Woensdag 23/10/2019

Het ongelukkige huwelijk tussen media en wetenschap

Een medische waarschuwing: het nieuws van nabij volgen kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Het minste wat je er wellicht aan overhoudt, is een hoop stress en een aantal plotse gedragsveranderingen door de vele, vaak tegenstrijdige berichten over medische onderzoeksresultaten en gezondheidsrisico's. Kunnen de media eigenlijk wel op een gezonde manier over wetenschap berichten?

Laten we ons beperken tot twee recente voorbeelden van medische berichtgeving die duidelijk vooral bedoeld waren om onze bloeddruk te doen stijgen en ons de stuipen op het lijf te jagen. Ten eerste was er het nieuws dat vrouwen die meer dan drie glazen wijn per dag drinken, 41 procent meer kans hebben om borstkanker te krijgen dan geheelonthouders. Dat werd afgeleid uit een rapport dat oorspronkelijk in het medische vakblad Journal of the American Medical Association verscheen. Niet alle kranten vermeldden in hun berichtgeving dat het risico na een bepaalde hoeveelheid weer bleek af te nemen.

Ten tweede kwam de waarschuwing dat "zonnecrèmes het risico op huidkanker zouden kunnen verhogen". Die waarschuwing was gebaseerd op onderzoek dat aan de American Association for the Advancement of Science, de uitgever van het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Science, werd aangeboden. De woorden 'zouden kunnen' konden niet verhinderen dat het onderzoeksresultaat tot alarmerende krantenkoppen leidde.

Opmerkzame kijkers en lezers hebben bij het horen van dat nieuws misschien een ogenblik teruggedacht aan twee eerdere berichten die ook gebaseerd waren op respectabele medische bronnen, die respectievelijk suggereerden dat een bepaalde hoeveelheid rode wijn het cardiovasculaire systeem kan beschermen en dat zonnecrèmes onontbeerlijk zijn als bescherming tegen huidkanker. Hoe zit het nu eigenlijk: zijn rode wijn en zonnecrèmes nu goed of slecht?

Het probleem is dat wetenschappelijk onderzoek niet op zoek is naar 'goed' of 'slecht'. De gewone media daarentegen willen in de eerste plaats zekerheden en doorbraken melden, en als het even kan nog snel en beknopt ook. En het is via de media dat het publiek het grootste deel van zijn wetenschappelijke kennis opdoet.

"Het is een niet te overbruggen kloof", zegt dr. Tom Wilkie. Wilkie was tien jaar lang wetenschapsredacteur voor de Britse krant The Independent en werkt nu aan het project 'Geneeskunde in de Maatschappij' van de Wellcome Trust, een liefdadigheidsinstelling die medisch onderzoek wil aanmoedigen. "Kranten geven je medische onderzoeksresultaten alsof het een Wagner-opera was met de sublieme momenten, maar met de lange en saaie halve uren eruit geknipt. Hoe laat je ze dan die halve uren zien?"

Het resultaat, zegt Wilkie, is dat de media onderzoeksresultaten vaak voorstellen als een onrealistische en misleidende reeks op zichzelf staande zekerheden. "Het aantal onderzoekers dat in het onderzoekslab op de tafels springt om 'Eureka' te schreeuwen is bijzonder beperkt. Wetenschap is geen aaneenschakeling van doorbraken, waar plots iemand ontdekt dat de aarde rond de zon draait. In werkelijkheid is het een langzaam proces waarbij kennis beetje bij beetje vergaard wordt. Dat kan lang duren, en sommige onderzoeksresultaten kunnen met elkaar in tegenspraak zijn. Maar kranten moeten over het 'nu' gaan, over specifieke gebeurtenissen en 'ontdekkingen'."

Elke nieuwe wetenschappelijke studie kan dus wel een nieuw brokje informatie opleveren over de complexe, biochemische reacties die het gevolg zijn van onze gekozen levensstijl, maar de theoretische beschouwingen die de onderzoekers eraan toevoegen, worden vaak terzijde geschoven als resultaten vertaald worden in samenvattende nieuwsberichten. Het eerder vermelde berichtje over wijn ondermijnt bijvoorbeeld de simplistische notie dat de dokter het altijd het beste weet, of dat alles kan worden teruggebracht tot ofwel 'goed' voor ons lichaam ofwel 'slecht'.

De eerste suggestie dat alcohol wel eens bescherming zou kunnen bieden tegen hart- en vaatziekten kwam er al in het begin van de jaren negentig, na een Amerikaanse studie waarbij hartpatiënten vergeleken werden met gezonde individuen. Artsen uit Boston concludeerden toen dat diegenen die één tot drie glazen alcohol per dag dronken maar half zoveel risico liepen op een hartaanval als diegenen die nooit dronken.

Terzelfder tijd ontdekte een onderzoeksteam uit Sofia dat de chemische stof enoviton, een pigment dat in cabernet sauvignon-druiven voorkomt, radioactieve stoffen sneller uit het lichaam helpt verwijderen. Maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) was niet overtuigd door wat ze als commercieel eigenbelang beschouwde. "Er is geen minimumgrens onder dewelke alcohol kan worden geconsumeerd zonder enig gezondheidsrisico", waarschuwde zij in 1994.

Diegenen die een meer genuanceerde zienswijze bepleitten, vonden echter steun in een Deense studie die suggereerde dat wijn, in tegenstelling tot bier en sterke dranken, bescherming biedt tegen hartziekten en kanker omdat er heilzame antioxidantia en flavonoïden in zitten.

Daarna werd de jacht op de heilzame eigenschappen van wijn met nog meer ijver voortgezet, voornamelijk omdat men een verklaring wilde vinden voor de zogenaamde 'Franse paradox', de vaststelling dat er in Frankrijk verrassend weinig hart- en kankerpatiënten zijn, hoewel daar veel wijn wordt gedronken. Vorig jaar publiceerde het VS-tijdschrift Science dan een rapport over resveratrol, een stof die in wijn en druiven voorkomt, waaruit bleek dat de stof antimutageen en als antioxidans werkt, en verhindert dat andere stoffen celmutaties doen ontstaan.

Sindsdien hebben onderzoekers van Northwest University Medical School ontdekt dat resveratrol in feite een vorm van oestrogeen is, die een gunstige invloed heeft op cholesterol. Een paar weken geleden kwam er ten slotte een rapport uit de VS (dat geen onderscheid maakte tussen wijnen en andere alcoholische dranken) waarin gewaarschuwd werd dat alcoholgebruik het risico op borstkanker zou kunnen vergroten. De oorzaak van de ziekte, zo stelde het rapport, zou oestrogeen kunnen zijn. Sommige lezers zullen zich toen misschien ietwat verbouwereerd afgevraagd hebben hoeveel glazen per dag dan wel een veilige inname is, en helemaal onbegrijpelijk is dat niet.

Professor Dorothy Nelkin, een sociologe aan New York University, onderzocht het ongelukkige huwelijk tussen wetenschap en media in haar boek Selling Science: How the Press Covers Science and Technology (WH Freeman). Zij ziet de berichtgeving over het recentste alcoholonderzoek als een typevoorbeeld van wat er op het vlak van wetenschapsberichtgeving fout loopt. "Het alcoholonderzoek was zelfs voor goed geïnformeerde lezers erg verwarrend: het ene moment krijg je te horen dat een paar glazen rode wijn per dag goed zijn voor je hart, het volgende dat ze slecht zijn omdat je er kanker van krijgt."

"De pers moet het publiek leren om een beetje sceptisch te zijn, en helpen om het proces achter de wetenschap te begrijpen. Nu krijgt het publiek helemaal geen perspectief geboden: op de voorpagina staat het verhaal over een 'doorbraak', maar de nuancering moet je op pagina 14 gaan zoeken, als er al iets over geschreven wordt. En dan dat woord 'doorbraak' zelf, dat is gewoon een mediawoord dat wetenschappers nu ook beginnen gebruiken."

Nelkin ziet niet alleen een probleem in de manier waarop over onderzoek gerapporteerd wordt, maar ook in de manier waarop de wetenschappers zelf en hun instellingen met de media omgaan. "Die instellingen zijn heel deskundig geworden in het verpakken van persberichten. Wetenschappers voelen tegenwoordig ook aan dat mediabelangstelling erg belangrijk is om werkingsfondsen te krijgen. Daardoor hebben ze wel eens de neiging om het belang van hun onderzoeksresultaten te overdrijven, en definitieve uitspraken te doen die niet gerechtvaardigd zijn."

Ook David Pendlebury, onderzoeksanalist van het Institute for Scientific Information in Philadelphia, legt een deel van de verantwoordelijkheid bij de gespecialiseerde bladen. "De vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften gaan niet helemaal vrijuit door de manier waarop ze met journalisten omgaan. Het zijn sterk op winst gerichte bedrijven die vooral willen dat hun artikels besproken worden, en de concurrentie is erg hevig: als ze in de pers geciteerd worden is dat een signaal voor andere onderzoekers dat ze hun papers ook aan dat tijdschrift moeten aanbieden...

De media zijn overigens niet beperkt in hun keuze wat wetenschappelijk onderzoek betreft. In het Verenigd Koninkrijk alleen al worden jaarlijks ongeveer 30.000 biomedische papers gepubliceerd, en dat is dan nog maar 9 procent van de productie op wereldschaal. Alleen de VS doen beter: daar wordt 43 procent van alle papers gepubliceerd. Waardoor wordt dan de selectie die de gewone media uit dat aanbod maken bepaald?

Dat heeft voor een deel te maken met de dagelijkse druk op journalisten om snel verhalen af te leveren. "Europese kranten zijn over het algemeen minder goed bemand en hebben striktere deadlines dan hun tegenhangers in de VS", zegt Tom Wilkie. "Daarom wordt informatie die snel verwerkt kan worden ook zo sterk op prijs gesteld." De vakbladen zelf doen alles wat ze kunnen om een handje te helpen: sommige bladen in de VS bieden zelfs al persberichten in videoclipformaat aan voor televisiejournaals.

Uiteraard is het zowel voor vakblad als journalist verleidelijk om zich toe te spitsen op 'ophefmakend' onderzoek. "Onderzoek dat een duidelijk resultaat oplevert, wordt gepubliceerd; als er geen duidelijk resultaat of geen verband uit blijkt, wordt het meestal niet gepubliceerd", zegt Wilkie. "Het is veel gemakkelijker om te schrijven dat er een homo-gen ís. Maar de opvolgstudies die daar geen bevestiging van vonden, werden niet gepubliceerd in de vooraanstaande bladen en niet overgenomen door de gewone media, terwijl dat wel gebeurde met het eerste homo-genverhaal toen het in Science verscheen."

En dan zijn er nog de voordelen die een beetje publiciteit kan hebben voor diegenen die de opdracht gaven voor het onderzoek. Verenigingen voor kankerbestrijding bijvoorbeeld moeten de aandacht vestigen op bepaalde problemen (en natuurlijk ook fondsen inzamelen), en daarbij speelt media-aandacht een belangrijke rol. Terzelfder tijd moeten ze hun onderzoekers ook de verzekering geven dat hun werk niet verkeerd zal worden voorgesteld in de media. Professor Gordon McVie, directeur-generaal van de Britse Vereniging voor Kankerbestrijding, heeft het over een subtiel 'evenwicht' dat moet worden gevonden. Te veel publiciteit kan tot te hoog gespannen verwachtingen leiden, zegt hij. De communicatie-afdeling van de vereniging beraadt zich daarom vooraf grondig over de 'vertaalbaarheid' van een bepaald onderzoek en over de belangen van de 150 wetenschappers die voor de instelling werken voordat er iets over vrijgegeven wordt.

De les uit dit alles lijkt te zijn dat het waarschijnlijk niet altijd verstandig is om je levenspatroon ingrijpend te wijzigen op basis van een of twee onderzoeken waaraan in de media aandacht werd besteed. Kennis is de hele tijd in beweging, een stapje vooruit, een stapje achteruit, en het enige wat we met zekerheid weten is dat het leven op de lange duur tot de dood leidt.

Ondertussen kunnen we ook nog iets leren van Tom Wilkies zorgvuldig geformuleerde boodschap: "Het is niet noodzakelijk altijd onjuist om het publiek de boodschap over te brengen dat wetenschappers niet alle antwoorden klaar hebben. Wetenschap betekent voor een groot stuk vragen stellen en daar maar partiële antwoorden op krijgen. Definitieve uitspraken van het type 'rode wijn is goed voor gezondheid' zijn meestal niet de meest correcte manier om die kennis over te brengen."

David Rowan en Owen Bowcott

© The Guardian

Vertaling: Wim Coessens

'Kranten geven je medische onderzoeksresultaten alsof het een Wagner-opera was met de sublieme momenten, maar met de lange en saaie halve uren eruit geknipt'

(Foto's Benelux Press / Photo News)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234