Zaterdag 16/01/2021

HET OLIFANTENGEHEUGEN VAN FACEBOOK

Zo’n zeventig leerlingen van het Saint-Jacqueslyceum in Luik hadden het vorig schooljaar niet zo begrepen op hun nieuwe leerkracht. Om hun ongenoegen wat kracht bij te zetten hadden ze op Facebook een groepspagina gecreëerd waarin opgeroepen werd tot ontslag. Ze hadden goed nagedacht over hun redenen en die met goed gestaafde argumenten netjes in puntjes opgesomd. Waar ze niet aan hadden gedacht, is dat leerkrachten ook af en toe eens een kijkje nemen op het net. Hun virtuele activiteiten leverden hen enkele uren strafstudie op. “Doorgaans blijven problemen tussen leerkrachten en leerlingen binnen de schoolmuren”, reageerde de directrice. “Door ze op het internet te zetten, heeft de hele wereld er weet van en dat is ontoelaatbaar.”Twee leerlingen van de Katholieke Hogeschool Brugge waren er zeker van dat ze zich met glans door hun examen hadden gespiekt. De toezichter had dan wel vermoedens dat ze hadden samengewerkt, bewijzen op papier waren er niet. De vreugde van de twee was zo groot dat ze het niet konden nalaten om nog verder te juichen op Facebook. Gevolg? De Raad voor Examenbetwistingen achtte het bewijs voor examenfraude geleverd. Meer dan 200 miljoen mensen wereldwijd, van wie de overgrote meerderheid jongeren, beschikken over een ‘profiel’ bij een of andere socialenetwerksite als Facebook, MySpace, Netlog en de professionele variant LinkedIn. Daarop kan men naar hartenlust indrukken, foto’s en zowel persoonlijke als werkinformatie posten. Je kunt aangeven van welke muziekgroep je houdt en voor welke voetbalclub je supportert, welke gedachten op dit eigenste moment door je hoofd spoken en wat je plannen voor dit weekend zijn. Alsof je in je dagboek of agenda schrijft. Met dat verschil dat iedereen je doen en laten kan volgen natuurlijk.

PS: je bent ontslagen

De Amerikaanse president Barack Obama vond het tijdens een bezoek aan de Wakefield High School in Arlington, Virginia, dan ook zijn plicht om de leerlingen te wijzen op de gevaren van dergelijke netwerksites. Toen een jongen hem vroeg om tips zodat hij het later zelf tot president zou kunnen schoppen, begon Obama met de volgende raad: “Je moet opletten met wat je allemaal post op socialenetwerksites. Sommige zaken kunnen in je latere leven weer opduiken. Als je jong bent, doe je soms domme dingen. Ik ken genoeg verhalen van werkgevers die voor sollicitatiegesprekken eerst even netwerksites raadplegen.” Obama kent de gevaren van het internet als geen ander. Hoewel hij dankbaar gebruikmaakte van het medium tijdens zijn verkiezingscampagne, ondervond hij ook dat het world wide web in je nadeel kan werken. Zo kwam zijn speechschrijver Jon Favreau in opspraak nadat een foto van hem op Facebook was opgedoken waarbij hij een kartonnen versie van Hillary Clinton speels bij de borsten grijpt. Favreau mocht zich voor de feiten uitgebreid gaan verontschuldigen ten huize Clinton. Bij anderen kostte hun nonchalante Facebookgedrag wel hun job. Een Britse vrouw besloot na een zware werkdag haar frustraties op Facebook te ventileren. In het bericht gaf ze niet enkel af op haar ‘verschrikkelijk saaie job’, ze haalde ook sterk uit naar haar baas. Er volgde meteen een reactie op haar bericht. Van haar werkgever. ‘Hallo, ik veronderstel dat je vergeten bent dat je me als vriend hebt toegevoegd. Ik wil je er dan ook meteen aan herinneren dat je proefperiode pas over twee weken afloopt. PS: je hoeft morgen niet terug naar kantoor te komen.’ Het Zwitserse verzekeringsbedrijf National Suisse ontsloeg een van haar werkneemsters nog geen jaar geleden op staande voet. Hoewel de vrouw zich eerder op de dag had ziek gemeld met de boodschap dat ze op doktersadvies in het donker moest gaan liggen, werd ze door haar collega’s betrapt terwijl ze op Facebook zat te surfen. Groot was ook de verbazing van Liesbeth Roosen toen vorige maand bleek dat haar contract in basisschool Het Toverpotlood in Hoeleden niet werd verlengd. Zowel de directie als de leerlingen waren toch altijd vol lof over haar? Toen de 24-jarige juf om uitleg ging vragen, kreeg ze te horen dat haar online-contacten met enkele leerlingen op de socialenetwerksite Netlog niet door de beugel konden. Het argument dat ze de twaalf leerlingen niet zelf aan haar contactlijst had toegevoegd, kon de directie niet overtuigen.Facebook kan je zelfs je baan kosten voor je ze goed en wel hebt. “Het is een illusie te denken dat bedrijven niet meegaan in de evolutie van de nieuwe media. Het eerste wat ze doen voor ze een sollicitant op gesprek laten komen, is hun naam even googelen of hun profielen op netwerksites checken”, weet Emmanuel Vincart van de Privacycommissie. Ook Peter Mechant, die deel uitmaakt van de researchgroep Media en ICT aan de Universiteit Gent ziet werk en privé op het internet steeds vaker in elkaars vaarwater terecht komen: “Sommige firma’s werken zelfs niet meer met cv’s omdat ze redeneren dat informatie op de professionele netwerksite LinkedIn vollediger en meer up-to-date is. Dat heeft zijn voordelen, maar er zijn eveneens gevaren aan verbonden.”“Ik ken iemand die solliciteerde voor een functie als sales manager, een functie waarvoor een breed netwerk noodzakelijk was. De sollicitant profileerde zich dan ook als iemand met veel contacten, maar werd uiteindelijk niet aangenomen. De reden? Zijn potentiële werknemer had op LinkedIn gezien dat hij ‘slechts’ 70 vrienden had.” Volgens een recent onderzoek van Vacature screent een op de drie humanresourcesverantwoordelijken kandidaten voor een vacature op Facebook en Netlog. Zestien procent geeft aan dat dat er zelfs voor kan zorgen dat ze de sollicitant niet uitnodigen voor een gesprek. Vijfenzestig procent zegt dat het kan meespelen wanneer ze tussen twee gelijkwaardige kandidaten moeten kiezen.

Champagne op intensive care

“De waarschuwing van Obama is zeer terecht”, meent Erik Valgaeren, advocaat bij Stibbe en hoofd van de Technologie- en Mediatelecommunicatiecel. “Zeker aan jongeren mag gecommuniceerd worden dat ze moeten opletten met wat ze aan persoonlijke informatie op het net te grabbel gooien. Het probleem met die socialenetwerksites is: iedereen maakt er naar hartenlust gebruik van, maar weinig gebruikers lijken zich bewust van de risico’s. Op de TMT-cel werken we met zes advocaten. Het probleem stelt zich dan ook meer en meer. Sinds de cel een klein jaar geleden werd opgericht, hebben we non-stop zaken lopen die handelen over het delen van informatie op het internet. Ik herinner me een zaak waarbij enkele verpleegsters een klacht aan hun been hadden omwille van een foto die ze op een netwerksite hadden geplaatst. Het betrof een kiekje van hen op de werkvloer met een fles champagne in de hand. Een familielid van een van de patiënten op de intensieve had die foto onderschept. Gezien personeninformatie sinds de komst van de nieuwe media met een muisklik beschikbaar is, is het des mensen dat daar veelvuldig en maar al te graag gebruik van wordt gemaakt. Wie zich daarentegen wil afschermen, staat voor een gigantische uitdaging. Tenzij je je ver weg houdt van alle computers.”Op het internet circuleren tips om je Facebookprofiel te beveiligen tegen ongewenste bezoekers. Dat je je naam bij een foto kan verwijderen die iemand anders op het net heeft gegooid, is bijna algemeen bekend. Minder geweten is dat je de instellingen van je profiel op die manier kan wijzigen dat niemand je Facebookpagina kan opzoeken, noch op de socialenetwerksite zelf, noch op superzoekmachine Google. Een eenvoudige ingreep zorgt ervoor dat niet alle applicaties die je uittest aan derden worden meegedeeld. Hetzelfde geldt voor resultaten van de honderdeneen quizzen die je op Facebook kan spelen. Niet iedereen moet immers weten dat je een ‘irritant drankorgel’ bent. Of dat je überhaupt je tijd spendeert aan online vragenreeksjes als ‘Wat voor dronkaard ben jij?’, ‘Met welk Disney-figuur kunnen ze jou het best vergelijken?’ of ‘Hoe ben jij in bed?’ “Collega’s waren x aantal jaar geleden ook al bezig om roddels, pikante foto’s en flauwe mopjes naar elkaar door te sturen via e-mail”, zegt Mechant. “Alleen: toen ging het overwegend om een-op-eenverkeer waar de kans op inkijk van derden veel kleiner was. Nu doet men hetzelfde, maar via socialenetwerksites. Men staat er echter te weinig bij stil wie de boodschap kan lezen en in hoeverre die tegen henzelf gebruikt kan worden. Dat heeft volgens mij vooral te maken met nieuwe mediageletterdheid of -wijsheid. Met het gevolg dat men voor onaangename verassingen komt te staan.”

Pas op voor de fiscus

Nu kunnen persoonlijke gegevens te allen tijde door derden gebruikt worden als de betrokkene daar toestemming voor geeft. “Hier is de discussie natuurlijk: in hoeverre geef je als Facebookgebruiker toestemming? Ergens weet je dat alles wat je schrijft of doet publiekelijk beschikbaar wordt”, zegt Stijn Demeestere, advocaat bij Lydian, gespecialiseerd in arbeidsrecht. “Je weet dat je netwerkcontacten je activiteit kunnen volgen. In tegenstelling tot in het echte leven zijn veel gebruikers jammer genoeg allerminst strikt bij de selectie van die ‘vrienden’. Ook een werkgever mag in theorie publiekelijk beschikbare informatie consulteren op het internet. Volgens het CAO 38 mag hij daar echter enkel rekening mee houden als de info voor de job relevant is. Zo mag er zeker niet gediscrimineerd worden op zaken als uiterlijke kenmerken, afkomst of geslacht. Als een werkgever ziet dat een man die zich voor de functie van truckchauffeur aanbiedt veel dronkenmansfoto’s op zijn profiel heeft staan, denk ik dat die niet geneigd meer is die persoon aan te werven. Alleen: als een werkgever je beoordeelt op je netwerkprofiel, zal hij daar natuurlijk niet zomaar voor uitkomen. Het is ook aan de makers en beheerders van socialenetwerksites om hun gebruikers te wijzen op de risico’s en de mogelijkheden om zich in te dekken.” Christian Dekoninck, collega van Demeestere bij Lydian en gespecialiseerd in privacyrecht, vindt dat de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de gebruiker zelf ligt. “Als je je memoires uitgeeft, mag je toch ook niet verontwaardigd reageren als men daaruit gaat citeren? Dan roep je toch evenmin de privacykwestie in?”, aldus Dekoninck. “Je kunt een toekomstige werkgever of iemand anders moeilijk verwijten dat ze informatie gebruiken die je zelf publiekelijk kenbaar hebt gemaakt? Tenzij die informatie wordt gebruikt om een persoon zwart te maken natuurlijk. Dat ligt al anders.” Maar zelfs in dat laatste geval ligt een klacht tegen netwerksite Facebook zeer moeilijk. “Het is een Amerikaans bedrijf en de privacyregels gelden enkel in de EU-landen”, weet Vincart van de Privacycommissie. “Op gebied van rechtspraak ligt zoiets zeer moeilijk. Gebruikers zijn bij deze gewaarschuwd dat ze best opletten als ze iets posten. Niet alleen voor nieuwsgierige potentiële werkgevers. Ook van de fiscus is geweten dat die af en toe grasduint op socialenetwerksites. Zo kennen we verhalen van mensen die op een foto op Facebook poseren van hun nieuwe jacht en later de belastinginspectie over de vloer krijgen.” Voor advocaat Raf Jespers van Progress Lawyers Network zijn dergelijke Big Brothertoestanden not done. “Men moet in de eerste plaats iemands privacy alsook het Europees verdrag voor de rechten van de mens respecteren”, zegt Jespers. “Zaken die op het internet verschijnen mogen niet buiten dat kader gebruikt worden. Dat houdt in: geen screening door werkgevers, noch controle door de overheid. Feit is dat het gebeurt. Het grote probleem is dat veel mensen de gevolgen onderschatten van hun onlineactiviteiten.”

Voor eeuwig op het internet

Vraag is of tieners van pakweg vijftien jaar nu al op hun hoede moeten zijn bij alles wat ze posten op het internet? Als ze zich uiteindelijk op de arbeidsmarkt wagen, is men eventuele domme uitspraken of compromitterende foto’s toch al lang vergeten? Niet zo op het world wide web, zo blijkt. “Zeven jaar geleden heb ik een onlineboodschap verstuurd naar een vriendin van me. Als ik nu wat trefwoorden googel, vind ik die zonder problemen nog terug”, vertelt Mechant. “Dat zegt toch iets over de tijdsduur voor onlineberichten verdwijnen.” Vincart doet er nog een schepje bovenop. “Alles wat je op het internet of zo’n socialenetwerksite post, verdwijnt in principe nooit meer van het web”, zegt Vincart. “Als je na een domme uitspraak beseft dat je die toch maar beter verwijdert, is het eigenlijk al te laat. Door de cache-functie van zoekrobots wordt alles opgeslagen in indexen van webpagina’s. Bij webarchive.org kan je tot 1995 teruggaan. Eigenlijk gaat er niets verloren. Je denkt dus best twee keer na voor je iets post.” Advocaat Raf Jespers pleit er dan ook voor om informatie na één of twee jaar uit alle archieven te schrappen. “Sinds 2006 bestaat er een Europese richtlijn voor dataretentie. In België is die richtlijn echter nog niet omgezet in een wet. Tot dat wel het geval is, moeten mensen zelf de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen als ze online een bijdrage leveren.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234