlamingen voor ogen hebben. Je moet goed luisteren naar het discours. Je hebt een Elio di Rupo (PS) die zeer toegeeflijk is - de kans dat hij eerste minister wordt is groter dan ze ooit geweest is -, maar het discours van MR-voorzitter Didier Reynders is nog steeds volledig de FDF-lijn. En dat van Joëlle Milquet (cdH) is nog hallucinanter.

“Naast het Vlaams nationalisme heb je in dit land ook de Franstalige variant, een ‘belgitude’ die die heel royalistisch getint is. En daar komt men tot het België dat ik intussen heel goed ken, het België van Francis Delpérée (professor aan de UCL en Senaatsfractievoorzitter van cdH, MJ/BE). Het België van de 19de eeuw. Het is niet toevallig dat Delpérée bij cdH zit, hè.”

Zonder staatshervorming geen regering, zeggen nochtans alle Vlaamse partijen - op CD&V na.

Sottiaux: “Tja. Vroeger waren politici quasi verplicht om vroeg of laat een compromis te sluiten. Nu is het geen drama om een tijdlang geen federale regering te hebben, want veel belangrijke bevoegdheden zitten bij de deelstaten of bij Europa.”

Vuye: “Tenzij het ACW tussenbeide komt zoals in 2007, en een solidariteit forceert die er misschien niet is. CD&V zal luisteren.”

Sottiaux: “Er is maar één moment om nog tot een compromis te komen, en dat is tijdens de regeringsvorming.”

Vuye: “Ik sluit niet uit dat het pacificatiemodel nog éénmaal zal werken. Maximaal twee keer, maar meer niet. In dat geval wéét je dat je de conflicten van over vijf jaar creëert.”

Opnieuw een zomer van aanslepende regeringsonderhandelingen hoeft ons dus niet af te schrikken. Het wordt gewoon de realiteit.

Vuye: “ Zoals het er nu uitziet, kan er geen oplossing komen. Maar de toekomst kan anders zijn. Het wordt afwachten hoelang Reynders nog MR-voorzitter blijft, want hij leunt zwaar op Maingain van het FDF. Met een ‘gematigder’ voorzitter uit de clan-Michel bijvoorbeeld, kan dat anders worden. Ik sluit zelfs niet uit dat het dan komt tot een splitsing tussen MR en FDF.

“Daarnaast is er de ‘presidente voor het leven’ Joëlle Milquet. Zij is onlangs weer herkozen, maar binnen de cdH wordt gewerkt aan haar opvolging. En je kunt ervan op aan dat de partij helemaal anders wordt na Milquet, want zij is de cdH. De knoop zit bij die twee voorzitters, die dan ook nog eens allebei vicepremier waren.”

Sottiaux: “Even belangrijk is dat de Vlamingen voet bij stuk houden en níét in een niet-werkende regering stappen.”

Net dat ‘voet bij stuk houden’ heeft ons volgens velen drie jaar ellende opgeleverd.

Vuye: “Men heeft de strategie maar gevolgd van juni 2007 tot december 2007. Ze komt trouwens niet van N-VA, maar van Herman Van Rompuy. Men heeft ze opgegeven onder druk van het ACW.”

En dan eindelijk vrede tot 2014, het jaar van de samenvallende verkiezingen.

Sottiaux: “Ook dat is een interessante discussie in het licht van de keuze tussen federalisme en confederalisme. Als je kiest voor dat confederale model, dan kun je de nationale verkiezingen afschaffen en stel je het parlement samen uit vertegenwoordigers van de deelstaten. Kiezen we voor het federalisme, dan is het belangrijk dat die verkiezingen zeker gescheiden blijven, want de kiezer maakt niet het onderscheid tussen de verschillende bevoegdheden en riskeert de foute mensen af te straffen of te belonen.”

In beide gevallen zet je toch een dynamiek in gang die leidt tot het einde van België?

Sottiaux: “Niet noodzakelijk. In het confederale model kun je ervoor kiezen om bijvoorbeeld het beheer van Brussel of de buitenlandse betrekkingen samen te houden. Als je voor het federale model kiest, zit je dan weer met de vraag of de groepen niet te veel uit elkaar gegroeid zijn.”

Vuye: “Men vergeet vaak dat de Franstaligen de Vlamingen veel hebben bijgebracht - denk maar aan de ethische dossiers als euthanasie en abortus. Ik wil niet weten hoe conservatief dat onafhankelijke Vlaanderen eruit zou zien, hoor!”

Sottiaux: “Ik zou het ook spijtig vinden om in zo’n conservatief Vlaanderen te leven, maar dat is geen valabel argument om zelfbestuur tegen te houden.”

Hoe zal dat confederalisme er in de praktijk dan uitzien?

Vuye: “Volgens vele Belgen is dat confederalisme de stap net voor het separatisme, de term is heel symbolisch beladen.”

Sottiaux: “Ik denk dat de confederale optie ook wel voordelen heeft. Het is een uniek model, maar de Belgische situatie vraagt misschien ook een unieke oplossing. Dan kunnen we nog altijd interessant doen in het buitenland. (lacht). Wel is het zo dat de meeste confederale staten uiteindelijk uiteengegaan, of weer naar elkaar toe gegroeid zijn.”

Bron van veel institutionele ellende is de Financieringswet, die de federale schatkist leegzuigt. In een confederaal model schaffen we die gewoon af?

Vuye: “Als je verregaande economische bevoegdheden overdraagt aan de gewesten, moet de Financieringswet aangepast worden. Dat is trouwens geen uitsluitend Vlaamse eis. Ook professoren van mijn eigen universiteit, zoals Michel Mignolet en Robert Deschamps, pleiten voor meer fiscale autonomie voor de deelstaten.

“Wat wél federaal moet blijven, en daarin volg ik de PS, is de sociale zekerheid - inmiddels een symbooldossier. Als je wilt dat de onderhandelingen mislukken, begin daarmee. Iemand als Bart De Wever voelt dat perfect aan. Hij roept ‘splitsen!’ en de Franstaligen springen op de kast.

“Men kent de andere kant van de taalgrens niet meer. Je kunt met Franstaligen niet onderhandelen met een stok achter de deur, een klimaat van vertrouwen is een conditio sine qua non. En dat ontbreekt.”

Zijn er nog figuren die dat vertrouwen kunnen bewerkstellingen?

Vuye: “Wat ik niet begrijp, is dat zowel Jean-Luc Dehaene als Herman Van Rompuy in Wallonië beschouwd worden als neutrale bemiddelaars, terwijl ze evengoed Vlaams zijn. Je kunt dat enkel verklaren vanuit een Waals minderwaardigheidscomplex. Dus: bestaan die consensusfiguren nog? Ik vrees van niet.”

stefan sottiaux

nKandidaat in de filosofie, licentiaat in de rechten en ‘master of laws’ aan de universiteit van Oxford

nDocent staatsrecht aan de KU Leuven

nVerbonden aan het Instituut voor Constitutioneel Recht, gespecialiseerd in mensenrechten en discriminatie

n‘Of counsel’-advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Stibbe

hendrik vuye

nLicentiaat in de rechten, criminologie en filosofie

nProfessor staatsrecht aan de Facultés Universitaires Notre-Dame de la Paix (FUNDP) in Namen

nVoormalig decaan UHasselt

nVoormalig hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen

nVeelgevraagd opiniemaker, onder meer voor ‘De Gedachte’ in De Morgen

nWoont in Wallonië, kent als geen ander het zuiden van de taalgrens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234