Zondag 25/07/2021

InterviewRoger Standaert

‘Het onderwijs is een tanker, die kan je niet zomaar omkeren’

Roger Standaert. Beeld Thomas Sweertvaegher
Roger Standaert.Beeld Thomas Sweertvaegher

De eerste pleidooien in de zaak rond de eindtermen zijn achter de rug. Volgens de geestelijke vader van de allereerste eindtermen, professor emeritus pedagogiek Roger Standaert (UGent), had het niet tot een rechtszaak moeten komen. ‘Dat hele hervormingsproces zat vanaf het begin in een fout keurslijf gedwongen.’

Het eindtermendossier is verzand in een juridisch gevecht voor het Grondwettelijk Hof. Aan de ene kant staat Katholiek Onderwijs Vlaanderen, dat de eindtermen zo uitgebreid vindt dat ze de vrijheid van onderwijs bedreigen. Ook de steinerscholen en enkele kunstleerkrachten tekenden verzet aan. Aan de andere kant staan Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) en het Gemeenschapsonderwijs (GO!).

Voor een goed begrip: eindtermen zijn de minimumdoelen die alle leerlingen op school moeten leren. Het Vlaams Parlement keurde er in februari nieuwe goed voor de tweede en derde graad secundair onderwijs. De allereerste eindtermen werden in de jaren 90 opgesteld, onder auspiciën van Roger Standaert. Die heeft zich de voorbije jaren steevast bewust afzijdig gehouden. “Ik wilde geen schoonvader spelen”, zegt hij. “Al kon ik me vinden in het idee van een actualisering.”

U zei wel geen fan te zijn van de nieuwe eindtermen voor de eerste graad secundair die in 2018 werden ingevoerd. ‘Te complex’, luidde uw oordeel. Geldt dat nu ook voor de nieuwe eindtermen in de tweede en derde graad?

Roger Standaert: “Natuurlijk. Een goede eindterm legt aan alle leerkrachten én burgers uit wat leerlingen op school moeten leren. Of ze nu advocaat, bankier of behanger zijn: ouders moeten weten wat kinderen op school moeten leren. Dus moeten eindtermen zo duidelijk zijn dat iedereen ze kan begrijpen.

“Eigenlijk is het simpel: een goede eindterm verbindt een stuk leerstof met een werkwoord. Bijvoorbeeld een participe passé kunnen toepassen voor het vak Frans, of een vergelijking van de eerste graad kunnen oplossen voor wiskunde. Je kan voor elk vak, zelfs kwantumfysica, simpel uitleggen wat er gekend moet zijn.”

Dat is volgens u niet gebeurd?

“Neen. Wat je krijgt zijn overdadige verbale constructies waardoor één eindterm er plots vier blijken te zijn.”

Hoe komt dat?

“Het is veel te snel gegaan. Eigenlijk zou men continu bij het werkveld moeten toetsen. Dat is enkel aan het einde van het proces gebeurd. Toen wij de eindtermen opstelden, was dat in samenspraak met de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor). Je kan daar voor of tegen zijn, dat is het enige representatieve orgaan in het onderwijs, niet de commissies die de minister nu opricht.

“Ook was er dit keer geen overkoepelende commissie die de geeuwhonger van de academici inperkte. De eindtermen zijn opgesteld in specifieke vakcommissies waarin men, zonder voldoende terugkoppeling naar leerkrachten, voluit is gegaan.

“Maar eigenlijk zat het hele proces vanaf het begin in een fout keurslijf gedwongen.”

Wat bedoelt u daarmee?

“In het kaderdecreet voor de nieuwe eindtermen staat: ‘De ontwikkelcommissie formuleert een beperkt aantal sober geformuleerde duidelijke competentiegerichte en evalueerbare eindtermen.’

“‘Sober’ en ‘beperkt’ wijst erop dat er weinig eindtermen moeten zijn en dat ze algemeen moeten zijn. ‘Duidelijk evalueerbaar’ zegt dan weer dat er veel en concrete eindtermen moeten zijn. Als je die twee probeert te verzoenen, krijg je een terminologiecircus: sleutelcompetenties, competenties, transversale eindtermen, basisgeletterdheid, uitbreidingsdoelen, andere doelen, specifieke eindtermen, cesuurdoelen, attitudinale doelen, curriculumdossiers, een valideringscommissie, cognitieve dimensies en beheersingsniveaus. Maar ook het verschil tussen feiten, conceptuele kennis, procedurele kennis en metacognitieve kennis. Wie raakt daar nog aan uit?”

Roger Standaert: 'Scholen zullen niet gemotiveerd zijn om zelf iets toe te voegen bij de eindtermen. Daarvoor zijn die veel te ingewikkeld.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Roger Standaert: 'Scholen zullen niet gemotiveerd zijn om zelf iets toe te voegen bij de eindtermen. Daarvoor zijn die veel te ingewikkeld.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Hoe komt het dat de twee grootste koepels dit anders beoordelen?

“Dat heeft een historische verklaring. Het katholiek onderwijs is ontstaan uit belangengroepen. Hun scholen hebben een eigen visie: ook nu nog verschilt een jezuïetenschool van een school van de salesianen. Kortom, het katholiek onderwijs is een verzameling van verschillende schoolbesturen. Het GO! daarentegen is één schoolbestuur. De rijksscholen van vroeger zijn niet ontstaan van onderuit maar opgelegd door de overheid. Gevolg: de scholen van het GO! hebben altijd meer de centrale regels opgevolgd dan die van het katholieke net.”

Toch heeft het katholiek onderwijs lang meegewerkt aan de nieuwe eindtermen.

“Klopt. Tot een aantal schoolbesturen aanklopten bij de Guimardstraat (de hoofdzetel van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, PG) en vroegen waar ze mee bezig waren. Tegen dan was men echter al bezig met het goedkeuren van de eindtermen. Topman Lieven Boeve had al in het begin naar zijn schoolbesturen moeten luisteren, niet pas aan het einde van de rit. Het GO! was terecht kwaad: ‘Daar kom je nu mee af, terwijl je twee jaar meegewerkt hebt.’”

Hoe kijkt u als geestelijk vader van de eindtermen naar het juridische gevecht dat daaruit is voortgevloeid?

“Met de nodige afstandelijkheid en een wrang gevoel. Er is toch sprake van historische amnesie. Elke onderwijshervorming is gedoemd te mislukken als ze niet deels aansluit bij wat er al is. Het onderwijs is een tanker, die kan je niet zomaar omkeren. Dat heb ik zelf met scha en schande moeten ondervinden.”

Welke lessen is men dan vergeten?

“Dezelfde problemen en discussies uit de jaren 90 komen weer aan bod. Als men daar van bij het begin rekening mee gehouden had, waren veel problemen vermeden.

“Onze hele onderwijsgeschiedenis is een subtiel evenwicht tussen vrijheid en overheid: nu eens is er wat meer overheidsinterventie, dan weer meer vrijheid. Die balans betekent dat je niet zomaar alles kan toelaten. Er moet een structureringsmechanisme zijn. Daarvoor zijn er eindtermen gekomen. Zo weet iedereen wat er op school gegeven moet worden. Of je een leerling bent die naar een katholieke school gaat of naar een officiële school, iedereen krijgt dezelfde eindtermen.

“De overheid is erin geslaagd dat in de jaren 90 in te voeren. Dat was een fameuze stap, want voordien bestond dat gewoon niet. Met veel moeite bekwamen we een compromis en gaf de Vlor zijn goedkeuring, net als de Raad van State. En toch werden die eerste eindtermen vernietigd door het Arbitragehof (de voorganger van het Grondwettelijk Hof, red.) na protest van de steinerscholen. Gevolg: we moesten snoeien in de eindtermen.

“Maar neen, het moest dit keer iets totaal nieuws zijn. Wellicht door een eenzijdige interpretatie van wat geldt als primaat van de politiek.”

Uit wat leidt u dat af?

“De N-VA zegt al jaren dat de koepels te veel belang hebben. Ze wil dat scholen zelf het heft in handen kunnen nemen. De overheid zou orde op zaken stellen over wie baas is in het onderwijs. Wel, mijn hoofdzorg is dat de eindtermen dat doel volledig voorbijschieten. Scholen zullen niet gemotiveerd zijn om zelf iets toe te voegen bij de eindtermen. Daarvoor zijn die veel te ingewikkeld. Scholen zullen zeggen: ‘Speel op veilig en volg het leerplan (de vertaling die koepels maken van de eindtermen, PG).’

“Daarbovenop komt dan nog eens de profilering over de kwaliteit van het onderwijs. Er zijn weinig termen die zo misbruikt worden als kwaliteit. Dat is een containerbegrip geworden. Over welke kwaliteit heb je het? Meestal verwijst men naar rankings van internationale testen waarin ons land achteruitgaat. Mijn vakgebied is comparatieve pedagogiek. Ik kan u zeggen dat landen niet zomaar te vergelijken zijn. Daarvoor zijn er te veel verschillen: in cultuur, leerplan, gezinsstructuur, prioriteiten, enzovoort.”

Maar wij meten ons toch enkel met vergelijkbare Europese landen?

“Ook het Nederlandse onderwijs verschilt dag en nacht met dat van ons, hoor. Daar moeten kinderen op 12 jaar kiezen voor een van zes onderwijsvormen. Dat is een andere structuur, met totaal andere curricula.

“Zo kan ik talloze voorbeelden opsommen die tonen dat de context telkens verschilt. Wij zijn een van de weinige regio’s in de wereld met een brede vorming tot in het laatste jaar secundair onderwijs. Denk aan vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, Nederlands... In andere landen stopt men daarmee voor 16-jarigen. Zij kiezen voor beroepsgericht onderwijs of twee of drie vakken om te specialiseren.

“Wij moeten trots zijn op die eigen visie op onderwijs. Ik zeg daarmee niet dat we die niet kritisch mogen bekijken, integendeel.”

BIO Roger Standaert

- Lerarenopleider aan de Pius X-school in Antwerpen (1969-1976).

- Aan de slag bij Katholiek Onderwijs (1976-1991), waar hij onder andere het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO) in goede banen moest leiden.

- Directeur Dienst voor Onderwijsontwikkeling (1991-2011), waar hij mee de eerste eindtermen opstelde.

- Behaalde in 1991 een doctoraat in de comparatieve pedagogiek aan de KU Leuven. Was tussen 1995 en 2011 professor aan de UGent in datzelfde domein. Sindsdien professor op emeritaat.

Wel zeker is dat onze score op internationale testen doorheen de jaren afnam. Dat wijst toch op een kwaliteitsprobleem?

“Neen, want dan zeg je dat de internationale rankings uitgaan van eindtermen die internationaal goedgekeurd werden. Dat is niet zo. Als je de OESO vraagt wie de maatstaf voor de PISA-toetsen vastgelegd heeft, zegt ze: ‘deskundigen’. Wie zijn dat? Hoe hebben ze dat bepaald? Daar krijgen we geen antwoord op.

“Er zijn zaken waar we slecht in zijn, maar ook zaken waar we heel goed in zijn, zoals geschiedenis, aardrijkskunde of lichamelijke opvoeding. Of neem onze kleuterscholen of deeltijdse kunstacademies, die zijn bij de beste van de wereld. Maar dat soort zaken wordt niet gemeten.

“Dan zeg ik: de kwaliteit van onderwijs is wat we zelf belangrijk vinden, en dán controleren we of we dat bereiken. Dat is exact waarvoor we de peilingsproeven in het leven geroepen hebben. Daarin bekijken we elk jaar voor een ander vak of de eindtermen behaald worden. Zo krijg je een genuanceerd beeld: voor wiskunde weten we bijvoorbeeld dat getalbegrip maar zozo was en dat procentberekening beter kon. Maar met die informatie kan je iets doen: onder die impuls zijn de eindtermen al een paar keer aangepast. Zo hoort het ook. Maar goed, de huidige regering heeft beslist om de peilingsproeven af te schaffen.”

Tot slot: durft u een voorspelling te doen over de uitspraak van het Grondwettelijk Hof?

“Neen. Het is een dubbeltje op zijn kant. In elk geval, als ze het goedkeuren, zullen leerkrachten gewoon leerplannen volgen vermits ze de eindtermen niet kunnen lezen. Wat als ze afgekeurd worden? Dan komt er herrie, ook politiek.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234