Vrijdag 03/04/2020

Het onmogelijke leven van Stanley

Hij stond bekend als de ultieme actieheld, die zich een weg vocht door vijandig Afrika. Hij was ook een soort Kuifje, een reporter met een missie. Behalve 'de grootste ontdekkingsreiziger die Afrika heeft gekend' was hij de wegbereider voor de gruwelijkste kolonisatie op dat continent: Belgisch Congo. Maar, blijkt uit Tim Jeals indrukwekkende nieuwe biografie, die enkele flarden publieke kennis doen de getroebleerde Henry Morton Stanley geen recht.

Door Rudi Rotthier

Zijn moeder heeft hem kort na zijn geboorte verstoten. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Dat eerste was in het begin het pijnlijkst. Zijn ongehuwde moeder kreeg nog meer kinderen, die ze wel opvoedde, of in elk geval bij zich hield.

Stanley, die in 1841 in Wales geboren werd als John Rowlands, groeide op bij zijn grootvader, die echter stierf toen hij vijf was. Hij verbleef nog een tijd bij neven of nichten, en belandde vervolgens in een 'workhouse', een soort werkgevangenis voor verpauperden. Hij zou er negen jaar blijven, diepongelukkig zijn, lukraak geslagen worden, wellicht misbruikt. Op de een of andere manier leerde hij er ook lezen en schrijven.

Toen hij een jaar of tien was, belandde ook zijn moeder met twee kinderen kortstondig in dat armenhuis. De directeur vond het grappig dat hij er geen idee van had wie die opgeschoten vrouw wel kon zijn. Ze belandden in twee streng gescheiden vleugels. En toen ze weer kon vertrekken, nam zijn moeder haar twee recentere kinderen mee, hem niet.

Uiteindelijk wist de jonge Stanley aan het workhouse te ontkomen. Hij werd tewerkgesteld op een schip dat hem naar de VS bracht. Daar zette hij het op een lopen. In zekere zin, suggereert Jeal, heeft Stanley zijn hele leven dat workhouse ontvlucht. Over de daarop volgende periode heeft Stanley voornamelijk gelogen. Hij zou zijn nieuwe naam ontleend hebben aan een rijke adoptief vader die echter terstond was overleden. De leugen is, in dit kader, een andere vorm van vlucht. De jongeman probeerde af te rekenen met zijn verleden door zichzelf heruit te vinden. Hij apprecieerde dat zoiets in Amerika mogelijk was. Hij mat zich een lokaal accent aan en begon te ontkennen dat hij elders was geboren.

Hij leefde alsof hij veel verloren tijd had in te halen. Enigszins tegen zijn meug zou hij tijdens de Amerikaanse burgeroorlog deel uitmaken van de zuidelijke troepen, die onder meer de slavernij verdedigden. Hij werd gevangengenomen, en veranderde prompt van kamp, waarna hij deserteerde (of toch niet opdaagde). Onder een andere naam nam hij opnieuw dienst, nu bij de marine, en na korte tijd deserteerde hij opnieuw, nu helemaal doelbewust.

Hij besloot dat hij als reporter aan de slag zou gaan, bezocht mijnen, observeerde een conflict met indianen, ging op expeditie om de loop van een rivier te onderzoeken. Wat later verlegde hij zijn ambities en organiseerde hij een expeditie naar Turkije, die al dra in een catastrofe eindigde nadat hij in een zwaardgevecht met een Turk was verwikkeld. Hij belandde in de gevangenis, maar praatte zich vrij en kreeg uiteindelijk zelfs een schadevergoeding voor zijn materiaal dat was verdwenen.

Tussen twee reizen door probeerde hij zijn moeder te bezoeken, hij maakte een lange, uitputtende wandeltocht naar de pub die ze samen met een man exploiteerde, en ze wimpelde hem meteen weer af: "Kom nooit terug tenzij je het veel beter maakt dan je het nu lijkt te doen."

Zijn jeugdige bokkensprongen en heldenverhalen, en zijn directe schrijfstijl, maakten wel indruk op James Gordon Bennett en diens gelijknamige zoon, eigenaars van The New York Herald, die hem voor buitenlandse reportages engageerden. Stanley, die zijn leven lang de waarheid als maakbaar bleef beschouwen, verhaalde later dat Bennett junior hem had voorgesteld een zoekactie naar de verdwenen Schotse arts/ontdekkingsreiziger/missionaris David Livingstone op het getouw te zetten. In werkelijkheid was Stanley al jaren aan het lobbyen om zijn werkgevers zover te krijgen deze zoekactie, waarvan hij vermoedde dat ze hem roem en geld zou opleveren, te financieren.

Livingstone had, in vergelijking met figuren als Richard Burton of John Speke, niet heel veel ontdekkingen gedaan, en als missionaris had hij belachelijk weinig bekeringen verricht, maar dat de man al lange jaren niet meer met andere blanken in contact was geweest, werkte op de collectieve verbeelding. Na een moeizame expeditie vanuit Zanzibar wist Stanley Livingstone in de buurt van het Tanganikameer te lokaliseren. Het beroemde ontmoetingszinnetje - "Doctor Livingstone, I presume?" - is wellicht nooit uitgesproken. Stanley scheurde de pagina's over het moment van de ontmoeting uit zijn dagboek.

Livingstone wilde niet per se gevonden worden, en wilde zeker niet naar Europa terugkeren, maar het klikte tussen hem en de intussen dertigjarige Stanley - ze settelden in een vader-zoonrollenspel. Stanley was altijd wel op zoek naar vaderfiguren. En Livingstone had een zoon verloren in de Amerikaanse burgeroorlog. Stanley nam het op zich een zo fraai mogelijk beeld van de missionaris op te hangen, de irritante kantjes van de man weg te gommen, en de antislavernijboodschap van zijn gastheer uit te dragen, met bewijsmateriaal over een massale moordpartij die Arabische slavenjagers hadden aangericht.

Succes en relatieve rijkdom volgden op zijn geslaagde expeditie (geslaagd voor hem, al zijn blanke kompanen en vele zwarten in de expeditie lieten het leven). Livingstone, die binnen het jaar overleed, werd ongeveer heilig verklaard, massa's missionarissen voelden zich geroepen in zijn voetsporen te treden. En Stanley was tijdelijk een held. Hoewel. In vergelijking met de heiligverklaarde Livingstone werd Stanley de Amerikaanse bullebak. Commentatoren dreven de spot met het "I presume"-zinnetje. En in zijn geboorteland wekte het succes oude demonen tot leven. Het werd bekend en ontkend dat hij eigenlijk een Brit was, de upper class spuwde hem om beide redenen uit: een laaggeboren Brit verdiende net zomin respect als een botte Amerikaan.

Stanley had de smaak van het avontuur te pakken, en begon aan een expeditie die 130 jaar later nog altijd tot de verbeelding spreekt. In een demonteerbare boot voer hij de Congostroom af. Hij doorkruiste totaal onbekend, door kannibalen bewoond Afrika. De reis had een nachtmerrieachtig karakter, dat later door Joseph Conrad in Heart of Darkness werd geëvoceerd (en nog later door Francis Ford Coppola in Apocalypse Now).

Stanley kon met eigen ogen de grillen van de geschiedenis vaststellen. Mede door zijn relaas over Livingstone, en door de brieven die de missionaris hem had meegegeven, was de slavenmarkt van Zanzibar gesloten, wat natuurlijk een goede zaak was. Maar door die sluiting was de prijs voor slaven gestegen, en voelden Arabische slavenhandelaars zich geroepen nog dieper in de jungle op zoek te gaan naar slachtoffers. Stanley stelde vast dat gebieden die enkele jaren voordien nog welvarend en dichtbevolkt waren geweest, nu ontvolkt en berooid waren. Dat weerhield hem er niet van om de belangrijkste van die slavenhandelaars in te schakelen en te betalen om hem bij zijn tocht te helpen. Ook: in zijn verslagen overdreef Stanley vaak de grootte van zijn expeditie en zette hij het vergoten bloed dik in de verf. De manier waarop Stanley over zijn expeditie schreef, gaf de indruk dat hij bezig was aan een verovering.

Er kwam een storm van kritiek over hem heen, die hij, opnieuw, weet aan klassenverschillen, en aan hypocrisie: want had het Britse leger in Ethiopië of in Ghana niet zonder veel aanleiding veel meer bloed vergoten? Had hij niet met eigen ogen kunnen vaststellen hoe indianen werden uitgemoord? Had hij in de Amerikaanse burgeroorlog geen slag meegemaakt waar duizenden doden waren gevallen? Hij had alleen het vuur laten openen als er levensgevaar voor de expeditie dreigde. Toch kwam er ook enige inkeer. Biograaf Jeal citeert deze dagboekpassage enkele keren: "We trokken naar het hart van Afrika op eigen verzoek. Daar ligt onze fout. Maar die fout was niet zo groot dat we onze levens zomaar moesten opgeven."

Stanley, aldus zijn biograaf, had in zekere zin progressievere ideeën dan vele andere ontdekkingsreizigers. Hij hield van Afrikanen, hij was oprecht tegen slavenhandel, wilde oprecht het lot van de Afrikanen verbeteren. Hij gedroeg zich niet slechter dan anderen, maar hij eindigde met een reputatie van schietgrage bloeddorst. Hij kon zelf moeilijk ontkennen dat de slavenhandelaars van zijn ontdekkingstochten gebruikmaakten om hun actieradius uit te breiden.

Na de grote Congo-expeditie zocht de ambitieuze, jonge koning van België, Leopold II, contact met de ontdekkingsreiziger. Hij meldde niet dat hij een kolonie wilde stichten. Hij praatte Stanley naar de mond met plannen rond beschavingsacties, bekering zonder fanatisme. Stanley liet zich inschakelen. Hij trok naar de Congorivier en legde vijf jaar lang het basiswerk voor de kolonisatie, onderhandelde met chefs, verkreeg concessies (Leopold liet de redelijk billijke akkoorden die Stanley afsloot in zijn voordeel vervalsen), liet wegen aanleggen (nog iets wat slavenhandelaars kon helpen). En ook na die vijf jaar, toen het hem begon te dagen dat Leopold niet veel goeds in gedachten had, bleef hij op de loonlijst staan.

Zijn allerlaatste expeditie werd door Leopold II bemoeilijkt. Een radicale moslimgroep had in Soedan een Brits leger verslagen, en een Duitser die zich Emir Pasha noemde, bleef geïsoleerd achter. Stanley werd gevraagd om hem wapens en voorraden te brengen. Leopold eiste dat Stanley via Congo zou reizen - hij liet weten dat hij nog verdere gebieden aan zijn kolonie hoopte toe te voegen, en waarom niet Equatoria. De omweg leidde tot vertraging en verlies van mensenlevens. Opnieuw brachten gewelddaden de expeditie in opspraak. Een van Stanleys assistenten, James Jameson, de zoon van een whisky-imperium, kocht een kind, schonk het aan kannibalen en documenteerde vervolgens het proces van het verorberen.

Op zijn vorige tochten had Stanley ten minste de voldoening dat hij iets opmerkelijks had gerealiseerd. Met de zoektocht naar Pasha had hij alleen maar rampspoed veroorzaakt.

Stanley besloot op te houden met reizen, hij trouwde, wat hij al veel eerder had willen doen. En hij overleefde nog enkele jaren als een bittere held, gehard door, zoals de titel van het boek aangeeft, een onmogelijk leven, succesrijk en welvarend, maar tegelijk met een erfenis van relatieve tot absolute catastrofen.

Jeal, een Londense journalist en schrijver, die enige decennia geleden een biografie over Livingstone schreef, kon voor het huidige werk beschikken over archiefmateriaal dat de nabestaanden van Stanley in 2000 aan het museum van Tervuren hebben verkocht, en dat volgens hem, samen met materiaal dat het museum in 1982 kocht, op een aantal punten een nieuwe licht werpt op Stanleys leven. Bijvoorbeeld: een vermeende homoseksuele affaire was niet seksueel, en de relatie met zijn echtgenote, door sommigen beschreven als een schijnvertoning, blijkt dan weer wel seksueel geweest te zijn. Maar het belangrijkste is dat Jeal een mens van vlees en bloed gevonden en beschreven heeft, niet het halve monster dat sommigen van hem hebben gemaakt.

Door het boek heen sijpelt ook de Afrikaanse actualiteit door. Het valt moeilijk de huidige problemen van Congo, of van Soedan, de spanningen tussen christenen en moslims, tussen Arabische moslims en zwarten, los te zien van wat zich in de tweede helft van de negentiende eeuw heeft afgespeeld. De catastrofe van Stanleys leven is, met enige overdrijving gesteld, de catastrofe van Afrika geworden.

Tim Jeal

Stanley: The Impossible Life of Africa's Greatest Explorer

Faber and Faber, 570 p., 25 pond.

De paperbackversie zal in het voorjaar 2008 verschijnen.

Jeal heeft een mens van vlees en bloed beschreven, niet het halve monster dat sommigen van Stanley hebben gemaakt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234